Index of /Marginalia/1996 William Morris

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1996 William Morris.pdf   13.12.2004 81kB -

1996

William, Janey & May Morris
Een opmerkelijk gezin in Victoriaanse tijd

Dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat kunstenaar, ecoloog en zakenman William Morris (1834-1896) overleed. De laatste vijftien jaar van zijn leven ontpopte Morris zich tevens als libertair socialist. Ter gelegenheid van Morris' sterfjaar publiceerde Fiona MacCarthy een prachtige biografie: William Morris. A Life for Our Time. MacCarthy publiceerde eerder al het mooie Eric Gill (1989) en schrijft onder meer voor The Guardian en The Observer.

Terecht wordt het sterfjaar van Morris met gepast respect herdacht. Bovendien zijn er maar weinig geëngageerde auteurs waarvan de biografie ook honderd jaar later nog tot de verbeelding spreekt. Morris is weliswaar honderd jaar dood, maar nog altijd oefent deze visionair een geweldige invloed uit, bij voorbeeld op vernieuwingsgezinde leden van het Britse Labour en op groene partijen in heel Europa. Zo spannen enkele Engelse MP's zich al jaren in om Morris op een nationale postzegel te krijgen en daarmee wereldwijd te getuigen van Morris' betekenis voor de huidige tijd.

Omstreeks 1 mei jongstleden, ironisch genoeg op de Dag van de Arbeid dus, maakte de Britse Post Office bekend dat het Labourverzoek niet kon worden ingewilligd. Morris was in de race met `Muffin the Mule' en verloor het gevecht met het anekdotische ezeltje op het nippertje. Morris exit. De beslissing van de Post Office deed Labour MP Robin Corbett stamelen: "Ik vind het verbijsterend dat deze lui de bijdrage van Muffin the Mule aan onze geschiedenis van een hogere waarde schatten dan die van de visionaire inspirator William Morris". Zijn collega George Foulkes sprak van een `waanzinnige belediging'.

Gelukkig zijn er ook een aantal tentoonstellingen ingericht waar we nu zelf kunnen reflecteren over de waarde van Morris' leven: over zijn werk op het breukvlak van design en kunst, zijn sociaal ondernemerschap, zijn filosofie van het ambachtswerk, zijn ecologisme, zijn utopisme en zijn socialisme. In Nederland werd de betekenis van Morris niet altijd even goed op waarde geschat. Goed, H.P.G. Quack besteedde in het zesde deel van zijn De Socialisten aandacht aan de `poeet van de sociale emancipatie', zoals de schrijver hem typeerde. De Morris-adept Lodewijk Simons eerde hem met artikelen in De Haarlemsche Courant (1896) en De Gids (1897) en Pieter Jelles Troelstra vertaalde Morris' gedicht The March of the Workers voor zijn bundel Van Leed en Strijd (1898). Verder dook Morris af en toe op in studies die de vooruitgangsgedachte, de industriële productiewijze en de aantasting van het landschap kritiseerden, gewoonlijk tegen de achtergrond van de invloedrijke criticus (en vriend van Morris) John Ruskin. Maar verder bleef het hier toch stil. Meer recentelijk was het Marius de Geus die in zijn studie Politiek, Milieu en Vrijheid (1993) zo'n vijftien pagina's besteedde aan Morris' esthetisch ecologisme, ofwel, aan Morris' levenslange streven naar een integratie van politiek, kunst en ecologie.

Over Morris' socialisme is al veel geschreven, toch bepaalde zijn politieke loopbaan slechts het laatste gedeelte van zijn spannende leven. Dit wordt zonneklaar als we de prachtige biografie lezen die Fiona MacCarthy wijdde aan het leven en werk van deze negentiende eeuwse dichter, kunstenaar en ziener. En het moet gezegd: zelden las ik een meer onderhoudende biografie die van begin tot eind bleef boeien. Ik wil en kan uit ruimtegebrek hier geen samenvatting bieden, want er is zoveel de moeite van het lezen waard dat iedere selectie van armoede zou getuigen.

MacCarthy ziet de kracht van Morris gelegen in zijn `neus voor plaats en tijd'. Morris was een geweldig observator, maar ook een geweldige dagdromer. Juist deze combinatie maakt een onderdompeling in Morris' leven tot een spannend avontuur. Waar Morris ook kwam, overal creëerde hij situaties en ruimtes waarbinnen mensen hun mogelijkheden optimaal zouden kunnen benutten en altijd behield hij een open oog voor talent en kwaliteit. De vertelwijze van MacCarthy is zeer creatief: ieder hoofdstuk behandelt een tijd en een plaats waar Morris geruime tijd vertoefde: zijn geboorte en jeugd in Walthamstow; de middelbare school van Marlborough; de universiteit van Oxford; het huis aan Red Lion Square; het befaamde, speciaal voor Morris ontworpen Red House in Upton; het huis in Queen Square; zijn verblijf op Kelmscott Manor; zijn bedrijf in Leek, enzovoorts.

Als er iets duidelijk wordt uit MacCarthy's beschrijvingen van Morris' omgevingen dan is het wel dat Morris zijn utopisme ontleende aan de invulling van zijn eigen woon- en werkomgeving. Zijn utopisme was praktisch van aard. Als Morris even pauzeerde in zijn drukke bestaan, dan scheef hij: in het schrijven vond hij zijn rustplekjes.

Het streven naar zoveel mogelijk vrijheid en tegelijkertijd geborgenheid binnen zelf gecreëerde situaties, vormt een rode draad in Morris' leven. Op een heerlijke wijze geeft MacCarthy een indruk van William Morris als een gedreven componist van zijn eigen levensfilosofie. Voortdurend in geldnood en snel interend op het kleine familiekapitaal, slaagt Morris er telkens weer in het kwalitatieve en het esthetische te beklemtonen. Hij doet dat met zijn bedrijf Morris & Co, een behoorlijk modern kunstbedrijf in een maatschappij die steeds meer uitgaat van kwantiteit en lelijkheid, want het is immers de tijd van de massaproductie. Opmerkelijk is ook dat hij trouw blijft aan zijn vriendenkring, een kring die al vorm krijgt in zijn universiteitsjaren en tot aan zijn dood min of meer intact blijft. Met hen vormt hij ook Morris & Co. Het blijkt een bedrijf dat weliswaar verre van efficiënt opereert, maar nooit concessies doet aan schoonheid en kwaliteit. Morris keurt designs en kleuren af indien ze niet voldoen aan de kwaliteit die hij in gedachten had, ook al is hij daarbij behoorlijk vaak een dief van zijn eigen portemonnee.

Ontroerend is verder hoe de schrijfster, naarmate Morris' leven vordert, steeds meer sympathie voor haar hoofdfiguur en zijn levenswijze begint te voelen. Dit komt niet op de laatste plaats voort uit MacCarthy's fascinatie voor de aantrekkelijke echtgenote van Morris: Janey. We kennen haar immers goed, want ze stond model voor menig schilderij van Gabriel Dante Rossetti die haar tot de prototypische pre-Rafaelitische vrouwenfiguur maakte. Zij trad niet alleen op als model voor Rossetti, maar ook voor Morris zelf, voor zijn trouwe vriend en collega Burne-Jones, en voor de fotograaf John R. Parsons die in 1865 in de tuin van Rossetti een unieke serie beelden schoot (wat mij betreft een hoogtepunt uit de vroege fotografie: een schitterend staaltje van gesublimeerde Victoriaanse erotiek).

Janey trouwde William Morris op jonge leeftijd, was van eenvoudige komaf en genoot zichtbaar van haar nieuwe status. Twee dochters worden geboren: de ziekelijke Jenny en May. In de loop der jaren echter, blijkt de relatie tussen Morris en Janey in emotioneel en seksueel opzicht behoorlijk teleurstellend. MacCarthy poogt het verstoorde en preutse liefdesleven van het Victoriaanse tijdperk te reconstrueren en geleidelijk brengt ze begrip op voor de ziektes en depressies van Janey – die soms weken lang op de divan doorbrengt. Ontroerend zijn de pagina's waarin McCarthy de reizen van de familie Morris naar Duitse kuuroorden beschrijft en verslag doet van de merkwaardige, new-age-achtige behandelingen.

De biografie is bovendien rijkelijk geïllustreerd met tientallen prenten van William Morris, getekend door Rossetti en Burne-Jones. We zien Morris gedichten voordragen aan Janey terwijl ze een bad neemt; we zien Morris ploeterend aan het werk met een gutsmes; Morris aan boord van een schip onderweg naar IJsland; Morris druk in de weer met een speciaal voor Janey's depressies ontwikkelde douche.

Nog opmerkelijker is de houding van Morris als echtgenoot. Ook hij beseft de kritieke situatie waarin Janey verkeert en reageert niet al te gefrustreerd als Janey een langdurige affaire begint met zijn goede vriend en womanizer Rossetti. Hij koopt zelfs een groter huis waar ook Rossetti zijn intrek kan nemen. Tragisch is de dood van Rossetti in de daarop volgende jaren: hij sterft als een waanzinnige, uitgeteerd door drugs. Ook Janey's relatie met een andere beruchte rokkenjager, Wilfrid Scawen Blunt, wordt in het boek breed uitgemeten. Opnieuw, naarmate het boek vordert neemt Fiona MacCarthy's bewondering voor de Morris en zijn kring toe: het blijkt een loyale en solide familie en vriendenkring waarop men altijd kon terugvallen. Het moge duidelijk zijn dat de schrijfster Morris' utopische en anarchistische denkbeelden niet als een gekke anomalie beschouwt, maar als volledig verweven met zijn persoonlijkheid en leven. Morris adoreert persoonlijke vrijheid, maar staat ook anderen toe hun vrijheid te nemen. Morris, op zijn beurt, vindt de vrouw van zijn leven in Georgiana, de echtgenote van zijn vriend Burne-Jones. Echtscheidingen vinden in dit Victoriaanse tafereel niet plaats, maar de speelruimte binnen de huwelijken lijkt opvallend groot.

Veel aandacht gaat ook uit naar May Morris, de dochter die in Williams voetsporen zou treden als de nieuwe drijvende kracht van de Britse socialistische beweging. In zijn voorkeur voor het socialisme stond Morris lange tijd alleen in de familie. Janey wilde er, ontworsteld als zij zich had aan de arbeidersklasse, niets van weten en ook Burne-Jones weigerde Morris te volgen in het socialisme. Deze situatie verandert als May ouder wordt en na haar achttiende fulltime in de beweging duikt. May heeft niet alleen bewondering voor de inspanningen van haar vader (zo geeft ze na zijn dood de Collected Works uit), ze ontpopt zich bovendien een uiterst gemotiveerde en gedreven socialist. Romantiek en avontuur spelen hier opnieuw een rol: blijkbaar had het vroege socialisme een erotische en avontuurlijke uitstraling in deze Victoriaanse jaren. Zo gaat MacCarthy uitvoerig in op May's affaire met de linkse schrijver George Bernard Shaw (alweer een beruchte rokkenjager) en vervolgens op haar `bekering' tot lesbienne.

William Morris, A Life for Our Time is een fascinerende biografie. En dan heb ik het nog niet eens gehad over Morris' reizen naar IJsland, Frankrijk en Duitsland, die werkelijk meesterlijk worden beschreven; over Morris' talenten als vormgever en kunstenaar; over zijn betekenis voor de Arts & Crafts Movement (waar hij overigens een opmerkelijk koele sympathie voor toonde) en over zijn woelige leven in de begindagen van de Britse arbeidersbeweging.

Morris wordt hier behoorlijk gedemystificeerd, maar ook opnieuw op zijn waarde geschat. Vooral zijn bezorgdheid over het milieu en zijn verbluffende `ecologische' bedrijfsvoering springen daarbij in het oog. Een opvallend aspect van het boek is toch dat ‘kunst’, ‘ecologie’ en ‘anarchisme’ bij Morris vooral levenslustig en praktisch worden ingevuld, daar ligt zijn betekenis. Wie louter zijn socialistische geschriften kent, is geneigd Morris een `intellectueel lichtgewicht' (Bart Tromp) te noemen. Wie echter kennis neemt van zijn biografie zal tot een ander oordeel komen.


Fiona MacCarthy, William Morris. A Life for Our Time (Paperback Faber & Faber Londen 1995), 780 pagina's, ruim 200 illustraties, (isbn. 0-571-17495-7).


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -