| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2002 Openbare kunst.pdf | 24.01.2004 | 65kB | - |
OPENBARE KUNST:
DE KUNST VAN DE STADSVERNIEUWING
Rotterdam heeft de laatste decennia een geweldige gedaantewisseling ondergaan. Velen roemen de vlucht die de architectuur hier heeft genomen en de revitalisering van de beeldende kunst in de openbare ruimte, culminerend in de Internationale Beelden Collectie langs de Westersingel. Bovendien bracht Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 onze stad in het middelpunt van de belangstelling.
Maar ook onder en achter deze in het oog springende pracht
en praal zijn economische, sociale en culturele transformaties aan de orde
van de dag. De stadsvernieuwing
heeft zich niet beperkt tot het centrum van Rotterdam, maar heeft de periferie
betrokken in een onomkeerbare ontwikkeling naar grootstedelijkheid. Charlois
en Feijenoord, het Oude Noorden en Crooswijk, Hoogvliet en Spangen; ze maken
onlosmakelijk deel uit van het fascinerende netwerk dat we Rotterdam noemen.
UEFA-Cupwinnaar Feijenoord en De Kuip, de boksers van Hoogvliet en Crooswijk,
de Zuiderparkdagen en de kunstmanifestatie ‘Something About Charlois’,
de Internationale Bouwtentoonstelling in Hoogvliet, het Zwaanshalsfestival,
de popconcerten in Ahoy, BadBoyz Inc. in het Oude Noorden en internationaal
vermaarde rappers als Def Rhymes, Postmen en E-Life, kwamen weliswaar buiten
het centrum van Rotterdam tot wasdom, maar hebben de Maasstad van een grootstedelijk
en intercultureel predikaat voorzien.
De stad mag zich gelukkig prijzen dat sinds de aanvang van de stadsvernieuwing
ook de culturele en artistieke ontwikkeling van ‘de wijken’ niet
werd veronachtzaamd. Dankzij het zogenaamde ‘Stadsvernieuwingsfonds’ krijgt
het culturele en artistieke klimaat van de stadsvernieuwingswijken steeds
weer nieuwe impulsen. Het Fonds wordt vooral daar aangewend waar stadsbewoners
de overlast ervaren die nu eenmaal eigen is aan het proces van stadsvernieuwing.
Het is immers niet niks als een wijk op de schop gaat, tijdelijke of permanente
verhuizing noodzakelijk blijkt, oude sociale verbanden plaats maken voor
nieuwe vormen van gemeenschap of buurten in de greep komen van bouwputten,
schuttingen en tijdelijke leegstand.
In zo’n omgeving bieden kunst en cultuur soms hoop en troost, soms maken
ze sociale en culturele veranderingen inzichtelijk en invoelbaar, soms wordt
het besef van de plek of de tijd nadrukkelijk onder de aandacht gebracht, soms
brengt die kunst mensen bijeen die elkaar anders niet zouden hebben ontmoet,
soms wordt het begrip voor elkaar vergroot of worden conflicten en tegenstellingen
voor het voetlicht gebracht. Soms lopen artistieke interventies vooruit op
stedenbouwkundige ontwikkelingen van een buurt, soms accentueren ze de aanwezige
architectuur die typerend is voor een wijk of buurt, soms bieden ze bijzondere
tentoonstellingen op even bijzondere locaties waardoor velen die zelden of
nooit een museum bezoeken met hedendaagse kunst worden geconfronteerd. Soms
worden ‘vergeten’ beroepsgroepen of locale inspiratoren herdacht
of geëerd en soms wordt aandacht besteed aan ‘publieken’ of
gebeurtenissen die cruciaal zijn voor een goed begrip van Rotterdam.
Maar evenzeer blijken Rotterdamse kunstenaars begaan met het lot van hun stad.
Met veel passie en toewijding kiezen ze veelal vrijwillig voor het werken met
en voor mensen in ‘de wijken’. Er is geen stad in Nederland waar
zoveel organisaties, collectieven en individuen zich nadrukkelijk richten op
de openbare ruimte. Organisaties, stichtingen en collectieven als Kunst & Vaarwerk,
Cell, Freehouse, Kunst & Kids, Kunst & Welzijn, Kunst & Milieu,
Straatbeeld, Kunst in Spangen, Kunst op Katendrecht, Biemans Concern, B.A.D.
Charlois, Dutch Renaissance, Art & Action, Kunst op de Rotte, BLIK en R2/Ar(T)Too
hebben een indrukwekkend web over de stad gelegd, waarin voor en met stadsbewoners
wordt samengewerkt aan de vormgeving van en de interactie tussen mensen in
onze openbare ruimte.
Deze kunst kan bovendien bijdragen aan een grotere betrokkenheid
bij de stad, aan het versterken van gevoelens van veiligheid en geborgenheid,
aan een ‘upgrading’ van
verwaarloosde openbare zones, aan het zelfbewustzijn van een buurt of wijk.
Maar kunst spreekt een andere taal dan die van opbouwwerk, politie en reinigingsdiensten.
Van de kunst mag niet worden verwacht dat ze met haar bescheiden budget structurele
oplossingen biedt voor sociale, culturele en economische problemen van een
straat, buurt of wijk. Maar signaleren, appelleren en soufleren behoren weldegelijk
tot haar domein.
De kunst van de stadsvernieuwing geeft bij uitstek uitdrukking aan de netwerksamenleving
die Rotterdam vandaag kenmerkt. Uiteraard vormt het Centrum Beeldende Kunst
(CBK) een knooppunt in dit netwerk, maar even belangrijk zijn de bovengenoemde
organisaties, die veelal in samenwerking met het Stadsvernieuwingsfonds van
het CBK en tal van publiekprivate partners kunst in de openbare ruimte mogelijk
maken. Deelgemeenten, woningbouwverenigingen, bewonersorganisaties, scholen
en buurthuizen, maar ook het bedrijfsleven, treden vaak op als partners of
initiatiefnemers in de culturele stadsvernieuwing van Rotterdam.
In dit proces van ‘artworking in partnership’ is de rol van het CBK soms meer initiërend van aard, soms meer faciliterend, maar altijd gericht op inhoudelijke en technische ondersteuning, begeleiding en uitvoering van kunstprojecten. Het ligt in de aard van dit proces besloten, dat universele kwaliteitsoordelen - geijkt door een adviescommissie van kunstexperts – hier plaats hebben gemaakt voor een veelvoud van normen en oordelen die naast en door elkaar hun bestaansrecht opeisen: verschillende mensen vinden verschillende dingen mooi en belangrijk voor hun openbare ruimte. In de hierboven geschetste samenwerkingsverbanden worden kwaliteitscriteria steeds weer opnieuw geformuleerd. De adviseurs van het CBK werken dan ook eerder als inhoudelijke ‘proces operators’, dan als leden van een curatorium dat louter het keurmerk ‘kwaliteit’ verleent.
Terwijl in de internationale kunstgemeenschap sinds jaar en dag wordt gesproken over ‘public art’, dringt in Nederland geleidelijk het inzicht door dat het zo vertrouwde ‘beeldende kunst in de openbare ruimte’ niet altijd een adequate term is. In die courante optiek is de openbare ruimte – lange tijd vereenzelvigd met ‘buitenruimte’ – een soort openluchtmuseum, waarvoor vergelijkbare selectie en beoordelingscriteria gelden die ook in het museum dominant zijn. De beoordeling van kunst in de openbare ruimte bleef lange tijd voorbehouden aan een streng forum van deskundigen en ingewijden. Dit proces beklemtoonde een afwijzing van de ‘bedenkelijke smaak van het publiek’ inzake kunst. Want de overheid beschouwde kunst immers als een exclusief middel om de verheffing en verlichting van haar onderdanen te bevorderen.
Kunst was – en is nog vaak – een zaak van overheidsaanbod, waarin de vraag van de stad en het publiek wordt genegeerd of ontkend. Illustratief is een uitspraak van een landelijke organisatie die zich met kunst in de openbare ruimte bezighoudt: “De meeste kunstenaars hebben geen bijzondere belangstelling voor de openbare ruimte, maar zijn wel in staat een goed werk daarvoor te maken”. Rotterdam verwacht van kunstenaars en betrokkenen echter wel een bijzondere belangstelling voor de openbare ruimte. Zo laat het Stadsvernieuwingsfonds zien dat het zeer goed mogelijk is kunst te realiseren vanuit een expliciete betrokkenheid bij de openbare ruimte en bij de maatschappelijke groepen die samen het publieke domein van Rotterdam vormgeven. ‘Kunst in de openbare ruimte’ is daarmee in toenemende mate ‘openbare’ of ‘publieke kunst’ geworden.
Openbare kunst verlangt vanzelfsprekend openbaarheid van bestuur: Welke kunstwerken werden opgeleverd? Waar werden ze geplaatst? Welke kosten waren daaraan verbonden? Wie namen het initiatief? Welke kunstenaars werkten in de Rotterdamse wijken? Welke partners waren betrokken bij de realisering? Welke motieven lagen aan de werken ten grondslag? Deze vragen worden alle beantwoord in deze gids. Het CBK heeft ervoor gekozen de meest recente periode in kaart te brengen, en wel in letterlijke zin. Openbare kunst & het Stadsvernieuwingsfonds 1997-2001 is vormgegeven als een ‘kaartenbak’ waarin polaroids en indexeringen informatie bieden met betrekking tot een kunstwerk. Onder de polaroid worden het werk en de context waarin het tot stand kwam beschreven. Op de achterzijde van de ‘kaart’ bevinden zich bondige gegevens met betrekking tot locatie, partners en kosten. De werken zijn gerangschikt onder de verschillende deelgemeenten. In het geval van grote kunstprojecten waaraan meerdere kunstenaars deelnamen, zoals bijvoorbeeld ‘Something About Charlois’, is gekozen voor een selectie van enkele kunstwerken.
Tegelijkertijd met de publicatie van deze gids zal ook de CBK-website www.openbarekunst.nl worden gelanceerd. Ook deze site biedt informatie met betrekking tot kunstwerken in de openbare ruimte, maar staat nog in de kinderschoenen. We verwachten dat deze Stadsvernieuwingsgids op termijn zal worden ingeweven in onze website. Rotterdam herbergt een duizelingwekkende verzameling openbare kunst. De inventarisatie hiervan, alsmede het ontsluiten van achtergrondverhalen, vergt veel tijd, maar zal op de langere termijn uitgroeien tot een unieke kunstgeschiedenis van onze stad. Eerder werd al ernst gemaakt met de Beeldengids Centrum (2001) en het overzichtswerk van de Internationale Beelden Collectie (IBC), Beelden in Rotterdam (2002). Met het openen van deze website en de publicatie van Openbare kunst & het Stadsvernieuwingsfonds 1997-2001 heeft het CBK een volgende stap naar die belofte gezet.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |