Index of /Kunst en Theorie/2001 Ubu Roy

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2001 Ubu Roy.pdf   24.01.2004 70kB -

2001

‘Ubu Roy’

Een werk van Ronald Cornelissen, gemaakt in opdracht van Stichting Beeldspoor voor de Rotterdamse Schouwburg.


Langs de monumentale trappen naar de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg hangen kunstwerken gemaakt in het kader van het project Beeldspoor. De collectie omvat werk van Philip Akkerman, Marjolein van den Assem, Rob Birza, Paul Blanca, Rineke Dijkstra, Jan Fabre, Matthieu Ficheroux, JCJ Vanderheyden, Herman Helle, Henri Jacobs, Aglaia Konrad, Axel van der Kraan, Inez van Lamsweerde, Joep van Lieshout, Reinier Lucassen, Bas Meerman, Pieter Laurens Mol, Marc Mulders, Erwin Olaf, Willem Oorebeek, Hermann Pitz, Charly van Rest, Wim T. Schippers, Han Schuil, John van 't Slot, Jean-Marc Spaans, Peter Struycken, Joost Swarte, Lidwien van de Ven, Emo Verkerk, Hans Verwey, Peter Vos, Co Westerik en Dirk Wiarda. In maart 2001 werd daaraan een werk van Ronald Cornelissen (1960) toegevoegd: ‘Ubu Roy’.

"Ronald Cornelissen is een Rotterdamse kunstenaar die zijn beeldend werk helaas Iaat vervuilen door allerlei muzikale invloeden", Zo merkte Radio Rijnmond niet zonder ironie op (7-10-1998). De traditie waaruit Cornelissen zijn inspiratie put, is het intrigerende schemergebied tussen avant-garde en underground: Ubu Roi meets Killroy, Brion Gysin meets William S. Burroughs, Mike Kelley meets Ronald Cornelissen: Ik raakte eerst in de muziek verzeild en pas veel later ontdekte ik de beeldende kunst", zegt Cornelissen. "Popmuziek heeft mij esthetisch gevormd. Via de muziek kwam ik met Burroughs in aanraking, ging steeds meer lezen, raakte verslingerd aan fanzines en undergroundcomics, en leerde in die circuits vervolgens beeldend kunstenaars kennen".

Het is niet verwonderlijk dat Cornelissen in zijn werk trouw blijft aan de media die de internationale popcultuur van beeld en geluid hebben voorzien: collages, comics, cartoons, fanzines, graffiti, straatpoëzie, performances, installaties, noise en psychedelica.
Ook in zijn voor Beeldspoor ontworpen sculptuur vinden we vele verwijzingen naar de alomtegenwoordigheid van populaire cultuur in onze samenleving. Zijn collage ademt de vierde dimensie van Alfred Jarry, wiens ranzige held Pere-Ubu zijn signatuur heeft gekrast in de genenkaart van alle undergroundhelden van de 20ste eeuw. Zoals Killroy, de virtuele beschermheilige van de extase, maar getooid in een mismaakt lichaam, voorzien van een enorme neus, die de libido en lichamelijkheid van de rockster lijken te accentueren.

Ook het souffleurhokje herinnert aan het spannende avant-garde debat dat de kunstwereld voorgoed heeft ontmythologiseerd: de problematische kloof tussen toeschouwer en deelnemer. Het leven van die kloof maakt echter het wezen uit van alle subculturen (subcultureel is immers het collectief opnieuw beleven van een gebeurtenis), terwijl de meer gevestigde kunstwereld nog altijd stoeit met gedateerde begrippen als 'publieksbereik' en 'participatie'.

Ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van Destroy All Monsters (met Mike Kelley, Jim Shaw en Cary Loren) organiseerde Cornelissen in samenwerking met Ben Schot in 1998 te Rotterdam een unieke workshop, waarin een twintigtal Rotterdamse en Detroitse kunstenaars en muzikanten participeerden.

Ook introduceerde hij de beruchte noiseband annex performers Princess DragonMom in Nederland en toerde hij in hun gezelschap door de Verenigde Staten en Japan. Zoals Killroy, over het souffleurhokje heen, deelnemer en toeschouwer in elkaar laat opgaan, zo waarborgt Ronald Cornelissen (in alle denkbare outfits en verschijningsvormen) het noisespektakel dat
Princess DragonMom haar faam heeft geschonken.

Ook geeft hij het internationale comicstijdschrift Wormhole uit en bouwde hij een 'trashy' zen-tuin (Zen Arcade) in de Rotterdamse Schouwburg. Maar altijd is het muzikale of sonische element aanwezig in zijn werk. Het zijn immers de soundscapes, zegt Cornelissen, die sferen oproepen waarin de beelden zich al aftekenen: "Geluid is altijd suggestief". Vanuit het perspectief van de subcultuur is zijn voor Beeldspoor gemaakte collage van een bijzondere waarde. Wellicht fluisteren (of is het souffleren?) Jarry en Killroy ons toe, dat het echte theater zich buiten de voordeur van de Schouwburg bevindt. Wellicht getuigt zijn werk van een wens van de Schouwburg de teloorgang van de scheidslijn tussen hoge en lage cultuur nu eens eindelijk feestelijk te vieren.

Eén ding is in ieder geval duidelijk:

RONALD CORNELISSEN WAS HERE!


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -