| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1991 A H de Hartog.pdf | 10.08.2004 | 70kB | - |
LEVEN EN WERKEN VAN ARNOLD HENDRIK DE HARTOG
Boekbespreking van J.N. IJkel, Bibliografie van Dr. A.H. de Hartog (1869-1938), (Utrechtse Bibliografische Reeks I), Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht, 1988, 64 bladzijden.
De opvattingen van Arnold Hendrik de Hartog vormen geen hoogtepunt in de Nederlandse filosofie en theologie. Sinds zijn dood in 1938 hebben slechts weinigen zich laten inspireren door zijn werk. Toch verscheen er onlangs een bibliografie, aangevuld met een inventaris op De Hartogs archieven, samengesteld door J.N. IJkel van de Universiteit van Utrecht. O.J. de Jong verzorgde een biografische inleiding met als titel 'Een schets naar foto' s' .
De Hartog werd geboren te Rotterdam. Aanvankelijk koos hij voor een carrière in het bedrijfsleven, maar na de dood van zijn moeder ging hij alsnog studeren. Aan de VU, onder het toeziend oog van Abraham Kuyper, studeerde hij theologie. Na drie jaar ruilde De Hartog Amsterdam in voor Utrecht en besloot hij hervormd predikant te worden. In 1903 promoveerde hij op Het probleem der wilsvrijheid naar Schopenhauer. In zijn dissertatie trad zijn voorkeur voor dogmatiek, ethiek en filosofie al aan het licht. Ook sçhreef hij als predikant enkele werkjes over de bevolking in de Betuwe. Met name Uut 't leve (Rotterdam 1905) werd uiterst slecht ontvangen en leidde tot een verwijdering tussen de predikant en zijn gemeenteleden te Ommeren. De Hartog zou zich vooral. bezondigd hebben aan stereotypische opmerkingen over de dorpelingen. Later, beroepen te Heemstede, had hij meer succes. Er was veel toeloop van elders en zijn,veelal geimproviseerde preken beroerden de gemoederen. Ook werden zijn geschriften nu gelezen en wist hij de 'vergeten' filosofie van Eduard von Hartmann (1842-1906) nieuw leven in te blazen. Von Hartmanns Die philosophie des unbewussten (Berlijn 1869) was bij zijn verschijnen in Nederland vrijwel onopgemerkt gebleven. Hier ten lande gaven het positivisme en criticisme de speculatieve wijsbegeerte van Von Hartmann nauwelijks kansen. Werd zijn trancendentaal realisme omstreeks de eeuwwisseling nog door de Leidse hegeliaan G.lP.J. Bolland (1854-1922) verkondigd, pas door De Hartog werd Von Hartmann aan een groter publiek bekend emaakt. De Hartog meende dat de resultaten van de natuur- en geesteswetenschappen alle deel uitmaakten van de goddelijke openbaring. Godsdienst en wetenschap bevruchten elkaar aldus wederzijds, zo was zijn stelling. De Jong meent dat De Hartog poogde het 'onbewuste te kerstenen'.
In 1917 werd De Hartog predikant te Amsterdam. Negen jaar later krijgt hij aan de universiteit van Utrecht een leerstoel in de apologie van het christendom. De colleges zijn echter niet verplicht en De Hartog voelt zich tekort gedaan. In 1930 krijgt hij een ethisch-wijsgerige leerstoel aan de VU die later in een volledig professoraat wordt omgezet. Tot .aan zijn dood in 1938 doceerde hij aan de theologische faculteit de ethiek en de godsdienstfilosofie. Voor De Hartog waren de 'grote jaren' de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. In de jaren dertig werd alle aandacht opgezogen door de theologie van Karl Barth. Voor theoriën die de Openbaring centraal stelden bestond, volgens O.J. de Jong, nog maar weinig aandacht. Ook 'oude leerlingen', zoals Bart de Ligt, keerden zich volledig van hun vroegere leermeester af.
Het portret van De Jong bevredigt niet helemaal. Niet alleen komt De Hartogs autoritaire karakter onvoldoende uit de verf; er is ook weinig aandacht voor zijn eclectische en gepopulariseerde wijsbegeerte. De Hartogs filosofische populariseringen zijn van een groter historisch belang dan zijn verouderde wijsgerige denkbeelden. Liever grijp ik daarom naar Hoera voor het leven (Amsterdam 1959) van de radicale dominee J.J. Buskes. Zijn portret van De Hartog is geheel anders, meer impressionistisch, en bevat vele persoonlijke herinneringen. Zo leren we De Hartog kennen als een autoritaire en uiterst trotse man. Maar we lezen meer. Terwijl Buskes weinig belangstelling voor De Hartogs verouderde wijsgerige en theologische denkbeelden toonde, dichtte hij hem wel een rol van betekenis toe voor de sociale geschiedenis.
Tegenover De Dageraad, de organisatie van de ongelovige vrijdenkers die de godsdienst en de kerken bestreden, plaatste De Hartog uitdagend 'De Middaghoogte'. Het vrije denken werd materialistisch en rationalistisch geacht en men meende het niet-bestaan van God met wetenschappelijke argumenten te kunnen bewijzen. Dageraads-brochures, zoals Dominee, pastoor of rabbi (Amsterdam 1890) vonden gretig aftrek onder de arbeidersbevolking in de grote steden. Van genoemde brochure werden in die dagen ruim zeven en veertigduizend exemplaren verkocht. De Middaghoogte belegde vergaderingen en debatten juist daar waar De Dageraad actief was. Steeds weer was het De Hartog die de kerk en het christendom verdedigde. In zijn voordrachten en artikelen kwam het gehele wijsgerige spectrum aan de orde: kennisleer, natuurwetenschap, psychologie, antropologie, ethiek, geschiedwetenschap, metafysica en filosofie. Luchtig wisselden bijbelteksten en filosofische begrippen elkaar af, en zo kon het gebeuren dat Von Hartmann gebroederlijk naast Paulus ten tonele werd gevoerd. In de jaren twintig en dertig werd De Hartog de voornaamste spreekbuis van de tegenstanders van het atheïsme in Nederland. Op iedere actie volgde een reactie van De Hartog. Publiceerde de vrijdenker A.L. Constandse de brochure De ellende der religie (Z.P. 1923) dan reageerde De Hartog onmiddellijk met De glorie der religie (Den Haag 1923).
De debatten werden bovendien zeer goed bezocht. Duizend bezoekers of meer was geen uitzondering. De Hartogs kracht lag in zijn charisma. Hij was ijdel, soms ook naïef, maar altijd recht door zee. Buskes: "De Hartog was een groot redenaar en een sterk getuige. Als hij atheïsten gewonnen heeft voor het geloof in Christus, dan heeft hij dat niet gedaan door de redelijkheid der religie aan te tonen en de godsdienst door de wetenschap te handhaven, dan deed hij dat uitsluitend door zijn bewogen getuigenis". Deze woorden werden door een van zijn grootste tegenstanders, Anton Constandse, bevestigd: "Hij [De Hartog] zei nu - want zijn gemeente zat in de zaal! - dat het oprechte geloof niets te maken had met theoriën, maar met een spontane overgave aan God. Hij riep als getuige een oud moedertje op, dat eenzaam in haar dakkamertje zat maar zich zalig voelde omdat 'God haar in het hart gegrepen had'. Zijn laatste vijf minuten waren een orthodoxe preek. Ik heb in latere jaren nog drie maal met De Hartog gedebatteerd, en de laatste keer weigerde hij me na afloop een hand te geven, want, 'ik had zijn God beledigd'."
Arnold Hendrik de Hartog heeft geen school maar ongetwijfeld op velen een onuitwisbare indruk gemaakt. Zijn schare bewonderaars vonden elkaar in de 'Dr. A.H. de Hartog-Stichting' die nog altijd een sluimerend bestaan leidt en de uitgave van dit boekwerk je mogelijk maakte. Helaas is er nog steeds geen overzichtswerk waarin deze interessante episode uit de geschiedenis van het denken belicht wordt. Niet alleen de anti-theologie maakte gebruik van gepopulariseerde wijsgerige denkbeelden; ook theologen en wijsgeren, zoals De Hartog, 'bezondigden' zich aan dergelijke populariseringen. De debatten, meestal met het motto 'Voor of Tegen God', speelden zich af in cafézalen, bioscopen en op marktpleinen. Daarnaast vonden waarachtige brochure-oorlogen plaats. De hoofdrollen werden gespeeld door De Dageraad en De Middaghoogte, maar ook verwante katholieke organisaties, waaronder 'Het gilde van de Klare Waarheid', droegen hun steentje bij. En wat weten wij vandaag de dag van andere eclectische en populaire 'arbeidersfilosofen' zoals de spinozist Bemardus Damme, de hegeliaan Jan Börger en, niet in de laatste plaats, de Erasmiaan Bart de Ligt?
De bibliografie van Amold Hendrik de Hartog bevat ruim honderd boeken en artikelen van zijn hand en zo'n vijfenzeventig geschriften en artikelen over zijn werk en leven. Daarnaast heeft het werkje een inventaris op zijn archieven (23 nummers, verspreid over de UB's van Amsterdam, Leiden en Utrecht) en ook De Middaghoogte komt aan bod. Dit overzicht biedt een unieke ingang om eindelijk ernst te maken met een geschiedschrijving van de gepopulariseerde wijsbegeerte in Nederland. Immers, deze eclectisch beleefde filosofie kende in de periode 1890-1940 een absoluut hoogtepunt. De wijsbegeerte leverde de arbeidersmassa's in de snel groeiende steden nieuwe argumenten om hun religieuze onthechting acceptabel te maken. Amold Hendrik de Hartog mag in deze context niet ontbreken. Ondanks het feit dat De Hartog niet tot de belangrijkste Nederlandse filosofen kan worden gerekend, kan niet ontkend worden dat deze bibliografie voor de Nederlandse geschiedschrijving een welkome verrassing betekent.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |