Index of /Kunst en Theorie/2007 Uithoudingsvermogen gezocht

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2007 Uithoudingsvermogen gezocht.pdf   02.03.2007 36kB -

2007

Uithoudingsvermogen gezocht

Rotterdam is een slapende reus, zo betogen velen voordat ze zich gemotiveerd storten op onze stad - een metropolis in wording, het 'Manhattan aan de Maas', een jonge, 'groene' stad die geen vergrijzing kent en de toekomst heeft. Ruud Gullit was de voorlopig laatste in dat rijtje optimisten. Maar zijn roemloze aftocht bij de volksclub Feijenoord wijst er op dat de gigant nog altijd niet uit zijn winterslaap is gewekt. Ook in de wereld van kunst en cultuur hebben velen zich verslikt in de virtuele potenties van Rotterdam. Het klaroengeschal waarmee het Franse zwaargewicht Catherine David bij Witte de With werd binnengehaald, verschraalde al spoedig tot een reeks valse noten. Internationaal werden Gullit en David op handen gedragen, maar thuis verkleefde hun dadendrang tot een onbegrepen programma, waarmee ze zich vervreemdden van hun achterban. Wie Rotterdam wil ontrafelen heeft in ieder geval uithoudingsvermogen nodig. Rotterdam laat zich moeilijk bestormen. Je moet jezelf ermee verweken.

De beeldende kunst heeft laten zien dat uithoudingsvermogen kan lonen. In de wat armetierige en altijd tochtige havenstad die Gerard Cox en Lee Towers als artistieke elite huldigde, ontlook bijna heimelijk een eigenzinnig kunstklimaat dat plaats bood aan even eigenzinnige entrepreneurs die in geen enkele Rotterdamse traditie stonden. Joep van Lieshout, Jeanne van Heeswijk, Marc Bijl en Erik van Lieshout - om slechts enkele straatvechters te noemen - knokten zich op eigen kracht en met opgestroopte mouwen naar voren. Het gebrek aan traditie bleek een deugd: artistieke nieuwkomers, geniale eenlingen en slimme kruisbestuivers konden in Rotterdam zonder veel moeite hun weg vinden. Bovendien toonde de stad zich een uitmuntende gastvrouw en legden culturele instellingen een evenredige ijver aan de dag. Het jaar 2001 bleek een voorlopig hoogtepunt. Rotterdam mocht zich Culturele Hoofdstad noemen. Met een ambitieus programma probeerde men eensgezind de culturele opwekking gestalte te geven. Pluriformiteit en differentiatie werden bezongen (Rotterdam is vele steden), het andere en het exotische bewierookt (Preken voor andermans parochie), kosmopolitisme en verdraagzaamheid omarmd (Erasmus 2001). De boodschap luidde volgens de organisatie dan ook: 'Sleutelen aan de reductie van angst voor het andere'.

Terwijl culturele elites en instellingen met een hoopvol, intergalactisch humanisme het spoor van globalisering en internationale dynamiek kozen, groeide het gemor in de voormalige havenstad. Veel Rotterdammers associeerden globalisering helemaal niet met moderne kunst, diversiteit en kosmopolitisme, maar wel met outsourcing van arbeid, verval van de oude stadswijken en toenemende spanningen tussen autochtonen en allochtonen. Pim Fortuyn vond hier een geweldige voedingsbodem en begon met zijn lange mars door het politieke en culturele landschap. Enkele maanden na het Culturele Hoofdstadjaar boekte Fortuyn een meer dan klinkende verkiezingsoverwinning in zijn woonplaats en verdampte het optimisme van 2001. De moord op de meest populaire volkspoliticus sinds Ferdinand Domela Nieuwenhuis veroorzaakte een schokgolf in Rotterdam én Nederland. De stad die zo graag het culturele Mekka aan de Noordzee had willen worden, werd de stad van Leefbaar Rotterdam, de stad van 'Schoon, heel en veilig', de stad van veiligheidsindexen en 'verkeerde rijtjes'. En de kunst? De kunst had haar lot verbonden aan het wel en wee van de global city - en die was nou net uit de gratie geraakt. Ook uit de gratie raakte de onderkant van het proces van globalisering: migranten. Niet langer droegen zij bij aan exotisme, culturele pluriformiteit en wederzijds begrip, maar zij verstikten met hun hoofddoekjes de Nederlandse identiteit en ondermijnden met hun kinderen de nationale veiligheid.

Manuel Kneepkens zag het juist. 'Marco Pastors heeft zich ontpopt als een Pim in het kwadraat', vertelde de voormalige voorman van de Rotterdamse Stadspartij in De Groene Amsterdammer (13 oktober 2006), 'hij is tegen moslims en tegen kunst'. Hoewel Kneepkens zijn uitspraak deed in de context van de crisis bij voetbalclub Feijenoord en de aanstaande herstructurering van Rotterdam-Zuid, is zijn opmerking illustratief voor de huidige toestand in de Maasstad. Als abstracties van globalisering en internationale oriëntatie, worden moslims en kunst aangemerkt als culturele stoorzenders. In 2004 stemden bovendien drie van de vier Rotterdammers tegen een mogelijke Europese grondwet. Meer dan enige andere Nederlandse stad, bepleitte Rotterdam een lokaal parochialisme, waarin de global village steeds verder uit het zicht verdween. Onder de minderheid van ja-stemmers bevond zich een opvallend groot aantal kunstenaars en leden van andere creatieve beroepen. En onlangs publiceerde het schrijverscollectief BAVO een Pleidooi voor de oncreatieve stad (2006), waarin zonder blikken of blozen gewag wordt gemaakt van een nieuwe klassenstrijd aan de Maas: het proletariaat versus de creatieve klasse. Net als de islam is de beeldende kunst in het gedrang geraakt. Juist kunstwerken, zo suggereerde het beleid van Leefbaar Rotterdam (2002-2006), symboliseren de door Pim Fortuyn bekritiseerde afstand tussen de burger en de overheid. De geplaagde burger mag louter belasting betalen en een kleine elite van kunstkenners bepaalt welke kunstwerken aan de stad worden opgedrongen. De commotie rondom het beeld Santa Claus van Paul McCarthy ('Kabouter Buttplug') - waarbij leden van Leefbaar Rotterdam de prijs van het beeld zelfs omrekenden naar het aantal uren politiesurveillance dat men ervoor had kunnen kopen - tekende de ernst van dit klimaat.

Het zat er al een tijdje aan te komen, maar we waren er nog blind voor. In het jubeljaar 2001 vond een verhitte discussie plaats tussen Bert van Meggelen en Mohammed Benzakour. Het onderwerp was kunst in de openbare ruimte. Van Meggelen, intendant van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001, ontpopte zich tot een radicale pleitbezorger van autonome kunst die geen enkele boodschap heeft aan de burger: 'Het gaat er helemaal niet om of iemand kunst wil. Het gaat er om dat iemand kunst aanbiedt'. Publicist Benzakour begreep daar niets van: 'Maar er moet toch ook een ontvanger zijn? Wat nu als deze het aangebodene niet wenst te ontvangen? Dan krijgen we een terrorisme van de openbare ruimte'.

Na 2001 veranderde het kunstbeleid ingrijpend van karakter. De toenmalige wethouder introduceerde de nieuwe term 'kunstencultuur' en ontwikkelde een op het proletariaat gerichte massacultuur: Rotterdam Festivalstad. Sindsdien worden we geteisterd door vliegtuigjes boven de Maas, racewagens over de Boompjes, huisdieroptochten en andere uitingen van volksvermaak, waarbij het volstrekt onduidelijk is waar kunst en cultuur nog moeten worden gesitueerd. Rotterdam Festivalstad is het democratische antwoord van een stad die nerveus zoekt naar een compromis tussen draagvlak en vernieuwing, tussen parochialisme en kosmopolitisme. Vooralsnog lijkt het beleid in het voordeel van het draagvlakverhaal uit te vallen. Festivals en participatiegerichte kunst krijgen de voorkeur boven experiment en vernieuwing ( edutainment ). Vormgeving en productinnovatie krijgen de voorkeur boven onderzoek en verdieping (creatieve stad). Zeker, in beide domeinen staan traditionele kunstinstellingen onder druk - maar worden ook nieuwe uitdagingen geboden. Leuker kunnen we het niet maken, wel spannender.

Wie Rotterdam wil ontrafelen en de kunst wil herijken, heeft niet alleen uithoudingsvermogen nodig, maar ook een ouderwetse dosis guts en zelfkritiek: het vermogen de dilemma's en impasses van 2001 opnieuw te beleven en tot uitgangspunt te maken van artistieke programmering en institutionele durf. Delete/Control .


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -