Index of /Kunst en Theorie/2001 Engagement in de 21ste eeuw

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2001 Engagement in de 21ste eeuw.pdf   23.01.2004 52kB -

2001

Engagement in de 21ste eeuw
De fotografie van Jan Kees Helms

Een van mijn favoriete foto's in Generatie Speldenprik is een portret van de 27-jarige Rups, uitgever van de befaamde hardcore punkzine UPS (Underground Punk Support). De foto is even hardcore als de zine: naakt, strak, recht voor z'n raap en ontdaan van alle opsmuk. Tegen de verwachting in blijkt Rups geen in het leer gestoken punker met een hanenkam, die de fotograaf boosaardig aankijkt met een Fuck the System-blik in zijn ogen. Nee, die fase heeft Rups al lang achter de rug. Hij verschuilt zich niet achter voorgeschreven codes van kleedgedrag en uiterlijk vertoon, maar kiest voor hardcore, voor back-to-basics: "Er zijn geen regels en we doen wat we willen. Maar eigenlijk kleedt iedereen zich hetzelfde, met piercing en gekleurd haar. Ik hoef me niet meer zo af te zetten, omdat ik mezelf gevonden heb", zegt Rups in een vraaggesprek. En inderdaad, op de foto die Jan Kees Helms van Rups schoot, kijkt een zelfverzekerde gozer met pretoogjes recht in de camera. Zijn glimlach, een mengsel van cynisme en trots, is het levende bewijs dat Rups zichzelf heeft gevonden. Hij staat ergens voor en hij staat ergens in. Rups staat voor de "uitwisseling van ideeën, bladen en muziek" en staat in de autonome traditie van de "Do-It-Yourself"-cultuur. Engagement is geen thema, maar een levenswijze, een levende praktijk. Als Jan Kees Helms iets laat zien met zijn portret van Rups, dan is het deze levende praktijk wel, waarin politiek en cultuur naadloos in elkaar zijn opgegaan.

Engagement, wat was dat ook al weer? Eerder dit jaar vond in Rotterdam de Foto Biënnale plaats, een reeks exposities op verschillende locaties in de stad. Het thema was 'Engagement in de fotografie'. Ergens in een folder las ik dat engagement niet zozeer verwijst naar "het verouderde begrip in maatschappelijke of politieke zin", maar dat engagement uitdrukking geeft aan "de verwondering en daaruit voortvloeiende persoonlijke betrokkenheid van kunstenaars bij maatschappelijke thema's". Met beide omschrijvingen heb ik grote moeite, net als fotograaf Jan Kees Helms, een van de deelnemers aan de Foto Biënnale. In Museum Hillesluis op Zuid maakte zijn verzameling foto's grote indruk. Niet alleen blijkt hij een meester van de individuele portretfoto, tevens schijnt het engagement in zijn werk van een andere orde dan dat van het merendeel van de deelnemers aan de Biënnale. In Rotterdam presenteerde hij een serie portretten van activisten, die tijdens de Eurotop (1998) te Amsterdam in het kader van Artikel 141 werden gearresteerd.

Wat direct opvalt aan deze foto's, maar ook aan de foto's die nu zijn verzameld in Generatie Speldenprik, is het zelfvertrouwen en de zelfbewustheid waarmee de afgebeelde personen steeds in de camera blikken. De schouders worden gerecht, de ogen wijd geopend, een glimlach verschijnt en de mondhoeken trekken zelfverzekerde krassen in het gelaat. Het doet er weinig toe of we nu kijken naar een vredesactiviste, een punker, een dierenbevrijder of een ecoactivist. De kijker ziet met eigen ogen dat Jan Kees het vertrouwen geniet van de mensen die worden gefotografeerd: ze bieden zich immers vol overgave aan het spiedende oog van de camera aan. Jan Kees registreert niet, hij vraagt om presentie en presentatie, om aanwezigheid en commentaar. Daarom zijn de foto's van Jan Kees manifesten, reisverslagen uit de onderbuik van de samenleving, levensberichten van minoriteiten.

De minoriteiten die een plaats hebben gekregen in Generatie Speldenprik worden bij elkaar gehouden door een gedeelde zorg voor de sociale en natuurlijke leefomgeving. Het begrip 'speldenprikkers' werd halverwege de jaren negentig geïntroduceerd door activist Bert van Wakeren. Hij wees daarbij op het landschap van kleine, autonome actiegroepen, die vanuit eigen beginselen en een eigen levenspraktijk niet alleen hun zorg uitspreken over de aantasting van het leefmilieu, maar die zorg tevens tot leidraad nemen in de inrichting van hun dagelijks leven. Van gedateerde begrippen als totaalstrijd of deelstrijd wordt hier niets meer vernomen. Eerder lijkt sprake van ‘tribaalcommunisme’, van gepolitiseerde subculturen met eigen normen en waarden, met eigen codes en voorschriften, met eigen programma's en actiemodellen. Om met Hakim Bey te spreken: "Either you're on the bus, or not on the bus".

Indien engagement louter wordt opgevat als "persoonlijke betrokkenheid bij een maatschappelijk thema", dan denken we toch allereerst aan bezorgde burgers, die, gevoed door Nova en Vrij Nederland, maandelijks hun tientjes betalen aan Greenpeace, Amnesty International en de Consumentenbond. Deze vorm van engagement moet worden bestempeld als interpassiviteit, zoals een Sloveense filosoof onlangs voorstelde. Vanuit de leunstoel, met de afstandsbediening en de thuisbank binnen handbereik, kan de burger zijn engagement belijden, om vervolgens zijn persoonlijke betrokkenheid bij een maatschappelijk thema tot uitdrukking te brengen. Interpassiviteit lijkt ook van toepassing op menige expositie in het kader van de Foto Biënnale. Door in te zoemen op fysiek geweld, op terreur en verdriet, wordt weliswaar een persoonlijke betrokkenheid geviseerd, maar blijft die betrokkenheid een thema, een kwestie, een issue. Het Amsterdamse schrijverscollectief Bilwet zegt: "Engagement is een praktijk. Geëngageerde kunstenaars en schrijvers proberen ergens in te staan, maar meestal staan ze nergens in; ze hebben eerder een moreel standpunt. Daarom willen we de onthouding van engagement bevorderen".

Jan Kees Helms sluit zich aan bij die gedachte, door engagement exclusief op te vatten als een praktijk, als een manier van leven. Daarom is Generatie Speldenprik zo'n mooi boek geworden over engagement in de 21ste eeuw. De kijker bladert zichzelf van tribe naar tribe, van scene naar scene, van praktijk naar praktijk: Codename Future, A Seed, Groen Front, Wise, Food Not Bombs, Onkruit Vergaat Niet, Underground Punk Support, Rampenplan, Straight Edge, Alle Dieren Vrij, enzovoorts. Generatie Speldenprik biedt opvallend weinig stoere plaatjes van harde acties, politiegeweld en machoactivisten met bivakmutsen. Opnieuw was het Hakim Bey, die tien jaar geleden met zijn 'Boycot Cop Culture!' al opriep tot het boycotten van foto's met politiegeweld en geweld van activisten in de anarchistische zinecultuur. Welnu, Jan Kees toont ons gewone mensen en gewone gezichten, maar wel vervuld van trots en inspiratie, van presentie en presentatie: utopia is geen no-where, maar een now-here.

Generatie Speldenprik moet daarom worden opgevat als een heus manifest, dat thuishoort in de boekenkast van iedere zichzelf respecterende rebel en levenskunstenaar. Zelden werd het leven in 'de beweging' zo levend vastgelegd en zo integer blootgelegd als Jan Kees hier heeft gedaan. De in het boek opgenomen vraaggesprekken geven ons achtergrondinformatie en bieden enig inzicht in de motieven van de huidige generatie jonge activisten. Maar de tekst lijkt van ondergeschikt belang: het zijn de portretten die Generatie Speldenprik uittillen boven de grauwe middelmaat van boekjes en publicaties die de actiebeweging zo vaak uitspuwt. Die beweging heeft in Jan Kees Helms een Nederlandse Augustin Victor Casasola gevonden.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -