| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2010 De kunst van Rotterdam-Zuid.pdf | 07.11.2010 | 80kB | - |
Op Zuid
De kunst van Rotterdam-Zuid
De herstructurering van Rotterdam-Zuid is in volle gang. Sinds 1997 verstaat het ministerie van VROM onder herstructurering een grotere menging van wonen, werken en recreëren binnen stedelijke gebieden, waardoor de leefbaarheid wordt versterkt en een meer veelzijdige economie zich kan ontwikkelen. Bijzondere aandacht gaat in dat programma uit naar infrastructuur, woonomgeving, voorzieningen en lokale bedrijvigheid. In feite is herstructurering de Nederlandse equivalent van het fenomeen gentrification, dat kan worden vertaald als verdeftiging. Wijken en buurten worden niet alleen stedenbouwkundig en architectonisch opgefrist, maar moeten ook de exodus van de kapitaalkrachtige middenklasse uit de stad een halt toeroepen.
Pact op Zuid
In dat kader werd aan het begin van de 21ste eeuw een ambitieus samenwerkingsverband gestart: het Pact op Zuid. Woningbouwcorporaties en de gemeente beloofden ernst te maken met de opwaardering van het in infrastructureel, economisch en cultureel achtergestelde stadsdeel aan de zuidoever van de Maas. Aanvankelijk werd het Pact geschraagd door drie sterke investeringspijlers (fysiek, economie en sociaal). Nadat de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2009 een evaluatie publiceerde, waarin de verticale structuur kritisch werd beoordeeld, werd de aanpak gewijzigd. De pijlers werden ingeruild voor een serie horizontale programma’s, waarin onderlinge, meer integrale thema’s en samenwerkingsverbanden tot betere resultaten moeten leiden. Hoewel beide perspectieven een systematische aandacht voor kunst en cultuur ontbeerden, kreeg een cultureel programma toch geleidelijk vorm. Niet als pijler of thema, maar als een consistente serie projecten, evenementen en initiatieven. Als een verbindend weefsel tussen pijlers en thema’s ontspon dat programma zich langs de lijnen van erfgoed, creatieve economie en openbare ruimte.
grootstedelijkheid
Het boek dat nu voor u ligt, biedt een eerste reflectie op kunst en openbare ruimte. Hoe kijken kunstenaars, ontwerpers, fotografen en schrijvers naar Zuid? Welke zichtlijnen nemen ze in? Hoe duiden ze grootstedelijkheid? Hoe ervaren ze de dynamiek op de Linker Maasoever? Maar ook: Wat heeft Zuid nodig? Wat zijn de sterke en zwakke schakels van deze stad? In welke verhalen deelt Zuid zich mee? Het boek geeft een reeks antwoorden op vragen die in 2008 door het Pact op Zuid bij het Centrum Beeldende Kunst werden neergelegd: Hoe sleets of provinciaals zijn de entrees tot Rotterdam-Zuid? Kunnen we meer grootstedelijkheid toevoegen aan de toegangswegen van Rotterdam? Zijn de openbare kunstwerken op Zuid kwalitatief van niveau? Heeft Zuid nieuwe iconen nodig? Hoe bewegen bewoners en bezoekers zich door Zuid? Welke routes zijn belangrijk en hoe worden die ervaren? Op Zuid pretendeert geen volledig overzicht te bieden van alle kunstwerken en kunstinitiatieven op Rotterdam-Zuid. Het boek brengt een werkgebied in beeld, waarin het Centrum Beeldende Kunst en het Pact op Zuid elkaar vinden en wederzijds stimuleren.
kunstenaarsblik
De kunstenaarsblik, zoals die hier wordt gepresenteerd, wordt gestuurd door twee motieven. Het eerste motief is ontleend aan The Art Of City-Making (2006), geschreven door de Britse stadssocioloog Charles Landry. Naast het klassieke model van stadsontwikkeling (urban engineering) plaatst hij zijn kunst van het stadswerken (creative city making), waarin participatie van kunstenaars, kunstwerkers en schrijvers wordt bepleit. Zij kunnen het discours immers voorzien van zachte technologie en sociale creativiteit, waardoor stedelijke dynamiek ook op een alledaags, intermenselijk en intercultureel niveau kan worden vormgegeven. Stedelijke vraagstukken vormen unieke ontwerpopgaven – niet alleen voor stadsontwikkelaars en corporaties, óók voor kunstenaars en ontwerpers. Een stad is geen fysieke moloch, maar een uiterst kwetsbare vorm van menselijke organisatie. De stad is een organische levensvorm die zichzelf voortbrengt door menselijke activiteit. Landry zegt het zo:
“Wat een stad leven, betekenis en zingeving schenkt, zijn de handelingen van mensen in een fysieke omgeving. Decor en spel mogen niet worden vereenzelvigd. De fysieke dingen zijn weliswaar noodzakelijke instrumenten en hulpmiddelen, maar de kunst van het stadswerken wil de stad in balans brengen, door de geloofwaardigheid en status van kunstwerkers, scriptschrijvers, regisseurs en performers te verhogen. Teveel hebben we verwacht van de professionele kaste die onze fysieke omgeving ontwierp. En is niet zij, meer dan anderen, verantwoordelijk voor de steden waarin we vandaag wonen?”
Een tweede motief ligt besloten in de wijze waarop herstructurering in het algemeen en Zuid in het bijzonder in de markt worden geplaatst. Twee identiteitsscenario’s blijken dominant aanwezig. Enerzijds is er sprake van een vastgoeddiscours, waarin het nieuwe Rotterdam-Zuid in marketingslogans wordt aangeprezen - denk aan de leus ‘Durf jij De Kaap aan?’, waarmee kopers van nieuwe woningen naar Katendrecht worden gelokt. Daar tegenover heeft zich een romantisch vertoog ontwikkeld, waarin clichés en stereotypen worden uitvergroot tot wezenskenmerken van het stadsdeel ten zuiden van de Maas. Het effect van beide benaderingen is hetzelfde: er wordt identiteit geproduceerd. Maar identiteit, schreef de Belgische surrealist Raoul Vaneigem, ‘is een achterwaartse reis langs plaatsen waar we al geweest zijn’. Sinds 1824, zo deelt het etymologisch woordenboek mee, werden in Nederland de begrippen eenzelvigheid en gelijkvormigheid als betekenissen van identiteit opgevoerd. Maar dienen we processen van culturele differentiatie en stedelijke dynamiek die onze stad vandaag doorkruisen nu echt te benaderen vanuit het principe van de eenzelvigheid? Hoe gelijkvormig willen we vandaag zijn? Identiteit doet geen recht aan dynamiek, aan relaties, aan ontmoeting, aan uitwisseling van ideeën, aan nieuwe stadsverhalen.
stadsentrees
Dit boek laat een stad zien die iedereen kent, maar (nog) niet bestaat. De discussie over grootstedelijkheid wordt gevoerd en gedeeld met de lezer en de kijker. Als ideeënboek en catalogus is het werk opgebouwd uit vier domeinen. Het eerste domein wordt gevormd door het onderzoek naar de entrees van Zuid. In overleg met het Pact op Zuid selecteerde het Centrum Beeldende Kunst zes entrees: het Zuidplein, het Vaanplein, het Maasplein, de Tarwewijk, de bovengrondse metrolijn en metrostation Maashaven. Aan de Internationale Beelden Collectie (IBC), Zus (Zones Urbaines Sensibles), Bureau Venhuizen, Jan Konings, Luuk Bode, LEK (Atelier Licht & Kleur) werd gevraagd een stadsentree tegen het licht te houden vanuit hun eigen expertise. Soms bieden ze concrete fysieke of artistieke voorstellen, soms leggen ze culturele en economische potenties bloot, soms tonen ze werk dat werd geïnspireerd door de openbare ruimte van Zuid. Fotograaf Max Dereta fotografeerde de stadsentrees vanuit de lucht. Hij presenteert daarmee een eigen visie op de grootstedelijkheid van Zuid in het algemeen en die van de stadsentrees in het bijzonder.
iconen
Een tweede domein betreft de iconen van Rotterdam-Zuid. Fotograaf Christian van der Kooy portretteerde kenmerkende kunstwerken in Charlois, Feijenoord en IJsselmonde. Door ook aandacht te besteden aan de context waarin het beeld zich manifesteert, plaatst hij deze iconen in een ander licht. ‘Zuid heeft meer iconen nodig – meer ambitieuze kunstwerken met een krachtige, grootstedelijke uitstraling’, zo luidde één van de conclusies van het Pact op Zuid. Maar is het werkelijk zo slecht gesteld met de openbare kunstwerken op Zuid? Zo beschikt Zuid over sculpturen van hoog, internationaal niveau. Denk bijvoorbeeld aan Il Grande Miracolo van Marino Marini aan de Mijnsherenlaan (1953), de miereneter van Alexander Calder in Hoogvliet (1963) en Quill van Phillip King in het Zuiderpark (1973). Terecht werden deze monumentale werken opgenomen in de Internationale Beelden Collectie van Rotterdam. Feijenoord heeft zelfs een serie beelden die mogen worden opgevat als een unieke, samenhangende collectie, waarin thema’s als spierarbeid en migratie aan de orde worden gesteld. Ook nieuwe kunstwerken bieden bijzondere stadsverhalen over Zuid. Een icoon is niet noodzakelijkerwijs een fysiek kunstwerk. Steeds meer kunstenaars loven de dynamiek van Zuid en verhuizen naar de Linker Maasoever. In luttele jaren verschenen op Zuid - vooral in Charlois, maar ook in Feijenoord - nieuwe kunstenaarsinitiatieven en expositieruimtes. Ook dat zijn iconen. Otto Snoek fotografeerde een aantal van deze ruimtes en hun bezoekers. Hij legt daarmee, voor het eerst, een nieuw gemeenschapsleven op Zuid bloot.
routes
De beleving van mobiliteit op Zuid vormt het derde domein. Hoe ervaren mensen Zuid als wandelaar, op de fiets, vanaf de boot, vanuit de tram, de metro en de auto? Om ook hier trouw te blijven aan het perspectief van de kunst, werden zes Rotterdamse schrijvers uitgenodigd hun ervaringen in fictie te verbeelden. Lennart Pieters, Ernest van der Kwast, Sanneke van Hassel, Fred de Vries, Bianca Boer en Laurens Abbink Spaink schreven voor dit boek een kort verhaal over Zuid. Zij openen het perspectief op een mogelijke stad aan de Maas. Samen leveren deze verhalen een bijzondere vorm van social fiction, uitermate geschikt om het oordeel over grootstedelijkheid en dynamiek op Zuid aan de lezer te laten.
lokaal
Een laatste domein wordt zichtbaar gemaakt in de rubriek ‘lokaal’ – een gefingeerde krantenpagina, ontleend aan de populariteit van huis-aan-huis-bladen, waarin lokale en sublokale nieuwsfeitjes onder de aandacht van de burger worden gebracht. De rubriek maakt actuele dynamiek zichtbaar: ze besteedt aandacht aan kunstprojecten en initiatieven die nog niet zijn gerealiseerd, maar zich in een staat van ontwikkeling of mogelijke ontplooiing bevinden. Ook hier is de inventarisatie niet uitputtend, maar wordt getracht een dynamisch beeld te schetsen van het kunstwerken op Zuid. Soms loopt zo’n lokaaltje vooruit op een nieuw kunstwerk in de openbare ruimte, soms verwijst een bericht naar ontmoetingskunst of naar opvattingen over kunst en duurzaamheid, en soms krijg je gewoon meer inzicht in de wijze waarop kunst in de openbare ruimte zich verankert in de samenleving.
vakantieboek
De structuur van Op Zuid vertoont wellicht enige verwantschap met de oude vakantieboeken van Okki, Taptoe, Jeugd Juweel of Sjors, waarin verhalen, strips, spelletjes, quizzen en non-fictie elkaar speels afwisselden in een integrale leeservaring. De vormgeving van Minke Themans, die ook als co-redacteur aantrad, versterkt die beleving. Hiermee denken we recht te doen aan het pluriforme karakter van de kunst – want de kunst laat zich niet vangen in een eenduidig masterplan. Bovendien verdient iedere kunstzinnige benadering van de openbare ruimte een eigen werkmodel, waarin afzonderlijke wijzen van financiering en maatgericht partnerschap de realisering van het kunstwerk dichterbij moeten brengen. Daarom biedt het boek meer dan louter een inventarisatie – het is ook het startsein voor discussies over grootstedelijkheid, voor nieuwe coalitievorming van kunstenaars, betrokkenen en stakeholders, voor het betrekken van de kunst in de herstructurering van Zuid. We hopen dan ook dat onze fascinatie voor Rotterdam-Zuid aanstekelijk werkt en de dynamiek van het Pact op Zuid zal bevorderen. Want kunst moet juist daar zijn waar stedelijkheid zich ontwikkelt, zegt kunstenaar Kamiel Verschuren elders in dit boek. Aan de slag!
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |