| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1987 De Nenijto van 1928.pdf | 10.08.2004 | 70kB | - |
DE NENIJTO VAN 1928
Op 26 mei is het precies zestig jaar geleden dat de Nenijto, de Nederlandsche Nijverheidstentoonstelling, in Rotterdam haar poorten opende. Halverwege de jaren twintig verkeert sportminnend Nederland in rep en roer: Amsterdam mag de Olympische Spelen voor 1928 organiseren. Dankzij deze gebeurtenis zullen buitenlandse ogen geruime tijd op ons land gericht zijn. Rotterdamse ondernemers zien hierin een unieke kans de vaderlandse nijverheid aan de ons omringende landen te tonen. Immers, datzelfde buitenland had in die dagen nog altijd een 'Volendamsch-Hollandsch' beeld van Nederland. De ondernemers meenden dat de tijd rijp was voor het vervangen van klompen en molens door schoorstenen en stoomschepen. Tijdens een grote vergadering wordt op 23 april 1926 besloten een industriële overzichtstentoonstelling te organiseren in Rotterdam. Volgens de organisatoren dient deze bijzondere expositie een beeld te geven van de industrie in vredestijd. De Olympische Spelen waren immers ook vredelievend en men had de oorlog van 1914-1918 nog vers in het geheugen. Vanuit ondernemingskringen wordt enthousiast gerageerd op het voorstel. Grote multinationals bieden hun diensten aan. De steenkolenmagnaat D.G. van Beuningen roemt in een advertentie de Nenijto als "eene sympathieke uiting van economische activiteit". De organisatie zet zich aan het werk en richt een dagelijks bestuur en een Raad van Beheer op. In beide afdelingen bevinden zich kopstukken uit het particulier initiatief, de Kamer van Koophandel en de gemeentelijke overheid.
De steun van het bedrijfsleven en de overheid was niet verwonderlijk. Het
ging na jaren van malaise weer goed met Rotterdam - zo wierp de kanalisatie
van de Maas haar eerste vruchten af toen bleek dat het goederenverkeer danig
was toegenomen. Ook de grote Engelse mijnwerkersstaking van 1926 had een positief
effect op de werkgelegenheid. De stad kon veel taken overnemen die anders voor
Britse rekening zouden zijn gekomen zoals het steenkooltransport.
De gemeente, ook goed vertegenwoordigd in de Raad van Beheer, verleent aktieve
steun. Men geeft een drassige
polder in Blijdorp in bruikleen. De drooglegging daarvan dient echter uit particuliere
middelen te worden betaald. De gemeente profiteert hiervan: men wil na afloop
van de Nenijto het centraal station uitbreiden en het terrein zal dan bouwklaar
zijn. In de gemeenteraad reageert niet iedereen even enthousiast. De communist
Gerrit van Burink meent bijvoorbeeld dat de arbeidersklasse nooit bij een dergelijke
tentoonstelling gebaat kan zijn. Het communistische dagblad De Tribune moppert
over geldverspilling en men pleit voor betere woningen in de stad. Andere protesten
komen van de christelijke SGP. Het raadslid Kersten denkt dat een groots opgezette
tentoonstelling als de Nenijto tot uitbuiterij leidt. Allerlei nevenactiviteiten,
zoals het lunapark, zullen de argeloze bezoeker slechts geld uit de zakken
trekken. Maar bij die kritiek blijft het voorlopig.
De pers is aanvankelijk ook niet erg enthousiast over de Rotterdamse plannen. Men acht de opzet te prestigieus en uit de tijd. Maar als de openingsdatum nadert groeit de bewondering voor de Nenijto en de Rotterdamse vastberadenheid zienderogen. De kranten volgen de ontwikkelingen op de voet. Het terrein wordt drooggelegd en een aantal enorme hallen verrijzen in Blijdorp. Paviljoens worden opgezet en architecten doen hun uiterste best. Veel gebouwtjes worden opgetrokken vanuit het principe van de Stijl. De voornaamste hal bevat inzendingen van het haven- en scheepvaartbedrijf. Publiekstrekker is daar zonder meer de gigantische maquette van de haven: een soort Rotterdams Madurodam. Ook een enorme schroef van een ijsbreker maakt veel indruk. Andere hallen bevatten onder meer producten uit technologisch geavanceerde landen als Duitsland. Veel ruimte wordt ingeruimd voor gebruik- en genotartikelen. Zo kan de bezoeker een moderne bakkerij in volle arbeid aanschouwen. De inzendingen zijn over de gehele linie vooral van Rotterdamse aard. Maar naast de hallen is heel wat ruimte ingebouwd voor vermaak en amusement. Er zijn discotheken, cafe's, terrasjes, een kermis en, niet op de laatste plaats, een 'negerdorp'.
Dit negerdorp is achteraf beschouwd het meest opzienbarende
onderdeel. De organisatoren wilden blijkbaar aangeven hoè modern de Nenijto eigenlijk
was. Een echt dorp in traditionele 'negerstijl' zou dat onderscheid tussen
vooruitgang en primitivisme duidelijk moeten maken. Een dag of tien voor de
opening komt een vijftigtal Singalezen met de boot aan in Rotterdam. Voor veel
Rotterdammers lijkt het de eerste gelegenheid zwarte mensen in levende lijve
te aanschouwen. De kranten spreken van "ebbenhouten gezichten" en
de mensen verdringen zich langs de wegen om een
glimp van de gasten op te vangen. Zij worden in grote Landauers - koetsen -
naar Blijdorp gereden. Aldaar wordt een kamp opgezet in Singalese stijl; met
hutten en kampvuren. Al snel leidt dit tot problemen die men niet kon voorzien.
De vuren blijven ook 's nachts brandende en voor vuur is hout nodig. De Singalezen
stropen steeds opnieuw het Nenijto-terrein af op zoek naar hout. Meermalen
worden zorgvuldig opgebouwde kiosken hiervan de dupe, tot grote ergernis van
de middenstanders. Uiteindelijk dient de politie er aan te pas te komen om
het conflikt te sussen.
De opening op 26 mei 1928 is een groot feest. Orkesten marcheren van en naar
het terrein, duiven en ballonnen vullen het luchtruim, kinderen zwaaien met
vlaggetjes en Prins Hendrik verricht de feestelijke opening. De plaatstelijke
middenstand is goed vertegenwoordigd en een ieder hoopt een graantje mee te
kunnen pikken. De Nenijto biedt veel werkloze Rotterdammers een baan als ober,
als kellner, als suppoost of als schoonmaker. De kranten besteden veel aandacht
aan de tentoonstelling. De Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) geeft de ondernemers
alle ruimte hun doelstellingen en opvattingen weer te geven. Zij menen dat
de technische vooruitgang vooral de werkgelegenheid en de productkwaliteit
ten goede zal komen. De katholieke pers, in Rotterdam door De Maasbode vertegenwoordigd,
is wat terughoudender. Men looft het technisch vernuft maar is huiverig voor
mogelijke gevolgen: staking en
opstand. Het meest kritisch is wel het sociaal-democratische dagblad Voorwaarts.
Men kritiseert hier vooral de opgestelde vernietigingstechnieken. De organisatie
was er niet in geslaagd een overzicht tegeven van vredelievende produkten.
Vooral de firma Piet Smit jr. moet het ontgelden. Het bedrijf heeft onder meer
een snelvuurkanon opgesteld als voorbeeld van een nationaal product. Voorwaarts
schrijft: "Een reeks van afbeeldingen van oorlogsverminkten zou hier als
afschrikkend voorbeeld goed werk kunnen doen. Dit snelvuurkanon is een werkstuk
waarover men zich diep, alleen maar diep schamen kan ". Ook een deel van
het publiek laat zijn ongenoegen blijken. Een uur ná de opening kalken
actievoerende antimilitaristen 'WEG MET HET MILITARISME' op het terrein.
Blijkbaar acht men het oorlogsgevaar in 1928 zeker nog niet uitgebannen.
Een zojuist opgericht comité laat van zich horen: het is het 'Vredescomité Nenijto'.
In Amsterdam werd begin 1928 de Internationale Vredestentoonstelling opgericht,
met als doel aandacht te krijgen dankzij de Olympische Spelen. Het geweldloze
karakter van de sport diende het belang van de vrede aan te tonen. In navolging
van deze tentoon stelling ontstaat in Rotterdam het Vredescomité Nenijto.
Deze organisatie herbergt allerlei groepen van politieke, religieuze en humanitaire
aard zoals de Vrije Katholieke Gemeente en de Jongeren Vredesactie. Via pamfletten
en brochures tracht het comité zijn gedachten te verspreiden. Men voorspelt
een moderne oorlog waarin afschuwelijke technieken, zoals de gifgassen,
op grote schaal zullen worden gebruikt. Juist op de Nenijto, hét centrum
van
de techniek, wil het comité waarschuwen voor de schaduwzijde der techniek.
Een ander waarschuwend vingertje heft een groep christelijke evangelisten.
Ook zij vrezen de technische vooruitgang. Deze ontwikkeling zou de mensen afhouder
van “het geloof in den heere Jezus". In dit technologisch mecca
trachten de bijbellezers de Rotterdammers te bekeren.
In de avond van 30 september sluit de Nenijto haar poorten voor het laatst voor het publiek. Ondanks zo'n anderhalf miljoen bezoekers blijken de reacties achteraf gemengd. Allereerst waren de toegangsprijzen te hoog gebleken. De gewone man of vrouw had nauwelijks geld voor een kaartje. Via ingezonden brieven werd in de kranten hierover breedvoerig gemopperd. Het gevolg was dat het publiek ook weinig geld besteedde op het Nenijtoterrein zelf. Al na enkele dagen ging het horecapersoneel in staking. De verdiensten waren gering en de beloofde fooien bleven uit. Een groot deel van de suppoosten kon ook weer snel vertrekken toen bleek dat de opkomst tegenviel. De middenstand sprak van een financieel debacle. De pers concludeerde dat de tentoonstelling té Rotterdams was geweest en te weinig nationaal. Van aansluiting bij de internationale markt, zoals immers werd beoogd, kon moeilijk gesproken worden. Maar ondanks dit alles wilde de organisatie niets weten van een tegenvaller. Het Koninklijk Huis had de tentoonstelling toch gesteund in de figuur van Prins Hendrik? En ook de nationale overheid was heel tevreden. Minister Koningsbergen (Koloniën) constateerde dat “ons vaderland in zijn inheemsche industrie bij geen ander land achter staat". Alhoewel het schromelijk overdreven was, deelde een groot deel van het publiek dit standpunt. De Nenijto bleek een groots evenement naast de Olympische Spelen. Maar de expositie maakte ook duidelijk dat er op industrieel gebied in Nederland nog heel wat diende te gebeuren wilde men concurreren met landen als Duitsland. Daarnaast was de huiver voor een moderne technologische oorlog reëel aanwezig. De hallen en paviljoens werden uiteindelijk gesloopt om plaats te maken voor bebouwing. Slechts de Nenijto-atletiekbaan herinnert nog aan die merkwaardige tentoonstelling uit 1928.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |