| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1998 Melvins.pdf | 03.02.2004 | 92kB | - |
"Find
a Ree Land!"
de Melvins ontsloten door een radio-piraat
"Los ticka toe rest/Might likea sender doe ree/Your make a doll a ray day sender bright like a penelty/Exi-tease my ray day member half lost a beat away/Purst in like a one way sender ware give a heart like a fay".
(Melvins, Hooch - 1993)
Radio Outcast, 12 november 1996. Ter gelegenheid van een tournee pogen enkele Melvins-die hards de band te laten spelen voor de Amsterdamse piraat Radio 100. Van dit voornemen komt helaas niets terecht in verband met geboekte optredens in België. Ter compensatie maakt programmamaker Marc Hurkmans een special. De ontdekking die Marc hier doet - al dan niet bewust, want hij geeft gedurende de uitzending geen commentaar - is de collage: hij maakt een collage van de collages van de Melvins. Tenminste, zo vat ik het als luisteraar op. En niet zomaar een collage, het blijkt een interactieve collage, want Marc is overal aanwezig en voortdurend hoorbaar. Hij mixt delen uit Melvins-songs met delen uit andere songs en het resultaat is verbluffend: je kan alleen in techno vergelijkingsmateriaal vinden in de wijze waarop de dj grooves sampelt en aaneenrijgt. Uit oude songs creëert Marc volstrekt nieuwe songs die ook weer prima klinken. Dat proces geschiedt niet altijd even nauwkeurig, maar op menig moment hoor je zulke waanzinnige combinaties dat je denkt: "Shit, dit is prachtig". Marc leert ons dat de Melvins-songs in zichzelf al collages zijn, zelfgespeelde rocksamples, stoffige en minder stoffige data uit ruim dertig jaar rockcultuur. Dus waarom kan de luisteraar zelf geen collages maken uit het aanbod van Melvins-collages? Plotseling glijden de stukjes van de Melvins-puzzle in elkaar, het muntje valt...
"Los ticka toe rest...". Al jaren knarst mijn denkraam over het fenomeen dat zich de Melvins noemt. "Exi-tease my ray day member". De drang tot schrijven is onweerstaanbaar, al blijf ik ieder antwoord op het waarom van die drift schuldig. De Melvins, wat mij betreft de meest intrigerende rockband van het huidige fin de siècle, dwingen me voortdurend tot nadenken en vooral meedenken. Het zijn niet zozeer King Buzzo's teksten - vaak fonetische en cryptische zinnetjes waarvan de essentie me nogal eens ontgaat en waarin dieren een hoofdrol schijnen te vervullen - maar het zijn vooral hun sound en composities die me aan het denken zetten. En dat is vreemd. De Melvins lijkt toch een typische live-band waarbij je helemaal niet denkt en waardoor je je kan laten meeslepen - een trage, diepe, zware, fysieke, malende en elektrische terreur, uitgesponnen en complexe structuren, hoekig en open geformuleerd in een oerklassieke rockbezetting: gitaar, bass en drums. En daarover, daaronder of daardoorheen steeds King Buzzo, wiens stem mij in de loop der jaren net zo dierbaar is geworden als die van mijn naasten: "Milk maid dud bean/Master a load a head/Pill pop a dope a well run general hash pump a gonna led".
Je ondergaat de Melvins, maar onderweg gebeurt er wat met je - je perspectief wijzigt zich. Je voelt je uitgerust met een kijk op alles als een ondergronds wortelsysteem, waarbij elk willekeurig wortelpunt kan worden verbonden met een ander punt. Breekt de worteltak, dan groeit het verder langs andere lijnen. Associërende en vlottende muziek - een voortdurend aftasten van en zoeken naar bruikbare riffs, ritmes, solo's, beats, akkoorden en basslines. De Melvins smeden hun composities uit de resten van vijfendertig jaar rockmuziek - in een Melvins-song kan worden gerefereerd aan zowel Fleetwood Mac of Pink Floyd, maar ook aan Flipper of Kiss. Het resultaat is geen jukebox, maar een ontologische rockcaleidoscoop: van binnenuit, vanuit de jam en de oefenruimte worden met bestaande grondstoffen en bouwmaterialen telkens weer nieuwe constructies en composities uit de grond gestampt. Het resultaat is verbijsterend origineel: je kan de Melvins dan ook niet indelen bij dit of dat genre. Vandaar dat de muziekpers spreekt van "de Melvins-sound" of "gitaarterreur zoals alleen de Melvins die kunnen maken". De Melvins zijn hun eigen genre. Tot op heden brachten ze een twintigtal lp/cd's uit waarin ik geen enkele zwakte wist te ontdekken. Met even veel liefde speel ik hun eerste plaat, Ten Songs (1986), als hun laatste, Honky (1997).
Vanuit de verwarring die de Melvins zaaien oogstte ik louter verbijstering
die tot op heden onvoldoende scheen voor een verhaal over dit powertrio. Ik
kwam dan ook niet verder dan een bescheiden ode aan de heren, geschreven en
voorgedragen voor de IKON-radio in 1994 en bedoeld als een aanklacht tegen
MTV:
Zie Robert Plant & Jimmy Page zonder vonk,
de pijn van de ouderdom, hoe wreed
te moeten voortleven in toekomstige herinneringen:
de prijs van het Venster Op De Wereld.
Schenk mij de electrocutie van King Buzzo & Co,
de peilers van de eeuwig jonge nacht,
te kunnen tuimelen zonder gekluisterde beelden:
de pax van Amor, Rhythm & Cannabis.
Maar ik ben niet de enige wiens hoofd kraakt onder het heavy gewicht van de Melvins. In het uitstekende Duitse muziekblad Spex verschijnen lange, bijna filosofische artikelen over de band waarin zelfs de denkbeelden van Spinoza en de samenstelling van een pizza aan de orde komen. In 1995 roepen de lezers van Spex de Melvins uit tot beste en meest vernieuwende rockband. Bij onze Oosterburen doet deze moddervette sound het overigens opmerkelijk goed en waardeert men het impliciete engagement dat de Melvins huldigen. Van de in Duitsland opgenomen Live-cd (1991) is een deel van de opbrengst gereserveerd voor Respect For Animals, een Britse dierenbeschermings-organisatie. Ook Diedrich Diederichsen - een geëngageerde Greil Marcus van Duitse snit- ziet zich genoodzaakt de Melvins een plaats te geven in zijn boek Freiheit Macht Arm: Das Leben nach Rock 'n Roll (1993). Hij beschouwt de Melvins als een post-rockband, als protagonisten van "laat-laat-laat-abstracte rock". De Melvins markeren voor hem een eindpunt in de rock & roll en hun sound zou zich louter laten vergelijken met techno. In zowel techno als in de Melvins ontwaart Diederichsen een "post-fanatisme-enthousiasme". Goed, het is een rotwoord, maar het maakt ook wat duidelijk: hier is men een ethisch, religieus of politiek fanatisme voorbij, zonder dat echter afbreuk wordt gedaan aan woede, strijdbaarheid, fysieke inspanning, inzet en menig ander enthousiasme. Een gepassioneerde Rotterdamse technoliefhebber, Jasper van der Made, spreekt in vergelijkbare termen: "Ik raakte uitgekeken op rock - het zijn eigenlijk alleen de Melvins die me nog weten te bekoren". Ook de beeldende kunst sluit de Melvins in haar armen. De Rotterdamse kunstenaar Leon Marie Dekker opent in september 1997 zijn nieuwste expositie te Arnhem met de snoeiharde sound van de Melvins.
Onder de Melvins-aanhang tref je opvallend veel vrouwen aan - vaak bij heftige rockbands in een minderheidspositie. Zo vond ik onlangs een autobiografische strip van de Groningse tekenares Barbara Stok: Barbaraal. In #2 (1997) is een single gevoegd met daarop twee instrumentale Melvins-songs, opgenomen in de Groningse zaal Vera. In de begeleidende tekst schrijft Barbara: "Ik ben als een blok gevallen voor het loodzware geluid dat zo typerend is voor de Melvins. Inmiddels heeft de band al meer dan vijf jaar een rotsvaste eerste plaats bereikt in mijn lijstje van favoriete bands". Ook in haar getekende dagboeken spelen de Melvins een rol.
Maar hoeveel er ook wordt geschreven en gesproken over de Melvins, tot op heden maakte het geen einde aan mijn hoofdbrekens. Totdat op een koude en regenachtige dag in november 1996 een tape in mijn brievenbus valt: een Melvins-special, geproduceerd door Marc Hurkmans, voor zijn eigen show Radio Outcast. Na het beluisteren van dit volstrekt gestoorde, maar geniale programma begrijp ik plotseling alles. De Melvins ontsloten? Wellicht. Woorden gebruikt Marc niet, het programma is een collage - maar moet een Melvins-special dan over woorden gaan: "You sink a my swan/Rolly a get worst in/May-be minus way far central poor forty duck a pin". Know what I'm sayin'?
Maar eerst dit. Omstreeks 1991 raak ik bekend met de Melvins. Een vriendin bezoekt in San Francisco een oudejaarsfeest waar ze spelen in het voorprogramma van Primus. Ze schrijft me een brief met het advies zo spoedig mogelijk naar de platenboer te stappen: "Allereerst traden de Melvins op, een weirde band met een nog weirdere zanger. Hun muziek is zwaar, hard, langzaam, tergend. Een vreemde band. Toen ik ze zag spelen moest ik gelijk aan jou denken. Als ze in de buurt spelen moet je gaan kijken - je zult ze zeker waanzinnig vinden". Ik volg haar raad op en enige dagen later zit ik thuis met Gluey Porch Treatments (1988), Bullhead (1991) en Live (1991) - later volgen er nog andere. Sinds die brief zag ik de Melvins zes keer spelen - de laatste maal in de Rotterdamse Basement (Nighttown), november 1997.
Volgens Joe Carducci - in zijn boek Rock and the Pop Narcotic. Testament for the Electric Church (herziene editie 1994) - wordt de meest heavy rock vandaag gespeeld door bands als The Obsessed, Kyuss, Unorthodox en... juist, de Melvins. Breekbaar, het experiment niet schuwende, complex, "post-rock" en toch hardcore. Carducci noemt het resultaat "primitivisme". Een van de vele Melvins-paradoxen. De Melvins beginnen hun loopbaan omstreeks 1982, trekken naar San Francisco en banen zich een weg over de rokende puinhopen van de aan dope (Flipper) en politics (Dead Kennedys) gestorven plaatselijke scenes. Vanwege hun opvallende sound, hun pertinent independent-karakter en hun adrenaline-injecties in de rock noemt Carducci hen de eerste belangrijke westkustband van de jaren tachtig. Volgens de schrijver is hun domicilie in het uitgeputte San Francisco de reden van het feit dat het jaren duurt voordat de Melvins uit de anonimiteit treden. Pas wanneer de commercie in de rock losbarst (Seattle/grunge) en vele bands (Mudhoney & Nirvana) in interviews verklaren schatplichtig te zijn aan de Melvins worden de schijnwerpers voor de verandering ook eens op Buzzo & Co gericht. De band heeft dan al platen gemaakt voor de onafhankelijke labels CZ, Alchemy en Boner, maar onder invloed van de "narcotisering" van de rock - grunge & ballads - krijgen ook de Melvins een heuse major-deal van Atlantic (1993).
Dit contract geeft hen de mogelijkheid meer geavanceerde studio's te gebruiken, al onderstrepen ze in de deal hun afkeer van compromissen en dure geluidsexperimenten. Sommige verstokte indies waarschuwen voor een mogelijke sell out, maar hun angst blijkt ongegrond: de eerste major, getiteld Houdini (1993), is hun meest experimentele plaat/cd tot dan toe. In Spread Eagle Beagle wordt bij voorbeeld ongegeneerd en eindeloos doorgepield met trommels, piepjes en roffels, zonder dat ooit sprake wordt van een song. En Joan of Arc klinkt nog tergender, zwaarder en langzamer dan het oudere materiaal. Sterker nog, het tekenen voor Atlantic verhoogt hun besef van grenzen en limieten en live tonen de Melvins in toenemende mate een voorkeur voor minder toegankelijke geluidsexperimenten.
Illustratief in deze is het optreden dat de Melvins verzorgen op het Belgische Pukkelpop in 1996. De heren blijken geprogrammeerd op een onmogelijk tijdstip: elf uur in de ochtend. Heel wat kids hebben zich hier verzameld omdat het programmaboekje de Melvins in verband brengt met Nirvana en Mudhoney - kortom met Seattle, het Mecca van de MTV-generatie. Ook de presentator windt er geen doekjes om: "Dames en heren, jongens en meisjes, hier zijn ze: THE GODFATHERS OF GRUNGE: THE MELVINS!!!" De set die de band daarna ten gehore brengt kent nauwelijks songs, maar bestaat vooral uit rondzingende gitaren, veel feed-back en experimentele soundscapes. Het jonge publiek, teleurgesteld dat er geen rip-offs van Smells Like Teen Spirit of Black Hole Sun worden gespeeld, druipt al snel af naar een ander podium. Voor een laatste handjevol bezoekers wordt een bezwerende en intrigerende set afgewerkt.
Kort na het verschijnen van de tweede major, Stoner Witch (1994), trakteren de Melvins ons op het bij het onverdachte Amphetamine Reptile uitgebrachte Prick (1994). Behalve een song van nog geen twee minuten (Rickets) en een instrumental (Larry) bevat de plaat louter grooves, thema's, intro's, uitro's, solo's en intervallen. Zoals een house-dj de beste grooves uit een schijf vinyl weet te samplen, zo samplen de Melvins hier thema's die onontbeerlijk zijn voor een rocksong. Maar door die thema's uit hun context te halen en hen te verzelfstandigen ontstaat een ode aan de elementen en bouwstenen van de rock. Het resultaat is verbluffend: zo hoor je de band een laatste eindgeweld produceren - dat je gewoonlijk hoort na afloop van een lange rocksong. Maar deze eindnoot houdt niet meer op en sleept zich een minuut of tien voort (Pick it 'n Flick it). Waanzin. En onlangs flikten ze een dergelijk kunstje opnieuw. Enkele maanden nadat de major Stag (1996) wordt uitgebracht ligt Honky (1997) - opnieuw op Amphetamine Reptile - al op ons te wachten. Anders dan - het sterk electrische - Prick is Honky vooral een reflectie op de studiotechnieken en electronica waarmee de Melvins de laatste jaren kennis hebben gemaakt in de luxueuze studio's van Atlantic. Hier vinden we niet alleen een ontaarding van en fixatie op rockelementen, maar tevens een bewustzijnsverruiming naar de techno, gedrappeerd in de klassieke, moddervette Melvins-ideologie. Wie in gesprek wil gaan met de band dient Prick en Honky beslist aan te schaffen.
Tijdens hun tour door Nederland in 1996 spelen de Melvins ook live voor Radio 3. Ze brengen onder anderen een magistrale cover van Fleetwood Mac's The Green Manalishi (1969) - maar dan nog langzamer en spannender dan het al zo prachtige origineel van Peter Green. Ook Flipper's [Demand A] Sacrifice (1982) wordt in een nieuw jasje gestoken - met beide songs verklappen de Melvins ook iets over hun inspiratiebronnen. "Flipper, the best band ever, Flipper, the best band in the whole world" schreeuwt Buzzo tijdens de meest recente optredens in Rotterdam en Amsterdam (november 1997). De rillingen lopen dan over mijn rug: eindelijk een eerbetoon aan Flipper - de cultclassic Flipper Live (1985) is voor mij nog altijd de beste rockplaat die ooit werd gemaakt (voor alle duidelijkheid: volgens Oor's pop-encyclopedie is deze dubbel-LP de "slechtste" plaat uit de popgeschiedenis, "alleen te beluisteren als je stomdronken bent").
Het interview met de Melvins op Radio 3 is hilarisch en er wordt veel gelachen. De interviewster (Bad Grrrll) spreekt van "een stelletje meelbieten" die de puberteit nog niet zijn ontgroeid. Als ze hen vraagt of ze verheugd zijn met de dure studio's van Atlantic volgt een typisch Melvins-antwoord: "Luister: we zijn geen sterren omdat we geen eeuwige discobeat onder onze sound hebben - al zijn onze ego's overigens net zo groot (gelach). Het liefst zouden we 25 miljoen cd's verkopen (gelach). Maar ook al maakten we gebruik van de Atlantic-studio, de plaat (Stag) werd toch goedkoop gemaakt en binnen een maand opgenomen. Kijk eens naar Metallica: de opnames duurden langer dan een jaar en er werd meer dan een miljoen in de cd geinvesteerd. Kan jij dat horen? Bovendien zijn heel wat tracks op Stag thuis opgenomen met een kleine four-track-recorder. Die tracks kostten ons 4 dollar - de prijs van een tape. Voor een opname heb je niet meer nodig dan een goede sfeer en een goede sound".
Wil je verder lachen: lees dan 'A Dozen Dopey Questions For The Melvins', verschenen in de fanzine Creepy Mike's Omnibus Of Fun (#3 1996). Zo vraagt Creepy Mike of er dingen uit hun jeugd zijn waarvan ze betreuren dat ze verloren zijn geraakt. Buzzo & Dale antwoordden tegelijkertijd: "All of our diapers". Toch zijn de Melvins tevens een bloedserieuze band. In een interview verhaalt bassist Mark Deutron over het full time-project dat de Melvins toch zijn: "Velen denken dat we alleen maar grappig willen zijn. Maar wie onze muziek goed beluistert weet hoeveel tijd, energie en creativiteit we erin steken". Niet alleen stropen de Melvins de geschiedenis van rock af en bestuderen ze talloze rockbiografieën, ook storten ze zich in de loopgraven van een klassieke song. Vlak na het verschijnen van Stag brengen ze op Man's Ruin-records een vinyl-plaat uit met hun versie van Pink Floyd's Interstellar Overdrive. Het betreft een tien minuten durend, instrumentaal, uiterst complex en psychedelisch werkstuk waarin de verlichte geest van Syd Barret rondwaart. Interstellar Overdrive wordt hier letterlijk gekopieerd, of anders, de song wordt minutieus bestudeerd. Een tip voor liefhebbers die thuis over een mengpaneel beschikken: speel beide versies eens tegelijkertijd af - een kick die je niet snel zal vergeten.
Nog veel meer verwijzingen naar historische rocksongs en zelfs onvervalste covers vindt je op de cd Leech (1996) - een reeks low budget-recordings waarin het spelplezier van de Melvins treffender dan ooit is vastgelegd. Je hoort onder meer hun interpretaties van Kiss (God of Thunder), Mudhoney (Sweet Young Thing), Velvet Underground (Venus in Furs), Flipper (Way of the World & Someday & Love Canal) en nog veel meer lekkers. Vergeet de Rock Top Honderd Aller Tijden en schaf Leech aan.
Wie zijn de Melvins? In feite is het een duo, zanger/gitarist King Buzzo en drummer Dale C. Percussionist Dale Crover is zowel een powerdrummer als een jazz/impro-fenomeen en verantwoordelijk voor de trage, heavy en doordringende Melvins-beats en galms. Een bezweten neuroot die soms kruipend en zwervend over zijn drumkit alle hoeken en gaten van zijn medium bestudeert. King Buzzo presenteert zichzelf als een weirdo en daarop is hij trots ook: "I just wanna be a freak, I wanna look like a freak. I wanna be different, cos I wanna look like a freak". Gelijk heeft ie. Zijn gitaarspel is ook weird. Soms denk je dat hij er geen snars van kan, en soms lijkt hij Hendrix uit te dagen. Maar de Melvins ontlenen hun sound toch ook vooral aan de zware, diepe, trage basslines. Patronen die soms worden geaccentueerd als Buzzo dezelfde patronen meespeelt; patronen die soms een kader scheppen waarbinnen hij kan noisen of pielen. De bassisten binnen de Melvins wisselen elkaar gestaag af. Bassist Matt Lukin vetrok naar Mudhoney; nieuwkomer Joe Preston werd weer opgevolgd door Lorax die haar werk deed in de vroege jaren negentig; en momenteel lijken de Melvins in Mark D een vast bandlid te hebben gevonden. Mark D trad overigens eerder al aan als producer. De laatste twee optredens die ik bijwoonde in de meest recente bezetting schenen ook de sterkste. Wellicht omdat Mark D zich ook een uitstekend gitarist toont waardoor Buzzo en Mark regelmatig van instrument wisselen - een werkwijze die de breedte van hun sound meer dan goed doet. Het optreden dat ik in 1996 bijwoonde in de Melkweg bestond uit twee sets: een meer experimentele (waarin ook Dale C als vocalist en gitarist aantrad) en een powerset met veel hardcore, afgewisseld met de klassieke, trage en zware Melvins-composities. Zo werden in Vera (Groningen) tijdens dezelfde tour maar liefst drie sets ten gehore gebracht. Wie hoort en ziet nog bands die het liefst blijven spelen en weigeren op te krassen als er drie kwartier voorbij zijn? Ja, The Fall - maar dat was twintig jaar geleden.
Dankzij Radio Outcast lijkt het geheim van de Melvins ontsloten en plotseling begrijp ik wat Diederichsen heeft bedoeld met "laat-laat-laat-abstract", "post-fanatisme" of "post-rock". De Melvins zijn niet louter een band, ze verlangen een actieve deelname van de toehoorders die zelf met het medium kunnen spelen. Niet alleen is het eenvoudig, als je fietst of jogt bij voorbeeld, om verschillende Melvins-songs tegelijkertijd in je hoofd te laten rondzweven. Het is zelfs eenvoudig als recipiënt nieuwe songs te scheppen. Dat is de les die Radio Outcast leert. En alsof die constatering nog niet genoeg aanleiding geeft tot vreugde, heeft Marc ook nog een toetje in huis: hij speelt verdomme mee en mixt andere sounds en thema's in hun composities! Iedere muziekliefhebber zou uitschreeuwen dat hier sprake is van verkrachting en van gebrek aan respect voor de muzikanten. Maar met betrekking tot de Melvins val ik van de ene euforische stemmng in de andere. Marc mixt het donderende geluid van onweer door de songs, je hoort onheilspellend luidende kerkklokken, piepknorgeluidjes uit verschillende synthesizers, een minipianootje tokkelt, en ook Marcs stem is te horen: soms knorrend, soms grommend, soms schreeuwend en soms zachtjes sprekend. Dit is volstrekt uniek en ik heb zoiets nog nooit op de radio gehoord - de Melvins-ideologie wordt niet alleen gerecipieerd, maar tevens weer ingezet door de radiomaker en op zijn consequenties onderzocht. De Melvins-special getuigt van een "laat-laat-laat-abstracte-rock-perceptie" waarin ieder onderscheid tussen muzikant en toehoorder even is opgeheven. Marc is hier tijdelijk het vierde bandlid geworden: hij is even de Melvins.
Dat Marc de Melvins begrepen heeft bewijst de laatste dubbel-verzamel-CD van de band: Singles 1-12, waarop de heren zelf een groot aantal eigen songs recyclen. In het jaar 1996 brachten ze iedere maand op Amphetamine Reptile een single uit; deze zijn nu bijeengebracht. We vinden nieuwe interpretaties van oud werk en enkele mixen a la Outcast (al moet ik zeggen dat sommige Outcast-mixen beter klinken). Ook tijdens de laatste tour (november 1997) spelen de Melvins een "post-moderne" set: ze stellen veel songs samen uit delen van oude songs. Zo wordt het intro van de hardcore-song Honey Bucket geplakt aan een andere compositie en gaat Interstellar Overdrive halverwege naadloos over in een Melvins-instrumental. Ieder optreden is een derive door hun gehele oeuvre. Je zal de band nooit "de laatste cd" zien afwerken.
Zijn we werkelijk aanbeland in een "leven na de rock & roll" (Diederichsen)? Een leven waarin paradoxaal genoeg betere rock wordt gespeeld dan ooit (Melvins), maar waarin rock niet langer het artistieke eigendom van de kunstenaar kan worden genoemd? Is dit "primitivisme" (Carducci)? Het besef dat rock - net zoals vandaag in techno gebeurt - niet meer kan bestaan zonder interactie tussen muzikant, publiek, zaal, sound en tekst? Getuigen de Melvins van het besef dat rock en livemuziek zich bewust worden van hun eigen esthetica en eigen geschiedenis ?
In zalen en studio's wordt soms al geëxperimenteerd met interactie (denk aan uiteenlopende muzikanten als Mark Stewart, Adrian Sherwood, Bill Laswell en Laurie Anderson). Maar niet eerder brak een luisteraar zo autonoom in (Marc Hurkmans) op het repertoire en idioom van een band. Een laatste vraag ten slotte aan Marc: heb je de Melvins een tape gestuurd en hoe reageerden ze op je inmenging? Wellicht stuurden ze je dit antwoord: "Cuz I can ford a red eed only street a wide ree land/Die-mond make a mid-evil bike a sake a like a ree castle/Cuz I can ford a red eed only street a wide a ree land/On a ree land - Find a ree land". Dus laat ook maar.
(onvolledige) discografie:
* Ten Songs (CZ 1986)
* Gluey Porch Treatments (Alchemy 1988)
* Ozma (Boner 1989)
* Live (Your Choice Live Series 1991)
* Bullhead (Boner 1991)
* Eggnog (Boner 1991)
* Melvins (Boner 1992)
* King Buzzo (Boner 1992)
* Dale Crover (Boner 1992)
* Joe Preston (Boner 1992)
* Lysol (Boner 1993)
* Houdini (Atlantic 1993)
* Stoner Witch (Atlantic 1994)
* Prick (Amphetamine Reptile 1994)
* Stag (Atlantic 1996)
* Leech (Cool Hand 1996)
* Interstellar Overdrive (Man's Ruin 1996)
* The Thrones [= Melvins] Alraune (The Communion Label 1996)
* Honky (Amphetamine Reptile 1997)
* Singles 1-12 (Amphetamine Reptile 1997)
+
* Manic Melvins Mix - Radio Outcast-Melvins-special (Marc Hurkmans), Radio
100, Amsterdam 12-11-1996;
* Barbaraal #2 (1997) met Melvins-single, live te Groningen (Vera) - Barbaraal,
Postbus 1012, 9701 BA Groningen (fl. 15,- inclusief porto);
* 'A Dozen Dopey Questions For The Melvins', in: Creepy Mike's Omnibus Of Fun
(#3 1996) - c/o Mike Ruspantini, POBox 983, Buffalo, NY 14213, USA (2 dollar
+ porto);
* Bad Grrrll, Melvins in Hilversum: interview & sessies, radio 3: 8-9-1996
(te lenen van de betere hometaper);
* PG-Photography, foto's van King Buzzo en de Melvins, gemaakt in Amsterdam,
november 1996 - PG, LinkerRottekade 17a, 3034 NV Rotterdam.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |