Index of /Spinozisme en Vrijdenken/2010 Spinoza Lexicon

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2010 Spinoza Lexicon.pdf   07.11.2010 68kB -

2010

Spinoza, Ethica (1677)

“Gelukzaligheid is niet het loon van de deugd, maar de deugd zelf…al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam” (Ethica V, stelling 42).

Baruch de Spinoza (1632-1677) leeft als lenzenslijper een bescheiden bestaan. Dankzij die onafhankelijkheid kan hij zich in alle ernst wijden aan de filosofen van zijn tijd, waaronder Descartes, maar ook aan wijsgerige en literaire traktaten uit de Joodse en Arabische wereld.

Politiek
In de Theologisch-politieke verhandeling (1670) onderwerpt hij de bijbel aan een historisch kruisverhoor en concludeert dat het boek vooral gehoorzaamheid beoogt. Op wijsgerig gebied acht hij de bijbel niet bijster interessant. Daarom moet de vrije meningsvorming worden bevorderd, maar ook de loyaliteit jegens de overheid, die het gezag moet krijgen deze vrijheid te beschermen. Tegelijkertijd meent Spinoza dat de bijbel zeer geschikt is die gehoorzaamheid aan de overheid te bevorderen – zelfstandig denken en redelijk handelen zijn immers niet iedereen gegeven. Dat blijkt vier jaar later als een woedende menigte de gebroeders De Witt vermoordt in een lynchpartij.

Het einde van de tolerante en vrijzinnige Republiek, waarop Spinoza zijn hoop had gevestigd, doet hem besluiten af te zien van nieuwe publicaties. Zijn Politieke verhandeling, waarin de fundamenten van een democratische rechtsstaat worden geschetst, blijft onvoltooid. De Ethica wordt pas na zijn dood door vrienden uitgegeven. Werd Spinoza aanvankelijk van atheïsme verdacht, sinds het verschijnen van de Ethica wordt hij van atheïsme beschuldigd. Hij zou God gelijkstellen aan de natuur, de theologie beschuldigen van het terroriseren van burgers, en het bestaan van een vrije wil ontkennen. Waren zijn politieke geschriften nog knappe staaltjes van toegankelijk proza, de Ethica forceert een radicale stijlbreuk. Het boek bestaat uit een lange reeks definities, grondwaarheden, stellingen, bewijzen, toelichtingen en uitwijdingen.

Ethiek
Spinoza begint met God: er is slechts één substantie, die geen transcendentaal of persoonlijk karakter heeft – er is slechts één ondeelbare natuur. Ons verstand kan slechts twee attributen van die substantie onderscheiden: denken en uitgebreidheid. Daarom is ook de mens geen zelfstandige eenheid, maar slechts een modus van denken (geest) en uitgebreidheid (lichaam). Wie kennis over de wereld wil vergaren dient heldere ideeën te formuleren die voortspruiten uit kennis van de wetten van de natuur. Onwaarheden en dwalingen bestaan bij de gratie van een gebrek aan inzicht in die wetmatigheden. Spinoza onderscheidt drie soorten van kennis. De laagste vorm, zintuiglijke kennis, is ontsproten uit de directe, naïeve waarneming van de dingen. Op een hoger niveau is er geïnformeerde kennis, waarbij juiste begrippen voor de eigenschappen van de dingen worden gevonden. Ten slotte bestaat er intuïtieve kennis, de hoogste vorm, waarbij de eigenschappen van de dingen op een juiste wijze worden afgeleid én de dingen in het noodzakelijke verband van de ene ondeelbare natuur worden begrepen. De Ethica vindt zijn voltooiing in de intuïtieve wetenschap – of cryptisch bij Spinoza, in de intellectuele liefde tot God.

Maar als de mens – als modus - onderworpen is aan dezelfde natuurwetten als rotsblokken, waterlelies en pluimvee, dan is de vrije wil een illusie. Vrijheid is bij Spinoza geen vermogen van een willend subject, maar enkel een serie handelingen die overeenstemmen met de noodzakelijke wetten van de natuur. Daarom is een helder inzicht in onze hartstochten – als natuurverschijnselen – noodzakelijk. Omdat ieder wezen een drang tot zelfbehoud of conatus kent, ligt onze vrijheid besloten in het bewustzijn daarvan. Streven naar vrijheid is het bevrijden van de hartstochten die ons belemmeren te leven volgens de rede. Wees redelijk en houd jezelf in toom, zo luidt de boodschap.

Humanisme
De Ethica wordt vaak opgevat als de kraamkamer van de Radicale Verlichting en daarmee ook van het moderne humanisme. De gedachte dat er geen God over ons waakt, was in 1677 radicaal – maar ook vandaag nog. Want waarop baseren we dan een morele orde? Kunnen we ook zonder God zedelijk en deugdzaam leven? Zijn we in staat ons leven in te richten zonder de wetten en richtlijnen die de bijbel of de koran stellen? En is er dan een democratische rechtsstaat denkbaar, waarin mondige burgers participeren, zonder het bevoogdende gezag van kerken en theocraten? De Ethica is een gedisciplineerde oefening in redelijk denken, beoogt de angst voor goddelijke willekeur weg te nemen, en doet de aandacht verschuiven van het hiernamaals naar het hier en nu. Dat ook een atheïst over het vermogen beschikt zedelijk en deugdzaam te leven, was ooit een verbluffend inzicht, dat nu is doorgedrongen tot diep in de poriën en haarvaten van de westerse cultuur. Sterker, dat inzicht geldt vandaag als laatste ijkpunt in het maatschappelijke debat over globalisering, migratie en interculturaliteit.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl - - -