Index of /Kunst en Theorie/1999 Beam Me Up Scotty

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1999 Beam Me Up Scotty.pdf   23.01.2004 82kB -

1999

"Beam me up, Scotty!"
De fascinatie van de tijdmachine

Weinig apparaten hebben de afgelopen eeuw zo tot onze verbeelding gesproken als de tijdmachine. Niemand heeft ooit een tijdmachine gezien, maar iedereen weet hoe een tijdmachine eruit zou moeten zien. Mijn eerste kennismaking met een tijdmachine betrof de teletijdmachine van professor Barabas, de verstrooide maar altijd briljante geleerde uit de Suske & Wiske-strips. In het avontuur De Kale Kapper (1971) verzoekt Barabas onze helden om hem te helpen bij de reparatie van zijn teletijdmachine. Dat apparaat oogt volkomen logisch. We zien een kamergrote computer, zoals we die kennen van foto's uit de jaren vijftig en zestig, waaraan zowel mechanische als elektronische onderdelen zijn gekoppeld. In het midden van de machine bevindt zich metalen ruimte die nog het meest lijkt op een oude Bosch-koelkast. Links daarvan stuurt een elektronische bedieningstafel het apparaat, en door middel van een begeleidend toetsenbord kan de gewenste datum in verleden of toekomst worden ingetikt. De tijdreiziger dient plaats te nemen in de metalen cel, in afwachting van zijn trip door tijd en ruimte. Rechts van de cel zien we een drie mechanische hefbomen die enige verwantschap met de armen van een gokkast vertonen. Nadat de data zijn ingetoetst en professor Barabas met een strengwetenschappelijke blik de hefbomen naar zich toetrekt, verschijnt een heftige lichtflits en is de tijdreiziger verdwenen. Een aan de teletijdmachine verbonden beeldscherm volgt de tijdreiziger op zijn tocht door tijd en ruimte. Over de theorie die ten grondslag ligt aan Barabas' teletijdmachine horen we echter niets. Zelf zegt hij dan ook: "De werking van de teletijdmachine is nog steeds mijn geheim!"

De teletijdmachine van professor Barabas ziet eruit zoals we ons allen een tijdmachine voorstellen - al zouden we vandaag wellicht een wat meer futuristisch model voor ogen hebben. Maar iedereen kan zich een beeld vormen van dit ideale voertuig: een soort auto of cabine met tal van knopjes op het dashboard. Je stapt in, gaat zitten, je bevestigt je gordel, toetst de codenummers in, en op het scherm verschijnen de datum en de plaats waarheen je jezelf wilt transporteren. Vervolgens draai je de contactsleutel om of druk je op een rode knop, en je reis is begonnen. Voor dit reizen door ruimte en tijd bestaan veel namen die je wellicht wel eens tegen bent gekomen in de science fiction literatuur: teleportatie, onmiddellijke materiele verplaatsing, hyperreizen, SDL-reizen (sneller-dan-licht-reizen) - "Beam me up, Scotty". Tijdreizen houdt ons al langer dan een eeuw bezig, maar het zal niemand verbazen dat de meeste geleerden ideeën over tijdreizen en SDL-reizen bulderend van het lachen naar de prullenbak verwijzen. Zij zijn er - in theorie - van overtuigd dat elke test zou falen en hebben dus geen pogingen ondernomen een tijdmachine te bouwen. Wat mankeert er aan de idee van een tijdmachine?

Tijdreizen, zo beweren fysici, leidt tot natuurkundige paradoxen, tot tegenstrijdigheden in de werkelijkheid. Onze werkelijkheid, vervolgen zij, zit logisch in elkaar, kent logische wetmatigheden, en biedt geen ruimte aan tegenstrijdigheden. In zijn boek De vierde dimensie (1985) vraagt wiskundige Rudy Rucker zich af waarom tegenstrijdigheden geen bestaansrecht zouden mogen hebben. Bestaat de wereld niet uit tal van tegenstrijdigheden? "Ik wil een hamburger en wil ook niet een hamburger. Een foton is een deeltje, en een foton is een golfbeweging. Een zebra is wit, en een zebra is zwart", zo schrijft hij. Nu valt er met dit soort tegenstrijdigheden goed te leven, maar lastiger wordt het indien paradoxen absoluut tegenstrijdig blijken te zijn. Rucker geeft een voorbeeld waarin een tijdmachine een hoofdrol speelt:

Op zesendertigjarige leeftijd lijdt professor Zone aan een tijdelijke psychose. Tijdens deze periode van krankzinnigheid vermoordt hij zijn lieve vrouw Zenobia. Hij wordt onschuldig verklaard op grond van ontoerekeningsvatbaarheid, maar, verteerd door schuld, besluit hij al zijn ernergie te besteden aan het goed maken van zijn vergissing. Hij hoopt terug te gaan in de tijd om om het verleden te veranderen. Op zijn vijftigste verjaardag legt professor Zone de laatste hand aan zijn werk: een tijdmachine. Hij stapt in de machine, reist zo'n veertien jaar terug, en kijkt naar binnen door het raam van zijn huis waar hij en zijn dierbare vrouw plachten te wonen. Daar is zijn arme Zenobia, en daar is die krankzinnige moordenaar, Zone-36 (Zone op 36 jarige leeftijd). Zone-50 (Zone op 50 jarige leeftijd) had gehoopt om vroeg genoeg te komen om Zone-36 tot rede te kunnen brengen, maar het kritieke moment is al daar! Zone-36 sluipt op Zenobia toe, een zware pijpsleutel hoog boven zijn hoofd geheven. Zonder zich de tijd te gunnen om na te denken richt Zone-50 zijn bazooka en schiet de krankzinnige Zone-36 door zijn hart. Wat is nu de paradox: als Zone-36 sterft, dan kan er geen Zone-50 zijn om terug te komen om Zone-36 te vermoorden. Als Zone-36 niet sterft, dan zal er een Zone-50 zijn om terug te komen en Zone-36 te vermoorden. Sterft Zone-36? Het antwoord luidt: ja en nee.

Rucker geeft nog een voorbeeldje:

Stel dat ik een kleine tijdmachine bouw die in staat is zichzelf twee minuten terug in de tijd te verplaatsen. Omstreeks 11.55 stel ik de tijdschakelaar in om de sprong om 12.01 te laten plaatsvinden. Ik zit toe te kijken en om 11.59 liggen er plotseling twee tijdmachines op mijn werkbank: diegene die nog niet gesprongen heeft (T1) en diegene die is teruggesprongen uit de toekomst (T2). Gedurende twee minuten zijn beide apparaten aanwezig, en om 12.01 gaat de tijdschakelaar over en verdwijnt T1. Na 12.01 blijf ik achter met de teruggesprongen machine T2 die eigenlijk een latere versie van T1 is.

Laten we deze kwestie nog paradoxaler maken:

Om veiligheidsredenen is mijn tijdmachine uitgerust met een sonarapparaatje, om er zeker van te zijn dat de werkbank leeg is voordat er een sprong plaatsvindt. Als T1 een ander voorwerp bij zich op de werkbank waarneemt om 12.01, zet hij de schakelaar buitenspel en weigert hij te springen. Herhaal nu het experiment en zie wat er gebeurt? Als T2 om 11.59 verschijnt, zal hij er om 12.01 nog steeds zijn, en zal T1 hem waarnemen met zijn sonar. Als T1 T2 waarneemt, zal T1 weigeren te springen. En als er geen sprong plaatsvindt, verschijnt T2 niet om 11.59. Als T2 niet verschijnt om 11.59, zal de werkbank leeg zijn om 12.01, en zal T1 de sprong maken zoals de bedoeling was. Als T1 de sprong maakt, verschijnt T2 om 11.59.
De conclusie: T2 verschijnt om 11.59 wanneer en alleen wanneer T2 niet verschijnt om 11.59. Welnu, een van beide alternatieven moet daadwerkelijk plaatsvinden: ofwel T2 verschijnt, of hij verschijnt niet. Maar we hebben net bewezen dat als een van de beide alternatieven plaatsvindt, het andere alternatief ook plaatsvindt. Dus T2 verschijnt op de werkbank om 11.59, en T2 verschijnt niet op de werkbank om 11.59. Verschijnt T2? Het antwoord luidt opnieuw: ja en nee.

U begrijpt hoe moeilijk het is een wereld voor te stellen waarin dergelijke logische tegenstrijdigheden mogelijk zijn. Daar de idee van het tijdreizen dit soort tegenstrijdigheden oproept, achten veel geleerden een tijdmachine a a-priori een onmogelijkheid. (Al moet hier worden opgemerkt dat de kwantumtheorie minder problemen heeft met tegenstrijdigheden: zo wordt met enig succes reeds geëxperimenteerd met het teleporteren van fotonen, van lichtdeeltjes.) Tijdreizen verlangt wellicht andere opvattingen over ruimte en tijd. De natuurkundige vooronderstellingen over ruimte en tijd zijn in het verleden - voor de opkomst van de kwantummechanica - dan ook veelvuldig gekritiseerd. Gedurende de gehele negentiende en vroeg-twintigste eeuw - het tijdvak waarin de natuurwetenschap triomfeert onder de naam sciëntisme - speuren velen naar de vierde dimensie, dat wil zeggen, naar alternatieve tijd/ruimteopvattingen uit onvrede met een wetenschap die ons wel doet wegen en meten (dus kennen) maar niet doet verklaren. Omstreeks 1900 heeft ieder land wel een populaire 'tijdsfilosoof', een denker die tijd en ruimte anders probeert te duiden. Bewegingen als de theosofie, het spinozisme en het hegelianisme, maar ook kabbalisten, spiritisten en occultisten hebben geprobeerd andere tijd/ruimteopvattingen te postuleren.

De beroemdste criticus van de tijd was wellicht de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) die aan het begin van deze eeuw volle zalen trok met zijn referaten over tijd. Wat had hij over het fenomeen tijd te zeggen? Volgens Bergson elimineert de klassieke natuurkunde, wat hij noemt, de werkelijke duur. Ons bewustzijn kenmerkt zich door continuïteit, door een gestage voortgang van ononderscheiden toestanden. Die toestanden zetten zich in elkaar voort en vormen als het ware een ononderbroken stroom. Tevens constateren we dat die toestanden elkaar opvolgen - het verloop is onomkeerbaar. Opeenvolging is dan ook het belangrijkste aspect van de werkelijke duur, er is een vroeger en een later, en daarmee is er dus tijd. Maar de toestanden die elkaar opvolgen zijn steeds, ten opzichte van de daaraan voorafgaande toestanden, nieuw. Het verleden wordt voortdurend voortgezet in het heden: werkelijke duur.

Maar is er ook buiten onszelf, in fysische verschijnselen, in de natuur en de wereld, sprake van een werkelijke opvolging van toestanden? Bergson ontkent dit en beweert dat in de wetenschap de tijd niet duurt, geen werkelijke duur heeft, duurloos is. In de natuurkunde wordt de tijd gesymboliseerd door een lijn, maar de lijn suggereert dat de punten a en b, dat vroeger en later gelijktijdig aanwezig zijn, en niet dat de ene toestand door een nieuwe toestand wordt vervangen. Buiten onszelf, vervolgt Bergson, treffen we slechts ruimte en daarmee gelijktijdigheden aan. Indien we gelijktijdigheden meten, spreken we van tijd. Nooit heeft het meten van tijd betrekking op de werkelijke duur. Buiten ons bestaat geen duur, binnen ons bestaat geen tijd.

Deze denkbeelden hadden ook hun weerslag op het denken over tijdmachines. In 1899 legt de door Bergson beïnvloedde kunstenaar en schrijver Alfred Jarry uit hoe je een tijdmachine bouwt. Jarry noemde zichzelf een patafysicus, iemand die zich met de wetenschap van denkbeeldige oplossingen bezighoudt, een imagineer, een ingenieur van de verbeelding. Net zoals wij weet Jarry precies hoe een tijdmachine eruit moet zien. Maar voordat hij zijn 'machine van de Duur' presenteert, behandelt hij eerst de theorie van de machine. De machine moet ons van de duur isoleren: in de machine zijn we een medium voor fysieke verschijnselen die dwars door ons heen gaan zonder dat ze ons veranderen. Kortom, ons lichaam moet alles doorkruisen of door alles doorkruist worden, zoals een glazen vensterruit zonder breken een projectiel doorlaat. Daarom dient de machine:

1) stijf en onbeweeglijk te zijn (denk aan het koelkastmodel van Barabas);
2) onderworpen te zijn aan de zwaartekracht om op dezelfde plaats in de ruimte te blijven;
3) niet magnetisch te zijn om niet te worden beïnvloed door de rotatie van de polen.

Daarna beschrijft hij de tijdmachine (als een denkbeeld): De machine bestaat uit een ebbenhouten frame, dat overeenkomt met het stalen frame van een fiets. De ebbenhouten stangen worden in elkaar gezet met aan elkaar gelaste koperen bussen. De assen van de drie vliegwielen van ebbenhout met een koperen rand zijn gemonteerd op stangen van spiraalvormige stroken. Onder het zadel, een beetje naar voren, staan de accu's van de elektromotor. De beweging wordt via drie vliegwielen overgebracht door aandrijfkettingen van kwartsdraad die over drie tandwielen lopen - deze zijn weer met de motor verbonden. Een drievoudige rem bedient alle assen tegelijkertijd. Een hendel die je met een ivoren knop naar voren haalt, regelt de versnelling van de motor. We zullen zien dat de terugkeer van de toekomst naar het heden plaatsvindt door de snelheid van de machine te vertragen. De machine stopt op elk moment van de duur door de rem te blokkeren.

Tot zover geen problemen: maar hoe werkt Jarry's machine? Is de machine eenmaal in beweging, vervolgt Jarry, dan richt hij zich altijd naar de toekomst. De toekomst is immers een normale opeenvolging van verschijnselen: een appel hangt eerst aan een boom en zal dan vallen. Het verleden kent een tegenovergestelde richting: de appel valt de boom in. Indien we ons willen isoleren van de duur dienen we deze vooronderstelling mee te nemen: het heden is gelijk aan nul. Het is een minieme fractie van een verschijnsel. Kleiner dan een atoom. Het is bekend dat de diameter van en atoom 1,5 x 10 centimeter groot is. De fractie van een seconde in middelbare zonnetijd waarmee het heden gelijkstaat, heeft men nog niet kunnen meten. Wanneer een bewegend lichaam zich in de ruimte wil kunnen bewegen, dan moet het ten opzichte van zijn houder (de omvang) kleiner zijn dan die houder. Zo moet ook de machine de zich in de duur wil verplaatsen, kleiner in duur zijn dan de tijd, dat wil zeggen onbeweeglijker in de opeenvolging. De beweging in het verleden bestaat uit de gewaarwording van de omkeerbaarheid van de verschijnselen. Men zal de appel van de grond in de boom terug zien springen, of de dode zien herrijzen, of de kogel zien terugkeren in het kanon. De machine verplaatst de reiziger met al zijn zintuigen in een volkomen duur, en niet op jacht naar de beelden die de ruimte heeft bewaard.

Jarry's tijdmachine heeft dus twee verledens: het werkelijke verleden dat vooraf gaat aan ons eigen heden; en het machineverleden, het verleden dat de machine creëert als zij terugkeert naar het heden. Even overlappen beide verledens elkaar in een nulpunt dat Jarry het 'fictieve heden' noemt - vandaag zouden we wellicht van virtual reality spreken.

Ondanks Jarry's fascinerende beschrijving van de tijdmachine, blijft het volstrekt onduidelijk hoe het apparaat nu eigenlijk werkt. Veel meer dan een handleiding is de tijdmachine een staaltje van science fiction waarin Jarry speelt met tijd/ruimteopvattingen die zijn ontleend aan de inzichten van Bergson. De tijdmachine blijkt doorgaans een metafoor van een specifieke wetenschapskritiek waarin hogere dimensies en andere tijd/ruimteopvattingen niet worden veronachtzaamd. Bovendien was Jarry een junkie die veel met drugs experimenteerde: het is dan ook mogelijk dat zijn visioenen over ruimte en tijd een vrije, pseudo-wetenschappelijke of patafysische interpretatie zijn van zijn hallucinaties, en dat zijn nulpunt, het fictieve heden, ons iets vertelt over het karakter van de psychedelische trip. Immers, in de trip wordt een absoluut heden ervaren en schijnt het alsof er geen opeenvolging van toestanden of momenten plaatsvindt. Kortom, de duur wordt geëlimineerd, we isoleren ons van de duur en maken tijdreizen in het fictieve heden mogelijk.

Staat de tijdmachine dus meestal in relatie tot een stukje wetenschapskritiek, maar al te vaak verwijst de tijdmachine ook naar psychedelica, naar drugsgebruik. In de jaren vijftig ontwikkelen kunstenaars en psychedelici als Brion Gysin en William S. Burroughs tijd en droommachines die als voorlopers van de vloeistofdia's, videoclips en lasershows kunnen worden beschouwd. In combinatie met hallucinerende middelen wordt een fictief heden gesuggereerd dat eindeloos voortduurt, geen opeenvolging van toestanden lijkt te kennen, en ons dus van de werkelijke duur schijnt te isoleren. De houseparty als tijdmachine en XTC als de accu van de motor.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de hedendaagse elektronische dansmuziek veel gebruik wordt gemaakt van tijdmachines. De bekendste tijdmachine is zonder twijfel de sampler. De sampler is een soort digitale bandrecorder waarmee je analoge geluiden kunt omzetten in digitale informatie die vervolgens weer kan worden opgeroepen en gemanipuleerd met het toetsenbord van de computer. Net zoals een tijdmachine kan de sampler geluid isoleren van de duur: een enkele seconde kan worden uitgerekt, ingekort of worden omgekeerd. De dj of vj maakt in zijn collages gebruik van elementen of toestanden die uit hun historische continuïteit, of uit de duur, worden getrokken, om ze opnieuw te assembleren, en naast elkaar te plaatsen, in juxtapositie te brengen. Zo ontstaat een fictief heden of een virtual reality waarin het getrommel van pygmeeën, stemmen van robots, Arabische melodielijnen en jaren zestig gitaarriffs moeiteloos naast en in elkaar kunnen worden geschoven. Verleden, heden en toekomst worden voortdurend doorkruist - de elkaar noodzakelijkerwijs opvolgende toestanden of stadia (de definitie van duur) worden ontkend en ingeruild voor een onbeperkt tijdreizen. De filosoof van de sample, de Britse schrijver Kodwo Eshun, meent dat sampledelia (de combinatie van gesamplede muziek en psychedelica) resulteert in een 'ontrealisering van de tijd'. Je wordt ontvoerd uit de wereld van de duur en binnengetrokken in een schijnbaar permanent fictief heden waarin USO's, Unidentified Sonic Objects, heden, verleden en toekomst ineenschuiven.

Hetzelfde fenomeen zien we op het internet, een andere tijdmachine. Ook hier is sprake van juxtapositie, van naast-elkaar-stelliging, alles bestaat tegelijkertijd naast elkaar en de surfer beweegt zich virtueel door ruimte en tijd zonder zich te bekommeren om de werkelijke duur die buiten het medium bestaat. In William Gibson's scifi-roman Neuromancer download een hacker zijn bewustzijn op het net, waarna zijn lichaam afsterft en hij als een virtueel bewustzijn vrij van ruimte en tijd opgaat in de digitale matrix (hetzelfde thema werd in een aflevering van de X-Files aan de orde gesteld).

De opmars van tijdmachines als de sampler en het internet beïnvloedt ook de wijze waarop wij denken over de werkelijkheid, over het verleden. Tot voor kort meenden we immers dat de geschiedenis zich noodzakelijkerwijs in stadia ontwikkelt van minder volmaakt naar meer volmaakt: van de dommer Neanderthaler naar de hyperintelligente cyborg van de toekomst. Nu realiseren we ons, om met de Tilburgse hoogleraar Paul Frissen te spreken, dat de geschiedenis steeds opnieuw anders kan worden verteld en ook geheel anders had kunnen verlopen. Deze hedendaagse tijdmachines oefenen een grote invloed uit op de wijze waarop wij met onze samenleving omgaan. In muziek, in beeldende kunst en design bestaat geen opeenvolging van stijlen meer. Alle denkbare stijlen en genres leven naast elkaar, in juxtapositie. De mode-industrie lijkt in verwarring: alle roklengtes komen voor en heldere doelgroepen ontbreken in toenemende mate. Op religieus gebied leven in we in een spirituele supermarkt: honderden new agestromingen bestaan naast elkaar en worden even gemakkelijk weer ingeruild voor een andere. In de politiek lijkt het tijdperk van de grote ideologieën ten einde gekomen. In plaats daarvan worden we geconfronteerd met een veelheid van kleine politieke verhalen die zich beroepen op thema's uit verleden, heden en toekomst. Nieuwe informatie en communicatietechnologie maken van de wereld zelf een grote tijdmachine. De vraag is dan ook hoe lang het nog zal duren voordat we onze tijdrekening zullen afschaffen.

Ik moet de tijd in de gaten houden en zal mijn losse notities over tijdmachines pogen af te ronden. We onderscheiden tijdmachines die SDL-reizen mogelijk maken, tijdmachines die de tijd manipuleren - zoals de sampler, en ten slotte de maatschappelijke tijdmachine die ons onderwerpt aan het regime van de tijd. Uitdrukkingen als "ik heb geen tijd" of "tijd is geld" of "onthaasting" verwijzen alle naar de onstuitbare opmars van de tijdmachine. Maakten vroeg-twintigste eeuwse commentatoren als Bergson en Jarry nog een romantisch onderscheid tussen werkelijke of authentieke tijd (door hen duur genoemd) en gemeten of kunstmatige tijd (de tijd van de klok), op de drempel van de eenentwintigste eeuw is tijd, digitale tijd, zo'n overheersende matrix geworden dat het ons bestaan volledig disciplineert. Verhalen over tijdmachines zijn altijd verhalen over ervaringen van het mysterie van de tijd, over het verlangen aan haar te ontsnappen. Mensen hebben altijd gedroomd van de bevrijding uit de ketenen van ruimte en tijd. De fascinatie van de tijdmachine zal ook in de volgende eeuw blijven bestaan en we zullen nog met veel soorten tijdmachines kennis gaan maken, of het nu om samplers, drugs of om de teletijdmachine van professor Barabas gaat. Want, zo schrijft Rudy Rucker:

“Tijdreizen bevrijdt de mens van de blinde moloch van de tijd, bevrijdt de mens van nutteloze nostalgie. SDL-reizen bevrijdt de mens van de koppige dwingelandij van de natuurkundige afstanden, van de saaie noodzakelijkheden van het reizen zelf. Reizen naar andere werelden bevrijdt de mens van de noodzaak om een vaste positie in de maatschappij te hebben, en bevrijdt de mens van het moeten accepteren van de wereld zoals die is. Tijdreizen biedt een magische ontsnapping van het hier-en-nu-en-hoe.”

Zo lang er tijd is, zullen we van tijdmachines dromen.

Studium Generale ‘TIJD’ Hogeschool Den Haag
10 december 1999


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -