| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2000 Inleiding tot de illegale wetenschap.pdf | 24.01.2004 | 85kB | - |
INLEIDING TOT DE ILLEGALE WETENSCHAP
In gesprek met Bilwet
(door Freek Kallenberg & Siebe Thissen)
,,Illegale wetenschappen? Ach, het is maar een term, iedereen heeft weer z'n eigen label: fictional science, parafilosofie... Omdat je breekt met de academische traditie moet je het wiel zelf gaan uitvinden, in de stijl die je hanteert bijvoorbeeld. Dat is de vrijheid waarop je wordt teruggeworpen. Daarom geef je jezelf een label: wij kozen voor illegale wetenschappen. Het zou natuurlijk mooi zijn als je al die weirde dissidenten en stromingen van het begin af aan zou kennen. Maar zo is het niet, het is nou eenmaal geen discipline. Er is geen school waar ze je eerst Burroughs laten lezen, de situationisten en nog wat anderen.
,,Zo'n school zou ook verschrikkelijk zijn. Misschien dat ie het vandaag de dag goed zou doen, maar dan krijg je toch ook weer alleen afval voorgeschoteld. Retro. Niet waar het echt om gaat, geen dingen waar die vitaliteit in zit die je aanspreekt. Academische exercities worden in de regel eventueel pas in het laatste hoofdstuk interessant. Ze missen vitaliteit. Vaak kun je met een oogopslag zien of iemand ergens in zit; of iemand al dan niet deel uitmaakt van de stroming of beweging waar hij of zij over schrijft, of niet. Als men er geen deel van uitmaakt blijft de beschrijving erg aan de oppervlakte. Meestal geldt ook dat hoe raarder de ideeën zijn, hoe dieper mensen in een of andere beweging zitten. Dat heeft te maken met de moed die je moet hebben om buiten de academie te schrijven over je eigen ervaringen. Dan kom je heel ver dat is zo'n vrijheid. Die academische manier legt zoveel beperkingen op.
,,Natuurlijk zijn wij min of meer academisch geschoold. Dat heeft als voordeel dat je die methode kunt herkennen. Alle wetenschappen zijn beheerswetenschappen. Als een theorie werkt zijn ze er blij mee, terwijl wij juist vinden dat je hem dan weg moet gooien. Het operationeel maken van een theorie is een fase die we niet zozeer afwijzen, maar gewoon overslaan. Theorie is verder denken. Sociale wetenschappen hebben zich in de tweede helft van deze eeuw heel erg ingeperkt door operationeel te worden, de negatieve kritiek is er hierdoor uitgesloopt. Wij gebruiken juist de niet opbouwende kritiek en tegelijkertijd de mogelijkheid om er overheen te stappen. We beoefenen een negatief denken: Als je zelf een positieve categorie hebt bedacht - media - moet je onmiddellijk gaan denken wat er is als er geen media zijn. Dat is de methode, de negatieve grondhouding die de leden van Bilwet delen.''
De stichting ter bevordering van de illegale wetenschap i.o., kortweg Bilwet, werd in 1983 opgericht door de Amsterdamse sociofilosoof Basjan van Stam ter gelegenheid van het verschijnen van zijn eerste boek Sexisme/racisme, reconstructie van een mannenideaal. Evenals Geert Lovinck was hij actief in de antimilitaristische en vredesbeweging. Gedurende een verblijf in Berlijn ontstonden de plannen om samen een boek te maken over seks & oorlog. Dit werd Beeldenrijk (Ravijn, 1985).
,,Dit boek is toch een beetje de grondslag van het geheel. Heel veel dingen - verkeer, media, seksualiteit en de beweging - komen al aan de orde. Het boek gaat over de crisis in de antimilitaristische beweging, beschreven vanuit een psychoanalytisch perspectief. Het is geschreven vlak voordat Gorbatsjov aan de macht kwam. In die laatste oprisping van de Koude Oorlog. Het is doordrongen van een fascinatie voor de apocalyptische verwachting die in die tijd volop aanwezig was. Daarnaast is het een cultuurstudie. Er worden onder meer een aantal films in behandeld: The Day After, Paris Texas... Films zijn belangrijk om je mee bezig te houden. Ze zijn zo ontzettend intensief en bereiken in een hele korte tijd zo veel publiek, je móet je er haast wel mee bezig houden.''
Arjan Mulder deed dat in die tijd als filmrecensent voor de Waarheid; hij besloot bij Bilwet te solliciteren. Hij werd aangenomen. Ook de socioloog en fulltime reiziger Ger Peeters sloot zich bij het gezelschap aan. Niet veel later trad ook relispecialist Lex Wouterloot toe. Sindsdien heeft zich niemand meer aangemeld. De auteur Bilwet is vanouds een third mind, twee jongens en een typemachine - tegenwoordig een PC.
,,Op het moment dat er Bilwet onder een tekst staat is die altijd door meer dan een iemand geschreven. Dat kunnen er twee zijn, maar ook vijf. Hoewel dat laatste wat lastig is. Drie is normaal, twee kan. We sturen teksten door, bellen met elkaar. Hoewel we elkaar teksten veranderen blijven het lineaire teksten. De een sluit het document af en geeft het door. Het zou wel te gek zijn om met twee of meer cursors in een tekst te werken, maar er is nog geen programma voor. Dat is nou echt utopische software, daar beginnen mensen niet aan, wie wil dat nou?
,,Er zitten wel verschillen in de teksten afhankelijk van met hoeveel ze geschreven zijn. De teksten in onze laatste bundel Elektronische Einsahmheit (.....,1998) zijn allemaal met z'n drieën geschreven en dat kun je wel merken. Dat wordt veel negatiever dan wanneer we ze met z'n tweeën schrijven. Elke volgende doet er gewoon weer een schepje bovenop. Hoe meer schepjes, hoe negatiever. Met z'n tweeën kun je nog een soort van structuur bedenken, bepaalde invalshoeken. Met z'n drieën of vieren gaat dat niet meer, dan worden het teksten waar je willekeurig alles op een andere plek kan zetten. Dat maakt dan niet meer uit. Het heeft daardoor meer het karakter van een razende en tierende auteur.
,,Er zit een enorme vertraging in de productie van onze teksten en de receptie daarvan, bij onszelf en bij de lezers. Soms kan dat zo'n vijf á tien jaar zijn. We vergeten altijd wat we geschreven hebben. Je stuurt het weg en het verdwijnt in het niks. Dat is niet erg, het heeft te maken met de marginaliteit van het Bilwet-bestaan. Het is nu eenmaal niet zo dat wanneer we iets opsturen, het de volgende dag ergens in staat en mensen er over spreken. Tegen die vertraging hebben we ons gewapend door compact te schrijven, dan kan het de tijd doorstaan. Bewegingsleer is een beetje te uitgebreid, dat had compacter gekund. Media-archief is in dat opzicht wel gelukt. Dat blijft toch als een dijk staan.''
,,Die vertraging in de receptie is ook bij Bewegingsleer (Ravijn, 1990) duidelijk. Het is een boek over de kraakbeweging, geschreven op het moment dat deze uit elkaar viel. Het hoofdstuk over de PVK (uitleggen?) werd geschreven op het moment dat die oorlog nog aan de gang was. Mensen die destijds actief waren in de kraakbeweging wilde het dan ook niet lezen. Terwijl de jonge krakers van nu het geweldig vinden. Die weten maar heel weinig af van veel gebeurtenissen die er in beschreven worden. In die zin is het een handboek en dat wordt het ook steeds meer. Daarom is het wel jammer dat het is uitverkocht.
,,We hebben wel contact gehad met andere uitgevers in Nederland. Een gefrustreerde kraker - V. Luchteling noemde die zich - had Actie! geschreven dat werd uitgegeven door Contact. We hebben die uitgever toen opgebeld met de vraag of ze ook niet eens een leuk boek over kraken wilden uitgeven in plaats van dat geouwehoer. We hebben Bewegingsleer toen toegestuurd. De eerste reactie was heel positief, maar daarna haakten ze toch af. Het was niet verantwoord genoeg. Het zou moeten beginnen in de jaren zestig en dan de ontwikkeling van het kraken schetsen... Het is ook wel een heel radicaal boek, het negatieve denken keert zich hier om. Want wij hadden namelijk helemaal geen kritiek. Alles wat je aan kritiek kon hebben, lieten we gewoon weg. Bij het schrijven dachten we wel eens, was dat nou wel verstandig jongelui... maar het ging ons uitsluitend om de ervaringen, die wilden we beschrijven, die hielden immers de zaak draaiende.
,,Er was ook eens een andere uitgever die zich afvroeg waarom er geen echt boek was over de kraakbeweging. Toen zeiden wij: "die is er toch!" "Ja maar", zei hij, "jullie laten alleen maar een kant zien". "Ja inderdaad, wat wil je nou. We moeten het zeker over de politiek hebben, of de buren..." We zijn niet objectief, dus geen uitgever. Er zijn wel mensen die het nu weer willen stencilen en het staat ook op het net. Daarbij is het in het Duits en Engels verkrijgbaar. Hoewel het over de Amsterdamse kraakbeweging gaat, kan iedereen die wel eens gekraakt heeft, zich er gelijk in herkennen. Tegelijkertijd is het wel met die afstand geschreven, dat iedereen direct kan instappen. Vooral als je dezelfde onverantwoordelijkheid hebt als de mensen in het boek en niet kritisch bent. Wat dat betreft leest het als een scenario.''
Opvallend in Bewegingsleer is dat aan megarellen als de Vondelstraat en Kroningsdag nauwelijks aandacht wordt besteed.
,,Dat klopt, de hoofdstukken zijn geselecteerd naar media-afwezigheid. Over de Vondelstraat stonden de kranten vol en iedereen had vooral die verhalen in hoofd zitten. Maar de ontruiming van de Vogelstruys was nauwelijks in de pers geweest, hierdoor had iedereen nog de gebeurtenissen zelf in z'n hoofd en niet de mediavertellingen daarover. Daarom staat er ook geen hoofdstuk over de Kroningsrellen op 30 april in. Die gebeurtenissen zijn volstrekt media gestuurd, de herinneringen en ervaringen zijn vooral gebaseerd op tv-beelden van destijds. Dat blijkt onmiddellijk als je met mensen praat. Daar hebben mensen zich mee bezig gehouden, daar hebben ze zich mee geïdentificeerd. Veel meer dan met de gebeurtenissen zelf. We schreven ook over onderwerpen waar de media helemaal niks van snapte. Hans Kok bijvoorbeeld, dat begreep niemand. Terwijl van binnenuit, was dat goed te begrijpen.''
,,In de loop van de beschreven gebeurtenissen in Bewegingsleer de media steeds belangrijker. Dat kan ook niet anders omdat de kraakbeweging zich steeds meer op de media ging richten, ze werd steeds theatraler. Daarom waren we wel verplicht om over media na te gaan denken. Dat ging eigenlijk vanzelf. We kregen rond die tijd ook het verzoek om een column over media te schrijven voor Mediamatic. We schreven eerst twee columns over objecten die verdwenen onder invloed van de media: het verkeersbord dat verdwijnt door elektronische hulpmiddelen; de deur die verdwijnt door de elektronische schuifdeur. Bij de derde keer kwamen we erachter dat het object helemaal niet verdwijnt, het zijn de media zelf die verdwijnen. Een voor de hand liggende gedachte was om dan te schrijven over de wereld na de media. Toen hadden we het wel te pakken, geloof ik. Het bleek heel vruchtbaar om van het einde van de media terug te redeneren. Je hebt een groot theoretisch probleem, maar je denkt vanuit het idee dat het over twintig jaar is het opgelost? Hoe ziet dan de wereld eruit? Hoe zou het zijn als er geen media meer zijn?
,,Het postmediale tijdperk is de antiautoritaire houding, het is zoeken naar de exit. Volgens ons is dit einde ook traceerbaar in de tijd: 21 december 2012. Dat is meer onze milleniumbug, niet die van het jaar 2000. De christelijke jaartelling is de onze niet. Wie is er ooit op dat waanzinnige idee gekomen? Bovendien hebben ze die ergens in de twaalfde eeuw nog eens aangepast, geen enkele reden dus om die serieus te nemen. ''
Ondanks dit denken vanuit het einde van de media wekte Bilwet aanvankelijk toch de indruk zeer positief te denken over elektronische media als internet.
,,Voor ieder medium geldt in principe een eerste fase van de euforie, van alles wordt anders. Dan krijg je de kritische fase waarin het als een bedreiging wordt gezien. Dat is een fase waar je doorheen moet. Daarna is het gewoon een huishoudelijk instrument. Wij zijn ook euforisch geweest. Eind jaren tachtig begin jaren negentig was de overheersende filosofische denktrant, evenals het denken in politieke bewegingen, gebaseerd op reactionaire gedachten over het kwaad dat in de nieuwe technologie kon worden gelokaliseerd. De Unabomber is hiervan een goed voorbeeld. Wij stelden daar een optimistische houding tegenover. Het optimistische zat bij ons in de euforie over het speculatieve er op los denken, de mogelijkheidsruimtes die het kan openen.
,,Overigens was het eerste essay dat we in 1992 over cyberspace schreven (De grote trek naar cyberspace. De technocultuur van de Westcoast) wel kritisch. Een hele boel mensen wisten in het begin even niet wat ze aanmoesten met internet, het waren vooral wierdo's als Timothy Leary, Louie Barlow en Are you serious? die er mee aan de slag gingen. Heleboel mensen zagen al snel het weirde aspect er niet mee van en gingen er echt een waarheid aan toe kennen. Dat moet je nooit doen.
,,Er verschijnen nog steeds stapels euforische boeken over internet. Het gaat heel goed met de toekomst. Die heeft het in de jaren tachtig even moeilijk gehad, maar is snel uit haar dal omhoog geklommen. Hoewel, de laatste tijd is er toch wel een kleine terugval waarneembaar. Are you serious?, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij Mondo, legt in een recente tekst het einde van die optimistische denktrant ergens eind vorig jaar. Zelfs bij hardcore kringen als Wired en Mondo is het dus even afgelopen.
,,Onze negatieve instelling leidt wel tot grappige confrontaties. We werden vorig jaar uitgenodigd voor Ars Electronica in Linz om een lezing te geven. Wij waren op die dag de enige Europeanen in een zaal gevuld met Amerikanen. Die hebben een optimistisch wereldbeeld en denken dat het alleen maar beter zal gaan; het bedenken van betere technieken vinden ze van groot belang. Wij stelden daar vanuit onze normale negatieve instelling tegenover dat techniek pas interessant wordt, als het mis gaat, als het kapot gaat. Dat leidde tot een interessante confrontatie. De eerste vraag was, wat is jullie oplossing? Maar we hebben geen enkele oplossing. Dat was buiten ieders denkkader.''
Halverwege de jaren '90 laat Bilwet de media achter zich. In recente geschriften worden de media eerder gezien als onderdeel van bredere cultuurverschijnselen zoals toerisme, winkelen, sport, verkeer en seks.
,,Dat betekent niet dat we van de media verlost zijn, zeker niet in het dagelijks leven. We hanteren dat als gedachte-experiment. De gedachte is dat alles op den duur verdwijnt. Ook om een klein beetje aan de fataliteit te ontsnappen. Tegenwoordig wordt alles in de cultuur getrokken. Dat is zelfs het lot van de situationisten terwijl die toch hun uiterste best hebben gedaan. Hun films zijn niet om aan te zien en die boeken zijn ook niet leesbaar. Toch zijn er nu grote tentoonstellingen van hun werk en verschijnen er steeds meer boeken. De situationisten zijn is verplichte kost. Hoe onmogelijk moet je zijn of worden om dit te voorkomen? Wij doen in ieder geval ons best.''
In het in 1994 verschenen boek de Datadandy verschijnen nog wel potentiële mediagestaltes zoals de Datadandy, maar verder is het duidelijk een overgangsboek. De lol is er af. Of zoals Geert het in 1995 verwoord tijdens een lezing op de ISEA-conferentie in Montréal: "De introductiefase 'de korte zomer van de media' ligt nu om te beginnen achter ons. De commercialisering van de nieuwe media brengt een terugval in oude, vertrouwde patronen met zich mee. Het snelle uitdijen van het info-universum leidt tot een implosie van de verbeeldingskracht. De media, dat zijn weer 'de anderen.'
,,Het dit jaar alleen in Duitsland verschenen boek Elektronische eenzaamheid, gaat al niet meer over media, maar over elektronische gesteldheid. Het gaat over de normaliteit van de moderne omstandigheid. Over het tijdperk der goede bedoelingen waarin we nu leven. Na de 'no-nonsense' jaren tachtig, kwamen de 'nonsens' jaren negentig. Het is interessant om te kijken waar het vastloopt, naar de verwachtingen die niet uitkomen. Het is een ontmoedigingsstrategie van het matig optimisme.
In een interview met Jo van der Spek zegt Lex Wouterloot dat Bilwet een onthouding in betrokkenheid aanraad, dat jullie het afzien van engagement willen bevorderen.
,,Wij vinden engagement vaak vals. Wij geloven ook niet dat er een automatische koppeling is tussen engagement en ergens goed over kunnen schrijven. Geëngageerde schrijvers proberen te schrijven vanuit ergens in te staan. Maar velen staan er helemaal niet in, ze hebben eerder een moreel standpunt. Maar dat heeft niks te maken met waar je mee bezig bent. Wat betekent solidariteit nou, dat doe je of niet. Het is een praktijk en onze praktijk is gewoon heel beperkt. Het is tekst. We hebben nooit beweert dat de tekst de wereld is. We hebben in die zin een hele beperkte opvatting over de rol van intellectuelen. Wel zijn we ervoor om buiten de academie schrijven. Ons engagement is de Do It Yourself, dat verbindt ons met een politieke beweging als de kraakbeweging.
Die kraakbeweging moest eigenlijk niks van intellectuelen hebben. Begin jaren tachtig waren er veel studenten actief en die hadden de schurft aan de theoretische debatten op de universiteit. Die wilde niks met theorieën te maken hebben. In feite lieten we in Bewegingsleer een theorie los op iets wat kon draaien omdat ze geen theorie hadden. Toch kun je niet zeggen dat men niet geïnteresseerd was in theorie. Wij gaven destijds cursussen over Mannenfantasieën van Klaus Theweleit en de Fatale Strategieën van Jean Baudrillard. Die werden druk bezocht. Er was dus wel degelijk een basis voor. Maar Nederland heeft überhaupt geen intellectuele traditie. Wel in de bètawetenschappen. Delft is eigenlijk de filosofie hoofdstad van Nederland, nog steeds. Rem Koolhaas, dat is nu de Nederlandse intellectueel bij uitstek.''
,,In Duitsland heeft men wel belangstelling voor theorie, daar werden we ook met open armen ontvangen. Toen Bewegingsleer in het Duits verscheen zijn we op tournee gegaan. In elke stad en ieder dorpje kwam de scene in grote getale opdraven. Toen Media-archief in Duitsland verscheen hetzelfde verhaal. Ook toen weer volle zalen, maar het publiek bestond veel meer uit mediamensen en kunstenaars.
,,Ons negativisme was wel een schok voor hen. Men zat daar nog op het niveau van: moeten we voor of tegen media zijn? Voor of tegen tv, computers? Duitsland kent een hele lange kritische traditie. Kritiek is een methode om in datgene waar je mee bezig bent, wat je fascineert, een ingang te vinden. Maar zolang je kritiek levert ben je bezig om er in te stappen. Bij negatief denken heb je geen behoefte om er in te stappen. Dan zit je er zelf in. Dat ging er maar moeizaam in, maar inmiddels heeft men het wel te pakken daar.
Wegens het succes van de tournee in Duitsland werd ook in Nederland een tournee georganiseerd, de belangstelling was echter gering. Ook met de boeken wil het niet echt lukken. Bewegingsleer is dan wel uitverkocht, van Media-archief liggen er nog ruim 800 in de schappen. Na Media-archief heeft Bilwet, ondanks dat alle teksten in het Nederlands worden geschreven, geen Nederlandstalig boek meer uitgegeven.
,,We hebben wel heel hard geprobeerd om hier boeken uit te geven, maar dat is niet gelukt, geen uitgever ziet het zitten. Waarom niet? Het essay wordt in Nederland niet gerekend tot de literatuur. Het experimentele denken past niet in de academische school, maar ook niet in de literatuur. De eerste positieve reacties op Media-archief kwamen van literatoren. Sybren Polet belde ons om te zeggen dat hij het een geweldig boek vond. "Jullie schrijven literatuur, daar moet je subsidie voor aanvragen", zei hij. Wij hebben gelijk een brief gestuurd, maar dat is nooit wat geworden. Het probleem was altijd dat er geen auteur was en in de klassieke opvatting heeft een tekst nog steeds een auteur.''
Ook in filosofische kringen krijgt Bilwet geen poot aan de grond. Zo weigerde Krisis een inzending voor het themanummer utopie te plaatsen.
,,Dat ging over socialistische dieren. Het idee daarachter was: als de mens
verdwenen is dan wordt het pas echt leuk. Maar dat was niet de bedoeling, zo
bleek, men wilde en humanistische utopie. Overigens komen we ze wel eens tegen
hoor, die filosofen. Henk Oosterling bijvoorbeeld, maar hij is ook wel illegaal,
die heeft het ook altijd over alles.
,,We passen ook niet in een traditie, we willen ons ook nergens op vastleggen.
We hebben natuurlijk wel bepaalde uitgangspunten die we met andere delen, of
dat nu Canetti is, Theweleit of Baudrillard... Dat zijn een aantal waar we
ons toe bekennen,maar 99% van de bronnen zijn geheim. Dat houden we ook zo.''
,,Bilwet kent een hardnekkige continuïteit, soms ligt het een beetje stil, maar dan opeens verschijnt er weer erg veel. Van Media-Archief verscheen dit jaar een Amerikaanse, Kroatische en Sloveense vertaling. Bovendien is er nog genoeg om over te schrijven. Een Nederlandse drugstheorie, daar zouden we wel mee aan de slag willen. In Nederland wordt zoveel drugs gebruikt, maar wat komt er nou uit? Of de algehele verwarring der culturen, dat is ook wel een bilwetonderwerp. Interreligies. Er is ook een potentieel voor een extatische atheïstische beweging. Hoe verder de New Age oprukt naar Tweede Kamer en kabinet, hoe interessanter het wordt om er over te schrijven. De confrontatie met Sartre zijn we ook nog nooit aangegaan. Dat is ook wel een nieuwe uitdaging. Over massa en kritische massa willen we ook nog schrijven. ''
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |