Index of /Muziek en Popcultuur/1998 John Sinclair

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1998 John Sinclair.pdf   24.01.2004 84kB -

1998

John Sinclair preekt weer:
'Kick Out the Jams, Motherfuckers!'

In het voorjaar van 1967 braken te Detroit straatrellen uit die culmineerden in de grootste stadsopstand uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. De opstand in Detroit - ookwel de 'Motor City' genoemd vanwege de aanwezigheid van veel autofabrieken - stond aan de wieg van een radicale non-ideologische en anti-racistische beweging die 'noise' hoog in het vaandel droeg. In dit tumult timmerden beatniks, Black Panthers en punkbands een ware oorlogsmachine in elkaar die ten strijde trok tegen de Amerikaanse Droom. Nog altijd tonen veel hedendaagse muzikanten en kunstenaars zich schatplichtig aan de 'the politics of noise', zoals die gestalte kreeg in het Detroit van de jaren 1967-1972. Bands als The MC5 en The Stooges vertaalden het straatgeweld naar het podium en beïnvloedden met hun noise uiteenlopende bands als Destroy All Monsters, Sex Pistols, Sonic Youth en The Jesus and Mary Chain, maar ook techno-acts, zoals het Detroit-duo Underground Resistance. In 1978 riep de Australische punkband The Saints Detroit zelfs uit tot de hoofdstad van Australië.

Een van die toenmalige noisepropagandisten is de inmiddels 57-jarige John Sinclair: ex-beatnik, schrijver, stand-up dichter, muziekfreak, marihuana-activist en voormalig manager van The MC5 - een uiterst beruchte band uit Detroit. Ik ontmoet John Sinclair in Rotterdam, enkele uren voor een spoken word-optreden in Nighttown, waarbij hij muzikaal zal worden ondersteund door Maarten van Gent, ooit lid van de befaamde Rotterdamse punkband De Rondo's. Sinclair schrijft nog altijd over muziek en verdient de kost met het voorlezen uit eigen werk, soms begeleid door jazzbands of de groep van voormalig MC5-gitarist Wayne Kramer. Sinclair blijkt een joviale Amerikaan die het in Rotterdam bijzonder naar zijn zin heeft. Het is zijn eerste trip buiten de Verenigde Staten. Hij geniet vooral van het liberale drugsbeleid in Nederland, steekt de ene joint na de andere op en wisselt zijn monologen af met onbedaarlijke lachbuien. Ik ben vooral geïnteresseerd in het Detroit van de jaren 1967-1972. Wat voor een stad is Detroit?

Sinclair: "Detroit is al dertig jaar een enorme puinhoop. Een spookstad. Duizenden banen gingen hier verloren en tot op de dag van vandaag ziet de stad eruit alsof er een oorlog woedde, waarna het slagveld onveranderd achter bleef. Detroit werd gebouwd voor twee miljoen mensen, maar nu telt de stad nog geen 800.000 inwoners - veelal armoedzaaiers en zwarte Amerikanen. De stad wordt omringd door cirkels van wijken en buitenwijken, waar vooral de blanke middenklassen resideren. Hoe meer poen je hebt, hoe verder je kan opschuiven naar de buitenranden. Detroit is altijd een toonaangevende industriestad geweest - de Motor City, een stad ook die drijft op een oorlogsindustrie. In de jaren zestig speelde de industrie van Detroit een belangrijke rol in de oorlog tegen Vietnam: vliegtuigen, tanks, bommen en ander tuig werden hier geproduceerd. De stad had daarom een omvangrijke pacifistische beweging. Bovendien is een Detroit een zwarte stad - blanken vormen hier met zo'n 20% een kleine minderheid - en was ze destijds het centrum van raciale agitatie. Detroit is de geboorteplaats van Motown en telde veel aanhangers van Malcolm X. In de lente van 1967 culmineerde het antimilitaristische en antiracistische verzet in een enorm volksoproer - het grootste uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Zwarte inwoners en blanke rebellen vochten zij aan zij tegen de politie, tegen winkeliers en huisbazen. Bijna alle zwarte wijken brandden. Mensen staken hun eigen huizen en winkels in de fik - het waren hun eigendommen immers niet. 40.000 mensen werden door het leger en de politie gearresteerd en opgesloten".

De rellen van Detroit brachten verschillende groepen voor het eerst samen. De binnenstad telde veel communes en werd bevolkt door jongeren, Black Panther-activisten, beatniks, homo's, kunstenaars, muzikanten, dichters, filmmakers, enzovoorts. Deze stadsnomaden deelden vervolgens een liefde voor marihuana, LSD, peyote en andere psychedelica. Volgens Sinclair beïnvloedde de psychedelische roes de gedachte dat het mogelijk was de industrieelkapitalistische spektakelmaatschappij ten val te brengen. Hoe kwam Sinclair in aanraking met dit milieu?

"Ik was een dichter en ben dat nog; ik was een muziekliefhebber en ben dat nog; ik schreef over muziek en doe dat nog. Bovendien sympathiseerde ik met Malcolm X en wilde ik een beatnik worden, net als Allen Ginsberg en Jack Kerouac. In 1964 trok ik vanuit Flint, Michigan naar Detroit. Ik hoopte daar de beatniks te vinden en wilde me bij hen aansluiten. Maar het duurde verdomme twee maanden voordat ik de eerste beatniks ontmoette! Plotseling waren ze daar: ik bezocht een undergroundfilmfestival en telde meer dan tweehonderd van die gasten. Jesus Christ, I thought, I knew these fuckers were here! Ik wilde een kunstenaar zijn: wie zich kunstenaar noemt in Amerika, bekent zich tot het lompenproletariaat. Je kiest voor werkloosheid. Kijk naar een stad als Detroit: je denkt toch niet dat daar fondsen of subsidies voor kunstenaars bestaan? Wij hebben nooit geld gekregen voor onze activiteiten. Kunstenaars leven in een voortdurende strijd tegen het Amerikaanse systeem dat buitengewoon onvriendelijk is voor mensen zoals wij. Daarom zocht ik ook naar aansluiting bij het zwarte activisme".

Vooralsnog bleven beatniks, kunstenaars, druggebruikers en Black Panthers geïsoleerde subculturen. Daar kwam verandering in toen Sinclair kennis maakte met een rockband die zich zojuist had genesteld in de binnenstad: The MC5. De groep was al opgericht in 1964 en speelde aanvankelijk rauwe rock & roll, ontleend aan de Rolling Stones en The Who. Bovendien hield de groep van jammen en van het experiment. Als jazzfans injecteerden ze een improvisatiementaliteit in hun performances en experimenteerden ze met hun apparatuur. Zo stak The MC5 de microfoons ver in de speakers, zette alle volumeknoppen op 11, gaf alle ruimte aan feed-back, en creëerde daarmee een volstrekt nieuwe sound: noise.

"Ik woonde een optreden bij van The MC5 - The Motor City Five - en was direct verkocht. Wat een band! Ik werd hun grootste fan en bezocht al hun presentaties en performances. Bang om iets te missen reisde ik achter The MC5 aan. Uiteindelijk sloten we vriendschap. In 1967 werd ik hun manager en 'ideoloog'. Noise bleek namelijk een uitstekend medium om de opstandige jeugd te radicaliseren en samen te brengen. En dat wilden we in Detroit. In feite fungeerde ik als een antenne - ik pikte van alles op en maakte mijn eigen subversieve mix: ideeën uit Parijs, New York, Londen, San Francisco, Chicago... ik wilde al die prachtige ideeën ook in Detroit verspreiden. The MC5 fokte vervolgens alles en iedereen op en werd zo het belangrijkste voertuig van de revolutie".

The MC5 schokte de blanke Amerikaanse burgerij en groeide eind jaren zestig uit tot de meest opwindende band van de Verenigde Staten. In 1968 kraakten ze in Chicago de verboden zone rondom het gebouw waar de Democratische Partij zijn conventie organiseerde. Deze ‘street rave’ - bekend geworden als het Festival of Life - lokte duizenden jongeren naar de zone die een snoeiharde performance bijwoonden, afgewisseld met opruiende preken. De eerste MC5-lp, Kick Out The Jams (1969), opent met zo'n kenmerkende preek: "Brothers & sisters, I want everybody to kick out for more, I wanna hear some revolution out there. Brothers & sisters, the time has come. You must chose. It takes five seconds of decision, five seconds to realize your purpose on this planet, five seconds to realize it's time to move. It's time to testify: I give you a testimony: The MC5". En dan de song: Kick Out the Jams, Motherfuckers! [Gooi alle remmen los, klootzakken!] Met deze openingszin schreeuwt Rob Tyner de longen uit zijn lijf waarna de band een ongehoord gore dosis punkrock produceert. De productie was in handen van John Sinclair: "Ik was producer, maar dat betekende in die tijd dat ik de producers uit de studio gooide omdat ik niet wilde dat The MC5 geproduceerd werd. Kijk, The MC5 had een waanzinnige sound met veel ondertonen en boventonen. En dan de volumeknop op 11. Ik merkte dat platenmaatschappijen en radiostations muziek censureren, want die onder en boventonen hoor je op de radio nooit. Ik eiste dat The MC5 de sound opnam zoals ze die ook live speelden. Kick Out The Jams werd dus niet geproduceerd".

De single komt uit in het voorjaar van 1969, maar platenmaatschappij Elektra (die ook The Doors onder haar hoede heeft) schrikt zo hevig van het effect op rebellerende jongeren dat de plaat snel gecensureerd wordt. Kick Out the Jams, Brothers and Sisters, heet de gekuiste versie, die nu zelfs de top-40 haalt. Kick Out the Jams [Motherfuckers] is zonder twijfel een van de meest revolutionaire rocksongs die ooit het vinyl haalde: gooi alle remmen los, laat je gaan, zaai onrust, steek alles in de fik, en fuck ieder racisme! The MC5 bestaat uit Wayne Kramer, Fred 'sonic' Smith (de latere echtgenoot van Patty Smith), Michael Davis, Rob Tyner en Dennis Thompson. De band propageert totale vrijheid, legalisering van alle drugs, is voor geslachtsverkeer in het openbaar en bekent openlijk steun aan de Black Panthers, door het oprichten van een White Panther Party. John Sinclair wordt hun spreekbuis en de platenhoezen van The MC5 worden gebruikt om het partijprogramma van de White Panthers te verspreiden. Het manifest - sterk beïnvloed door het oproer van 1967 - telt 10 speerpunten:

* volledige steun aan de Black Panthers;
* een frontale aanval op de cultuur door middel van rock & roll, drugs en seks;
* bevrijding van de economie en de afschaffing van geld;
* vrije verstrekking van voedsel, kleding, huisvesting, dope, muziek en medische zorg;
* vrije toegang tot alle denkbare media en technologieën;
* de bevrijding van tijd en ruimte;
* dekolonisatie van het onderwijs;
* het bevrijden van alle gevangenen;
* de afschaffing van het leger;
* mensen bevrijden uit de klauwen van bazen en leiders.

De 'politics of noise' is een merkwaardige politiek: we vinden geen verwijzingen naar socialisme, anarchisme of andere linkse ideologieën. 'Noise' was een opstand van het lichaam, van de zintuigen. Rockjournalist Dave Marsh schreef dat de 'bacchanalian orgy of high sound' mensen het gevoel gaf dat werkelijk alles mogelijk was. Het politieke standpunt van The MC5 bestond uit het neerhalen van alle barrières tussen band en publiek in een poging onderdrukte gevoelens en ideeën vrij baan te geven. The MC5 en Sinclair trekken in 1968 naar Ann Arbor - een opstandig universiteitsstadje met veel situationistische graffitty - en stichten daar hun befaamde Trans Love Energies-commune. Dit hoofdkwartier groeit uit tot het centrum van politieke agitatie in en rondom Detroit. De White Panther Party verandert haar naam omstreeks 1970 in de Rainbow People's Party. Waarop baseerde Sinclair de politiek van de noise?

"Dit is een uiterst lastige vraag. Kijk, onze scene had geen politieke achtergrond. We kwamen niet voort uit gevestigde politieke groeperingen. We hadden geen basis in de studentenbeweging, we hadden geen basis in de vakbonden van de auto-industrie. We wisten helemaal niks van politiek! We waren gewoon mensen die elkaar zagen zitten, van dope hielden, opgefokt waren door het racisme en de oorlog met Vietnam. Ik groeide op in de jaren vijftig - politiek was toen al geliquideerd. Er was helemaal geen politiek. Er was helemaal geen intellectueel leven voor de gewone man en vrouw. Politiek was dit: iedereen die niet tegen het communisme was, was een communist. Dit was het dagelijks leven in Amerika! Dit was het intellectuele leven in Amerika! Ik was een slachtoffer van dit klimaat. Nadat ik in 1960 van school kwam wist ik alleen dat ik wat anders wilde. Maar we hadden geen ideologische basis. We wisten verdomme niks van politiek, we wisten niks van Europa. Het enige dat we wisten was Nixon en Kennedy - dat was politiek! De Panthers en The MC5 waren cultuur. En dat predikte ik ook: wij zijn cultuur. Wat we doen is wat mensen doen: we willen liefhebben, trippen, leven, we houden van rock & roll... Dit is cultuur, we zijn verdomme geen idioten, dit is wat mensen doen. We are sons and daughters of the working class!"

The MC5 raakt al spoedig in conflict met Elektra. De maatschappij acht de band 'politically too hot to handle' en verbreekt alle contacten. De druppel die de emmer deed overlopen was een advertentiecampagne van de band tegen het censureren van Kick Out The Jams. In grote advertenties worden alle platenhandelaren die The MC5 boycotten beschimpt en belachelijk gemaakt. Het stuk wordt ondertekend met Elektra en dezelfde platenmaatschappij krijgt vervolgens de peperdure rekening van de advertentiecampagne gepresenteerd. Bovendien wordt Sinclair in 1969 gearresteerd wegens het bezit van marihuana en veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen en een half jaar - waarvan hij er uiteindelijk een tweetal moet uitzitten. The MC5 organiseert een benefietterne en sympathisanten organiseren in Detroit een speciaal festival waar zo'n 20.000 mensen op afkomen. Hier spelen onder anderen The MC5, Allen Ginsberg, John Lennon & Yoko Ono - die steeds verder radicaliseren en nu door de FBI worden gevolgd, maar ook Stevie Wonder en andere muzikanten uit de stal van Motown, de bekendste platenmaatschappij in Detroit. Stevie Wonder is dan al een gevierd artiest, maar hij smeekt de organisatie mee te mogen doen. Undergroundfilmmaker Steve Gebhardt maakte een prachtige documentaire over dit festival: Ten for Two: The John Sinclair Freedom Rally (1971). Optredens worden afgewisseld met toespraken van vooral zwarte activisten uit de beweging voor burgerrechten en propagandisten voor vrij druggebruik.

Als een hevig ontroerde Sinclair uiteindelijk wordt vrijgelaten lijkt de korte zomer van de anarchie plotseling voorbij. Sinclair raakt in conflict met The MC5 omdat alle benefietgelden naar propagandamateriaal voor de White Panther/Rainbow People's Party blijken te gaan. The MC5 wilde het geld louter gebruiken voor proceskosten in rechtszaken tegen activisten. Na de ruzie gaat het trouwens snel bergafwaarts met de band die er dankzij de punkrevival van 1977 weer even bovenop komt. De Rainbow People's Party beweegt zich geleidelijk naar een dogmatisch marxisme en wordt in populariteit voorbijgestreefd door de Human Rights Party, waarin vrouwen en homo's een grote rol spelen. Publicist Bob Black heeft een Dtroit-verleden, studeerde in Ann Arbor en woonde bij Sinclair om de hoek. In een vraaggesprek verhelderde hij de politieke ontwikkelingen in Detroit: "De Rainbow People's Party evolueerde in een autoritaire richting. Hun Trans Love Energies-commune bevond zich vlak bij de Xanadu-coöp. waar ik woonde. Wij steunden de nieuwe Human Rights Party die zich sterk maakte voor de rechten van homo's. De gemeenteraad van Ann Arbor kreeg zo het eerste openlijke homoraadslid in de Verenigde Staten".

Sinclairs dagen leken geteld. Sinclair en de voormalige White Panthers - ook beïnvloed door het machismo van de Black Panthers - verloren terrein aan de opkomende vrouwen en homobeweging. Maar er waren meer ontwikkelingen die Sinclairs project tegenwerkten. Er kwam een einde aan de jonge fusie tussen blanke en zwarte muziek, tussen blanke en zwarte radiostations. Vervolgens kozen ook veel Motownartiesten en producers voor het grote geld van de corporaties en verloor Motown zijn karakteristieke sound. Wie vandaag Motown zegt, denkt nog altijd aan die eerste generatie: Diana Ross, Stevie Wonder, Marvin Gaye, Smokey Robinson. In 1972 moet Sinclair toegeven dat zijn 'revolutie' ten einde is gekomen: "In 1972 was alles voorbij. Ieder aspect van onze autonome cultuur was inmiddels ingekapseld door de dominante cultuur. Voor mij markeert de opkomst van de zogenaamde 'underground radio stations' de ondergang van de tegencultuur. Deze stations waren helemaal niet underground, maar alternatief. Ze kozen louter voor een ander format en een nieuw publiek. Zij zorgden ervoor dat nieuwe culturele ontwikkelingen werden gedisciplineerd. Je kon nu gewoon naar de radio luisteren en 'revolutionaire' bands horen. Als luistervoer kan je dat accepteren. Je kan jezelf op basis van die muziek verbinden aan deze of gene subcultuur. Het is onschuldig. Bovendien waren in de loop van 1972 bijna alle radiostations opgekocht door grote media corporaties, zoals ABC. Het eerste gevolg was dat alle zwarte muziek weer verdween van de stations. Na 1972 kon je op een blank-georiënteerd station geen zwarte muziek meer horen. Geen Harold Melvin & the Blue Notes meer, geen Smokey Robinson, geen Sun Ra, geen Miles Davis. Het uiteenvallen van de 'counterculture' in subculturen begint in 1972. Toen begon wat we vandaag nog kennen als popcultuur - een enorm lucratief segment van de blanke cultuurindustrie, een goudmijn voor ondernemers die jongeren hun producten willen aansmeren. Consumptieartikelen hebben we nu in overvloed, maar het enthousiasme om de wereld een beetje mooier te maken is verdwenen. Rock & Roll bouwt geen interculturele bruggen meer, maar bevordert segregatie en de verkoop van lifestyles. De huidige popcultuur is een lachertje: t-shirts en petjes, dure tickets, stadionconcerten en kutmuziek van de Spice Girls, Madonna of de Smashing Pumpkins... dat is popcultuur".

"Natuurlijk bestaat er nog een ‘do-it-yourself-cultuur’ en dat is maar goed ook: het genot dat die activiteiten je schenken is op zichzelf al de moeite waard. Zij geven expressie aan de creativiteit en intelligentie van mensen. It feels good to make something, you know. We moeten verheugd zijn dat er nog mensen zijn die aan de mainstream willen ontsnappen en dat ze hun geluiden overal achterlaten, zoals in graffiti, dat vind ik een prachtig medium. Het laat je tenminste zien dat er nog mensen zijn. We hebben juist dringend behoefte aan deze 'immoral minorities'. Daarom moet ik niets hebben van die postmoderne blabla over het einde van de geschiedenis. Zolang er mensen zijn is er geschiedenis. Kapitalisme is ook geschiedenis, maar denk niet dat het dood is!"

"Maar ik zie dingen niet zo snel veranderen. Het tempo waarin arme en zwarte Amerikanen vandaag worden buitengesloten maakt me pessimistisch. Bovendien wordt de cultuur verder uitgehold en geliquideerd. Scholen in arme zwarte wijken hebben vakken als muziek en handvaardigheid al lang uit hun roosters geschrapt. Als je het mij vraagt wordt het alleen maar slechter - segregatie en racisme zetten vandaag de toon. Ons land wordt bestuurd door extreemrechtse politici als Newt Gingrich en door onvervalste Ku Klux Clanners. Ook Clinton is een echte nitwit, niet eens een democraat - we hebben trouwens helemaal geen democraten in de VS! Politiek... wij noemden onszelf ooit radicalen, mensen die iets voor elkaar over hebben - dat vindt je niet in de politiek".


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -