Index of /Marginalia/1988 De Huifkar/Hoofdstuk 4

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
Hoofdstuk 4.pdf   13.03.2004 103kB -

HOOFDSTUK 4

DE SIGARENMAKERS, HUN VAKBONDEN EN HUN STRIJD

REIZENDE SIGARENMAKERS

Al voor 1880 startten de gebroeders De Kuijper de eerste sigarenfabriek in Oisterwijk. De fabriek werkte in het begin uitsluitend met arbeiders uit andere plaatsen. Er woonde immers in Oisterwijk niemand die het sigarenmakervak beheerste. De sigarenmakers waren duidelijk vreemden in het dorp en onder hen bevond zich een divers gezelschap van zwervers, vrijgezellen en anderen die geen vaste woonplaats bezaten en geen geregeld gezinsleven hadden.
De sigarenmakers vervoegden zich bij de chef of meesterknecht van de fabriek en moesten dan een soort toelatingsexamen doen. Er werd de reizende sigarenmakers gevraagd om een proefsigaar te maken. Was die sigaar van voldoende kwaliteit dan werd de sigarenmaker aangenomen. Dat was niet altijd het geval. Zo kwam er eens een Bosschenaar bij De Huifkar om werk. De chef liet deze sigarenmaker aan de slag gaan maar constateerde na een uur verbaasd dat er niks van terecht kwam. De sigarenmaker had sigaren geproduceerd van allerlei lengte en dikte. Daarom vroeg de chef: "Wat voor sigaren kun je eigenlijk maken", waarop de Bosschenaar antwoordde: "Ik kan niks anders dan mooi weer maken". Daarop kon de bedrieger natuurlijk vertrekken (1). Na enige tijd "in de kost te hebben gelegen" (2) gingen de sigarenmakers weer na een andere plaats. Als het logies of het werk ze niet aanstond verdwenen ze weer snel. Een sigarenmaker was relatief onafhankelijk van de fabriek en de patroon. Of zoals ex-sigarenmaker Ties Koster het uitdrukte "Als het hen ergens niet beviel dan zeiden ze:'Ik naai d'r uit!'. Als sigarenmaker had je alleen je sigarenmakermesje nodig en verder niets. Je kon zo ergens anders heen" (3). Verhuizen was voor die reizende sigarenmakers niet zo'n probleem, hun hele hebben en houden vervoerden ze in een dicht geknoopte zakdoek (4).
De onderlinge solidariteit was groot. Wanneer er in Oisterwijk sigarenmakers aanklopten die geen werk konden vinden, gingen de werkende collega's met de pet rond zodat de reizigers verder konden trekken. Nadat de sigarenmakers zich gingen organiseren werden de reizigers meestal vooraf gewaarschuwd. Als er slapte heerste verschenen er in het blad De Sigarenmaker oproepen om niet naar Oisterwijk te komen.
Van enige organisatie der sigarenmakers was in Oisterwijk voorlopig nog geen sprake. Noord-Brabant was bij de sigarenfabrikanten geliefd omdat verzet er slechts sporadisch voorkwam:
"Och, die arme lui in Noord-Brabant zijn met weinig tevreden en komen niet zo gauw in opstand, al wordt er zoo nu en dan eens een snee brood weggekaapt van de reeds schraal voorziene tafel, waaraan vrouw en kinderen zitten te hunkeren", aldus een lid van de Internationale Bond van Sigarenmakers (5). Ook de houding van de patroons was niet welwillend. De Kuijper weigerde in 1901 nog om georganiseerde arbeiders in dienst te nemen. In De Sigarenmaker werden de arbeiders bij De Kuijper toch opgeroepen om lid te worden van de bond om zo gezamenlijk de slechte positie van de arbeiders op de fabriek te verbeteren (6). Bij De Kuijper zouden slechte arbeidsvoorwaarden heersen. De Kuijper nam zelf nieuwe arbeiders aan en liet hen onder het loon werken. De rest van de sigarenmakers werd daarna gedwongen om ook datzelfde loon te accepteren op dreiging van ontslag (7).

WERKSTAKING BIJ DE KUIJPER

Verzet tegen de toestand op de fabriek van De Kuijper was er wel degelijk. In het begin van 1891 brak er, geheel onverwacht, een werkstaking uit. De inspecteur van de arbeid was zeer verontrust en wilde van de Oisterwijkse burgemeester een uitvoerige beschrijving van de werkstaking. Hij wenste namen van de directeur en werkers die wel en niet aan de staking hadden deel genomen. Hij wilde verslag doen aan de minister van justitie. "Tevens zou het mij zeer aangenaam zijn eveneens de namen en voornamen te mogen ontvangen van den te Oisterwijk woonachtige sociaal-democraten" (8).
De Kuijper werd toen door de burgemeester verzocht een verslag te schrijven. Hij stelde daarin dat er geen vergelijking mogelijk was met andere stakingen in het land waarbij het steeds om loonsverhogingen ging. In de fabriek van De Kuijper was de oorzaak onduidelijk. Er was een twist tussen de sigarenmaker F. de Best en de meesterknecht Bredenbach. De overige sigarenmakers losten de ruzie niet op zodat De Kuijper de politie alarmeerde. De Best werd verwijderd nadat hem een mes was ontnomen. Hij kreeg op 26 januari 1891 ontslag. De volgende dag vervoegden zich weer alle sigarenmakers bij de fabriek doch omdat De Kuijper vond dat er "eenige onder waren welke verdacht voortkwamen zeer de richting van het socialisme te zijn toegedaan" (9) werd aan een tiental sigarenmakers de toegang tot de fabriek ontzegd. Een sigarenmaker nam het woord en sprak namens allen dat niemand zou werken als er maar een sigarenmaker werd uitgesloten. Bij de staking traden sigarenmakers als F. de Best, J. Penders, G. Bechteld, Goud, W. v.d. Ven, J. v.d.Linden, J. Peters, Jan Goud, W. Haleraken en G. v.d.Boomen op de voorgrond. De staking was spontaan en miste duidelijk organisatiekracht. Enkele arbeiders gingen na verloop van tijd toch weer aan het werk, anderen vertrokken naar elders en sommige begonnen voor zichzelf. Volgens De Kuijper moest er in Oisterwijk rekening worden gehouden met het feit dat de arbeiders enigszins de sociaal?democratische beginselen waren toegedaan, maar een enquête houden achtte hij niet nodig en onmogelijk: de arbeiders zouden voor een deel "zeer onontwikkelde lui" zijn en de enquêtecommissie zou derhalve slechts "vermoedens kunnen opdoen en bijgevolg onjuiste denkbeelden vormen".
De staking bij De Kuijper verliep en had voorlopig geen gevolgen voor de vakbondsontwikkeling in Oisterwijk. In de fabriek van De Kuijper werkten in 1891 26 mannen en 6 kinderen (10), die grotendeels van 'buiten' kwamen en na enige tijd doorreisden naar andere plaatsen. Van enige vaste organisatievorm was nog geen sprake.

HET ONTSTAAN VAN DE EERSTE VAKBONDSORGANISATIE

In 1864 werd in Amsterdam door sigarenmakers een eerste plaatselijke bond gesticht, die onder andere relaties aanknoopte met de 'Eerste Internationale' van Marx en Bakoenin. Tijdens een staking om het recht op organisatie in 1873 werden alle leden van de bond, de Internationale Sigarenmakersvereeniging, uitgesloten door de patroons. De sigarenmakers weigerden hun bond te verlaten en kregen steun van andere bonden en zelfs uit het buitenland. Na enige maanden moesten zij echter hun strijd opgeven. Daarna was er een tijdlang geen sprake van organisatie. Er waren wel onderlinge ziekenfondsen en dergelijke, die soms ook door de patroons werden gesteund.
In 1887 werd de 'Nederlandse Internationale Sigarenmakers en Tabakbewerkersbond' opgericht. De bond was in zoverre 'internationaal' omdat ook Belgen, die in de Nederlandse sigarenindustrie werkzaam waren, lid waren van de bond. In de statuten van deze bond werd het doel als volgt omschreven:
"a. de stoffelijke en zedelijke verheffing zijner leden; b. het verkrijgen van hun burgerlijke en politieke rechten" (11).
Er mankeerde nog heel wat aan die rechten. Zo had het merendeel van de arbeidersklasse nog geen kiesrecht, en organisatie op vakbondsgrondslag was in de praktijk vaak verboden. De 'Internationale Bond', zoals de vakbond al snel genoemd werd, moest daarover dan ook heel wat conflicten uitvechten. In plaatsen als Culemborg, Veenendaal, Zutphen, Kampen en Boxmeer kregen de leden van de Internationale Bond van de patroons de keus: of uit de bond of uit de fabriek.
Zo bestond er in 1894 al een afdeling van de bond te Boxmeer. Al spoedig gingen de burgemeester, de pastoor en het Noord-Brabants Dagblad tot de aanval over. De burgemeester eiste van de vakbondsleden dat zij voor hun organisatie bedankten. Er werd over hen gepreekt in de kerk en het houden van Pasen zou aan de bondsleden worden geweigerd. Maar niets hielp, de sigarenmakers bleven recht overeind staan. Toen werden de patroons bewerkt en op 9 maart 1894 stonden de 19 bondsleden op straat. De uitkeringen, door de vakbond verstrekt, moesten op straat worden uitgekeerd want geen enkele zaalverhuurder durfde de Internationale Bond binnen te laten. Ongeorganiseerden uit andere plaatsen werden naar Boxmeer gehaald om als onderkruiper dienst te doen. Het conflict duurde tot medio juni. Toen gaf de bond haar strijd op omdat er geen uitzicht was op winst. De uitgeslotenen moesten allemaal Boxmeer verlaten. Van der Hoeven schreef in zijn boek over de Nederlandse Bond van Sigarenmakers en Tabaksbewerkers (het woordje 'Internationale' verdween in 1906) dat het conflict weliswaar werd verloren maar dat "het voor de organisatiegeest in Noord-Brabant toch wel betekenis gehad (heeft)" (12).
De bond kwam niet alleen op voor zijn eigen bestaansrecht maar nam ook deel aan de kiesrechtbeweging en de bewegingen voor staatspensioen en staatsonderwijs. Niet iedereen in de bond was het eens met deze politieke opstelling. In het blad De Sigarenmaker verschenen in de periode van 1897 tot 1900 regelmatig oproepen om een neutrale bond te worden die alle sigarenmakers kon omvatten. Maar aangezien de meeste leiders en kaderleden lid waren van de socialistische beweging kon dit moeilijk verwezenlijkt worden.
Bovendien gingen de protestanten en de katholieken hun eigen bonden opzetten. In 1897 kwam de 'Nederlandse Rooms Katholieke Tabaksbewerkersbond' tot stand, merkwaardig genoeg niet eerst in het zuiden van het land maar in het noorden. Twee jaren later onstond de 'Christelijke Bond van Sigarenmakers en Tabakbewerkers in Nederland' met aanhang vooral in Kampen.
In 1904 vond er een splitsing plaats in de 'Internationale Bond'. Deze splitsing was een gevolg van het interne conflict binnen de socialistische beweging tussen anarchisten en sociaal?democraten. De laatsten wensten een centraal geleide vakbond en geen bond waar iedere afdeling een 'staak maar raak' mentaliteit ten uitvoer kon brengen. Bovendien wilden zij weerstandskassen beginnen om de organisatie enig uithoudingsvermogen te geven. De sigarenmakers kozen in overgrote meerderheid voor deze politiek en de Nederlandse Bond zou zich in 1906 dan ook aansluiten bij het NVV. De antipolitiekers en anarchisten konden zich met het 'moderne' vakbondstandpunt niet verenigen en zij traden in 1904 uit om de 'Federatie van Sigarenmakers en Tabaksbewerkers in Nederland' te vormen, die zich aansloot bij het NAS.
De onderlinge krachtsverhoudingen kunnen we aflezen in onderstaande tabel:

TABEL 7 AANTAL VAKBONDSLEDEN (LANDELIJK)

organisatie: aantal leden in:
  1895 1900 1905 1910 1914
Nederlandse Bond 1400 2200 1600 3298 5933
Federatie _ _ 1400 1177 1522
RK Bond     1229 2306 4193
Christelijke Bond _  _ 200 314 786

BRON: K.Sluyterman, Dutch Cigar Industry and Social Consciousness among Cigarmakers,
1870-1914, z.p., 1982, p.10

In de beginperiode hadden ook de confessionele bonden vaak te maken met tegenstand binnen hun eigen zuil (de elite) en van de werkgevers. Staking was een veel gebruikt middel om het recht van organisatie te bevechten. Andere mogelijkheden waren ook nauwelijks voorradig. De coöperatieve gedachte leek wel haalbaar voor de sigarenindustrie maar kwam niet van de grond. Het was blijkbaar voor een gewone sigarenmaker niet eenvoudig om kapitaal bijeen te scharen en relaties op te bouwen in de kring van de sigarenafnemers (13).
De sigarenmakers vertoonden, in vergelijking met andere beroepsgroepen, een hoge organisatiegraad en veel collectieve actie. Een aantal mogelijke oorzaken hiervoor waren: a) de mogelijkheid om zelf de productie op te starten (een gevoel van onafhankelijkheid), b) de fabrieksorganisatie leende zich voor het houden van discussies tussen de werkers onderling, c) sigarenmakers waren geschoolde arbeiders. In het noorden was de organisatiegraad het hoogst maar ook in het zuiden waren de sigarenmakers duidelijk beter georganiseerd en militanter dan de andere arbeiders.

DEN BOSCH: TOEGANGSPOORT VOOR HET SOCIALISME IN HET ZUIDEN

Door colportage met 'De Volkstribuun' van Vliegen en Pieters en door redevoeringen van Van Emmenes en Van Kol kwam Den Bosch al ver voor de eeuwwisseling in aanraking met het socialisme. Spiekman, de grote propagandist voor het socialisme in Noord-Brabant, woonde vlakbij Den Bosch. Den Bosch was, na Bergen op Zoom, de tweede stad in Brabant met een SDAP-afdeling. Invloedrijker, in Den Bosch, was echter een groepje Vrije Socialisten, aanhangers van Domela Nieuwenhuis. Hun denkbeelden waren revolutionairder en ethischer van aard dan de ideeen van het wetenschappelijke socialisme van de toenmalige SDAP. Zij vonden hun aanhang met name onder de sigarenmakers van Goulmy en Baar. Deze hadden ook hun invloed op de afdeling van de Internationale Bond, die in Den Bosch al vanaf 1895 bestond en ook daarvoor al aanhang had. De afdeling organiseerde scholings- en ontwikkelingsavonden en richtte met de Vrije Socialisten een drankbestrijdersvereniging op.
De afdeling Den Bosch week sterk af van de landelijke Internationale Bond, zeker toen in 1899 de landelijke bond brak met het gedecentraliseerde NAS. De invloed van de Vrije Socialisten in Den Bosch was aan dat afwijkende beeld niet vreemd.

DE INTERNATIONALE BOND IN OISTERWIJK

De komst van Hamers en zijn fabriek naar Oisterwijk had tot gevolg dat er veel meer sigarenmakers in Oisterwijk kwamen. Had De Kuijper slechts zo'n 20 arbeiders in dienst, Hamers ging het in de beginjaren voor de wind en hij breidde zijn fabriek gestadig uit.
De fabriek van De Kuijper liep steeds verder terug, hoewel er in 1899 een plotselinge, doch tijdelijke, opleving plaatsvond. In dat jaar was er zodoende een sterke toename te constateren van het aantal werkers in de sigarenindustrie in Oisterwijk. In 1898 werkten er 56 mensen, in 1899 92 mensen (14).
In 1899 vond de oprichting van de afdeling Oisterwijk van de Internationale Bond plaats. Eerst in het geheim komen we de "afdeling O" tegen in De Sigarenmaker van 15 juli 1899. De afdeling trad in oktober van dat jaar in de openbaarheid. Het bestuur werd gevormd door W. van Thuyl, J. Walters, H. v.d. Wijngaard, W. Zappy en P. v.d. Hout (15). Het bleek toch vooral een afdeling te zijn die door reizende sigarenmakers bevolkt werd. Dit valt op te maken uit de activiteiten van de afdeling. Zo kondigde de afdeling aan op 19 februari 1900 een huishoudelijke vergadering te houden waarbij "alle reisboekjes present zullen zijn, in de hoop dat de vergaderingen voortaan wat beter bezocht zullen zijn dan de vorige, toen nog geen 1/3 deel der leden aanwezig was" (16). Secretaris van de, met vijftig leden bloeiende, afdeling was J.D. Walters, die woonde "bij het station", waaruit afgeleid kan worden dat ook hij een reizende sigarenmaker was. Ook de protestantse gebroeders Van Thuijl speelden een belangrijke rol bij het opzetten van de Oisterwijkse afdeling. Daarnaast organiseerden zich echter ook plaatselijke sigarenmakers in de Internationale Bond. Dat valt op te maken uit familieannonces in De Sigarenmaker. We komen namen tegen van M. v.d. Boogaard, W. Seebregts en A. Toemen. Nol Toemen werd voorzitter van het Oisterwijkse Bedrijfs Ongevallen Fonds (BOF), het onderlinge fonds van de bond.
De Oisterwijkse afdeling kreeg vaste grond onder de voeten en bereidde zich voor op de noodzakelijke geachte strijd tegen de uitbuiting van de arbeider. Of, zoals de ex-secretaris van de Oisterwijkse afdeling, Walters, het poëtisch uitdrukte in De Sigarenmaker (17):

SIGARENMAKER

In zwoele dompige atmosfeer
zit hij op een ruw-houten kist.
En voor hem op tafel ligt de tabak,
waarin hij met zijn handen grist.

En hij wroet met zijn handen in zwart-bruine stof.
't Schijnt, als groef hij in koelen grond
't eigen graf. Want een lijdende trek
ligt er scherp gegrift om zijn mond.

En zoo zit hij daar jaren en jaren lang,
levert meerwaarde aan den patroon,
die rijk wordt door hem. En ontbering en smart,
gebrek en ellende zijn zijn loon.

En zoo in een langen, eentoonigen gang,
zonder liefde, of genot of geluk,
gaat zijn leven in stoffige zalen voorbij,
onder stagen, verpletterende druk.

Walt.

DE KATHOLIEKE REACTIE

Uit een bericht in De Sigarenmaker van 26 januari 1901 bleek dat de katholieke geestelijkheid in Oisterwijk niet lijdzaam wilde toezien hoe ook Oisterwijkse sigarenmakers zich organiseerden in de socialistische Internationale Bond. Een bondslid vertelde dat Gemen, hoofdbestuurslid van de RK Bond, op 20 januari naar Oisterwijk was gekomen om er een afdeling van de RK Bond te stichten. Op een vergadering zouden zich 9 sorteerders, dus geen sigarenmakers, bij de RK Bond hebben aangesloten. Leden van de Internationale Bond die de RK vergadering wilden bezoeken werden geweerd door Y. van Stigt , die de RK-afdeling zou gaan leiden.
De RK geestelijkheid was blijkbaar wakker geschud door de activiteiten van de Internationale Bond. De redacteur van de RK Tabaksbewerker, kapelaan van Erp, waarschuwde tegen het lezen van De Sigarenmaker en het anti- politieke blaadje De Tabaksbewerker. In een jaar tijd verzocht pastoor Heesbeen aan de bisschop toestemming voor de oprichting van 4 RK verenigingen. In reactie op het BOF van de Internationale Bond werd op 1 januari 1900 de oprichting bekend gemaakt van een ziekenfonds voor RK werklieden. Daarna volgden de gildeonderafdeling van de Nederlandse RK Tabakbewerkersbond 'St. Petrus', een vereniging tot bestrijding van de drankmisbruik en de oprichting van een katholieke bond van lederbewerkers (18).
In april 1901 belegde de RK Tabaksbewerkersbond zijn eerste ledenvergadering waar naast de voorzitter der afdeling, Ysbrand van Stigt, ook de pastoor sprak. Van Stigt was meesterknecht op de sorteerderij. Hij kwam uit Kaldenkirchen, waar hij enige tijd opzichter van de fabriek van Hamers was geweest. De pastoor was adviseur van de bondsafdeling.
Het gelukte de RK bond aanvankelijk niet om ook sigarenmakers georganiseerd te krijgen. De pastoor verzette toen de bakens en ging in de aanval. Zo bezocht hij het café waarin de sigarenmakers van de Internationale Bond hun vergaderingen hielden. De pastoor wilde gedaan krijgen dat de eigenaar geen lokaal meer verhuurde aan de Internationale Bond. De vrouw van de kastelein vertelde de pastoor echter dat het er bij de sigarenmakers altijd ordelijk en netjes aan toe ging, en ze bood de pastoor aan om eens te komen luisteren. Hij kwam echter niet, wat De Sigarenmaker het commentaar ontlokte (19):
"Natuurlijk niet. Allemanspraat van overtuiging, martelaarsbloed,en de hemelenweet wat al nietmeer, maar als hetopdebatteeren aankomt, dan pakken deze helden in".
De pastoor won echter deze strijd. De geïmponeerde caféhouder durfde zijn zaaltje niet meer af te staan en vanaf dat moment moesten de leden van de Internationale Bond in de openlucht vergaderen.
Langzamerhand werden de sigarenmakers losgeweekt van de Internationale Bond op basis van religieuze argumenten. Een overgelopen sigarenmaker gaf in De RK Tabakbewerker tekst en uitleg: "Gij moet dan wel weten dat er eenige RK sigarenmakers van den Internationale Bond zijn overgegaan tot onzen bond, omdat die mannen inzien dat er in dien bond geen plaats is voor een katholiek".
De Sigarenmaker noemde hij "niets meer dan een schendblad over den priester" en hij had "genoeg van zoo'n vuil boeltje...Dit was ook het gevoelen van al die anderen die zijn overgegaan. Wij hopen, dat nog eenigen dat voorbeeld zullen volgen, want een goed katholiek kan geen lid van die Internationale Bond blijven..." (20).

FRITS VAN DARTEL

Het voorbeeld werd inderdaad gevolgd. Nol Toemen, vooraanstaand lid van de Internationale Bond, stapte over naar de RK bond. Maar het lukte niet overal. Zo stond er in 1903 een ingezonden brief in De Sigarenmaker onder de titel "Lijmen". Een lid van de Internationale Bond vertelde daarin dat er op De Huifkar een jongen werkte uit Haaren. Zijn moeder was ziek en de pastoor kwam langs om te bedienen. Na afloop nam de pastoor de jongen mee naar buiten en vroeg deze "Gij zijt lid van dien Socialistenbond, nietwaar?". De jongen ontkende, waarop de pastoor voortging: "Jawel, ze proberen u te lijmen met reisgeld etc. tot je je geloof verliest. Wordt toch lid van de RK bond dan zorgt de pastoor van Oisterwijk dat je weer werk van 65 cent krijgt, want omdat ge in de Socialistenbond zijt krijgt ge nu werk van 60 cent".
Het lukte de pastoor dit keer niet en de ingezonden brievenschrijver had een advies voor de Haarense pastoor: "Als hij weer aan het lijmen gaat, dat hij dan zorgt voor meer lijm, want hij lijmde dien jongen niet" (21).
De Internationale Bond kreeg in 1901 een nieuwe secretaris. Het was de Bosschenaar Frits van Dartel. Op hem zou de geestelijkheid zich met haar volle gewicht storten. Van Dartel was een vrije socialist en schreef onder andere in het linkse blad De Toekomst.
Via de RK Tabaksbewerker werd de aanval ingezet. Een RK bondslid schreef een ingezonden brief (22):

"...Het socialisme dat altijd zoo dweept met vrijheid van 't woord, vrijheid van Godsdienst, vrijheid van denken enz. komt die schoone woorden nooit na, ook niet hier in Oisterwijk, want er bestaat hier een afdeeling van de Internationalen (lees Socialistischen) sigarenmakersbond welker leden er steeds op uit zijn om den leden van den Ned. RK Tabaksbewerkersbond, vooral de jongeren, op alle mogelijke manieren ergernis te geven, vooral op de fabriek, door Godslasteringen, door vuile en zedelooze taal en vooral door te schelden op Godsdienst en priesters en in hun spot zelfs het heiligste niet ontzien. Een der helden schrijft nog wel eens iets in een socialistisch blad, bij voorkeur over priesters en Godsdienst, liegt er natuurlijk maar op los en als men daar tegen wil schrijven om zo'n heerschap eens op die leugens te wijzen en de waarheid bekend te maken dan wordt het heel eenvoudig niet geplaatst...Ja, RK werklieden, 't socialisme zoekt niets dan omverwerping van Godsdienst,maatschappij en huisgezin. Ook dat heerschap bovenbedoeld met zijn vrienden (in O. wel bekend) durven de priesters beschimmen en bespotten... Zij zijn natuurlijk bang dat door die priesters het nietswaardige van het socialisme zal aangetoond worden...Weg met die priester haters! Weg met dat vuile socialisme! Leve de RK Organisatie".

Met dat "heerschap" werd Frits van Dartel bedoeld. Deze Bossche sigarenmaker was in Oisterwijk getrouwd met Mina Toemen, en velen zullen gevreesd hebben dat deze rooie sigarenmaker zich blijvend in Oisterwijk zou vestigen. Van Dartel ontkende de aantijgingen van het RK bondslid (23): "Wat deden zij op diezelfde fabriek? Zij zonden een kapelaan met een brief naar den patroon met daarop zes namen van katholieke leden (waaronder hun voorzitter) ondertekend, om mijn ontslag te bewerken".
In die brief schreven de RK bondsleden dat Van Dartel anderen aanspoorde katholieken lastig te vallen in hun beginsel. Hamers wilde Van Dartel de namen der zes niet geven en stuurde hem naar kapelaan Huijbers. Van Dartel weigerde hierop in te gaan. Hij wees de directeur erop dat hij met hem had te maken en niet met een kapelaan. Maar het einde van het verhaal was dat Van Dartel werd ontslagen. Een van de zes ondertekenaars verklaarde later tegenover Frits van Dartel dat hij door Huijbers onder druk was gezet: "Als Huijbers nog een keer langs komt, schop ik hem de deur uit" (24). Van Dartel moest in Tilburg gaan werken, bij de firma Majoie.
Het reizen zat Frits van Dartel blijkbaar in het bloed. Hij liet zijn vrouw en twee kinderen in de steek en ging het leven door als reizende sigarenmaker. Hij verbleef in Bussum, Naarden, Arnhem, Duitsland, in het Amerikaanse Boston, Rotterdam, Gouda, Alkmaar, Haarlem, Krommenie, Den Haag en Purmerend. Rond het begin van de eerste wereldoorlog kwam hij tijdelijk in Oisterwijk terug, waar hij meteen zijn politieke activiteiten aanwendde voor agitatie onder de hier gelegerde gemobiliseerden. Hij verkocht er sigaren van de arbeiderscoöperatie De Pionier uit Groningen.

DE FEDERATIE IN OISTERWIJK

Van Dartel stond aan de wieg van de Oisterwijkse afdeling van de Federatie. Deze anti? politieke en syndicalistische vakbond was zoals gezegd voortgekomen in 1904 uit de Internationale Bond.
De afdeling Oisterwijk van de Internationale Bond was in juni 1904 een van de eerste afdelingen die zich afscheidde. De 15 leden die er op dat moment waren sloten zich onder leiding van Van Dartel aan bij de Federatie. Een paar trouw gebleven leden van de Internationale Bond sloten zich bij de afdeling Tilburg van die bond aan. Een felle polemiek tussen de Federatie in Oisterwijk en de Internationale Bond in Tilburg ontstond over de te voeren strategie. Met het verdwijnen van Van Dartel uit Oisterwijk hield de Federatie op te bestaan. De Internationale Bond begon onder leiding van W. van Thuijl aan een moeizame heropbouw, die later onder Janus Boons versterkt zou worden doorgezet. Toen Van Dartel rond de eerste wereldoorlog weer in Oisterwijk belandde, kwam het tot stevige politieke discussies tussen hem en Boons. Oude sigarenmakers zoals Bart v.d. Linden en Ties Koster herinnerden zich de polemieken nog levendig. De laatste vertelde ons, niet zonder gevoel voor dramatiek, dat Van Dartel in 1914 nog een afscheidsrede in de fabriek hield voor de handwerkers. Hij sprak allen toe over de Oisterwijkse toestanden en besloot met de woorden "Nou dan, ik wens jullie allemaal het beste" en verdween via de trap uit de fabriek om er nooit meer terug te keren (25).
Waarom had de geestelijkheid zo'n schrik van Van Dartel en waarom ontsloeg Hamers deze vakbondsactivist? Er zat meer achter dan alleen de radicale opvattingen van deze Bosschenaar. In de jaren 1901-1905 speelde de, voor De Huifkar slepende, kwestie van het dek. Aan agitators had de fabrieksleiding toen zeker geen behoefte.

DE DEKKWESTIE

In 1901 werden er op De Huifkar twee sigarenmakers ontslagen. Het motief was een tekort aan dek. De sigarenmakers kregen het dek uitgedeeld van de fabriekschef Gerrit Oud. Het werd echter nooit duidelijk hoeveel dek de sigarenmakers meekregen. Op het eind van de week bepaalde de chef of een sigarenmaker er wel genoeg sigaren uit gemaakt had. De sigarenmaker kon zich nooit verdedigen. De Internationale Bond pleitte voor betere regelingen en het hoofdbestuur schreef een brief naar de directeur van De Huifkar.
Ook de kersverse RK Bond reageerde fel op de handelswijze van de firma. De geestelijk adviseur van de plaatselijke afdeling had een onderhoud met de twee chefs van de sigarenfabriek, Oud en Van Pieterson, doch dit leverde niets op.
Hamers bracht geen verandering in de manier waarop het dek op de fabriek werd uitgegeven maar nodigde de sigarenmakers met hun vrouwen uit voor een pleziertochtje naar het circus Barnum en Bailey in Tilburg. Met de muziek van Asterius voorop trok men op 3 oktober 1901 door de kom van Oisterwijk naar het station. Na terugkomst kreeg iedereen nog een "lekkere pot bier...waarbij onze geachte patroon een hartelijk woord richtte tot de werklieden" (26). Het commentaar van De Sigarenmaker daarop (27): "Wij verwachten nu dan ook wel dat er spoedigverandering zal komen in de wijze van dek uitgeven. Als dat gebeurt, dan wensen wij De Huifkar het beste toe". Opgelost werd de zaak echter niet. Ook in 1902 verschenen er ingezonden stukken van Huifkarsigarenmakers in hun vakbladen over de uitdeling van het dek op de fabriek. De tweede chef van de sigarenfabriek, L. van Pieterson, reageerde geprikkeld op de aantijgingen (28): "Het zijn altijd dezelfde sigarenmakers die niet uitkomen met hun tabak. De schade aan de tabak ontstaat omdat sommigen's?maandags nietwerken soms tot 's-woensdags toe".
De klachten van de sigarenmakers bleven bestaan maar ze konden weinig kracht worden bijgezet. De Internationale Bond verloor zijn secretaris, Frits van Dartel, door ontslag en kampte in 1904 met een scheuring die de vakbondsactiviteiten jaren verlamde. De RK Bond was nog niet sterk en zelfbewust genoeg om meer te doen dan via haar adviseur aan te dringen op veranderingen. Maar langzamerhand kwam daar verandering in. De RK vakorganisatie kreeg steeds meer greep op de sigarenmakers. In 1908 stond de dekkwestie weer op de agenda, niet als een verzoek maar als een eis tot verandering, die kracht werd bijgezet door het dreigen met staking.

DE STAKING VAN DE OISTERWIJKSE SIGARENMAKERS IN 1908

In juli 1908 was door de werknemers van De Huifkar aan de patroon een lijst aangeboden met daarop 23 merken waarvoor verhoging van het stukloon werd gevraagd. Hamers vroeg een maand bedenktijd. Al maanden daarvoor hadden de bonden getracht om met Hamers in contact te komen om te praten over verhoging van diverse merken, telkens tevergeefs. Daarom organiseerden de gezamenlijke bonden op 26 juli een gecombineerde bestuursvergadering. De onvrede op De Huifkar werd geïnventariseerd.
Naast verhoging van een aantal merken werd echter duidelijk geëist dat de dekkwestie nu eens opgelost zou worden. Daarnaast waren de sigarenmakers ontevreden over het feit dat de chef hun bosjesmakers gebruikte om dek open te halen. De sigarenmakers wilden voorts bereiken dat de firma over zou gaan op beter omblad en betere opleggers. Een belangrijk kritiekpunt was ook de sluitingstijd van de fabriek. 's Morgens en 's middags werd de sigarenmaker, indien hij te laat was, de toegang tot de fabriek ontzegd voor de betreffende dag en kreeg hij als straf geen thuiswerk mee. Dit thuiswerk was voor de sigarenmaker een noodzakelijke aanvulling op zijn loon. De bonden wilden bovendien bereiken dat Hamers akkoord zou gaan met de instelling van een fabriekscommissie waardoor de arbeidersbelangen beter vertegenwoordigd konden worden.

STAKING EEN FEIT

Hamers antwoordde niet op de eisen en grieven. Op woensdag 19 augustus besloten de bonden daarop om op 22 augustus tot staking over te gaan. Men had die datum uitgekozen omdat dan de in voorraad zijnde natte tabak op de fabriek zou zijn verwerkt. De chef van de fabriek, Oud, vroeg toen namens Hamers om uitstel. Op 26 augustus kwam het antwoord van Hamers. Hij wilde slechts 9 merken verhogen en ging verder geheel voorbij aan de andere grieven. Het personeel vergaderde op 29 augustus opnieuw en op 31 augustus was de staking een feit.
Aan de staking werd deelgenomen door 59 sigarenmakers (25 van de RK bond, 26 van de Nederlandse Bond, 2 Federatieleden en 6 ongeorganiseerden). Door de staking kwamen ook 23 bosjesmakers, 3 sigarettenmaaksters, 2 bosjesmaaksters en 3 stripsters zonder werk. Aan het werk bleef alleen het personeel van de sorteerderij, maar de sigarenfabriek lag geheel stil.

VERLOOP VAN DE STAKING: EENSGEZIND EN VOORBEELDIG

Middels een circulaire trachtte Hamers de verdiensten op de fabriek rooskleurig voor te stellen. Hamers gaf een loon op van fl. 18,- per week. Dit loon kon men slechts sporadisch verdienen en ook was het inclusief thuiswerk en het loon van de bosjesjongen (29).
Begin september kondigden de stakers via een strooibiljet een openbare bijeenkomst aan. Deze vergadering werd duidelijk gedomineerd door de RK bond. Voorzitter was Nol Toemen en enige spreker was Jan van Rijzewijk,de Tilburgse propagandist van de RK vakbeweging. De Nederlandse Bond mocht geen spreker leveren omdat anders geen zaal zou kunnen worden gevonden (30). Van Rijzewijk moet de staking voor een belangrijk deel gecoördineerd hebben. Hij verbleef gedurende de staking vaak in Oisterwijk en woonde tijdelijk in huis bij Nol Toemen (31). Van Rijzewijk hekelde voor de 200 aanwezigen de beweringen van Hamers. Discussie vond niet plaats ondanks pogingen daartoe van Toemen en Van Rijzewijk. Kapelaan Joosten, adviseur van de RK Gildenbond, riep de stakers op om zich toch vooral van sterke drank te onthouden.
De staking viel midden in de Oisterwijkse kermis. Vaak was de kermis een periode van oproer en dronkenschap. De kermis van 1908 bevatte slechts weinig draaimolens. Dit had al de ergernis van de bevolking opgewekt. Toch had de kermis geen bijzondere invloed op de staking. De postende stakers hadden besloten om de aangeboden glazen bier en "pierenverschrikkertjes" niet aan te nemen maar het bedrag dat daarvoor bestemd was in te tekenen op de steunlijsten (32).
Uiteraard werden de autoriteiten door de berichten over de staking wel gealarmeerd. Op 1 september schreef de procureur-generaal van het gerechtshof in Den Bosch een brief aan burgemeester Van Beckhoven (33). Daarin verzekerde hij de burgemeester politieversterking wanneer er rustverstoring plaats zou vinden. De Bossche procureur-generaal verzocht Van Beckhoven tevens om een bericht over het verloop van de staking. De burgemeester haastte zich en schreef reeds de volgende dag een brief terug waarin hij Den Bosch geruststelde (34):
"tot op heden houden de stakers zich zeer kalm en ware het niet, dat ze bij de fabriek getrouw posten, dan zoude men niet merken dat er staking was en heb dan ook de verwachting dat het zoo blijven zal. Mocht echter ten gevolge eener langdurige staking er verschijnselen zich voordoen, zal dan onmiddellijk Wed. Gestr. hiermede in kennisstellen om meerdere politieversterking. In alle geval zal ik Wed. Gestr. getrouw op de hoogte stellen wat de staking betreft".
Maar dat bleek niet nodig, onrust door de staking kwam er niet. Onderkruipers verschenen er wel maar die waren ook snel weer verdwenen (35). De staking verliep net zo goed als het weer dat volgens De Sigarenmaker "bizonder mooi" was. De stakers beschikten over "de volle sympathie van het Oisterwijkse publiek". Er werkte, en dan nog slechts ongeregeld, een sorteerder (36).
Steun voor de stakers kwam vooral van vakgenoten in de vorm van 'rookertjes'. Namens de stakers bedankte P.v.d.Hout de steunverleners en riep hij op tot meer steunacties (37).
De sympathie voor de stakers was ook merkbaar in de pers. Een uitgebreid manifest van de drie bonden over het doel van de staking verscheen niet alleen in de bondsbladen maar werd ook volledig afgedrukt in de Tilburgsche Courant en in de Nieuwe Tilburgsche Courant. Zelfs Ons Dekblad, het ' orgaan van de Patroonsbond van Tabaks- en Sigarenfabrikanten in het bisdom 's-Bosch' gaf een uiteenzetting van het manifest van de bonden. Merkwaardig is dat dit blad zijn artikelen over de staking ontleende aan het socialistische blad De Sigarenmaker, en niet aan De Katholieke Tabaksbewerker. Ons Dekblad was een periodiek van de georganiseerde katholieke patroons in de tabaksindustrie. Hamers was tot 1913 een ongeorganiseerde patroon. Dit heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de werkgeversorganisatie weinig zin had om voor Hamers in de bres te springen.

HET EINDE DER STAKING

De staking had al bijna 5 weken geduurd toen de gemeentesecretaris van Oisterwijk, Canters, een bemiddelingspoging waagde. Hij had een onderhoud met Hamers en ook kapelaan Huijbers zette Hamers onder druk. Op 28 september liet Hamers schriftelijk aan Canters weten dat hij bereid was tot een gesprek met de bonden. Hamers erkende dat hij door niet in te gaan op het manifest der bonden de publieke opinie de gelegenheid ontnomen had om de zaken van twee kanten te bezien. Wel wilde Hamers dat bij zo'n gesprek twee van "den oudsten in dienstjaren en naar mijne meening meest onpartijdige en betrouwenswaardige werklieden" en "onpartijdige, buiten de geschillen staande notabelen van Oisterwijk's ingezetenen" (38) aanwezig waren. Canters begaf zich nog dezelfde dag met zijn auto naar Tilburg om Jan van Rijzewijk op de hoogte te stellen. Aan Eichelsheim, van de Nederlandse Bond, werd dezelfde avond een telegram gestuurd. Op 29 september besloten de stakers op het voorstel tot onderhandeling in te gaan. De dag daarna togen Eichelsheim, Van Rijzewijk en Klardie (Federatie) vergezeld door de werklieden Gerrit van Thuijl (Nederlandse Bond) en Gerardus Horvers (RK bond) naar het kantoor der firma. Daar ontmoetten zij directeur Hamers, zijn compagnon Paul Wurfbain, de procuratiehouder Jan Rompel, de chef van de fabriek Gerrit Oud en 5 Oisterwijkse notabelen.
De vergadering leverde weinig resultaten op. Hamers wilde de lonen wel optrekken naar het niveau van Eindhoven, maar als bleek dat de winst daardoor in gevaar kwam zouden de betreffende merken (waarvoor verhoging was gevraagd) worden ingetrokken. Op 1 oktober werd de vergadering voortgezet. De bonden waren behoorlijk in het defensief gedrukt. Hamers had de vorige dag 19 ontslagen aangekondigd. Door de staking zouden twee grote afnemers verdwenen zijn, en Hamers en Rompel zouden in die periode niet hebben kunnen reizen zodat er geen nieuwe orders waren. De bonden konden alleen het aantal ontslagen terugbrengen tot 12 waardoor de Oisterwijkers die op de lijst voorkwamen gespaard bleven. Zij boekten nog enkele kleine verbeteringen: het omblad en de opleggers zouden ruimer verstrekt worden en van betere kwaliteit zijn, de arbeid van bosjesmakers voor de patroon zou beter betaald en geleidelijk afgeschaft worden en men mocht voortaan 40 minuten na de openstelling der fabriek nog binnen zonder te moeten verzuimen. Een fabriekscommissie zou worden ingesteld waarvoor echter de patroon een eerste selectie kon maken. Daarnaast werden 13 merken geheel of gedeeltelijk verhoogd.
Een vergadering van de stakers besloot met 38 tegen 15 stemmen de voorstellen van de firma te accepteren waardoor er een einde kwam aan de 5 weken durende staking. Van de 12 ontslagenen bleken er 9 lid te zijn van de socialistische, 2 van de syndicalistische en slechts een van de RK bond. De Nieuwe Tilburgsche Courant vreesde kennelijk al voor "verkeerde gevolgtrekkingen", de krant wees er op dat de oorzaak voor het ontslag slapte was en dat de jongstaangenomen ontslagen waren.

OVERWINNING VOOR DE RK BOND

In De Katholieke Tabaksbewerker werden Canters en Huijbers uitvoerig bedankt voor hun bemiddeling. Men spoorde de leden aan om "door nauwe plichtsbetrachting de verkregen resultaten waardig te maken" (39) dat betekende niet te laat komen of het hogere loon aan drank uitgeven. De RK bond zag zijn positie verstevigd. Zij, en niet de getalsmatig even grote Nederlandse Bond, leidde de staking en zij werd, met hulp van Canters en Huijbers, door Hamers als gesprekspartner erkend.
Het SDAP-blad voor Noord-Brabant De Eendracht had het er moeilijk mee dit feit te erkennen (40): "Eigenaardig is 't bij den afloop van dezen strijd, dat verschillende RK couranten er een christelijk cachet op willen drukken...terwijl de plotselinge houding der firma te danken is aan nieuwe bestellingen, die zij tijdens de strijd kreeg. 't Zijn toch leukerts de christelijke scribenten". De firma sprak er haar tevredenheid over uit dat er tijdens de staking geen "onaangename incidenten" voorvielen en verklaarde in het vervolg gaarne bereid te zijn om met de hoofdbesturen te praten en te luisteren naar de fabriekscommissie (41).
Rancunemaatregelen zou Hamers niet treffen. Toch bleek dat verschillende katholiek georganiseerde sigarenmakers die zich tegen opheffing der staking keerden later ontslagen werden. Zo zou Hamers de katholieke bondsman Harry Mols hebben toegeroepen: "Jouw handen staan me wel aan maar jouw kop niet" om hem vervolgens te ontslaan (42). Ook Nol Toemen moest na de staking werk gaan zoeken in een andere plaats (43).
Inhoudelijk waren er wel enige eisen ingewilligd maar zoals de redactie van De Tabaksbewerker, om de optimistische toonzetting van haar eigen kaderlid te temperen, ook al stelde: "de belangrijkste kwestie, die van het dek, werd niet opgelost" (44). Nog jaren daarna zou de dekkwestie een heet hangijzer blijven tussen de fabriek en de vakbonden. Maar Hamers kon voortaan niet meer de vakbonden negeren. Dat was het grote winstpunt.
Henriette Roland Holst noemde in haar monumentaal werk "Kapitaal en arbeid in Nederland" de staking in de Oisterwijkse sigarenindustrie een bewijs voor het feit dat ook de katholieke vakbeweging was gedwongen om door strijd de verbetering van de toestand van de sigarenmakers te bewerkstelligen (45).

EEN GEMEENSCHAPPELIJK PROGRAM

Ook landelijk trachtten de vakbondsorganisaties door samenwerking de arbeidsvoorwaarden te verbeteren. In 1910 verscheen er een Gemeenschappelijk Program van de 4 vakbonden in de sigarenindustrie. Daarin werd afschaffing van de huisindustrie bepleit, een regeling van het leerlingwezen, een 10 urige arbeidsdag en een vrije zaterdagmiddag (46). De werkgevers wilden op de "overdreven eischen" niet ingaan. De pogingen van de gezamenlijke bonden om door onderhandeling een landelijke minimumloonregeling te krijgen liepen op niets uit. In 1913 wilden de bonden een regeling forceren en kondigden zij bij de patroons een staking aan. Deze reageerden onmiddellijk met het wapen der uitsluiting. Op 168 fabrieken in het land werd er gestaakt, in totaal werden er bijna 5000 sigarenmakers uitgesloten. In het zuiden van het land werd niet gestaakt, daar was al enige tijd een arbitragecommissie bezig de eisen van de vakbonden en de werkgevers te bekijken. Op 19 mei 1913 lieten de noordelijke fabrikanten weten dat zij toegaven aan de eisen van de bonden. In het zuiden deed de arbitragecommissie op dezelfde dag uitspraak. De uitkomst was dat de lonen in het zuiden beduidend onder de lonen in het noorden bleven.
Merkwaardig was dat Hamers, als ongeorganiseerde patroon, te kennen gaf het Gemeenschappelijk Program op de fabriek te willen invoeren. Onderhandelingen met de katholieke en moderne bond vonden plaats. De loonregeling zoals die gewenst werd in het Gemeenschappelijk Program werd niet ingevoerd. Men sprak af eerst de uitkomst af te wachten van de arbitragecommissie voor het zuiden. Wel werden enkele merken flink verhoogd evenals het loon voor merken die voor vast loon werden gemaakt. Dat was in februari 1913. Toen in mei de nieuwe loonregeling voor het zuiden van kracht werd, bleken de onderhandelingen met de ongeorganiseerde patroon Hamers daarover ineens moeizaam te verlopen. En toen werden plotseling 30 sorteerders uitgesloten.

DE UITSLUITING VAN DE SORTEERDERS

In 1912 was er op De Huifkar nog feest gevierd. De chef van de sorteerderij en plakkerij, Izaak Braadbaart was twaalf en een half jaar in dienst bij de firma. Op dat feest deelde Hamers het vaste personeel van de sorteerderij mee dat zij voortaan ieder jaar een vrije dag naar eigen keuze kregen, met behoud van loon. De directie wilde het personeel die vrije dag geven als compensatie voor een aantal katholieke feestdagen waarop voortaan gewerkt moest worden.
In augustus 1913 wilde het personeel collectief gebruik gaan maken van die regeling en vroeg men op 25 augustus aan chef Braadbaart of de vrije dag op 8 september genomen mocht worden. Braadbaart had daar geen enkel probleem mee. Het kwam hem zelfs goed uit omdat hij op zondag 7 september op reis moest. Maar op zaterdagmiddag, voorafgaande aan de vrije dag, was alles plotseling veranderd en maande Braadbaart de sorteerders om op maandag 8 september gewoon te komen werken. Namens het personeel vroeg een fabriekscommissielid wat de reden was van de plotselinge verandering. Braadbaart wist het zelf ook niet maar antwoordde slechts dat het maandag werken geblazen was en voegde daaraan toe: "ik veronderstel dat jullie het allemaal goed gehoord hebt" (47). Enige werklieden hadden reeds reisplannen gemaakt en te bezoeken familieleden al aangeschreven. Het personeel besloot daarom gezamenlijk om op maandag niet te gaan werken. Men was niet overtuigd door het, later door de chef er bij gesleepte, argument van spoedbestellingen. Het personeel wist dat er geen overvloedig werk was, anders zou men niet twijfelen om op maandag te gaan werken. Men had immers reeds vele malen overwerk voor de firma verricht en tot 10 of 12 uur 's nachts gewerkt.
Toen men op maandag niet op het werk verscheen, liet de firma brieven bezorgen bij de sorteerders om alsnog te komen werken. Men hield echter voet bij stuk. Dinsdagmorgen togen allen weer naar de fabriek, maar iedereen werd naar huis gestuurd met de mededeling dat ze waren ontslagen.
De bonden vermoedden dat er meer aan de hand was dan alleen die vrije dag. Immers Hamers draineerde al geruime tijd een nieuwe loonregeling en bovendien werden nu juist de sorteerders getroffen. Deze groep had zich enkele weken terug georganiseerd in de RK vakbond. Vroeger waren de sorteerders de "lijfeigenen" (48) van de firma. Zij hadden toen een streepje voor want de al lang georganiseerde sigarenmakers kregen die vrije dag niet.
" Nu echter deze menschen tot verbetering hunner positie zich organiseeren en ook beginnen mee te praten, door bemiddeling van de H. besturen op 3. Sept. voor overwerk, nacht- en Zondagsarbeid extra loon vroegen, en bovendien uitbetaling der loonregeling 1e klas, hebben zij het verbruid. Zij zijn in ongenade gevallen, en de eerste, de beste gelegenheid wordt door de firma aangegrepen om hen te laten voelen, dat de firma niet is ingenomen met de veranderde toestand" (49).

ONDERKRUIPERS

De vakbonden wilden optreden in het conflict tussen de sorteerders en de directie. Zij vroegen om een onderhoud met Hamers en kregen het gebruikelijke antwoord dat Hamers naar het buitenland was afgereisd zonder mede te delen wanneer hij terugkwam.
Hamers had echter wel maatregelen genomen. Uit de fabriek in Kaldenkirchen waren twee meisjes naar De Huifkar overgebracht om kistjes te plakken. Daarnaast was de ene sorteerder uit Kaldenkirchen ook gevraagd over te komen zodat het voltallige personeel van dat fabriekje nu in Oisterwijk werkte. De onderkruipers werden door de Oisterwijkse bevolking goed in de gaten gehouden. De Tilburgsche Courant schreef: "bij het naar huis gaan der meisjes van de fabriek, heeft nog al eens een volksoploop plaats, doch ongeregeldheden vallen niet voor" (50). Een iets andere versie gaf Frits van Dartel in een ingezonden stuk in De Tabaksbewerker. Hij doet dit een half jaar later als hij commentaar geeft op de "krokodillentranen" van een katholiek bestuurder bij wie de ruiten waren ingegooid tijdens de staking bij Goulmy en Baar: "nu mijn waarde inktkoelie...Wij zouden zeggen: wij zijn bij u in de leer geweest. Of weet u niet dat het nog maar heel kort geleden is, dat men in Oisterwijk een onderkruiper van den trein afhaalde met 5 a 600 man en hem een gat in zijn kop werd geslagen. Ook gooide men bij hem de ruiten stuk en kroop men zelfs op het dak om zodoende zijn woning binnen te dringen. Ziet mijn waarde kapitalistenknecht, dat waren geen Federatieleden, maar katholieken" (51).
De berichtgeving in de regionale pers wees echter niet op enige vorm van onrust. Wel werden de sorteerders moreel gesteund. De Tilburgsche Courant nam een ingezonden brief op van de uitgeslotenen. De sorteerder uit Kaldenkirchen, die vroeger in Oisterwijk had gewerkt en voorstander was van vakbondsorganisatie, werd van een "onbegrijpelijke" handelswijze beticht. Maar de uitgeslotenen zouden zich "ernstig en rustig" gedragen (52).

DE SORTEERDERS BOEKEN SUCCES

Er vonden daarna meerdere besprekingen plaats tussen de directie en de bonden, echter zonder tastbaar resultaat. Opmerkelijk was dat Hamers zich ging aansluiten bij de RK Patroonsbond. Hij voelde mogelijk de hete adem van de organisatiekracht van zijn personeel. Daardoor moest hij ook medewerking gaan verlenen aan de loonregeling : in oktober ging Hamers over tot verhoging van 85 merken.
Op 4 oktober kon de RK Tabaksbewerkersbond overeenstemming met Hamers bereiken over het conflict op de sorteerderij. Alle werklieden werden terug in dienst genomen en er zouden geen rancunemaatregelen worden getroffen. Het personeel uit Kaldenkirchen zou voor de werkhervatting worden teruggezonden. De firma leverde een bijdrage aan het ziekenfonds "Help Mekaer" van de RK vakbond en de lonen van het vaste personeel zouden worden herzien. Ten
slotte bleef de vrije dag, waar het allemaal om begonnen was, gehandhaafd.De firma behield zich wel het recht voor die dag zelf te bepalen wanneer zij dat wenselijk achtte voor de onderneming (53). Hamers wilde wel toezeggingen doen op het gebied van de arbeidsvoorwaarden maar niet over de zeggenschap wanneer en hoe er op de fabriek gewerkt werd.

DE ROOMS KATHOLIEKE BOND DOMINEERT

In 1915 bleken de verhoudingen tussen de bonden onderling grondig te zijn gewijzigd. Was de Nederlandse (of Internationale) Bond rond 1900 op De Huifkar nog veruit de grootste bond, tijdens de staking van 1908 hielden de moderne en RK bond elkaar getalsmatig al in evenwicht en in 1915 werkten er op De Huifkar maar liefst 41 RK georganiseerden tegen 19 modern georganiseerden. Voorts waren er nog 4 Federatieleden en 6 ongeorganiseerde sigarenmakers (54). De eerste wereldoorlog was over het algemeen een periode waarin het socialisme in Noord?Brabant weer enige opgang maakte. De gemobiliseerde soldaten uit Holland brachten als het ware het antimilitarisme en het socialisme mee.

BOONS EN DE OPRICHTING DER SDAP

In juli 1917 werd in Oisterwijk een afdeling van de SDAP opgericht. Bij de oprichting waren uitsluitend sigarenmakers betrokken zoals Hub. de Laat, Toon de Laat, Willeke van de Mierde, Jan van de Mierde, Toon van de Mierde, W. Spierings, Jan van Doleweerd, Terus Boons, J. Voorzaat, Graad van Keulen, Jana Boons van de Mierde en Janus Boons. Deze laatste, zoon van een landbouwer, was al vroeg via het sigarenmakervak met het socialisme en de moderne bond in aanraking gekomen. Politiek discussieren deed hij met, en leerde hij van, een oude rot in dat vak, Frits van Dartel. Boons en Van Dartel waren van verschillende bonden maar werden beide evenveel gehaat door de katholieke geestelijkheid.
Janus Boons vervulde al snel een kaderfunctie in de moderne bond en de SDAP. Deze voorzitter van de plaatselijke SDAP afdeling werd in 1919 in de Oisterwijkse gemeenteraad gekozen. Daar trad hij op voor het gemeentepersoneel. Hij slaagde er zowaar in de ambtenaren een uitkering ineens te verstrekken van 100 gulden. De door hem ook voorgestelde vrije zaterdagmiddag werd niet ingevoerd. Verder stelde Boons voor om kinderen van armlastigen klompen en schoolpantoffels ter beschikking te stellen en wilde hij een gemeentelijke bijdrage voor behoeftige zieken (55). 's Avonds laat kwamen mensen Boons bedanken voor zijn werk in de gemeenteraad. Hij kon echter slechts twee jaren in de gemeenteraad blijven zitten. Hij werd gebroodroofd: men bewerkstelligde zijn ontslag op De Huifkar. Inmiddels was Janus Boons door de moderne bond aangesteld als propagandist voor het zuiden. Wegens financiële problemen in de bond werd Boons echter op 1 januari 1925 uit die functie ontslagen en verdween hij naar Amsterdam, waar hij een sigarenzaakje had. In een bittere brief constateerde de afdeling Oisterwijk van de moderne bond het wegvallen van Janus Boons (56):
" Vele moeilijkheden had hij te overwinnen. Men behoeft slechts te denken aan het Oisterwijksche geval in 1919, hoe hij werd gebroodroofd alleen omdat hij een taaie, onwrikbare strijder was voor onze beginselen en tevens raadslid voor de SDAP, waar hij met succes opkwam voor de belangen van de arbeidersklasse. Hij verwierf hierdoor sympathie van groote groepen van arbeiders in dit bij uitstek katholiek plaatsje. Dat vonden de heeren geestelijken en andere machthebbers te bar. Het gevolg was dan ook, dat hij geen werk meer in Oisterwijk kon vinden. Zelfs in Tilburg en meer andere plaatsen wisten geheime machten uit Oisterwijk hem eruit te wippen...Hij, die een groot deel van zijn leven geheel belangeloos in dienst stelde van de arbeidersklasse en dat deed onder de moeilijkste omstandigheden, verdient meer dan onze gewone waardering".
Janus Boons' jongere broer Terus kreeg de zware taak op zich de moderne bond en de SDAP in het Oisterwijk van de jaren twintig overeind te houden. Met zoveel tegenwerking en zo weinig steun was dat een welhaast onmogelijke taak. Terus Boons ging echter gewoon aan de slag. Op zaterdag verspreidde hij de kranten van de moderne bond en organiseerde hij achter de fabriek op een pad vergaderingen van de bond (57).
Veel jonge sigarenmakers verlieten echter uit zekerheidsoverwegingen de moderne bond toen zij een gezin te onderhouden kregen. Maar de 'rooie sympathieën' van de sigarenmakers bleven bestaan. Katholieke bondsleden en bestuurders zoals Willeke van de Mierde, Bartje v.d. Linden, Dorus Diepens en Ties Koster durfden vanwege vrouw en kinderen niet in de moderne bond (te blijven). Maar aldus Ties Koster (58):
" Niemand was pro?katholiek. Als de RK harmonie voorbij kwam, stoften de sigarenmakers met hun klompen in het zand waardoor spelen in de stofwolken onmogelijk werd". Het was vooral kapelaan Huijbers die de sigarenmakers een grondige afkeer bezorgde van al wat katholiek was. Toen de sigarenmakers eens gegroepeerd voor het gebouw van De Kunstkring stonden stormde Huijbers naar buiten en tierde "met zijn armen in de lucht": "Die rooie sigarenmakers komen er hier niet in!" (59).

HET VAANDEL VAN DE RK TABAKSBEWERKERSBOND

Op de ledenvergadering van de RK Tabaksbewerkersbond in Oisterwijk van vrijdag 8 juni 1919 konden de aanwezigen het nieuwe vaandel voor de afdeling bezichtigen. In De Rooms Katholieke Tabaksbewerker vermeldde de afdeling met gepaste trots: "Het geheel is een prachtig stuk werk. Den vervaardiger van dit kunststuk den Heer Aug. v. Oss komt dan ook alle eer toe. Op zondag 3 augustus zal onze afdeeling in verband met de vaandelwijding een groot vaandelfeest houden..." (60).
Kritiek was uit den boze. Op een vorige ledenvergadering had Harry Mols nog opgemerkt dat het medaillon op het vaandel wat licht was uitgevallen. Hierop vroeg de maker, Aug. van Oss, of Mols dan ooit een zwarte engel had gezien (61). Maar grotere problemen lagen in het verschiet.
De ledenvergadering van 22 juli werd door het bestuur aangegrepen om de feestcommissie er van langs te geven. De voorbereidingen voor het feest zouden niet vlotten, er waren nauwelijks sprekers en organisaties uitgenodigd en dan was er nog de kwestie van de muziek. De adviseur had namelijk verboden om, de neutrale muziekvereniging, Asterius op het feest te laten optreden. Aangezien de feestcommissie geen besluit over de muziek had genomen moest de afdeling dit nu doen. De voorzitter J. de Hart stelde voor om dan maar helemaal geen feest te houden. Als de adviseur tegen stemde zou er toch geen toestemming komen om Asterius te laten spelen. De Hart en secretaris Janus van de Wiel stelden voor het feest maar in besloten kring te houden, om moeilijkheden te voorkomen. Maar de katholieke sigarenmakers besloten met 38 tegen 22 stemmen om dan maar helemaal niet te feesten. Janus van de Wiel probeerde de zaak nog te redden door te stellen dat er aan de vaandelwijding toch een enigszins feestelijk tintje kon worden gegeven. Hij wilde dat bewerkstelligen door een algemene heilige communie en een preek van de bondsadviseur rector Gerris. Vanuit de zaal werd daar aan toegevoegd : "voor degeenen die willen" (62). In het katholieke vakblad werd op een sobere manier aangekondigd dat het feest op 3 augustus was uitgesteld (63).

HOGER BEROEP BIJ DE BISSCHOP

In de ledenvergadering van 6 augustus kwam de mogelijkheid om bij de bisschop in hoger beroep te gaan aan de orde. De afdeling besloot om dit te proberen. Een lijvige brief werd gestuurd aan de bisschop ondertekend door zowat alle katholieke vakbondsorganisaties in Oisterwijk. Ondertekenaars waren de RK Werkliedenbond, de RK Lederbewerkersbond, de RK Bouwvakarbeidersbond, de Bond van RK Spoor en Trampersoneel en uiteraard de RK Tabaksbewerkersbond en het vaandelcomite. Zij gingen uitvoerig in op de conflicten in de gemeenschap tussen Asterius en De Kunstkring welke laatste onder leiding stond van kapelaan Huijbers.
Asterius was al een aantal keren geweigerd door de adviseur kapelaan Sanders. Dit was gebeurd op de patroonsdag van de RK Werkliedenbond en op de Encyclieksdag terwijl "Asterius voor 2/3 uit RK bondsmannen" bestond. Maar de RK Werkliedenbond had voet bij stuk gehouden en Asterius toch uitgenodigd, waarop kapelaan Sanders woedend de vergadering van de katholieke vakbondsleden had verlaten. Een deel van het bestuur en de raad van de RK Werkliedenbond had daarna ontslag genomen uit protest tegen de geestelijke inmenging op dit gebied. In de brief schreven de toch uiterst katholieke bondsmannen, waaronder Janus v.d. Wiel, Piet Janssen, H. Douw en J. Ermen, dat Asterius "bestaat uit katholieke werkende leden...die alleen liefhebberij en muziek nastreeft" en "wordt door allen te veel bemind en hooggeacht om deze door persoonlijke veeten, alias Eerw. Heer Huijbers te doen kapotmaken" (64). De uitspraak van Huijbers "Asterius moet kapot" was velen in het verkeerde keelgat geschoten. De RK bondsmannen verweten Huijbers dat er onder zijn leiding niet meer vergaderd kon worden in De Kunstkring vanwege de absurd hoge huur. Daarnaast waren de entree prijzen zo hoog dat geen werkman de toneelstukken kon gaan zien.

HUIJBERS EN DE KUNSTKRING

Pastoor van der Meijden en kapelaan Huijbers schreven een weerwoord aan de bisschop. Zij stelden dat ze wel gedwongen waren om de huurprijs van De Kunstkring op te voeren omdat de werklieden er een puinhoop van maakten: "stoelen worden gebruikt als brandhout". Het adres van de RK werkliedenorganisaties noemden zij "kleine hartstochtjes" die "in het spel zijn en aangeblazen worden door naijverige of antiklerikale buitenstaanders achter de schermen" (65).
De bisschop stuurde zijn antwoord naar Piet Janssen, de voorzitter van de RK Werkliedenbond. Hij schreef dat de bonden "zoveel mogelijk gebruik moesten maken van de gelegenheid tot ontwikkeling en ontspanning in RK geest" (66).
In de vergadering van 6 december 1919 kwam de uitslag van het hoger beroep de sigarenmakers op hun vergadering ter ore. Het lid van de feestcommissie Verhulst las het rapport van de bisschop voor. Er bleek daarnaast ook een kastekort te zijn. Het vaandel kostte bijna 400 gulden en onder de sigarenmakers was maar 390 gulden opgehaald. Secretaris Janus v.d. Wiel stelde daarom voor geen feest te houden, want de leden wilden toch niet betalen. Daarop antwoordde de aanwezige sorteerder Nico Weerdenburg hem dat de leden wel zouden betalen als Asterius mocht worden uitgenodigd (67). Op voorstel van Harry Mols werd besloten nogmaals bij de bisschop te vragen of Asterius nu wel of niet op het feest mocht komen want de brief van de bisschop had daar volgens de sigarenmakers geen duidelijk antwoord op gegeven. De bisschop, mgr. Diepen, stuurde een kort berichtje terug: "In de brief van 3 november heb ik al een duidelijke uitspraak gedaan" (68). Het werd duidelijk dat de aanwezigheid van Asterius niet gewenst werd door de geestelijkheid.
Het vaandel zou uiteindelijk op 8 februari 1920 gewijd worden. De dag daarna vierde de RK Tabaksbewerkersbond in het cafe van Marinuske van den Boogaard een sober feestje waarvoor het bestuur 25 gulden had uitgetrokken.

HET TIJDPERK VAN DE SIGARENMAKERS LOOPT TEN EINDE

Na de grote werkloosheid in de jaren 1920? 1925 in de sigarenindustrie werden er nog maar weinig bosjesmakers opgeleid tot sigarenmakers. Vele sigarenmakers gingen elders werk zoeken (in Oisterwijk vooral in de leerindustrie). In 1920 werd zelfs de complete afdeling van de RK Tabaksbewerkersbond werkloos wegens "bedrijfsslapte" (69). Het aantal leden van de RK Tabaksbewerkersbond schommelde in Oisterwijk tussen 30 en 40, en dat van de Nederlandse Bond kwam niet meer boven de 20.
De jaren dertig brachten veel werkloosheid onder de Oisterwijkse sigarenmakers. Maar juist door hun vakbondsbewustzijn raakten er nauwelijks sigarenmakers onder invloed van het fascisme, Zwart Front en Arnold Meyer ten spijt. Ties Koster, in de jaren dertig secretaris van de RK bond, kon dan ook in het jaarverslag over 1933 vaststellen dat er geen ledenverlies was geweest ondanks "de fascistische verwording en economische ontwrichting" (70). De sigarenmakers werden in de jaren dertig niet alleen getroffen door werkloosheid maar ook door loonsverlagingen. De bonden traden daar naar vermogen tegen op, ook de katholieke bond. Deze bond had in de crisisjaren net een nieuw pand gekocht waarvan het meubilair was bekostigd door de afdelingen. Ties Koster vermeldde in het jaarverslag van 1934-35: "Ze (de hoofdbestuurders van de RK-bond) zaten nog maar juist op de nieuwe stoelen die door de afdeelingen geschonken waren of daar kwam het even onverwachte als prettige bericht dat de patroons besloten hadden...de loonen te verlagen en liefst van tien tot dertig procent. Mogelijk hebben de Hoofd Besturen die ongekende moed te danken aan den offervaardige geest welke in die onzer stoelen schuilt. Feit is dat ze de voorstellen retourneerden als zijnde geen basis voor verdere onderhandelingen" (71).
Veel sigarenmakers kwamen in de jaren dertig in de werkverschaffing terecht. De zware arbeid met de spade was slecht voor de handen van een sigarenmaker. Menig sigarenmaker beschermde zijn handen. Zo wreef Jantje Werts zijn handen 's avonds in met slaolie om er toch maar zeker van te zijn dat hij er later nog sigaren mee zou kunnen maken (72).
Hij zou het dan ook lang volhouden. Na de oorlog was Jantje Werts nog lange tijd secretaris van de moderne bond. De RK bond keerde na de oorlog terug onder leiding van Dorus Diepens. Het ledental van de RK?bond was toen aanzienlijk teruggelopen en bedroeg in de jaren vijftig niet meer dan 15 leden. De bonden waren vergrijsd, de sigarenindustrie in Oisterwijk was al voor de tweede wereldoorlog ten dode opgeschreven.


info@siebethissen.net   - - -