Index of /Muziek en Popcultuur/2008 Jongensboeken

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2008 Jongensboeken.pdf   24.06.2008 58kB -

Jongensboeken

Als de spanning tussen underground en mainstream, tussen fresh en bling bling, tussen DIY’ers en high stylers ergens goed zichtbaar is, dan is dat wel in de hiphopcultuur. Hiphop oefent grote aantrekkingskracht uit op alternatieve, onafhankelijke geesten die streven naar vernieuwing en verdieping van het genre - denk aan acts als Tunnel Clones, EI-P en Aesop Rock. Maar hiphop is ook een commerciële succesformule, waarin popmuziek de soundtrack vormt voor een slimme handel in urban preps en lifestyles – denk aan 50 Cent’s computergame Bulletproof (2007). Of je het nou leuk vind of niet, beide opties zijn onlosmakelijk verbonden met hiphop.

Dat dubbele perspectief komt treffend tot uiting in twee bijzondere egodocumenten: de autobiografieën van de Amerikaan Russell Simmons (Life and Def: Sex, Drugs, Money + God, 2001) en de Brit Don Letts (Culture Clash. Dread Meets Punk Rockers, 2007). Misschien is mega-interviews hier een betere typering, want Simmons en Letts vertelden hun levensverhaal aan de publicisten Nelson George en David Nobakht. De boeken zijn niet alleen aan elkaar verwant door het formaat, de omvang, de verzorgde uitvoering en de gekozen vertelstructuur, maar ook vanwege de bravoure, de onbescheidenheid, het goede geheugen en het maatschappelijk succes van beide vertellers. Het gaat hier om heuse jongensboeken; om popculturele variaties op het thema van-krantenjongen-tot-miljonair. Verschillen zijn er ook. Simmons belicht de wijze waarop een gepassioneerde muziekliefhebber uitgroeide tot een ondernemer met een miljoenenimperium. Letts beschrijft het leven van een Jamaicaanse immigrant en muziekfanaat in Londen en schetst zijn ontwikkeling tot succesvol filmmaker voor de BBC. Simmons was manager van Run DMC, directeur van Def Jam Records, oprichter van het modebedrijf Phat Farm, televisie- en filmproducent en eigenaar van een reclamebedrijf. Vandaag houdt hij peperdure voordrachten voor ondernemers. In Londen was Letts deejay in de beroemde Roxy Club, betrokken bij de fashion gallery’s Acme en Sex, chroniqueur van The Clash, bandlid van Big Audio Dynamite en regisseur van de urban kaskraker Dancehall Queen (1997). Hij maakt momenteel documentaires in opdracht van de BBC (waaronder monografieën van Sun Ra, George Clinton en Gil Scott-Heron).

Ook zijn er andere, meer politieke verschillen. Russell Simmons en Nelson George zijn typische propagandisten van Afro-Amerikaanse emancipatie, terwijl Letts een symbool is geworden van de Europese interculturele benadering. Life and Def is een lofrede op het succes van zwarte musici en ondernemers in blank, kapitalistisch Amerika. En hiphop wordt als motor van die ontwikkeling aangemerkt. De urban markt maakte immers mogelijk wat politiek en beleid niet konden bewerkstelligen: de groei van een zwarte middenklasse en de emancipatie van de zwarte consument. Culture Clash echter beschouwt popculturele ontwikkelingen vanuit de vaak moeizame, maar ook vruchtbare interacties tussen zwarte en blanke jongeren. Letts toont hoe deze botsing der culturen punk, reggae en hiphop beïnvloedde en deze genres naar opwindende vormen van expressie en artistieke vernieuwing stuwde. Zo is Simmons ronduit negatief over het hippe, interculturele en anticommerciële klimaat van de jaren tachtig in New York, waarin hiphop aanvankelijk een vruchtbare voedingsbodem vond. Met de wending naar bling aan het einde van de jaren tachtig (mode, modellen, videoclips en commercials) brak voor Simmons de gouden, urban periode aan. Letts is echter uiterst enthousiast over hiphop in de jaren tachtig en gaat uitvoerig in op de invloed van blanke jongeren, bands (Blondie, The Clash) en kunstenaars op het hiphopmilieu van New York. Het was The Clash die Grandmaster Flash op tournee nam en bekend maakte bij een groot publiek. En het was Chris Stein van Blondie die de soundtrack schreef voor Wild Style (1982), de eerste grote hiphopfilm, gemaakt door kunstenaar Charlie Ahearn. Beide boeken vertellen een complex, fascinerend verhaal over popcultuur in het algemeen en over hiphop in het bijzonder. Ook de verschillende gezichtspunten zijn spannend en maken hiphop tot een fascinerend verschijnsel dat niet eenduidig kan worden gevangen. Bovendien zijn Simmons en Letts beiden autodidact en wisten ze als intelligente lifestyle-entrepreneurs een cruciale rol te spelen in de wording van een nieuwe dominante cultuur in de global village.

“Cultuur”, schreef een Franse filosoof, “is de wijze waarop mensen over zichzelf en elkaar denken, en zichzelf en elkaar aan de wereld presenteren”. Autobiografieën als Life and Def en Culture Clash zijn uitermate geschikt om te ontdekken hoé mensen over zichzelf en elkaar denken en zich vervolgens aan de wereld presenteren. Bovendien zijn beide boeken collectieve biografieën van een jongerencultuur die uitgroeide tot een wereldcultuur van formaat. Naast het voortbrengen van een totaal nieuw geluid is hiphop ook een geweldige lifestylemachine gebleken, die op mode, kunst, televisie en film een onuitwisbare indruk heeft nagelaten. Die indruk kon fresh of generic zijn, maar ook bling of mainstream. Hiphop verenigt beide opties. Dus fans hoeven op de talloze discussiefora op het web geen ruzie meer te maken over de ware aard van hiphop.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl - - -