Frits van Dartel: Brabants anarchisme
Indien het anarchisme in Brabant ter sprake wordt gebracht dan wordt meestal
opgemerkt dat het om 'buitenstaanders' gaat; 'Hollanders' die van boven de
rivieren naar het donkere zuiden trokken om de 'onbeschaafde boeren' een
rode of zwarte mentaliteit bij te brengen . Toch ging een geweldige impuls
uit van de reizende sigarenmakers uit de regio 's-Hertogenbosch die op vele
plekken in Brabant hun anarchisme achterlieten. Een voorbeeld vinden we in
het leven van Frits van Dartel (1876-1956), een Bossche sigarenmaker en 'nomade',
die zeer actief was in de ontluikende vakbeweging in Oisterwijk.
Frederik van Dartel wordt geboren in 's-Hertogenbosch in een doorsnee katholiek
gezin. Hij had nog zes broers en twee zussen. Zijn moeder sterft op jonge leeftijd
waardoor de kinderen onder vaders hoede komen. Vader Van Dartel is een reiziger,
een zeeman, die zijn kinderen onderbrengt bij de fraters omdat hij geen tijd
heeft zich om het gezin te bekommeren. Hier, in dit 'gesticht', zoals de Van
Dartels het tehuis noemden, kregen de kinderen 'meer slaag dan eten' waardoor
Frits het katholicisme definitief achter zich liet. Na zijn schooltijd wordt
hij sigarenmaker, een vak dat steeds belangrijker werd voor de Brabantse economie.
De Bossche sigarenmakers waren echter rood en zelfs anarchistisch bij uitstek.
Ze blijken actief in de groep Vrije Socialisten (die lange tijd veel groter
en invloedrijker was dan de plaatselijke SDAP) en hebben drank en vlees afgezworen.
In de jaren tachtig en negentig zwerven de sigarenmakers enkel getooid met
een plunjezak en hun snijmesje door Nederland, Duitsland en Belgie waar ze
steeds aankloppen bij fabrieken die sigaren maken. Indien het werk of de plek
niet langer bevredigt of een stille periode kent, reizen ze weer verder. In
de vakbladen roepen patroons de reizigers op hun fabriek toch vooral te bezoeken.
Ook Frits trekt rond en doet omstreeks 1890 Oisterwijk aan waar hij gaat werken
in de befaamde fabriek De Huifkar. Hier staat hij aan de basis van de eerste
vakbond en weet hij een grote invloed op de Oisterwijkse sigarenmakers - en
later ook de lederbewerkers - uit te oefenen. Hij organiseert spreekbeurten,
schrijft in kranten en linkse periodieken (zoals het anarchistische blad De
Toekomst) en hekelt de plaatselijke geestelijkheid. Vooral de socialistenvreter
kapelaan Huybers beschouwt Van Dartel als zijn persoonlijke vijand. Hij weet
diens huwelijk te ontwrichten - door druk uit te oefenen op de familie van
zijn vrouw - en slaagt er uiteindelijk in hem te broodroven. Huybers stelt
een manifest op tegen het vloeken in de fabrieken en van deze hetze wordt Van
Dartel de dupe. Zijn afscheidsrede, op de trappen van de fabriek, maakte grote
indruk, zo deelden enkele oudere Oisterwijkers ons met een brok in hun keel
mede. Na het Oisterwijkse avontuur gaat Frits weer aan het zwerven en leert
hij heel wat fabrieken van binnen kennen. Tot zijn weinige bagage hoort het
portret van Domela. In Den Haag bouwt hij van een ijzeren bak een woonschuit
die achtereenvolgens Revolte, Liberte en Johanna (naar zijn derde vrouw) gedoopt
wordt. Tot aan het einde van zijn leven blijft hij een zwerver, en bovenal
anarchist. Uiteindelijk bezijkt hij in 1956 in een bejaardentehuis te Purmerend.
Maar terug naar Oisterwijk. Aanvankelijk kent de plaats in 1891 slechts een
enkele vakbond voor sigarenmakers en zowel de reizende als de autochtone sigarenmakers
voelen zich hier thuis. De katholieke repressie is echter zeer hevig: de sociale
controle wordt opgevoerd door preken vanaf de kansel; katholieke onderwijzers
leren hun kinderen scheldwoorden voor andersdenkenden; boeren staan toe dat
hun zoons knokploegjes formeren om protestanten en 'rooien' te intimideren;
zaaleigenaars worden onder druk gezet hun lokalen niet te verhuren aan niet-katholieken,
etc. Het sterkste wapen tegen de socialisten blijkt de eigen vakorganisatie
die er in 1901 dan ook komt. Tot ergernis van de pastoors worden er echter
geen sigarenmakers lid van de katholieke bond, ook de katholieke sigarenmakers
niet. Slechts een handjevol sorteerders kan worden losgeweekt. De aanvallen
van Huybers en zijn companen worden nu persoonlijk en een voor een worden de
katholieke sigarenmakers gemaand hun 'rooie' bond te verlaten. Uiteindelijk
blijkt dat zij die een huis en een gezin hebben voor de katholieke kiezen en
de moderne bond verlaten. Dit heeft echter wel tot gevolg dat de katholieke
bond een 'rooie' bond wordt. Het katholieke bondslid Ties Kosters vertelde
ons: 'Niemand was pro-katholiek in die dagen. Als de RK Harmonie bijvoorbeeld
voorbij kwam dan stoften wij als sigarenmakers met onze klompen in het zand
waardoor het spelen in de stofwolken onmogelijk werd gemaakt'.
De intolerante houding van de geestelijkheid heeft tot gevolg dat de sigarenmakers
zich steeds onverzoenlijker opstellen jegens het katholieke regime, iets wat
de pastoors niet voorzien hadden. Alhoewel Van Dartel de oprichter was van
de zich op Bakoenin beroepende Federatie van Sigarenmakers en Tabaksverwerkers
kan toch ook niet van een bloeiende Oisterwijkse afdeling gesproken worden.
Na de grote staking van 1908, waarin de RK-bond successen boekte, zaten de
katholieken vaster dan ooit in het zadel, al weerden zij zich in toenemende
mate met 'rooie' argumenten. Als de lokale elite veel later een standbeeld
van kapelaan Huybers onthult in de Dorpsstraat blijken onbekenden het beeld
al besmeurd te hebben met vette zult die door de warme zon is gaan uitlopen.
Ook na de onthulling blijft het gerichte vandalisme tegen de kop aanhouden
waarop het beeld uiteindelijk verhuist naar een stille rand van de gemeente.
Ook een geschilderd portret van Huybers, in de foyer van De Kunstkring, wordt
meerdere malen door messteken gehavend: het huidige schilderij is vandaag al
vele malen kleiner dan het oorspronkelijk was. Het kan verkeren onder katholieken.
* Over sigarenfabriek De Huifkar, de vele reizigers en autochtonen die hier
voor langere of kortere tijd werkten, en het bedrijfsmanagement schreef ik
met Ad van den Oord en Jacqueline de Vries het boek, De Huifkar. Een geschiedenis
van de fabriek en haar personeel (uitgave WIGO 1988, Dr. Desainlaan 10, 5062
EK Oisterwijk).