| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1992 Over blasfemie en de Rushdie-Affaire.pdf | 13.12.2004 | 61kB | - |
Over
blasfemie en de ‘Rushdie-Affaire’
Een boekbespreking
Nicolas Walter neemt een belangrijke plaats in binnen de Engelse beweging van vrijdenkers. Hij pleit in discussies en op opiniepagina’s altijd voor een constructief en tolerant anarchisme, waarbij hij ageert tegen ieder fundamentalisme - het anarchistische natuurlijk incluis. Daarnaast is eindredacteur van de Rationalist Press Association; de uitgeverij van de Britse humanisten en vrijdenkers.
In zijn laatste boek Blasphemy (1990) wijst hij op het repressieve beleid van de Britse overheid tegen allerlei vormen van godslastering. Hij doet dat in de hoedanigheid van secretaris van het Committee Against Blasphemy Law. Dit comité bepleit de onmiddellijke afschaffing van een wet die overtreders van religieuze normen veroordeelt. Godslastering is in Engeland altijd nog strafbaar. Maar dat is ook in Nederland het geval. De wet op godslastering dateert hier ten lande van 1932. Natuurlijk wordt hier geen laster tegen Jezus Christus bestraft, want Onze Lieve Heer is zelf niet in staat een klacht in te dienen. Nee, de wet is bestemd voor een 'gekrenkte gelovigen' die een ketter of atheïst op zijn pad ontmoet, die publiekelijk weinig vleiende opmerkingen over een van de vele goden maakt. Deze wet tracht dit 'krenken' te voorkomen. Zo maakte Gerrit Komrij in de winter van 1978-1979 nog kennis met de wet wegens een literaire persiflage op het laatste avondmaal. Publicist Anton Constandse meende in een eerder essay dat dergelijke beperkingen van de meningsuiting bedoeld zijn om angst op te wekken en een bevolking in toom te houden.
Ook Nicolas Walter
acht de wet onzinnig en in strijd met het recht op vrije meningsuiting. Hij
presenteert twee 'zaken' waarin de wet op godslastering
nadrukkelijk naar voren kwam. In de zaak de 'Satanic Verses' [De Duivelsverzen]
gaat hij in op de perikelen rond de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie.
Rushdie, lid van de Royal Society of Literature, behoort in het Verenigd Koninkrijk
tot een van de voornaamste progressieve intellectuelen. Hij werd berucht door
zijn felle uitspraken waarin hij Engeland als 'hopeloos racistisch en imperialistisch'
bestempelde. Walter beklemtoont vooral de politieke lading van het Rushdieconflict.
Aanvankelijk was er, toen De Duivelsverzen verscheen, geen commotie. Het boek
werd niet gelanceerd als een aanval op de
orthodoxie binnen de islam en het conservatisme van de islamitische gemeenschap.
Ook kwamen er geen boze reacties van lezers. Het gedonder begon toen Indiase
politici 76 pagina's (van de 550) interpreteerden als een westerse aanval op
de moslimtheologie.
Religieuze fundamentalisten pogen al vele jaren moderne islamitische literatoren de mond te snoeren. Zo wordt de beroemde Egyptische schrijver en Nobelprijswinnaar Nagib Mahfuz in islamitische landen met grote regelmaat gecensureerd. Dergelijke opvattingen werden in Engeland geïmporteerd door de Islamitic Foundation in Leicester die recentelijk onder moslims een kampanje tegen De Duivelsverzen begon. Onder hen bevonden zich vele moslims die anders nooit van het werk zouden hebben gehoord. Relevante citaten werden uit het boek gelicht en middels opruiende pamfletten verspreid. Inmiddels was het oktober 1988 en de gevoerde campagne bleek geen succes. Twee maanden later poogden enkele fundamentalisten opnieuw de zaak onder de aandacht te brengen en werden demonstraties georganiseerd waarin publieke verbrandingen van exemplaren van de Duivelsverzen plaatsvonden. Deze acties baarden internationaal opzien en in februari 1989 vaardigde wijlen Ayatollah Khomeini een 'fatwa' (religieus oordeel) uit: Rushdie verdiende de dood voor zijn godslastering. De afloop kennen we inmiddels.
Opvallend langzaam
kwam de Engelse steun voor Rushdie op gang. Walter schetst een chronologisch
beeld van de pogingen de auteur te steunen en toont ons tegelijkertijd een
blik achter de schermen van het Internationale
Comité ter Verdediging van Salman Rushdie. Deze solidariteitsbetuigingen
hadden een tweeledig effect. Allereerst kwamen het Engelse en het islamitische
deel van de Britse bevolking scherper tegenover elkaar te staan. Daarnaast
werden in islamitische landen of in landen waar veel moslims wonen politieke
vrijdenkers en religieuze fundamentalisten meedogenloze vijanden van de heersende
regimes. Dit conflict speelt nu een belangrijke ideologische rol in een groot
deel van de islamitische wereld.
Ook de Engelse politiek en overheid raakten in de problemen. Leden van de Labour
Party, waarop het gros der Aziaten en moslims sinds jaar en dag stemt, wilden
de Blasphemy Law uitbreiden, zodat zowel de christelijke religie als de islam
tegen godslastering zouden worden beschermd. Echter, tegelijkertijd diende
Labour zijn naam als voorvechter van de vrijheid van meningsuiting waar te
maken. Het leidde tot een hachelijk conflict. Enkele conservatieve MP’s
gingen wel erg ver. In december 1990 maanden zij justitie de politiebescherming,
die Rushdie als bedreigde Brit nog altijd geniet, onmiddellijk in te trekken.
Rushdie zou door zijn huidige openbare activiteiten, zoals het signeren van
boeken en het houden van lezingen, de staat financieel benadelen.
Maar ook Rushdie veranderde zijn houding. Dat hij als opgejaagd individu vandaag de keuze heeft gemaakt de dialoog met moslims op theologische wijze voort te zetten is een persoonlijke en legitieme beslissing. Al denken Nederlandse commentatoren daar anders over en wordt het woord ‘bekering’ vaak in de mond genomen. Een deel der huidige islamitische machthebbers staat nu eenmaal, tenminste voorlopig, geen secularisme of scepticisme toe. En dat terwijl de moslimcultuur zulke schitterende vrijdenkers en sceptici heeft voortgebracht, zoals Rumi, Abu Nuwas, Hakim Sanai, Al Ghazzali, Omar Khayyam en Ibn Rushd. Maar die Verlichting komt voor de huidige islamitische wereld nog te vroeg. Het boekje van Walter, Blasphemy, plaatst niet alleen de Rushdie-affaire in het licht van de geschiedenis van de godslastering, maar vat een actueel debat over de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting nog eens helder samen.
© Nicolas Walter,
Blasphemy; ancient and modern (Rationalist
Press Association, London, 1990) fl 15,-
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |