Index of /Kunst en Theorie/2004 Wat is situationisme

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2004 Wat is situationisme.pdf   07.05.2004 69kB -

2004

WAT IS SITUATIONISME?

In 1994 pleegde een doodzieke Guy Debord zelfmoord. Debord was de onbetwiste spreekbuis en theoreticus van de laatste invloedrijke avant-garde van de twintigste eeuw, de Situationisten (1957-1972). Onder hen bevonden zich ook Nederlandse kunstenaars: Constant, Armando en Jacqueline de Jong. Tien jaar na de dood van Debord besluit WORM in Las Palmas een interactieve balans op te maken van deze beweging en haar gedachtegoed.

Wat is situationisme? Toen deze vraag ooit door een journalist werd gesteld, antwoordde Debord: “We zijn hier niet gekomen om kutvragen te beantwoorden”, waarop hij een einde maakte aan de persconferentie. Ook kunstenaars die meenden ‘situationistische kunst’ te maken kregen er van langs: “Er bestaat geen situationistische kunst, er bestaat louter een situationistisch gebruik van media”. Ook ageerden de situationisten tegen kunsthistorici, die het verminken, manipuleren en verdraaien van bestaande kunstwerken (een typisch situationistische techniek) als citaten en commentaren op de gevestigde kunstgeschiedenis beschouwden. “Wij citeren helemaal niet”, luidde de tegenwerping van Asger Jorn, “we geven louter uitdrukking aan onze onverschilligheid ten opzichte van oorspronkelijke kunstwerken”. De situationisten vormden een internationale revolutionaire beweging van schrijvers, kunstenaars en activisten, die halsstarrig weigerde zich te laten identificeren door de media en door de wetten van ‘de spektakelmaatschappij’.

De oprichting in 1957 bracht een aantal kleine radicale groepen van schrijvers en kunstenaars samen, die alle scheidslijnen tussen kunst en leven wilden opheffen binnen het kader van een nieuw urbanisme. “We vervelen ons in de stad”, had de 17-jarige Ivan Chtcheglov al in 1953 geschreven. Er werd gepleit voor een stad en samenleving die ontdaan moesten worden van de dwangbuis van planning, functionalisme en bureaucratie. De stad moest bevrijd worden; worden ingericht volgens de verlangens en wensen van haar gebruikers. De stad moest avontuurlijk zijn, spannend, inspirerend, hartstochtelijk, opwindend en creatief. De stad verdiende meer poëzie en meer muziek, meer feest en spel, meer geur en smaak, meer kleur en meer groen. Denk hierbij ook aan het visioen van Constant: New Babylon. In een moordend tempo ontwierpen de situationisten de meest opwindende interventies en manifestaties, werd een maalstroom van nieuwe, creatieve ideeën ontwikkeld, en wisten ze een generatie jongeren op politiek en artistiek gebied te radicaliseren.

Twee theoretische praktijken of praktische theorieën zijn voorgoed met deze beweging verbonden en spelen nog altijd een rol van betekenis in de moderne kunst en het politieke activisme: psychogeografie en verdraaiing. Onder psychogeografie verstaan we het opnieuw in kaart brengen of ‘mappen’ van bestaande steden, knooppunten of netwerken. Bestaande plattegronden of kaarten worden afgewezen of genegeerd, om plaats te maken voor een cartografie die is gebaseerd op eigen wensen of verlangens. Zo heeft een skateboarder behoefte aan een kaart van Rotterdam die specifieke routes, ramps en obstakels aangeeft. Een urban explorer heeft niets aan een VVV-plattegrond, maar maakt een kaart die beantwoordt aan zijn behoefte aan ‘illegaal toerisme’. Deze kaarten brengen altijd trajecten in beeld – situationisten ijkten die trajecten in het begrip ‘dérive’: stedelijke dwaaltochten van gelijkgestemden als uitgangspunt voor een nieuwe cartografie.

Met verdraaiing (of ‘détournement’) worden manipulaties van bestaande teksten, kunstwerken en composities aangeduid. Door woorden of letters te vervangen, door ingrepen in kunstwerken te doen of door klanken toe te voegen of te elimineren, hoopten de situationisten de onderliggende ideologische betekenis of motieven zichtbaar te maken en daarmee de makers te ontmaskeren als burgerlijke conservatieven of als verraders van de kunst of het proletariaat. Vooral strips, posters, advertentieslogans, graffiti, radio en film bleken dankbare media voor verdraaiing en manipulatie.

In 1967 culmineerden deze ideeën en praktijken in twee boeken: De Spektakelmaatschappij, geschreven door Guy Debord, en het Handboek voor de jonge generatie, een publicatie van de situationist Raoul Vaneigem. De term ‘spektakelmaatschappij’ is ook vandaag nog in gebruik en heeft het situationisme overleefd. De centrale gedachte is deze: onze samenleving wordt geregeerd door schijn, reclame, levensstijl en illusies. Ze hebben de plaats ingenomen van het authentieke leven. Dat ‘echte’ leven heeft plaatsgemaakt voor consumptiegoederen en levensstijlen die je tegen betaling moet terugkopen om jezelf te verwerkelijken. De spektakelmaatschappij is geen versiering van onze samenleving, maar vormt het kloppende hart daarvan. Ieder origineel gebaar, elke artistieke uiting, iedere vorm van integriteit of kritiek, wordt vroeg of laat gerecupereerd door de spektakelmaatschappij, van zijn betekenis en autonomie ontdaan en als consumptieartikel terugverkocht aan de consument. Deze gedachten speelden een belangrijke rol tijdens de roerige dagen van Mei 1968 in Parijs.

Uit dit pessimisme ten opzichte van de ‘spektakelmaatschappij’ - of in meer hedendaagse termen: de wereld van globalisering en marktfundamentalisme - moeten we de rebelse en tegendraadse houding van de situationisten verklaren. Door zich ongrijpbaar te maken, verwarring te stichten, teksten voortdurend te verdraaien, door zich solidair te verklaren met rellen en oproeren, maar ook door kameraden en collega-kunstenaars met grote regelmaat te royeren, hoopten de situationisten uit de greep van de spektakelmaatschappij te blijven en zich als voorhoede van politiek en artistiek verzet te handhaven. In 1972 hief de beweging zichzelf op. Waren de krachten van de spektakelmaatschappij te sterk geworden?

Toch zijn de denkbeelden van het situationisme nog altijd niet gestorven. Ze leven voort in de anti-globaliseringsbeweging (‘No Logo’), in architectuur en stedenbouw (‘psychogeografie’), in ‘street art’ en publieke kunst (graffiti en stickers), in muziek en reclame (‘sampling’ en ‘adbusting’). Reden genoeg voor WORM om deze erfenis centraal te stellen in een speciaal voor Las Palmas te Rotterdam gemaakt programma. Drie thema’s krijgen bijzondere aandacht:
· De ‘spektakelmaatschappij’ voor beginners (Wat is de maatschappelijke en culturele betekenis van de spektakelmaatschappij voor de huidige tijd?)
· ‘Mapping Rotterdam’ (Op welke wijze speelt psychogeografie vandaag een rol in het werk van urban explorers, graffiti en stickerkunstenaars, skaters en andere flaneurs?)
· Situationistische kunst bestaat niet! (Wat is de invloed van het situationisme op het werk van hedendaagse kunstenaars?)


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -