Index of /Marginalia/1988 De Huifkar/Hoofdstuk 6

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
Hoofdstuk 6.pdf   13.03.2004 48kB -

HOOFDSTUK 6

DE 'HUIFKAR-MYTHE' LEEFT VOORT

Na een periode van kommer en kwel stierf De Huifkar uiteindelijk een zachte dood. Alida Holdtgrefe en haar man Munninghoff zagen geen heil meer in exploitatie en kozen voor liquidatie.
Toch bleef de merknaam gewoon doorleven. Nog altijd bleken fabrikanten erin geïnteresseerd de legendarische koningssigaar te produceren. De licenties voor het buitenland gingen naar Zwitserland. Een firma uit Burg in Aargau zette de productie voort op een zo oorspronkelijk mogelijke wijze (1). De inmiddels bijna opgedoekte firma Hamers en Co besloot sigarenmakers vanuit Oisterwijk naar Zwitserland te sturen om ambachtslieden aldaar het ware vak te leren. Allereerst vertrokken voormalig directeur De Haan en chef Jan Huijgers. Zij zouden de Zwitsers met organisatorische adviezen van dienst zijn. Later zouden er ook sigarenmakers komen.
Een van die sigarenmakers was Ties Koster. Aan de vooravond van hun vertrek kwamen ze bijeen bij Alida Munninghoff. Koster ontmoette daar ook de andere Zwitserlandgangers Pietje Velthuizen en de Tilburger Janus de Kok. De sigarenmakers kregen geld om in Tilburg fris ondergoed en reiskoffers te kopen. Ook stopte Alida Munninghoff de mannen fl. 100,- toe voor onderweg. De trein ging via Keulen naar Basel. Op het station werden de Oisterwijkers opgewacht door een Zwitser met een klein Nederlands vlaggetje. Vanuit Basel reisde men naar het plaatsje Burg. Daar had de firma een hotel gereserveerd voor de gasten. De lonen waren beslist goed, maar naast slapen en werken viel er in Burg niet veel te beleven: "Er was niks georganiseerd, er waren maar drie cafés", zo mopperde Koster (2). Drie maanden bleven de sigarenmakers in Zwitserland. Volgens Koster leerden zij aan zo'n 400 Zwitsers het vak.
Maar naast de Zwitserse sigaren bleef de merknaam ook in Nederland. De binnenlandse licenties gingen naar Smit & Ten Hoven in Kampen. Een doorslaand succes was dat niet, zo vertelde ons de ex-directeur Paul ten Hoven (3). Nadat dit bedrijf van de Nederlandse markt verdween kwamen de rechten bij Douwe Egberts terecht. Maar ook daar sprong men geen gat in de lucht. In ruil voor de merknaam kreeg Alida Munninghoff contractueel een vaste uitkering, bestaande uit een deel van de omzet en eventueel aangevuld met een extrabedrag om aan de minimumafspraak te geraken. Maar de omzet stelde niets voor en aan dat minimum kwam Douwe Egberts nooit. Kortom, Huifkarsigaren kostten meer dan ze opleverden. Vandaar dat men in de loop der jaren trachtte van het contract met Munninghoff af te komen. Aan deze zaak zijn heel wat advocaten te pas gekomen als we de voormalige eigenaresse mogen geloven (4).
De laatste officiële tekenen van bestaan dateren uit het voorjaar 1972. Een van de laatste trouwe Huifkarrokers was de liberaal Harm van Riel. Hij schijnt overigens Hans Wiegel het sigaren roken te hebben geleerd met Huifkarsigaren. Daarna ging De Huifkar 'zwerven' om enige jaren geleden bij AGIO terecht te komen. AGIO?directeur N. Raymakers meende in te kunnen spelen op recente successen van dure kwaliteitssigaren als Davidoff, Hajenius en Oud?Kampen. Het grootste probleem ondervond AGIO bij het zoeken naar authentieke sigarenplanken. Acht maanden lang stroopte Raymakers de wereld af, echter zonder succes (6).
De nieuwe 'handmade Sumatra-sigaren' van De Huifkar zijn slechts voor een deel met de hand gemaakt. Sigarenmakers rollen het dekblad om het machinaal geprepareerde bosje. Om de exclusiviteit te vergroten heeft AGIO alle afzonderlijke kistjes genummerd. Op een kleine afdeling werken vier sigarenmakers aan de Huifkarsigaren. Per week leveren zij toch zo'n 2000 sigaren af. Een van hen wees op het uitsterven van het vak (7):
"Wij zijn de laatsten der Mohikanen, niemand van de jongere garde die hier werkzaam is, kent nog dit pure handwerk zoals wij dat hier doen. We moeten er toch een paar gaan opleiden, want als wij er straks niet meer zijn is het hier met het echte handwerk gedaan"
AGIO berekende dat de markt van Huifkarrokers momenteel bestaat uit ongeveer 4000 liefhebbers. Maar directeur Raymakers zweert bij kwaliteit: "Je moet iets hebben waar je mensen trots op kunnen zijn" (8). Natuurlijk is de sigaar als zodanig in haar bijna honderdjarig bestaan flink veranderd. Een Hamers-sigaar is geen Raymakers-sigaar, maar heten beide De Huifkar. Maar dankzij AGIO leeft de mythe van de Nederlandse 'haute-couture sigaar voor koningen en prinsen' voorlopig nog voort.
De laatste echte Huifkar-erfgenaam Alida Munninghoff-Holdtgrefe, stierf op 2 november 1987 in haar laatste woonplaats Den Haag, kort na haar negentigste verjaardag. Slechts enkele oudere Oisterwijkers zijn nog in staat persoonlijke herinneringen aan de fabriek en haar geschiedenis door te geven aan het nageslacht. De sloop van de Huifkar-villa, eind 1987, symboliseerde op melancholieke wijze de onontkoombare loop van de geschiedenis. Misschien dat dit boek een bijdrage levert aan het levend houden van een stukje Oisterwijkse geschiedenis.


info@siebethissen.net   - - -