Index of /Muziek en Popcultuur/1989 Jongerencentrum No 90

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1989 Jongerencentrum No 90.pdf   03.02.2004 97kB -

1989

Jongerencentrum No.90 gesloopt


De sloop van jongerencentrum N0.90 is bij veel Oisterwijkse jongeren hard aangekomen. Ook zelf moest ik enkele traantjes wegpinken. Toch zal menig plaatsgenoot niet rouwen om de teloorgang van de karakteristieke houten blokhut aan de Vloeiweg. De loodgieter en brandweerman Piet van den Meijdenberg beet me ooit toe: 'Als die tent van jullie nog 's in de fik vliegt, dan rukken we niet uit en laten we zaak platbranden'. Vooral de fijne katholieken zagen in het honk (achtereenvolgens genaamd Het Walhalla, De Sponz, Ut Vloeike, De Zevende Hemel, Zeezicht en No.90) een sinister en luguber oord waar dochters verkracht zouden worden en heroïnespuiten van hand tot hand zouden gaan. Inderdaad bezochten geestverruimende hippies in de vroege jaren zeventig de hut waar ze naar Jimi Hendrix luisterden of uit de bijbel voorlazen. Eind jaren zeventig rukten de punks op en teisterden anarchistische herriemakers als de Brassers en Einsturzende Neubauten het dorp aan de vennen.

Maar in de jaren dat ik zelf actief was (1978-83) heb ik precies een enkele vechtpartij gemaakt (met een overigens onschuldige afloop) en stonden de meeste jongeren preutser tegenover druggebruik dan menigeen vermoedde. Ach, er werd wel eens blowtje buiten voor de deur gerookt en met je loonzakje in je broekzak kon je wel eens dronken worden, maar daar bleef het allemaal wel bij. Eigenlijk was het een 'softe' ontmoetingsplek. Het centrum leverde vrijwilligers voor Kindervakantiewerk, popfestivals, Wonderland en poppentheaters. Jongeren die zich in het vertrouwde Trappaf niet thuis voelden konden altijd in No.90 terecht dat een proeftuin werd voor een autonome jongerencultuur. Schrijvers, filmers, dichters, politici en muzikanten vonden allen hun weg naar de Vloeiweg. Zo bracht ik lange avonden door met Jules Deelder, Diana Ozon, Blixa Bargeld, Sjef van Oekel, Herman Brood, Drs. P., Hans Dulfer en talloze anderen waardoor ik eindelijk een gelegenheid kreeg mijn helden lijfelijk te ontmoeten.

De organisatie en het beleid vertoonde anarchistische trekken. Veel zaken bleven steken in een te grote democratische besluitvorming en bestuurlijke functies waren ronduit impopulair. Het grootste probleem vormde toch de bemoeizucht van de plaatselijke jongerenwerkers: successen in de jeugdcultuur werden opgeëist door de gemeente, terwijl dieptepunten op rekening van de jongeren kwamen (voor straf mochten we soms drie maanden geen activiteiten organiseren). Met name in de beginfase van De Sponz (1978-79) was dit een heikel punt.

De vrijdagse 'Sponzavonden' werden goed bezocht: vaak kwamen 175 tot 200 mensen opdagen waardoor onze kassa behoorlijk gevuld raakte. Iedere nacht dumpten we de cassette in de box van het jongerenwerk onder het motto: 'Hup, daar gaat weer wat poen naar de stichting'. Na ettelijke duizendjes te hebben weggeduwd begonnen we zelf tien procent achter te houden - je weet maar nooit waar dat leuk voor is. Toen we opgewonden plannen maakten om het geld te besteden ontstond echter een discussie die in het voordeel van de 'teruggevers' beslecht werd. Het geld keerde uiteindelijk terug in de box van de Stichting Jeugd & Jongerenwerk. Waarom deze anekdote? Hoe radicaal sommige jongeren zich soms ook mochten uiten, eenvoudige oprechtheid bleef steeds de toon van samenwerking. Dat er na dit gebeuren wel eens tientjes spoorloos verdwenen is een begrijpelijke keerzijde van de medaille.

Steun vanuit de lokale samenleving voor het jongerenhonk was er nauwelijks. We konden geen publiciteit maken en menig winkelier weigerde onze affiches. Bovendien voerde scholengemeenschap Durendael een felle hetze tegen De Sponz. De toenmalige vice-directeur Ben van Balen stelde zelfs dat een Sponzaffiche uitdrukking gaf aan propaganda voor druggebruik. Ook mochten we geen verbouwingen in het pand laten uitvoeren door werkloze jongeren. Liever stelde de gemeente dure bedrijven aan die zonder gecontroleerd te worden beroerd werk afleverden. Zo verving men de oude kachel door een heuse cv-installatie, maar werd vergeten het poreuze dak te repareren. De warmte vloog het dak uit en sindsdien bleken gasrekeningen onbetaalbaar.

Maar vooralsnog zit Oisterwijk weer zonder jongerencentrum. Wil het dorp niet opnieuw zijn jongeren kwijtraken aan Tilburg of 's-Hertogenbosch dan zullen nieuwe jongeren zich opnieuw sterk moeten maken voor een eigen - al dan niet legale - plek. No.90 is gesloopt. Daarmee is de kraamkamer van enkele van mijn mooiste herinneringen niet alleen verzwolgen; tevens verdween een archaïsche oase uit de kleine verstikkende atmosfeer van de Parel van Brabant.

Hoe prachtig het geluid van de bands aan de Vloeiweg klonk kan je vandaag nog slechts horen op de LP/CD Strategies against Architecture van Einsturzende Neubauten (Stumm/Mute 1983). Met mijn oude 'Eurofunk'-cassetterecorder tapete ik Blixa Bargeld com suis die mijn favoriete compositie Schwarz later op het genoemde vinyl vereeuwigden. Zonder No.90 is Oisterwijk nog 'schwarzer' geworden.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -