Index of /Muziek en Popcultuur/2003 Cool Asia

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2003 Cool Asia.pdf   03.02.2004 48kB -

2003

COOL ASIA
‘ EEN SOUNDTRACK VOOR GROOTSTEDELIJK LEVEN’

Timing is van het allergrootste belang, zeker wanneer je een feest organiseert. Tijdens het slotweekeinde van het Rotterdamse Filmfestival presenteerden Navin Thakoer en Ayatollah Musa de eerste aflevering van hun ‘Cool Asia’ in Calypso. Een volgepakte zaal danste tot in de vroege uurtjes op Desi en Bhangra, vakkundig gemixed door DJ Nafer Flavor en de Londens-Indiase producer en BBC Radio One-deejay Bobby Friction. Sinds Fundamental, Asian Dub Foundation en Panjabi MC de Britse muziekscene met hun aan Bollywood-soundtracks ontleende mixes hebben geïnjecteerd, is het geluid van tabla’s, sitars en jammerende Indiase vocalen niet meer weg te denken op feesten die meer willen bieden dan hiphop, R&B, house, techno, trance of electro. Bhangra is zelfs tot in de reclame doorgedrongen, denk aan de ‘India-flavored’ televisiecommercial van Peugeot. Inmiddels heeft Cool Asia drie edities achter de rug en lijkt de tijd rijp een eerste balans op te maken. Ik ontmoet Navin (31) en Ayatollah (23) op een zonovergoten terras aan de Witte de Withstraat.

“Cool Asia”, zegt Navin, “is een muziekproject, gebaseerd op een traditie van soul, jazz, hiphop en jungle, maar aangevuld met Indiase roots – en met Bollywood. Mijn ouders groeiden op in Suriname en brachten hun Indiase muziek naar Rotterdam. Mijn vader luisterde de hele dag naar religieuze muziek, naar Hindoestaanse mantra’s. Mijn tante was verslaafd aan Bollywood, de popculturele traditie van India, waarin film en muziek een onlosmakelijk verbond hebben gesloten. Ik genoot van die films en muziek en naarmate ik ouder werd, merkte ik dat Bollywood niet alleen in India en Pakistan aftrek vond, maar ook in Afrika, Zuid-Amerika en de Cariben tot de verbeelding sprak. De Hindoestaanse gemeenschap van Suriname heeft altijd veel Bollywood geimporteerd. Bovendien vond er tot ver in de jaren vijftig van de vorige eeuw migratie vanuit India en Pakistan naar Suriname plaats. Deze migranten namen ook hun muziek mee”.

Met de ironische term ‘Bollywood’ wordt gerefereerd aan de gigantische filmindustrie die India rijk is. Niet alleen worden in India meer films geproduceerd dan waar ook ter wereld, de Bollywood-producties kunnen beschikken over een miljardenpubliek in Azie en in de diaspora. De goden, helden, minnaars, prachtige vrouwen en sentimentele soundtracks die deze rolprenten kenmerken, maken een onstuitbare opmars in de ‘global village’. Volgens Navin is het geen toeval dat juist Bollywood en niet de Amerikaanse filmindustrie een bijdrage levert aan interculturaliteit: “Turken, Afrikanen, Surinamers, Aziaten…velen houden van Bollywood, omdat de getoonde normen en waarden meer weerklank vinden. Je krijgt geen tieten, tongen, seks en geen dates, maar je wordt geconfronteerd met universele waarden als trouw, liefde, heroiek, kameraadschap en menselijke verlangens en dromen. Bollywood is veel meer ‘real life’ dan een Amerikaanse soap. Bollywood is ‘global’, geeft richting aan de wijze waarop we met elkaar om willen gaan in een complexe wereld”. Bovendien vertonen Bollywood-soundtracks de opmerkelijke gave zich te verbinden met allerlei andere muzikale stromingen en tradities. Bollywood is popcultuur. Navin: “Indiase mensen zijn gefixeerd op technologie, ze houden van technologische kruisbestuivingen en passen hun muziek overal op toe. Ze staan voor veel invloeden open en hebben geen last van nostalgie. Ze kunnen evengoed flirten met westerse muziek en disco of vierkwartsmaten”.

Ayatollah Musa komt niet uit Suriname, maar heeft Afghaans-Pakistaanse roots. Met Navin deelt hij een fascinatie voor, zoals beiden het noemen, “de culturele erfenis van ‘Groot-India’, dat wil zeggen, van India en de omringende landen en gebieden, voor de Britse overheersing”. Ayatollah: “Kijk, Indiase en Hindoestaanse mensen worden zelden gerepresenteerd in onze cultuur: niet op televisie of in clips, niet in bladen of op de radio…wij willen onszelf profileren, ‘do it yourself’, wij willen ook ‘cool’ zijn, daarom spreken we van ‘Cool Asia’. Dat geldt ook voor de eerste avond die we in Calypso organiseerden. Ik bezocht een anti-oorlogsmanifestatie in Londen waar Fundamental en Asian Dub Foundation speelden en een groot aantal deejays aantraden. Daar zag ik Bobby Friction. Bobby had al een grote naam als BBC-deejay, maar ook als producer en promotor van Desi, maar ik wilde hem naar Rotterdam halen omdat hij gewoon de meeste flair had. Hij straalde power en zelfvertrouwen uit – dat wilden we met Cool Asia bereiken. Cool Asia is een soundtrack voor het grootstedelijk leven van bepaalde groepen….van groepen die laag op de maatschappelijke ladder staan. Desi gaat over armoede, seks, dood, alcohol, vrouwen. Zie het als blues”.

Navin valt hem bij: “Desi en Bhangra draaien is een statement. Je weet dat als je Desi draait of iets Arabisch, dat het publiek daarop reageert. Je ziet dat mensen het oppikken. Zo krijg je bijvoorbeeld een groep asielzoekers binnen die zo’n plaat meteen oppikken. Je draait voor de reacties bij je publiek. Je wilt zieltjes winnen, je bent een soort dominee die staat te verkondigen. Je moet niet vergeten dat veel jeugd vandaag gebrainwashed is door MTV, Top 40 en achterhaalde ideeen. Cool Asia moet altijd vooruitstrevend zijn. We hopen dat er steeds weer een aantal mensen los gaan”.

Ayatollah: “Maar onze feesten moeten ook vrolijk zijn. Je gaat immers uit. We willen dat het publiek danst en kennis krijgt bijgebracht. We promoten liefde voor de muziek en liefde voor de kunst. Ik weet het, we zijn pretentieus – we willen gewoon dat mensen iets opsteken. Met het publiek dat we nu hebben, mogen we blij zijn. Het is een cool publiek. Tijdens de laatste Cool Asia verloor iemand z’n fonkelnieuwe I-Mode, maar hij kreeg ‘m gewoon weer terug van de vinder. Waar zie je dat nog! We hebben een heel gemixed publiek, redelijk hoog opgeleid, een beetje alternatieve beroepsgroepen, mensen die vaak van baan veranderen – noem ze ‘fluppen’, fun-lovin’-urban-professionals”.

Vooral in Engeland heeft Bhangra zich verbonden met hiphop en drum&bass. Volgens Navin heeft dat te maken met de grote invloed van de Punjabi’s (een streek in India) in het algemeen en de Sikhs in het bijzonder. Sikhs zijn echte muziekliefhebbers en vertrouwd met grenzen, fusion en cross-overs. “Wat gebeurt er als mensen gaan reizen en hun muziek zich gaat vermengen met andere invloeden?”, zo vraagt Navin zich af. “Dat intrigeert me. Ook Aya en ik hebben altijd nagedacht over onze achtergronden. Je komt nooit los van het denken over herkomst en identiteit. Eerst doken we in zoiets globals als hiphop en nu durven we ook afbakeningen te maken, zoals Desi & Bhangra, maar ik speur ook naar Japanse en indonesische hiphop. Cool Asia vraagt zich af: Hoe integreren stedelijke jongeren hun roots en dromen in hun muziek?” Terwijl een ober een nieuw glas muntthee serveert, discussieren Nafer en Ayatollah over de termen Desi en Bhangra. Ayatollah: “Ik vind dat je deze muziek gewoon Bhangra moet noemen, want het is Bhangra. Maar Nafer is het niet met me eens. Desi is Bhangra, maar dan geproduceerd en gemixed als hiphop. Desi betekent alcohol”.

Voor de twaalfde maal gaat Navins telefoon af. Hij rondt ons gesprek af: “Cool Asia is voor iedereen. We geloven niet in de wereldmuziek a la Dunya. Cool Asia hoort thuis in een hiphop of dance-context, we vinden dat Desi een evenredige bijdrage daaraan moet leveren. Cultureel is het vermengen van invloeden van het allergrootste belang: Afrika, Europa, de Caribische eilanden…ook gaat er steeds meer invloed uit van India, China, Japan. Het is belangrijk dat de Indiase cultuur zich manifesteert. Kijk naar Engeland. Je hebt daar zoveel racisme. Hindoestanen ‘disclaimden the streets’, maar nu is er zelfvertrouwen en profileringsdrang. Asia is cool geworden.”


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -