| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2004 Lessen in veerkracht.pdf | 27.04.2004 | 62kB | - |
LESSEN IN VEERKRACHT
Vlaardingen. “Een Nederlandse gemeente in de provincie Zuid-Holland, aan de Nieuwe Maas te westen van Schiedam, 26,64 km2, vernoemd naar het stroompje de Vlaarding”, zo leer ik van mijn encyclopedie. Ook kom ik wat te weten over de opkomst en ondergang van dit ooit zo trotse dorp. In 1574 viel de gemeenschap ten prooi aan plunderende soldaten, die een spoor van vernielingen achterlieten. En toen het dorp eindelijk weer was opgebouwd, verwoestte een kwart eeuw later een hevige brand alles wat pronkte en prijkte. Maar Vlaardingen toonde veerkracht. Opnieuw bloeide de stad op in de zeventiende en achttiende eeuw, om geleidelijk weer in de vergetelheid weg te zakken. Dankzij verstedelijking en industrialisatie kroop Vlaardingen onder de rook van Rotterdam voorlopig voor de laatste keer uit het dal en richtte zich nog eenmaal op. In de jaren vijftig en zestig profiteerde de stad van olieraffinaderijen en de chemische industrie aan de overzijde van de Maas en werd ze een Mekka voor forensen, die zich opeenhoopten in buurten als de Westwijk.
Geometrisch uitgetekend door vakgeschoolde stadsontwikkelaars, net als de forensen en petrochemische arbeiders voortgesproten uit de mal van de vooruitgangsgedachte, is de Westwijk het toonbeeld van beschaving en goede bedoelingen. Orde en regelmaat bepalen het patroon van architectuur, infrastructuur, openbare ruimte en groenvoorzieningen, en zelfs de speelse afwisselingen in het decor zijn het resultaat van doordachte calculatie. In Nederland, schreef de Russische schrijver Alexander Herzen al omstreeks 1860, is de revolutie voltooid en het geluk binnen handbereik gekomen. Nederland was het land ‘waarmee Europa grijs begint te worden’. De Nederlandse stadsontwikkeling toont ons, vervolgt hij, ‘dat de mens niet leeft om een bestemming te vervullen, maar uitsluitend geboren is voor de dag van vandaag’. De Nederlandse stadscultuur mag dan een eindpunt zijn van de culturele ontwikkelingen in Europa, dat wil nog niet zeggen dat leven in zo’n stad niet de moeite waard kan zijn: “Kennen ze in Holland soms geen liefdesperikelen, geen botsingen, geen achterklap? Doen ze in Holland soms niet aan de liefde, huilen ze daar nooit, klinkt er geen lach, zingen ze daar hun liedjes nooit, drinken ze geen Schiedammer?”
Bovenstaande gedachten speelden in mijn hoofd toen ik De Strip in de Westwijk voor het eerst bezocht. De Strip was ooit een trots winkelcentrum in het hart van de nieuwe Westwijk, maar is nu in afwachting van herstructurering en betere tijden. Voor de zoveelste keer wordt van Vlaardingen verwacht dat ze zich schrap zal zetten, haar wonden zal likken en weet te anticiperen op nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen. In de hedendaagse ‘global city’, waarvan Vlaardingen onherroepelijk deel uitmaakt, zijn deconstructie en reconstructie onlosmakelijk verbonden met elke stadsontwikkeling. Hedendaagse steden, zegt David Harvey, zijn ‘hyperactieve locaties van creatieve vernietiging’. In zijn kielzog hebben Ida Susser en Jane Schneider de term ‘gewonde steden’ geïntroduceerd (Wounded Cities, 2003). Steden bestaan niet buiten de processen die haar voortbrengen, handhaven, ondermijnen, herstructureren, vernieuwen of vernietigen. Zoals een regenwoud niet als eenheid bestaat, maar slechts een verzamelterm is voor een veelvoud van gedifferentieerde bossen die elkaar wisselend stimuleren en verdrukken, zo bestaat de stad uit een eindeloze reeks van creatieve en destructieve stedelijke processen.
Net als Alexander Herzen zag ook de 20ste eeuwse avant-garde de stad nog als een onafhankelijke entiteit, als een op zichzelf staande ministaat, als een samenzwering van kapitaal en architectuur, die als totaliteit ontmanteld moest worden om plaats te maken voor de ideale stad, ingericht volgens de wensen en dromen van haar inwoners – denk aan Constants New Babylon. Die ‘spektakelmaatschappij’ bestaat echter nog steeds, maar ze is in een veel minder eenduidig en oneindig veel complexer geheel van extranationale stedelijke processen getransformeerd. ‘Globalisering’ heet dat vandaag. In de talloze processen van deconstructie en reconstructie die Vlaardingen al onderging, plooit de hedendaagse stad zich ook als een gewonde stad – als een locatie van creatieve vernietiging.
De Strip staat model voor die gewonde stad. Het kunstproject van Jeanne van Heeswijk in het verlaten winkelcentrum markeert een ‘interzone’: een kort moment van stilstand, een tijdelijk zwart gat tussen deconstructie en reconstructie. Als kunstwerk in de openbare ruimte vertegenwoordigt De Strip geen nostalgische reflectie op de teloorgang van de Westwijk en geen euforisch commentaar op de herstructurering van dit stadsdeel. Met De Strip biedt Van Heeswijk kunstenaars en bewoners mogelijkheden hun bestaanspraktijk in een gewonde stad aan de orde te stellen. Zo bouwde Jasper van der Made een paviljoen, gemaakt van de resten van een houten huisje, dat elders, in het Rotterdamse Kralingen, moest wijken voor een vergelijkbaar proces van herstructurering. Ook het openen van een dependance van Museum Boijmans Van Beuningen was geen toevallige ingeving. Elders in de ‘global city’, denk aan PS1 in Queens (New York), gaf de vestiging van een kunstinstelling de lokale culturele en economische infrastructuur een geweldige impuls, waardoor de gewonde stad haar herstel kon bespoedigen. Beschouwd vanuit dit lesje in veerkracht had Boijmans kunnen overwegen haar nieuwe vleugel niet te bouwen in het Rotterdamse museumkwartier, maar in Spangen of Hoogvliet.
Showroom Mama uit de Rotterdamse Witte de Withstraat is eveneens vertegenwoordigd in De Strip. Haar expositie van stickers, en daarmee haar verwijzing naar het kloppende, commerciële hart van de ‘global city’, maakt de keerzijde van de gewonde stad zichtbaar. De verwondingen worden immers toegebracht, zoals David Harvey terecht opmerkte, door ‘de expansie van kapitaalstromen, begeleid door nieuwe technologieën, nieuwe organisatiemethoden en een instroom van nieuwe bevolkingsgroepen uit alle hoeken van de wereld’. De stickercultuur is wellicht het meest pregnante antwoord op de geadverteerde werkelijkheid van globalisering. Stickeraars gaan interactief om met de logo en billboardcultuur die onze openbare ruimte vandaag domineert, door zelf logo’s en beelden toe te voegen aan het aanbod. Soms als ‘open sollicitaties’ voor reclamebureaus en soms als ‘kritiek’ op de commerciële beeldcultuur. Al blijft hun veelgehoorde pleidooi voor ‘commercievrije stedelijke zones’ dubbelzinnig (ze ontlenen immers hun bestaansrecht en status aan diezelfde stedelijke zones), het presenteren van de grootstedelijke stickercollectie in de gewonde Westwijk (een commercievrije zone) biedt weldegelijk inzicht in de samenhang tussen ontwikkelingen in het centrum van Rotterdam en in de Westwijk van Vlaardingen. Wellicht had Van Heeswijk hierop kunnen anticiperen door ook Nike uit te nodigen tijdelijk een shop te openen in De Strip: de innig verweven relaties tussen stickercultuur en logocultuur zouden daarmee nog sterker worden geaccentueerd.
De Strip, als kunstproject in de gewonde periferie van Rotterdam, kan met de aanwezigheid van Museum Boijmans Van Beuningen en Showroom Mama worden beschouwd als een ‘waardetoekennende kracht’, zoals Saskia Sassen al schreef in The Global City (2001). Woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars maken vandaag dankbaar gebruik van de creativiteit van kunstenaars. Tijdelijk hergebruik van verlaten pakhuizen en winkelpanden, gecombineerd met het opladen van een vaak verarmde culturele infrastructuur met nieuwe activiteiten en initiatieven, kunnen aanstaande herstructureringsprocessen een behoorlijke duw in de rug geven. Een saaie buurt wordt immers hip. In de ‘global city’ hebben kunst en economie een bondgenootschap gesloten. Kunst, lifestyles en merken injecteren ‘het visioen van het juiste leven’ in een gemeenschap. Volgens Sassen is hier sprake van een ‘nieuwe sociale esthetica’ die niet alleen het alledaagse leven beïnvloedt, maar ook als ‘winstgevende tactiek’ voor projectontwikkelaars geldt. Ook De Strip biedt een visioen van dat juiste leven: het tentoonstellen van inzendingen voor de Designprijs Rotterdam door Boijmans Van Beuningen, maar ook de stickerexpositie van Mama, videopresentaties, optredens van hiphopacts en het gebruiken van de ruimte voor culinaire praktijken, getuigen alle van een culturele opwaardering (‘gentrification’) van de Westwijk. Of in termen van ‘wounded cities’ en ‘global cities’: kunst fungeert als medium om het herstelproces van de gewonde stad te bespoedigen en processen van globalisering te bevorderen.
De Strip is daarmee ver ververwijderd van het romantische ideaal van de 20ste eeuwse kunstenaar en activist, die panden in de periferie kraakte en opnieuw inrichtte als kunstenaarsinitiatief of expositieruimte. Deze dacht autonomie en authenticiteit te hebben gevonden, maar plaveide de weg voor herstructurering en gentrificatie. De Strip is die onschuld voorbij. Na afloop van het project in mei 2004 wordt het voormalige winkelcentrum weer keurig aangeveegd teruggegeven aan de eigenaars. De leegstand die op de ontruiming van de kunst volgt, is wellicht het meest aangrijpende monument in de Westwijk: het symboliseert een nieuwe les in veerkracht.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |