Index of /Kunst en Theorie/2010 Welk werk waar

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2010 Welk werk waar.pdf   07.11.2010 52kB -

2010

Welk werk waar

‘De kunstenaar moet net zo serieus worden genomen als andere coalitiepartners in de gebiedsontwikkeling. Die positie moet de kunst niet alleen worden gegund, de kunst moet die positie ook willen claimen’. Aan het woord is geen beleidsmaker van het Centrum Beeldende Kunst (CBK), maar gebiedsontwikkelaar Pieter Kuster. ‘Welk Werk Waar’ beantwoordt aan een lang gekoesterde wens van het CBK meer inzicht te verstrekken in de wijze waarop een kunstwerk in de openbare ruimte van Rotterdam tot stand komt. Wat is bijdrage van de kunst aan gebiedsontwikkeling? Waarop is de keuze van het werk gebaseerd? Wie stelt vast welk type kunstwerk aan een gebied wordt toegevoegd? Aan welk profiel dient de kunstenaar te voldoen? Over welke kwaliteiten moet hij beschikken?

Kunst maakt zichtbaar deel uit van de stadsontwikkeling – zeker in Rotterdam. De Maasstad beschikt over een geweldige collectie beelden en haar openbare ruimte is een proeftuin voor jongere en oudere kunstenaars. Kunstwerken kennen een locatiespecifiek karakter, dat betekent dat ze zich expliciet verhouden tot een plek in de stad of tot de gebruikers van die plek. Omdat de werken zich niet toevallig ontvouwen, maakt openbare kunst de stad leesbaar. Kunstwerken vertellen een verhaal over de stad en over de gebruikers van die stad. Helaas gaat de publieke aandacht doorgaans uit naar het eindproduct, naar het kunstwerk. Het stadsverhaal dat daaraan ten grondslag ligt, krijgt niet altijd de aandacht dat het verdient. En dat is een gemiste kans, zeker in een tijd waarin gebiedsontwikkeling de fysieke agenda van de stad domineert. Vaak belanden die stadsverhalen, keurig voorzien van nietjes en een kaft, in de bureauladen van het CBK. ‘Welk Werk Waar’ stelt, voor het eerst, die gebiedsanalyse door kunstenaars centraal. Het boek onttrekt vijftien stadsverhalen aan de vergetelheid en opent het zicht op het wordingsproces van openbare kunst. Hoe krijgt zo’n analyse of stadsverhaal vorm?

Alvorens het CBK, samen met andere opdrachtgevers en financiers, een keuze maakt voor een kunstenaar of kunstwerk, wordt een ‘verkenner’ vooruit gestuurd. Van deze kunstenaar of kunstwerker wordt verwacht dat hij de locatie in kaart en beeld brengt; kwaliteiten, gebruikers of verkeersstromen inventariseert; historische, sociale of ecologische aspecten van het gebied verzamelt; en uiteindelijk een samenhangende visie presenteert op het gebied. De methode is weliswaar inventariserend en proefondervindelijk, maar wordt niet geïnterpreteerd vanuit een objectief kader zoals dat in de wetenschap gebeurt. De subjectieve blik van de kunstenaar is maat- en richtinggevend. In ‘The Art Of City-Making’ (2006) stelt Charles Landry dat stadsontwikkeling vandaag meer dan ooit behoefte heeft aan zo’n persoonlijke correctie en aanvulling. Het is immers menselijke activiteit in een fysieke omgeving die een stad leven, betekenis en zingeving schenkt. Decor en spel, vervolgt hij, mogen niet met elkaar worden verward.

Vanuit het onderzoek van de verkenner ontplooit zich geleidelijk een stadsverhaal. Dat verhaal wordt vervolgens gedeeld met andere vertellers, zoals bewoners, scholen, corporaties, stedenbouwkundigen en de deelgemeente. Zo ontstaat niet alleen draagvlak en een gedeeld locatiebewustzijn, maar ook een coalitie van publiekprivate partners. Zo’n coalitie is een voorwaarde voor goed opdrachtgeverschap. Openbare kunst is steeds minder een zaak van een gespecialiseerd commissieoordeel, maar ontstaat stapsgewijs als een sociaal proces, gestuurd door een kunstenaar.

Gepke Bouma, verbonden aan de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, sprak voor ‘Welk Werk Waar’ met vijftien Rotterdamse verkenners. Hoe kijken ze naar de stad? Welke facetten krijgen hun aandacht? Welke referentiebeelden betrekken ze in hun perspectief? Hoe creëren ze een consistent verhaal over een plek? Welke bijdrage leveren ze aan de gebiedsontwikkeling? Hoe zien hun coalities eruit? Welke kunstenaars en kunstwerken bepleiten ze? Maar ook: Welke rol kennen ze kunst in de openbare ruimte toe? Welke positie moet de kunstenaar innemen in de stadsontwikkeling?

In haar bonte verscheidenheid roept de kunst een intrigerend en veelzijdig beeld van de stad op. Dat beeld heeft niet het microscopische karakter van de wetenschap, niet het telescopische karakter van de politiek, maar wordt eerder gevormd door de blik van de periscoop, die van de betrokken buitenstaander. In die singuliere kijk op de stad – door Bouma ‘de luie blik’ genoemd – domineert een viertal ingrediënten dat ook door het CBK als leidraad voor kunst in de openbare ruimte wordt gebruikt:

1 kunst beoogt het openbaar maken van interesse;
2 kunst noopt tot interactie; in interactie krijgt het werk betekenis;
3 kunst bestaat bij de gratie van individueel en collectief initiatief;
4 kunst smeedt als intermediair coalities van professionals en burgers.

Bovenstaande uitgangspunten geven niet alleen richting aan openbare kunst in Rotterdam. De noties van gebiedsontwikkeling en gebiedsgericht werken doordesemen vandaag de stad op alle niveaus. Ter illustratie heeft ‘Welk Werk Waar’ twee korte essays opgenomen, waarin het fenomeen gebiedsgericht werken nadere aandacht krijgt. De vraag of gebiedsontwikkeling van ‘bovenaf’ of juist van ‘onderop’ moet worden benaderd, wordt hier gepareerd met het coalitiemodel. Pieter Kuster, verbonden aan Concire, een onderneming die gebiedsconcepten voor markt en overheid ontwikkelt, pleit in zijn opstel voor ‘vitale en duurzame coalities tussen professionals en wijkbewoners’. Gebiedsgericht werken inventariseert potenties en ambities van gebruikers. Voor ingrijpende beslissingen wordt de tijd genomen, omdat initiatief en betrokkenheid moeten rijpen. Draagvlak kan immers niet worden afgedwongen. In de bijdrage van Ruud Breteler, verbonden aan de dienst Kunst en Cultuur van de gemeente Rotterdam, wordt ook een coalitie voorgesteld: tussen professionele aanbieders van cultuur en wijkbewoners. Hij noemt dit gebiedgericht werken (zonder s) en stelt zich de vraag: hoe kunnen meer burgers deelnemen aan het Rotterdamse culturele aanbod? Alleen in duurzame coalities kan de culturele vraag van het publiek worden afgestemd op het culturele aanbod van de stedelijke instellingen.

In dit veld van nieuwe coalities dient de kunst zich aan als intermediair. De kunstenaar is de ontbrekende schakel tussen wijkbewoners en musea; tussen huidige en nieuwe gebruikers van een gebied en projectontwikkelaars. ‘Welk Werk Waar’ laat zien dat de kunstenaar die positie niet alleen claimt, maar bovendien op een eigen, subjectieve manier invult. Want alleen ‘een kunstenaar die vrijelijk beweegt, kan bestaande denkpatronen openbreken en nieuwe relaties onthullen of ontwerpen’, stelt Pieter Kuster. Dit boek heeft een aantal citaten uit de interviews gedistilleerd die zich laten lezen als een manifest: iedere kunstenaar legt eigen accenten, maar gezamenlijk bieden ze een unieke kijk op gebiedsontwikkeling in Rotterdam.

‘Welk Werk Waar’ vervult twee belangrijke functies. Enerzijds toont het boek de passie en de professionaliteit waarmee openbare kunst zich heeft vervlochten met gebiedsontwikkeling in Rotterdam. In dit opzicht is de Maasstad toonaangevend. Anderzijds getuigt het van de wens de dialoog te versterken tussen kunstenaars en gebiedsontwikkelaars, tussen wijken en kunstinstellingen: wat verwachten we van elkaar? Deze ontwikkeling is niet alleen goed voor de kunst, maar ook voor de stad.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl - - -