Index of /Kunst en Theorie/1999 Form Follows Fun

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1999 Form Follows Fun.pdf   23.01.2004 114kB -

1999/2000

FORM FOLLOWS FUN
Een subcultureel perspectief op de stad (in 14 samples)

[sample: 1]
Parijs. "You'll never see the Hacienda. The Hacienda must be built".

[REAL TIME/REAL LIVE]
Rotterdam. De regen slaat in mijn gezicht als ik me naar het Nederlands Architectuur Instituut haast. Herfst en het NAI. Het is voor het eerst dat ik dit museum met een bezoek vereer. Midden op de loopbrug houd ik even stil: de basslines in mijn hoofd, voortgestuwd door de Qaballah Steppers, verstoren mijn goede bedoelingen en brengen me aan het twijfelen. Eventjes maar. Terwijl mijn ogen zich wennen aan het licht van de ontvangsthal druk ik de hand van een mevrouw. En nog een keer. "Ja, ik kom een verhaaltje vertellen", prevel ik met iets te zachte stem om de stervende tonen van de Majesty Dub niet te verstoren. Gelukkig is de band reeds present in de aan de theosofie herinnerende NAI-zaal. The Best Real Live Show. Real Time/Real Live. Geen handdrukken, maar oogcontacten. Geert Mul installeert zijn computers en videobeamers, ontrolt kabels en filmschermen, communiceert in een occulte taal die ik niet beheers, geeft aanwijzingen aan technici en smeekt om koffie. Thieu (DJ Alien) test de platenspelers: William S. Burroughs zegt vanuit de speakers dat hij in 1904 anatomie studeerde in Harvard; vervolgens voert de ouverture van Jesus Christ Superstar me terug naar de katholieke middelbare school. Marc Schuilenburg oefent alvast een gesproken column, pretoogjes verraden zijn stemming. Nathalie Houtermans blijkt ziek en ik mis haar aanwezigheid. "We willen iets met subculturen in de stad", zo werd ons door het NAI voorgelegd. Nou, we zijn er klaar voor.

[sample: 2]
Gent. "Van hulpeloze sponzen die er alleen in slagen om te consumeren, muteren ze zich in culturele virussen die geduldig blijven sluimeren tot het afweersysteem tekenen van zwakte begint te vertonen. Op de weke plekken zuigen ze zich vast, duwen hun weerhaken naar binnen, graven ze zich in, storten ze hun cryptische boodschappen uit. Met hun tegengif produceren ze eigen betekenissen en creëren ze eigen ruimtes. In die schemerzones, tussen de zwartgeblakerde beelden en geïmplodeerde woorden, worden er opnieuw openingen geforceerd om de controle over het eigen leven te heroveren en te behouden".

[datatrash: a]
Met het introduceren van het begrip subculturen dient zich ook het eerste probleem aan: nooit heb ik iemand gehoord die zichzelf subcultureel noemt en ik ken geen cultuur die door haar participanten met subcultuur wordt aangeduid. Het woord subcultureel verwijst naar een kwalitatieve en hiërarchische waardering van de Cultuur. In de marges van die cultuur vinden praktijken plaats die zich (nog) niet gerepresenteerd of gecanoniseerd weten. Vanuit deze optiek zijn subculturen gezwellen, aanhangsels, oprispingen, anomalieën, onderstromen, die in het beste geval de formele cultuur ademruimte, innovatie en kritiek bieden.

[sample: 3]
Berlijn. "Er is altijd subcultuur. De gewone cultuur kan niet zonder subcultuur, ze leven in symbiose. Het 'sub' staat voor subversief. Je kunt het vergelijken met kernen in een cel. Die proberen soms te ontsnappen uit het celplasma. Dat plasma heeft dat in de gaten en grijpt dan in door zich uit te rekken en de vluchtende kern tot de orde te roepen. Het gevolg is permanente dynamiek. Zo komt de cel vooruit. Op die manier is ook de cultuur voortdurend in beweging: nu en dan is er iets dat de wanden, de grenzen, tracht op te rekken en dat zet dan weer een proces in gang waardoor de cultuur als geheel levend blijft".

[datatrash: b]
Bovenstaande visie op subculturen is een verleidelijke: niet voor niets heeft de culturele sector subculturen ontdekt als kiemen van culturele innovatie. Ook Studium Generale vraagt zich in het NAI af in welke mate subculturele praktijken kunnen bijdragen aan een innoverende stadsontwikkeling. Maar in tegenstelling tot de Cultuur ontberen subculturen universele Bildungaspiraties. Subculturen laven zich aan de marges van de cultuur: ze ageren tegen bepaalde culturele praktijken of staan daar onverschillig tegenover. Juist dit aspect van de onverschilligheid maakt subculturen opnieuw problematisch.

Subculturen lijken eerder tribaal-communistisch – maar ze zijn ook te kenschetsen als herinneringen aan gebeurtenissen, als dragers van specifieke collectieve ervaringen: een illegale technoparty, een punkconcert in een kraakpand, een ‘legalise’-streetrave, graffiti in metrostations, enzovoorts. De collectief gedeelde ervaring maakt het wezen uit van alle subculturen. Het koesteren van die ervaringen, het mededelen van die ervaringen en het creëren van nieuwe ervaringen, zijn precies de elementen die een specifieke betekenis geven aan een even specifieke subcultuur. Deze exclusiviteit zorgt ervoor dat subculturen nooit voor elk wat wils bieden. Britse piratenradio's introduceerden het veelzeggende begrip narrowcasting om zich te onderscheiden van het op broadcasting gerichte streven van publieke en commerciële omroepen.

Terwijl het begrip cultuur doorgaans enkelvoudig wordt gebruikt, dienen subculturen steeds vanuit een meervoudig perspectief te worden beoordeeld. Er is nooit een enkele subcultuur, er zijn louter subculturen - of zoals de Rotterdamse kunstenaar Harmen Verbrugge toelicht: "Subculturen zijn als zeepbellen. Ze duiken aan de oppervlakte naast elkaar op, ploppen open en zijn weer verdwenen". Subculturen dienen zich altijd aan in meervoud - er zijn immers vele verlangens en vele verlangenmachines. Subculturen verschijnen in horizontale formaties, in nevenschikkingen, in juxtaposities. In deze zin zijn subculturen altijd oppervlakkig, inderdaad, als naast elkaar ploppende zeepbellen.

Tegelijkertijd verlangen subculturen van potentiële participanten een verticale beweging: in subculturen dien je af te dalen. Je dient jezelf taalcodes eigen te maken, gedragsregels, omgangsrituelen, wellicht kledingsvoorschriften, en je dient met enige regelmaat te verschijnen bij die gebeurtenissen die het karakter van de subcultuur bevestigen en continueren. Dergelijke gebeurtenissen, praktijken en ervaringen bieden noodzakelijke continuering en permanente verversing van alle subculturen.

In hun oppervlakkige, horizontale lifestyleformaties zijn subculturen duidelijk zichtbaar: van techno tot skateboarding, van grafitty tot comics, van outsiders art tot body art, enzovoorts. Lastiger wordt het indien we verder willen afdalen, tot onder het culturele oppervlak. Marginale praktijken die aan het oog ontrokken blijven, werden in het verleden wel aangeduid met de term underground - een begrip waarvan de connotatie ons terugwerpt in de jaren zestig en zeventig. Bands als The Doors, Grateful Dead, Quicksilver Messenger Service, dichters als Allen Ginsberg en Jack Kerouac, en junkies als William S. Burroughs en Alex Trocchi worden doorgaans met deze underground geassocieerd. Underground bleek een bijna occulte, psychedelische onderstroom van de ‘counterculture’ - een grote protestbeweging, waarin de toon werd gezet door politiek ressentiment, de beweging voor burgerrechten, de oorlog tegen Vietnam en nieuwe rockmuziek.

In de zomer van 1998 vond in De Vlerk te Rotterdam een discussie plaats over subculturen. De gevierde beeldend kunstenaar en muzikant Mike Kelley - bij velen wellicht beter bekend als de ontwerper van de Dirty-platenhoes van Sonic Youth (1992) - omschreef subculturen als gedepolitiseerde brokstukken van wat eens tegencultuur werd genoemd. Omdat van subculturen geen politieke dreiging uitgaat, kunnen subculturen moeiteloos worden getransformeerd in 'lifestyles', in consumptieve gedragspatronen. Indien een subcultuur of een collectieve identiteit aan de oppervlakte verschijnt, wordt ze zichtbaar en kan ze vervolgens van een etiket worden voorzien. Zodra skaters of hiphoppers door actualiteitenrubrieken worden gesignaleerd volgt hun furore in reclame, mode en kunst.

Het is vanuit deze optiek vandaag niet langer mogelijk, en wellicht niet langer wenselijk, een scherp onderscheid te maken tussen underground en mainstream, tussen cultuur en subcultuur, tussen subcultuur en lifestyle - veelal gedateerde begrippen die hun betekenis verloren hebben in onze mediamatisch en economisch georiënteerde samenleving. Desondanks blijft er een residu over, zoiets als een subcultureel bewustzijn, subculturele praktijken.

[sample: 4]
Den Haag. "Een subcultureel bewustzijn is een soort schizofrenie die de basis legt van alle vrijheid. Je leert jezelf te identificeren met dingen vanuit het besef dat alles voortdurend schuift. Deze onverenigbaarheid van allerlei elementen dwingt je een levensstijl te ontwikkelen om die elementen daadwerkelijk te doorleven. Dat is subcultureel. Een bewustzijn van de verscheidenheid der dingen, geïncorporeerd in je dagelijks leven, ook als dat tot paradoxen leidt - het is de wil tot uitdrukking, tot mededeling".

[sample: 5]
Berlijn. “Wij zijn een vreemd soort tussending”, zegt de Turks-Berlijnse rapper Ozan van de hiphop-posse Cartel. “Wij zijn geen Duitsers en geen Turken. Je moet die schizofrenie goed benutten om verder te komen. Dan ontdekken wie we zijn, en kunnen we verder komen - heel ver".

[datatrash: c]
De Franse filosofen Gilles Deleuze en Felix Guattari spreken liever van minoriteiten en minderheden. Minderheden zijn potentiële meerderheden: belangengroepen die streven naar erkenning, naar een specifieke identiteit en naar volwaardige participatie in de samenleving. Bovendien handelen en denken zij vanuit een centrum: dat kan een programma zijn, een manifest, een identiteit, een organisatie of een model. Minderheden kennen net als meerderheden een centripetale structuur - zij bewegen zich voortdurend naar een centrum toe.

Daarbuiten situeren zij minoriteiten. Minoriteiten zijn centrifugaal van aard, kennen geen model, programma of centrum, en ‘verliezen voortdurend hun gezicht’ - ze zetten hun identiteit op het spel en spreken als vreemdelingen hun eigen taal. Zij vormen geen afgebakende, herkenbare collectieven, maar actualiseren mogelijkheden. Hier speelt de fysieke ervaring, het aanwezig zijn bij cruciale gebeurtenissen, een doorslaggevende rol. Hun opkomst of desintegratie is niet afhankelijk van hun verschijning op televisie of in de mode. Ze floreren in de verborgenheid: soms omdat hun activiteiten de grenzen van de clandestiniteit overschrijden, soms omdat bestaande opvattingen van normaliteit worden doorbroken, soms omdat een stilzwijgen collectieve ervaringen waarborgt van degenen die ergens bij waren, soms omdat hun praktijken een regelrechte kritiek vormen op het dwangmatige streven naar absolute transparantie van de media.

[sample: 6]
Brooklyn. "Ik ken genoeg groepen die zich nu al formeren rondom dergelijke principes, maar je denkt toch niet dat ik hun bestaan hier ga prijsgeven? Kijk, dit is het beginsel: geheimen zouden gerespecteerd moeten worden. Wat de twintigste eeuw juist ontbeerde - en nu hartstochtelijk nodig heeft - is tact".

[sample: 7]
Berlijn. "Ik heb in het Berlijn van nu heel veel interessante dingen gezien. Er bestaat daar een dynamische subcultuur waar nieuwe dingen uit voort komen. Maar ik ga niet vertellen wat. Want opvallend is dat mensen die al die dingen doen, geen publiciteit zoeken, geen platen willen uitbrengen, geen cassettes maken, zelfs geen band willen zijn. Als we het nu gaan beschrijven, dan maken we het kapot. Maar er is veel gaande, geloof me".

[REAL TIME/REAL LIVE]
Rotterdam. De tekst die ik voordraag wordt steeds vaker en steeds brutaler onderbroken door breaks, beats en samples van DJ Alien. Soms als ik een passage wil oplezen, blaast hij snoeiharde scratches door de speakers die me het zwijgen opleggen. Het gesproken woord wordt ingehaald door schokkende beelden, door een pratende journalist van CNN op het beeldscherm, door de roestige stem van William S. Burroughs: "Stop breathing down my neck!" Ik vraag me vertwijfeld af hoe ik de lijn van mijn betoog moet vasthouden.

[datatrash: d]
City Life. De stad vanuit een subcultureel perspectief. Hoe moeten we ons dit perspectief voorstellen? Laat ik met enkele observaties beginnen. De Vlaamse ochtendkrant De Morgen meldt in 1997 dat ruim vijfhonderd verschillende personen of groepen zich vandaag tooien met de naam Luther Blissett. Hij verschijnt soms als auteur van publicaties, dan blijkt hij actief op de vele websites, dan weer presenteert hij radio-uitzendingen of intervenieert hij in actuele discussies.

Luther Blisset is een meervoudige collectiviteit, een naamloze held, een ideale fake-identiteit voor minoriteiten. Alle mogelijke sporen naar Blissett's identiteit lopen dood bij een Britse voetballer met dezelfde naam. Luther Blissett was een voetballer die zijn geluk in het begin van de jaren tachtig zocht in de Italiaanse Serie-A, maar mislukte. Een naamloze antiheld. De herkomst van de naam is echter volstrekt onbelangrijk - Luther Blissett is niet meer dan een voertuig, een medium voor collectieve identiteiten, voor minoriteiten die ieder gezicht en iedere identificatie weigeren.

Geleidelijk spreidde het Blissettvirus zich vanuit Italië uit over de wereld, via Internet, via muziek, via fanzines en obscure publicaties. Blissett stuurt valse persberichten, publiceert fake-interviews en organiseert psychogeografische trips in onder meer Bologna, Rome, Parijs, Londen, Seattle en New York. Hij beweegt zich in een heterodox gezelschap van stoorzenders, ruisverwekkers, beeldkrakers, tekstverminkers en andere consensussaboteurs en duikt louter daar op waar transparantie de toon aangeeft - dat wil zeggen, daar waar de hegemonie van de media buitenproportioneel is. In het Vlaamse tijdschrift Datapanik, uitgegeven door het hermetisch genootschap Datapijn, vinden we de reportage Mondo Mitomane. Hardly a History of The Luther Blissett Project.

[datatrash: e]
Bologna. Gedurende de jaren 1994-1996 wordt de Italiaanse stad Bologna uit haar slaap gewekt door Radio Blissett, een nachtprogramma, uitgezonden door de vrije omroepen Radio K Centrale en Radio Citta del Capo. De anonieme groep die Radio Blissett maakt noemt zichzelf de Associazione Psicogeografica di Bologna. De uitzendingen blijken een hit en het fenomeen van de psychogeografische radio verspreidt zich snel door het land.

Een patrouille van Luthers trekt 's nachts door de stad, zonder vooropgezet doel en zonder bestemming. Vanaf de straat informeren ze de radiostudio en rapporteren hun ervaringen in wijken, stegen, handelscentra, clubs, kroegen en verkeersopstoppingen. Deze stadsnomaden laten zich door de stad zelf meevoeren waarbij de ambiance als kompas dient en het spoor uitzet. Indien er iets of iemand is dat hun aandacht trekt, gaan ze erop af en delen ze mee wat ze zien, horen, denken of ervaren. Jongeren op rolschaatsen, skateboards en mountainbikes houden transistorradio's aan hun oren gedrukt, reizen de Luthers achterna en sluiten zich bij hen aan.

Ondertussen bellen mensen naar de studio, gefascineerd door deze nachtelijke recensie van Bologna. Alles blijkt mogelijk. Een meisje belt dat ze hoofdpijn heeft, dat ze het huis niet kan verlaten en dringend om aspirines verlegen zit. De studio maant Luther aspirines te kopen en deze bij het meisje af te leveren. De studio registreert alles. Als deze zijn correspondenten naar de metro's dirigeert, om te zien en horen wat daar gaande is, belt een leraar dat hij een houseparty geeft en dat zijn gasten honger hebben. De Luthers halen een vijftiental pizza's en trekken naar de party. De radio doet daarop kond van het feest. Na het feest stuit de patrouille op de hoertjes in het rode district. Ze interviewen een Nigeriaanse prostituee die hen vertelt dat het laatste jaar reeds tachtig vrouwen zijn afgevoerd door de politie. Vanuit de studio roept de presentator: "Hee, trakteer de vrouwen op een serenade". Daarop zingen de reizigers een ontroerend lied en vervolgen zij hun weg door de donkere straten van Bologna.

Amsterdam. Voebe de Gruyter, beeldend kunstenaar, tracht het lichaam en de zintuigen te betrekken in onze perceptie van de stad. Zij organiseert in Amsterdam 'mistwandelingen': met het hoofd in de wolken, de benen op de grond, in een dichte mist, zijn de wandelaars vooral aangewezen op het gehoor, de reuk en de tastzin. De Gruyter poogt een visuele metaforiek van de stad in te ruilen voor lichamelijke expressie en waarneming.

'S-Hertogenbosch. De stad maakt bekend dat er in het vernieuwde winkelcentrum een samenscholingsverbod voor spelende en skatende kinderen wordt afgekondigd.

Rotterdam. Het vernieuwde Schouwburgplein brengt Rotterdam tot leven. De ambiance van het plein wordt gegarandeerd door skatende en skateboardende jongeren die steeds veel publiek trekken. Vandaag weert een algemene politieverordening deze pleingebruikers.

[sample: 8]
New York. "Om alles even op een rijtje te zetten: de leden van de New York Psychogeographical Association doorbreken de alledaagse routine en sleur door creatief gebruik te maken van graffiti. Ons engagement ligt in het creëren van creatieve, subversieve graffititeksten en symbolen. Maar graffiti is meer: het is een collectief proces, tegelijkertijd een ontmoeting en een vergadering. Wij exploreren de stad door middel van de drift. Niet alleen genieten we van elkaars aanwezigheid, we markeren de plekken die geteisterd worden door de kaalslagen van de spektakelmaatschappij - we worden verliefd op die plekken en beschermen ze".

[sample: 9]
Seattle. "Ik ben mijn eigen weg, zegt Len Bracken, mijn eigen cartografie. Wij zwerven door de straten, affecteren anderen en andersom. We ontmoeten mensen de we anders nooit zouden ontmoeten - het doorbreekt het dilettantisme binnen menselijke relaties. Zijn reisgezel Howell twijfelt aan de effectiviteit van die drift, maar zegt: de doelloze zwerftochten door de stad hebben voor mij een therapeutische waarde: het schoont mijn hoofd, pompt mijn bloed door mijn lichaam, en biedt me nieuwe morele en esthetische overtuigingen. I call it non-directive research".

[datatrash: f]
City Life. De idee en methode van de psychogeografie werd reeds ontwikkeld in de jaren vijftig door piepjonge kunstenaars, stedenbouwkundige en schrijvers - door urbane subculturen. Om de betekenis te kunnen vatten lijkt het zinvol terug te keren naar een klassieke, modernistische kritiek op de stad.

In 1957 wandelt de beroemde Amerikaanse stadsfilosoof Lewis Mumford door het wedergeboren Rotterdam en geeft hij commentaar op de stadsvernieuwing die zich zojuist aan het voltrekken is. Zijn essay, The Sky Line. A Walk Through Rotterdam, verschijnt in het intellectuele periodiek The New Yorker. Mumford is allereerst een ethicus: hij maakt zich zorgen over anonimiteit en vervreemding, maar vindt dat het nieuwe Rotterdam op integere wijze poogt zaken als leefbaarheid, een humane organisatie van verkeersstromen en de spanning tussen wonen en werken serieus te nemen. Lyrisch is hij over de Lijnbaan - een district waar de voetganger autonomie heeft gekregen en niet langer wordt gehinderd door autoverkeer. Ook noteert hij minpuntjes: de rol van de voetganger buiten de Lijnbaan neemt snel af, trottoirs zijn vaak te smal, en voetgangers zien zich geconfronteerd met tal van obstakels die de druk op het openbaar vervoer onnodig doet toenemen. De voetganger staat centraal in zijn perspectief en concluderend merkt hij op dat ook in het nieuwe Rotterdam de verdwerging van de voetganger wordt voortgezet. Enorme gebouwen en brede straten maken die voetganger tot ‘The Forgotten Man’.

In dezelfde periode menen jongeren in Parijs en andere Europese steden dat dominante opvattingen over de eenvormigheid en eenduidigheid van een stad achterhaald zijn. Een gefixeerde, functionalistische opvatting van de stad en het vervolgens toekennen van een specifieke identiteit aan de stad, laten immers geen ruimte aan de creativiteit en verbeeldingskracht van haar bewoners.

[datatrash: g]
City Live. Steden worden gebouwd vanuit functionalistische overwegingen, vanuit conventionele functies. Maar een stad is ook een compositie waarin geografische, sociologische, historische, visuele, theatrale en muzikale elementen elkaar afbreken, afwisselen en vernieuwen. Omstreeks 1955 meent een groep internationale, urbane kunstenaars, onder wie de Nederlander Constant, dat de geo-economische ideologie van de stad en de stedenbouw vervangen moet worden door een psychogeografisch perspectief, waarin een gevoeligheid voor momenten, situaties en gebeurtenissen prevaleert boven functionalistische beginselen. Constants New Babylon betrof zo'n poging tot wisseling van perspectief.

Een stedelijke subcultuur, de Lettristen - een groep jonge schrijvers en kunstenaars uit Parijs, waarvan sommige leden nog geen zeventien jaar oud zijn - richt zich nadrukkelijk op het urbanisme. De stad moet tot leven worden gewekt. De stad moet steeds tot stad worden gemaakt. Ze pleiten er halverwege de jaren vijftig voor om taperecorders, luidsprekers en beeldschermen in de straten te hangen. Dergelijke multimediale installaties kunnen niet alleen snel vertolken wat mensen dagelijks doen, maar bieden bovendien gratis kunst en poëzie. Ook pleiten ze voor geurmachines die heerlijke geuren over de stad zullen verspreiden. Iedere vorm van functionalistische planning moet achterwege blijven om de stad tot een doolhof te maken dat ontdekt moet worden: iedere wandeling en ieder verblijf dient een avontuur te zijn. De Lettristen noemen de stad een ‘esth-polis’, een tot leven gewekt gedicht, een opera van het alledaagse, een collage van menselijkheid.

[sample: 10]
Parijs. "You'll never see the Hacienda. The Hacienda must be built".

[datatrash: h]
In 1953 formuleert de Lettrist en stedenbouwkundige Ivan Chtcheglov - nog een snotneus - zijn plannen voor een nieuw urbanisme. De stad is saai, iedereen verveelt zich, de humor is gestorven, de stadspoëzie gaat ten onder, verhalen en overleveringen worden weggedrukt door socio-economische beleidsrapporten, en het stadsleven maakt plaats voor herhalingen van protocollen. Chtcheglov pleit voor een architectuur van ambiance en situaties. Hij viseert wijken van geluk, straten van tragedie, historische buurten, een kwartier van de doden, een wijk van onheil, een steeg van afschrikking, enzovoorts. Stadsdelen met een positieve en een negatieve uitstraling dienen elkaar af te wisselen, zodat alle zintuigen van mensen worden aangesproken en ze kunnen leren hoe ze zelf willen leven, denken, voelen en creëren. De stad wordt een broedplaats van ontdekkingen en avonturen - van ontdekkingsreizen die het leven plezierig, sexy, leerzaam en spannend maken.

Een andere stedelijke subcultuur is de groep die zich tooit met de naam Internationale Beweging voor een Bauhaus der Verbeelding, opgericht in 1953 te Zwitserland door de kunstenaar Asger Jorn. Ook hier bieden opvattingen over een psychogeografisch urbanisme het vertrekpunt. Men kritiseert de modernistische pretenties van het Bauhaus, dat teveel nadruk legt op rationaliteit en functionaliteit. Beide aspecten bevorderen verveling en monotonie, en negeren de wensen, verlangens en creativiteit van stadsbewoners. Het Bauhaus der Verbeelding plaatst een hybridische glimlach tegenover de officiële Bauhausideologie van mooi en nuttig. De stad, stelt Jorn, moet de uitdrukking zijn van singuliere wensen en verlangens - de stad moet steeds opnieuw vanuit de verbeelding worden gebouwd, eerst dan kan de menigvuldigheid van het leven tot uitdrukking komen.

Deze stadsnomaden en subculturen gaan in 1957 op in een nieuwe, marginale, subculturele beweging: de Internationale Situationisten die de grens tussen kunst en leven willen slechten binnen het kader van een nieuw urbanisme. Het blijkt een circuit van jonge, talentvolle dwarsliggers die zich ten doel stelt situaties, momenten en gebeurtenissen te creëren. In een poging te ontsnappen aan de dwangbuis van planning, eenvormigheid, uniformiteit en de dicatatuur van het oog, ontwerpen zij een psychogeografische methode waarmee de stad opnieuw ontdekt en vervolgens opnieuw gecreëerd kan worden. Een cruciale activiteit is de derive of de drift: een non-lineair, doelloos dwalen. Het stedelijke landschapsbeeld zal, door het vertalen van emoties die het dolen oproept, van uur tot uur veranderen, wat uiteindelijk zal resulteren in een totale desoriëntatie van de bestaande cartografie. Traditionele plattegronden worden afgewezen omdat het de wandelaar dwingt een nuttige route te kiezen. Een nieuwe cartografiemethode wordt ontworpen en experimenten worden niet geschuwd: zo wordt er gedwaald door Londen met een kaart van Parijs.

De eerste derive werd reeds in 1923 te Parijs georganiseerd door de kunstenaar Francis Picabia (een vriend van Marcel Duchamp), maar pas in de jaren vijftig wordt deze methode meer structureel uitgewerkt door de franse cineast en theoreticus van de situationisten, Guy Debord. Hij typeert de psychogeografie, en haar onderzoeksmethode van de drift, als een kritiek op de stad. Ook zijn doel is het veranderen van stedelijke ambiance. In Nederland sijpelen deze opvattingen door in het werk van onder anderen Constant en Armando, maar ook in dat van beeldend kunstenaar Jacqueline de Jong, werkzaam bij het Stedelijk Museum als assistent van Willem Sandberg. Zij geeft het periodiek Situationist Times uit. Ook het literaire, rondom Simon Vinkenoog verschijnende periodiek Randstad maakt veel ruimte voor deze denkbeelden.

[sample: 11]
Londen. "Nooit zal ik de psychogeografische trips met Guy Debord vergeten”, zegt Alexander Trocchi in 1983, vlak voor zijn dood. “Hij nam me mee naar plekken in Londen waar ik nog nooit was geweest, waar hij nog nooit was geweest. Guy kon een stad werkelijk ontdekken en openleggen waardoor de magie van de stad tot leven werd gewekt. Afstanden maakten hem niets uit, hij nam alle tijd. Zwervend door Londen, overdag, 's nachts, toonde hij me de meest fantastische plekken en de meest fantastische verhalen. Oude plekken, vergeten plekken, afgestoten plekken... altijd had hij zijn verhalen gereed, gelardeerd met historische en artistieke schetsen, alsof hij hier was geboren. Hij citeerde Marx, las tegelijkertijd voor uit Schateiland of vertelde over De Quincy's Confessions of an Opium Eater. Guy, Guy, WHAT IS IT? I am talking to you now!".

[REAL TIME/REAL LIVE]
Rotterdam. Op drie grote schermen verschijnen beelden: City at Night (1998) - een film van Geert Mul. City at Night is een psychogeografische film, geen documentaire over Rotterdam, maar een document van Rotterdam. Het is de stad zelf die de camera en regie voert en de filmmaker meesleept tijdens een nachtelijke derive. De camera zwenkt en zwenkt: uit bekende en onbekende brokstukjes, uit lichte en donkere fragmenten, uit liefdevolle en afschrikwekkende splinters, wordt een mogelijke stad opgetrokken. De verlichte Shell-schelp aan het Hofplein flirt met de camera. Dan duwt Rotterdam de filmmaker bruut van zich af en toont ze haar hypnotiserende underground: dansende en trippende mensen bewegen zich op opzwepende tonen.

[sample: 12]
New York. "Ik ben een ruimtelijk ingenieur van de onzichtbare stad. Geef me twee langspeelplaten en ik maak een universum voor je. Ik wil muziek maken die de dichtheid van de stad reflecteert en de wijze waarop geometrische regelmatigheden onze perceptie kaderen en configureren. Ambient ontkent de schaduwzijden van de stad en pakt haar in als een warme deken - ik spreek daarom liever van illbient".

[datatrash: i]
De derive of drift en de idee van psychogeografische stedenbouwkunde zijn onlosmakelijk verbonden met de praktijk van de cut-up: de collage en de mix. De cut-up is op haar beurt even onlosmakelijk verbonden met de ongekroonde koning van alle subculturen: William Seward Burroughs. De stad, zo schrijft hij The Adding Machine (1985), bestaat louter en alleen als collage of caleidoscoop. Loop een willekeurige straat in: tegelijkertijd zie je mensen krioelen, je ziet stront op het trottoir, spiegelingen in winkelruiten, een man die door een vrachtwagen wordt geschept, je hoort stemmen en ondefinieerbare geluiden, maar ook sirenes, ronkende motoren, je ruikt olie, gebakken vis, after shave, enzovoorts. Om recht te doen aan die zintuiglijke overvloed bepleit Burroughs de methode van de cut-up.

[sample: 13]
Den Haag/Londen. "Taaluitingen, hoofd en bijgeluiden zijn zo beknot, gesneden en vermengd, dat mutaties zijn ontstaan. De illusie van een vertelling is verdwenen, een andere stem, een ander beeld is opgekomen. Woorden gebruikt zoals een schilder zijn verf benut: ruw materiaal met eigen regels en eigen zin. De ware held van het schilderij is de verf, ontdekten de abstracte schilders. "Ik houd van mensen die het lot durven trotseren in hun kunst en in hun leven" zegt het genius achter de cut-up, beeldend kunstenaar Brion Gysin, "so if you want to challenge and change fate... cut up words".

[datatrash: j]
De techniek van de cut-up werd voor het eerst toegepast door kunstenaar Brion Gysin. Zo knipt hij in 1959 nieuwsberichten uit een krant en plakt ze in een andere volgorde, waardoor een spannende tekst ontstaat die zichzelf als het ware laat schrijven en daarmee nieuwe betekenissen blootlegt. Ook experimenteert hij met geluid, mixed hij fragmenten op tapes en laat hij zich verrassen door het resultaat. Net als in de derive en de psycho-geografie speelt toeval in de cut-up een noodzakelijke rol.

Met de opmars van nieuwe elektronische communicatiemiddelen - denk aan de scanner en de sampler - is de cut-up in een stroomversnelling terecht gekomen. De sampler is een digitale bandrecorder waarmee je analoge geluiden kunt omzetten in digitale data die vervolgens kunnen worden opgeroepen met het toetsenbord van de computer. De sampler is zo gebruiksvriendelijk en zo goedkoop dat kennis van de compositieleer, langdurige oefening en jaren van hard sparen niet langer nodig zijn. Een ieder wordt aangemoedigd de kosmos te fileren opnieuw te assembleren in mogelijke werkelijkheden/toekomsten. De New Yorkse DJ en filosoof Paul D. Miller - beter bekend als DJ Spooky – noemt zich een virtuele stedenbouwkundige die zijn steden psychogeografisch duidt in samples en soundscapes. Moderne steden, zegt hij, veroorzaken claustrofobie, "in de meeste industriesteden voel je je niet lekker". Hij wil de steden opnieuw arrangeren door geluiden zo te mixen dat andere visioenen van de stad worden opgeroepen.

De scanner biedt andere mogelijkheden: het is een instrument dat stedelijke ruis kan transformeren in stadsverhalen. De Britse muzikant Robin Rimbaud, alias Scanner, hanteert de scanner als een wichelroede in zijn derive door de steden die hij bezoekt. Hij combineert zijn elektronische composities met gesprekken die hij opvangt met de scanner - de ene keer zoomt hij in op het gehoorapparaat van een dove man om mee te luisteren naar de gesprekken waarnaar deze luistert. Dan weer onderschept hij ‘earth-to-space transmissions’ en luistert zijn publiek naar gesprekken tussen astronauten. De stad, zegt Scanner, is een "ocean of sounds" - met zijn geluiden maakt hij een onzichtbare stad zichtbaar - hij spreekt van Mapping the City.

[sample: 14]
Londen. "Ik bied tijdens mijn performances informatie met betrekking tot een bepaalde stad. Ik noem dat ‘mapping the city’. Dat wil zeggen, ik breng geluiden in kaart die een visueel beeld representeren: sonore elementen staan altijd in relatie met een bepaalde fysieke en melancholieke ruimte - ik maak geluidspolaroids. Met de soundmap van een stad, waarin geluiden van straten en plekken zijn opgenomen, kun je blinden geleiden via de akoestiek van een stad. Ik ben vooral geïnteresseerd in lokale geluiden, zoals verkeersgeluiden, straatwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden. Het is spannend die te mixen met muziek".

[datatrash: k]
The Best Real Live Show, waarvan u hier vanavond een indruk krijgt, is veel meer dan slechts een audiovisuele show, zoals de folder van Studium Generale beweert. Het is een psychogeografische gebeurtenis, een poging tot het bieden van een andere stedelijke cartografie - een cartografie van geluiden, beelden, woorden, symbolen. The Best Real Live Show creëert een virtuele stad, een virtueel Rotterdam. Mocht er werkelijk zoiets bestaan als ‘een subcultureel perspectief op de stad’ of ‘een subcultureel bewustzijn van de stad’, dan is het de occulte, subculturele wetenschap dat iedere stad vele onzichtbare steden omvat, die louter in actuele situaties tot leven kunnen worden gewekt.

[REAL TIME/REAL LIVE]
Rotterdam. Bovenstaande woorden komen niet meer uit mijn keel. Ik doe nog een laatste, vertwijfelde poging een slotcitaat te formuleren, maar het volume van de opzwepende techno en de bijtende, geprojecteerde leuzen van Koot slaan als een vloedgolf over me heen. In chaotische complexiteit neemt de stad bezit van het NAI. Noriko Obara klimt op het podium en anticipeert met haar viool op mijn stilzwijgen. Het publiek maakt zich los van de stoelen en transformeert de zaal in een dansvloer. Terwijl ik naar de bar schuifel krijg ik even een glimp van Rotterdam. Live.


samples:
(1) Ivan Chtcheglov, 'Formulary for a New Urbanism' (1953), in: Ken Knabb (red.), Situationist International Anthology (Berkeley 1989) 1-4;
(2) Wim Vandenbussche, 'Lof der Onzichtbaarheid', in: Mba Kajere (zomer 1998) 32-37;
(3) Blixa Bargeld, geciteerd in: Karin Spaink & Rob van Erkelens, 'Het Lied in de machine', in: De Groene Amsterdammer 10-9-1997;
(4) Cor Gout, geciteerd in: 'Cor Gout Spreekt!', in: Mba Kajere (zomer 1998) 68-73;
(5) Geciteerd in: Toine Heijmans & Fred de Vries, Respect. Rappen in Fort Europa (De Balie/De Volkskrant, Amsterdam 1998);
(6) Hakim Bey, De Tijdelijke Autonome Zone. Immediatistische essays (Amsterdam 1994) 67;
(7) Zie (3);
(8) Patrick Tracey, 'The Drifters', in: Washington City Paper (24 juli 1998);
(9) Len Bracken, 'A Letter on Psychogeography to the Editor', in: Washington City Paper (23 september 1998);
(10) Zie (1)
(11) Greil Marcus, Lipstick Traces. A Secret History of the Twentieth Century (londen 1989) 384-389;
(12) Persoonlijk gesprek met Paul D. Miller alias DJ Spooky [That Subliminal Kid] te Amsterdam, 27-4-1998;
(13) Cor Gout, voorgelezen voor Radio Rijnmond, 7-10-1998;
(14) Sjoukje van der Meulen, 'Sampling is niets nieuws. Een interview met Scanner', in: Metropolis M 2 (1997) 20-25.


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -