| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1998 The Making Of William Burroughs.pdf | 24.01.2004 | 115kB | - |
1964: THE MAKING OF WILLIAM BURROUGHS
een nawoord bij de films van Antony Balch
Op 1 augustus 1997 overleed William Seward Burroughs in Lawrence, Kansas. Hij was een begenadigd schrijver en een onvermoeibare stoorzender die zijn faam opvallend genoeg niet te danken heeft aan zijn literaire oeuvre. Veel groter is zijn invloed op subculturen, op punk en cyberpunk, fringe-science, science-fiction, mail art, performance art en de multimediakunsten. Zijn ideeën, beelden, tirades, lichaamstaal en taaluitingen zijn tot het publiek doorgedrongen vooral dankzij non-literaire media: via spoken word-performances, in film, video, op platen, cd's, tapes en in kunstwerken die teruggrijpen op zijn denkwereld. Dat geldt ook voor mij: als ik aan Burroughs denk, denk ik eerst aan zijn stem en zijn verschijning: "Are you all right, he said, seating himself among the women, I'm the doctor" - de laatste regel van het samen met Kells Elvin geschreven 'Twilight's Last Gleamings' (1938). Ik citeer de regels niet uit zijn beroemde roman The Naked Lunch, maar van de langspeelplaat You're the Guy I Want to Share my Money With (1981).
Als muziekliefhebber, met een speciale, contextuele belangstelling voor Londen en New York, ben ik opa Burroughs vaak op mijn levenspad tegengekomen. Sterker nog, er was geen ontsnappen aan. Als Burroughs in 1974 terugkeert in Amerika na een vrijwillige ballingschap van 25 jaar, krijgt hij onderdak in de zojuist ontluikende punkbeweging in New York. Tijdens het Poetry Project aan het altijd sfeervolle St. Mark's Place, riep Patti Smith enthousiast: "Hey, Mr. Burroughs is back in town - isn't that great!" Patti Smith, Richard Hell, Tom Verlaine, Lou Reed, John Cale, John Giorno, Laurie Anderson en vele anderen troonden Mister Burroughs rond tijdens hun tournees en introduceerden hem vervolgens onder tweede en derde generaties punks, outcasts, podiumdichters, queers, rebellen, cyberpunks, kunstenaars, fringe-wetenschappers, extropianen en UFOlogen. Zijn vervreemdende taal, bevorderd door talloze cut-ups, inspireerde menig band: Steely Dan, The Soft Machine, 23 Skiddoo, DJ Spooky That Subliminal Kid... de namen zijn alle ontleend aan verhalen van Burroughs.
Tijdens twee grote, aan William Burroughs gewijde retrospectieven, de Nova Convention in New York (1978) en The Final Academy in Londen (1982), werd Burroughs in Amerika en Europa geëerd als voorganger en inspiratiebron. Het is niet zozeer de persoon Burroughs, maar het concept Burroughs dat velen bekoort. Een cult-icoon, 'the master of cool', een katalysator van het moment - een concept dat onmogelijke dingen mogelijk maakt, een concept dat mensen inspireert daden te stellen. Hij staat model voor de gebeurtenis, de happening, de 'event', de situatie. Hoe gapend de kloof tussen de persoon Burroughs en het concept Burroughs ook moge zijn, 'el hombre invisible' genoot weldegelijk van die aandacht. In een interview verklaart hij: "I'm one of the most important people on this fucking planet".
Biograaf Victor Bockris verbaasde zich over het feit dat de turbulente, publieke verschijning van Burroughs in geen enkele relatie stond tot zijn toch vrij rustige privé-leven. Het zijn de fans, schrijft Bockris, die Burroughs maken tot wat hij is - Burroughs heeft de grootste fanclub op planeet Aarde. Zijn fans vinden elkaar in hun gedeelde afkeer van 'the Ugly Spirit' - al wordt die 'spirit' overal anders begrepen en ingevuld. Burroughs' fanclub bestaat uit antipatriotten, dope-heads, fuck-ups, dissidenten, stoorzenders, slackers, libertijnen, romantici, autonome astronauten en alle andere leden van de 'Johnson Family', die zich vol afkeer afwenden van gedwongen participatie in de wereld van 'the Ugly Spirit' en de controlemaatschappij.
Aan het einde van zijn leven, na een heftige sessie in een indiaanse zweethut onder het toeziende oog van een heuse sjamaan, ontdekt Burroughs eindelijk hoe die 'Ugly Spirit' eruit ziet. 'The Ugly Spirit' bevindt zich diep in een ieder van ons; het blijkt een ongekende kracht, ontstaan uit het internaliseren van disciplinerende mechanismen die ons tot politieagenten van een gigantische controlemaatschappij hebben gemaakt. In dit proces van domesticatie heeft de Amerikaanse ideologie een beslissende rol gespeeld. 'The Ugly Spirit', vertelt Burroughs vlak voor zijn dood, "is very much related to the American Tycoon. To William Randolph Hearst, Vanderbilt, Rockefeller, that whole stratum of American acquisitive evil. Monopolistic, acquisitive evil. Ugly evil. The ugly American. The ugly American at his ugly worst. That's exactly what it is".
The Ugly Spirit - zich plooiend naar zichtbare verschijningsvormen als hebzucht, corruptie, zelfzucht, intolerantie, arrogantie en domheid - vormt de keerzijde van zijn libertijnse filosofie: het verlangen vrij te zijn van elk controleapparaat, vrij van religie, vrij van seksuele repressie, vrij van de Amerikaanse Droom, vrij van gezinsdeugden, vrij van televisie, vrij van buitenaardse invasies, en vooral, vrij van alle politiek-bureaucratische instituties en alle -ismen: nationalisme, communisme en fascisme. Dit is de naakte lunch die Burroughs ons voorschotelt. Dit is een enkele reis met de Nova Express. Waarheen? Naar Space natuurlijk: "Where's the goddamned cavalry, where's the space ship".
De films van Antony Balch die vanavond in Villa Alckmaer werden vertoond - Towers Open Fire, The Cut Ups, Bill & Tony, William Buys a Parrot - zijn Burroughs' eerste schreden op weg naar zijn multimediale verschijning. De films verdienen het predikaat 'The Making of William Burroughs'. De projecten van Burroughs zijn steeds collectieve projecten - het zijn 'Third Minds'. Burroughs heeft altijd vanuit groepen gewerkt: het gezelschap van pseudo-koloniale drop outs in de interzone van Tanger, de groep radicale kunstenaars in Parijs, het gedrogeerde zootje ongeregeld in Swinging London, de hermetisch afgesloten Burroughs-Bunker in New York. Burroughs is een band, The William S. Burroughs Band - een permanente jamsessie waarvan de ideeën, woorden, klanken, tonen, beelden, geuren en ervaringen via alle denkbare media rizomatisch in de verstrooiing terecht komen om vervolgens weer te worden hergebruikt in artistieke en politieke micropraktijken.
De eerste film, Towers Open Fire (1964), is een uniek document vanuit artistiek en historisch oogpunt. De rolprent is geschoten door Antony Balch gedurende de jaren 1962-1963 met een oude De Vry-camera. Verhaallijnen zijn volstrekt afwezig en het script van Burroughs, zonder dialogen, verschijnt later gemuteerd terug in het cut-up experiment Nova Express. Experimentele technieken krijgen in de film ruim baan, zoals de handgekleurde roze en blauwe vlekken die op Mikey Portman neerdalen vanuit de hemel. Niet alleen is de film gemaakt voor de explosieve ontwikkeling van de Amerikaanse undergroundfilm in het midden van de jaren zestig, tevens opent Towers Open Fire het zicht op het experimentele laboratorium van Brion Gysin, Burroughs, Ian Sommerville, Antony Balch en Alexander Trocchi, die - Gysin uitgezonderd (hij had verplichtingen elders) - allen als acteurs in de film figureren. Zonder overdrijving kunnen we het optreden van dit collectief, deze Third Mind, beschouwen als een zeldzaam tijdsdocument.
De prent Towers Open Fire legt wellicht de basis van Burroughs' latere hulde als multimedia-entrepreneur. In 1964 wordt de film aan de censor voorgelegd die het taalgebruik schoont en de woorden 'fuck' en 'shit' verwijdert. Merkwaardig genoeg blijft de passage waarin Antony Balch masturbeert onaangetast - blijkbaar ontging die handeling in cut-up-stijl de censor. Behalve filmmaker is Balch tevens distributeur van marginale films, zoals het magistrale Freaks (Tod Browning, USA 1932), aanvankelijk verketterd en later uitbundig geprezen. Towers Open Fire gaat in de Londense Paris Pullmanbioscoop in première, samen met Freaks. De film baart aanvankelijk weinig opzien, draait slechts een korte tijd, maar wordt later in de jaren zestig een hit als de undergroundfilm opkomt.
In diezelfde jaren werkt Balch aan een nieuwe film, Guerilla Conditions, die pas in 1968 wordt afgerond - al is mij niet bekend of de film ook vertoond werd. Het materiaal echter wordt verknipt, gemuteerd en gebruikt voor The Cut Ups, een film die u zojuist hebt gezien. In de montagekamer knipt een technicus stukken van 30 centimeter film die weer willekeurig aaneen worden geplakt. Artistieke criteria zijn volstrekt afwezig, sterker nog, Balch is niet eens aanwezig bij dit plak-en-knip-proces. The Cut Ups draait voor het eerst in 1966 in de Cinephonebioscoop in Londen waar het publiek in eerste instantie furieus reageert: "This is disgusting!", schreeuwt een recensent. De soundtrack is opnieuw het resultaat van een hecht collectief: Sommerville, Gysin en Burroughs. In tegenstelling tot het toevalskarakter van het beeldmateriaal, maakt de soundtrack de indruk van een heuse compositie waar een techno-dj jalours op zou zijn. Het prachtig, geheel opgecutte "Hello, Yes, Thank You" voorziet de beelden van swingende grooves en rhymes. Ik vind dit een van de meest intrigerende raps en een van de sterkste visualiseringen uit dit vroege multimediatijdperk. Bovendien werkt de cut-up veel beter in het bewerken van beeld en geluid: ik kijk liever naar Balch' film The Cut Ups dan dat ik Nova Express lees.
In de films is een belangrijke rol weggelegd voor Brion Gysin en Ian Sommerville. Gysin, restauranthouder in Tanger en beeldend kunstenaar te Parijs en Londen, experimenteert al geruime tijd met collage en cut-up-technieken. Hij verafschuwt copyrights en de idee van originaliteit en drijft ook William Burroughs naar dit standpunt. In zijn essay Les Voleurs [De Dieven] (1959/1984) legt Burroughs uit dat hij in Naked Lunch weliswaar vrijelijk experimenteerde met rolverwisselingen en verknipte dialogen, maar dat hij toch geschokt was na het lezen van Gysins roman The Process. In dit boek kopieert Gysin letterlijk dialogen uit een scifi-roman.
Burroughs heeft grote moeite met dit openlijk staaltje van plagiaat. Woorden, schrijft Burroughs, zag ik aanvankelijk als eigendom en originaliteit beschouwde ik als de grote deugd van het schrijversbestaan. Plagiaat, vervolgt hij, stond als een zwart begrip in mijn bewustzijn gegrift. Dan vraagt hij Gysin om een rechtvaardiging. Gysin slaat Burroughs' boeken open en vraagt hem: 'Hee Bill, waar komt dit vandaan: "Eyes old, unbluffed, unreadable", en dit: "inflexible authority", en dat: "Art type, no principles"... Burroughs neemt een stilzwijgen in acht en moet schoorvoetend toegeven dat elke collage en het principe van de cut-up slechts kunnen bestaan bij de gratie van plagiaat. Om dit schokkende inzicht te verwerken schrijven Gysin en Burroughs samen een manifest dat ze De Dieven dopen. Ik citeer enkele regels uit deze aanklacht tegen alle copyrights:
"Out of the closet and into the museums, libraries, architectural monuments, concert halls, bookstores, recording studios and film studios of the world. Everything belongs to the inspired and dedicated thief. [...] The thief is in no hurry. [...] Words, colours, light, sounds, stone, wood, bronze belong to the living artist. They belong to anyone who can use them. Loot the Louvre! A bas l'originalite, the sterile and assertive ego that imprisons as it creates. Vive le vol - pure, shameless, total. We are not responsible. Steal anything in sight".
De films van Antony Balch zijn openbare experimenten met de cut-up-techniek. Brion Gysin is aanwezig als het cut-up-brein; William Burroughs schrijft, snijdt en recodeert de teksten - nu vanuit een overtuigd diefperspectief; Ian Sommerville is de technicus, een talentvolle wiskundige wiens kennis van nieuwe geluidsapparatuur en nieuwe media onontbeerlijk is. Antony Balch tenslotte completeert de Third Mind en legt de experimenten vast voor het nageslacht. Dit is The Burroughs Band.
Maar wat is een cut-up? Ik leen een mooie definitie van Cor Gout die in 1982 The Final Academy alias The Burroughs Event in Londen bezocht en daar onder anderen luisterde naar de cut-up tapes uit het Burroughs Communications Archive (Kansas):
"Taaluitingen, hoofd en bijgeluiden zijn zo beknot, gesneden en vermengd, dat mutaties zijn ontstaan. De illusie van een vertelling is verdwenen, een andere stem, een ander beeld is opgekomen. Woorden gebruikt zoals een schilder zijn verf benut: ruw materiaal met eigen regels en zin. De ware held van het schilderij is de verf, ontdekten de abstracte schilders. "Ik houd van mensen die het lot durven trotseren in hun kunst en in hun leven" zegt het genius achter de cut-up, Brion Gysin, "so if you want to challenge and change fate... cut up words". (Cor Gout, 'The Final Academy. Het Moment', in Mba Kajere, voorjaar 2000)
In het praktiseren van de cut-up-methode treedt Ian Sommerville op als technisch adviseur van zowel Gysin als Burroughs. Sommerville staat model voor The Subliminal Kid in The Ticket That Exploded en voor Technical Tilly in Nova Express. Sommerville adoreert Burroughs als de grootste schrijver op aarde en Burroughs op zijn beurt blijkt onder de indruk van Sommervilles wetenschappelijke en technologische inzichten. De laatste leert Gysin en Burroughs hoe ze gebruik kunnen maken van allerlei nieuwe opname en geluidstechnieken en speelt als technicus een noodzakelijke rol in de praktische ontwikkeling van de cut-up. Ook The Beatles zoeken contact met Sommerville en passen de cut-up-technieken later toe in hun studio-opnames.
De cut-up is het terrein van de ingenieurs en de chirurgen van de verbeelding: zij manipuleren de kosmos door haar te fileren om haar vervolgens tot mogelijke werkelijkheden opnieuw te assembleren. In het hedendaagse digitale tijdperk, waarin scanners, samplers en computers als fileermessen en assembleermachines fungeren, bestaat er alle ruimte voor een nieuwe generatie Subliminal Kids en Technical Tillies: zo noemt Dj Spooky zich een 'engineer of the invisible city' en tooit Scanner zich met de naam 'cultural engineer'.
Tenslotte figureren nog twee personages in Towers Open Fire die enige uitleg verdienen. De eerste is Michael 'Mikey' Portman - een decadente, niet onbemiddelde jongeman die een spoor van rekeningen achterlaat die door zijn moeder worden betaald; een junkie ook en alcoholist, en bovendien bezeten door een hartstochtelijke liefde voor Burroughs - Portman is een groupie die overal gaat waar The Burroughs Band gaat en zodoende ook acteert in Towers Open Fire.
De laatste figuur, veel intrigerender dan de toevallige passant Portman, is de Schotse schrijver en 'drifter in the dark' Alexander Trocchi. In Trocchi vinden we connecties met de meest radicale tak van de avant-garde in de jaren vijftig en zestig. Trocchi kan worden aangemerkt als een vroege wegbereider van een fusie van elementen uit de Amerikaanse underground en de Europese artistieke en politieke avant-garde: zijn kennismaking met Burroughs maakt deel uit van zijn project sigma - een forum voor 'astronauts of inner space'. Zoals Burroughs aantreedt als theoreticus en de oudere mentor van de Beat Generation, zo treedt Trocchi op als de peetvader van de Internationale Lettristen en hun opvolger, de Internationale Situationisten. Beide bewegingen staan een ingrijpende wijziging van maatschappelijke, culturele en artistieke verhoudingen voor, kritiseren lineaire, op nut en winstmaximalisatie gerichte menselijke activiteiten en bepleiten andere tijdruimteopvattingen (het concept van de psychogeografie), onder meer ontleend aan psychedelische ervaringen en lange, doelloze zwerftochten door Parijs en Londen - door hen 'derives' genoemd. In het kielzog van Antonin Artaud en Tristan Tzara koesteren de lettristen plagiaat en ontwikkelen zij in 1956 bovendien een eerste idee van de cut-up: het principe van de 'detournement'.
Volgens de bedenkers Guy Debord en Gil Wolman betekent detournement, 'het inpassen van hedendaagse en historische kunstproducten in de opbouw van een nieuwe omgeving'. Het is de methode van de ontvreemding of de diefstal, die dient om perspectieven te veranderen en verwarring te zaaien in de maatschappij. Media als film, posters, strips, muziek, radio en televisie worden bij uitstek geschikt geacht voor detournement. Niet alleen dient het manifest van Gysin en Burroughs, De Dieven, in deze avant-gardecontext te worden geplaatst (geschreven in Parijs, drie jaar na Debords en Wolmans proclamatie), ook Towers Open Fire en The Cut Ups extrapoleren dit concept.
Voor de jonge lettristen en situationisten is Alexander Trocchi een levende inspiratiebron - hij is de vleesgeworden situationist. Trocchi verwerpt kunst en werk als disciplinerende instituties en verdient de kost met het schrijven van pornografische literatuur. Aangezien pornografie in Engeland verboden is verschijnen enkele werken bij de Parijse uitgever Maurice Girodias die met zijn Olympia Press controversiële literatuur in het Engels en het Frans uitgeeft, waaronder werk van Georges Bataille, Guillaume Apollinaire, markies De Sade, Nabokov, Samuel Beckett en Henry Miller. Ook Burroughs heeft in deze periode zijn hoop gesteld op Trocchi's uitgever. Op zoek naar een uitgever voor Burroughs poogt Allen Ginsberg Olympia Press te interesseren voor het zojuist in manuscript gereed gekomen Naked Lunch. Het beduimelde manuscript, aangevreten door ratten en gehavend door de rugzak van Ginsberg, wekt de irritaties op van Girodias die geen heil ziet in het publiceren van een werk waarvan hij de commerciële waarde laag inschat. Later, als Burroughs problemen krijgt met de censor in de Verenigde Staten, krijgt Girodias alsnog belangstelling: een verboden boek verkoopt immers goed.
Trocchi is ook een junk die zich gaarne laaft aan opiaten en wordt in 1960 gearresteerd door de douane als hij in het bezit van dope naar de Verenigde Staten reist. Nadat Trocchi wordt opgepakt organiseren enkele situationisten - die zich twee jaar eerder hebben opgericht - de solidariteitsactie 'Hands Off Alexander Trocchi'. De Amsterdamse beeldend kunstenaar Jacqueline de Jong is een van de initiatiefnemers. In hun steunbetuiging schrijven ze:
"Alexander Trocchi is the former director of the revue Merlin and now he participates in experimental art research. Since it is generally recognized that the work of a scientist or an artist implies certain small rights, even in the USA, the main question is to bear witness to the fact that Alexander Trocchi is effectively an artist of the first order: a new type of artist; pioneer of a new culture and a new comportment (the question of drugs being in his own eyes minor and negeligible). All the artists and intellectuals who knew Trocchi in Paris or London ought to bear witness without fail to his authentic artistic status, to enable the authorities in Great Britain to take the necessary steps in the USA in favour of a British subject". (Guy Debord, Jacqueline de Jong and Asger Jorn, Hands Off Alexander Trocchi!, Parijs 7 oktober 1960)
Trocchi leefde in Parijs doorgaans het leven van een extatische bohémien in ballingschap - net als Burroughs en Gysin overigens - en sluit zich na de actie bij de situationisten aan. Vroeg in de jaren zestig verhuist ook Trocchi weer naar Londen waar hij in de ban raakt van zijn nieuwe project sigma. Veel minder dogmatisch dan de Situationistische Internationale beoogt sigma een open netwerk van 'self-styled cosmonauts of inner space':
"We wish to write and to paint and to sing. We have to think of a society in which leisure is a fact and in which man's very survival will depend upon his ability to cope with it. The conventional spectator-creator dichotomy must be broken down. The 'audience' must participtate. All over the world today are little conflagrations of intelligence, little pockets of situation-making. We have to evolve the mechanisms and techniques for a kind of supercatogorical cultural organization. We are writers, painters, sculptors, musicians, physicists, bio-chemists, philosophers, neurologists, engineers and whatnots, of every race and nationality. The catelogue of such a reservoir of talent, intelligence and power, is of itself a spur to our imagination". (Alexander Trocchi, Sigma: A Tactical Blueprint, 1963)
"How to begin? At a chosen moment we shall forment a kind of cultural 'jam session': out of this will evolve the prototype of our spontaneous university. It should be large enough for a pilot group - astronauts of inner space - to situate itself, orgasm and genius, and their tools and dream-machines and amazing apparatus and appurtenances; with outhouses for workshops". (Alexander Trocchi, Invisible Insurrection of a Million Minds, 1963)
Eerder heeft Trocchi al betoogd dat de vijand van menselijke vrijheid en waardigheid op zijn thuisbasis moet worden aangevallen. Die thuisbasis is onze psyche. Zijn eigen aanval, door middel van veel dope en eindeloze 'derives' door de straten van Londen, resulteert onder anderen in zijn befaamde roman Cain's Book (1960), een junkiedagboek. Trocchi heeft voor zijn project geen strakke organisatie voor ogen, maar bepleit een fusie van alle denkbare dissidente en experimentele figuren, groepen, activiteiten en tendensen ("a gulf between art and popular culture"). Daartoe legt hij contacten met occulte figuren als Colin Wilson, Beat-dichters als Allen Ginsberg, dope-experts als Timothy Leary, anti-psychiaters als Ronnie Laing, maar ook met collega-junkie William Burroughs die hij in 1964 intensief ontmoet. Zo acteert Trocchi in Towers Open Fire en introduceert hij Burroughs op de Britse televisie middels een interview voor de BBC. De situationisten moeten niets van de Beats hebben, noemen Ginsberg een 'mystiek gedrocht' en distancieren zich van sigma. Sigma legt overigens wel de basis van nieuwe situationistische groepen in Engeland, zoals Malcolm McLaren's King Mob, wiens creatie de Sex Pistols tien jaar later een nieuw tijdperk zal inluiden. In Nederland wordt sigma aangevoerd door Simon Vinkenoog en ook de pop en hippietempel Paradiso heeft directe relaties met de groep rondom sigma.
Nu er zoveel belangstelling bestaat voor 'vergeten' concepten uit de jaren vijftig en zestig zou een terugblik op en recycling van sigma meer dan de moeite waard zijn. Sigma staat immers een fusie voor van elementen uit de Amerikaanse underground en de Europese avant-garde - een mix die we vandaag terugvinden in het werk van veel hedendaagse kunstenaars en muzikanten. Een illustratie vormt de workshop I Rip You, You Rip Me die eerder dit jaar in Rotterdam plaatsvond. Een van de gasten, beeldend kunstenaar en muzikant Mike Kelley, wond zich tijdens een discussie in De Vlerk buitengewoon op over de spraakverwarring tussen Europese, door het avant-garde vertoog beïnvloede kunstenaars, en Amerikaanse, door het vertoog van de underground gekleurde kunstenaars. Ik denk dat deze thematiek en spraakverwarring meer aandacht verdienen dan zij tot op heden hebben gekregen.
De overeenkomsten tussen de psycho-cosmonauten Trocchi en Burroughs zijn omstreeks 1964 groot. Burroughs zoekt even naarstig naar middelen die de kolonisering van geest en lichaam een halt toeroepen. In zijn campagne tegen 'the Ugly Spirit' raakt Burroughs naast drugs, apomorphine en hypnose ook onder de indruk van de Scientology-cultus, waartoe hij wordt ingewijd door Brion Gysin die in Tanger reeds zaken deed met de aanhangers van L. Ron Hubbard, de oprichter van Scientology. Hun 'clearing-therapie', oppert Burroughs, is net als de cut-up: je spoelt je eigen levensfilm op en neer, snijdt er de traumatische elementen uit, je brengt ze bij elkaar, en herhaalt ze net zo vaak totdat ze hun emotionele lading hebben verloren. Uiteindelijk worden al deze 'engrammen' als neutrale herinneringen opgeslagen.
De derde film die hier vanavond werd vertoond, Bill & Tony - William Burroughs en Antony Balch - getuigt van Burroughs' fascinatie voor de dopeloze drugs van de Scientology-kerk. De teksten die beide heren citeren vormen een collage van fragmenten uit de film Freaks en uit het handboek van de Scientology. Zoals Trocchi met sigma vrienden verliest, zo verliest Burroughs vrienden vanwege zijn affiniteit met de Scientology-adepten. Desondanks zal Gysin later verklaren dat Burroughs meer uit Scientology haalde dan Scientology uit hem. Bovendien is Burroughs allereerst een guerrillastrijder en geen heilzoeker: hij zoekt louter naar wapens om the Ugly Spirit te attaqueren - drugs, hypnose, apomorphine, cut-up, films, taperecordings en clearing zijn wapens uit Burroughs' overlevingspakket. Diezelfde wapens worden later door Burroughs aangewend in zijn poging het Londense hoofdkwartier van Scientology te saboteren.
Het idee achter Bill & Tony is een filmische vertaling van een performance die Brion Gysin reeds in 1961 uitvoert voor het American Center in Parijs. Gysin verschijnt naakt op het podium, ten minste, hij is gekleed maar op zijn lichaam wordt een film van een naakte Gysin geprojecteerd. Volgens Burroughs was hier sprake van echte magie. In Bill & Tony experimenteren Burroughs en Balch met hetzelfde medium waarbij Balch’ gezicht op dat van Burroughs wordt geprojecteerd en omgekeerd. Burroughs spreekt van lichtmaskers. Beiden hebben meer experimenten gedaan, maar het merendeel van de steeds ingenieuzere cut-ups en montages bleek zo arbeidsintensief dat het vooral bij laboratoriumwerk bleef. In het huidige digitale tijdperk zijn deze cut-ups en experimenten veel eenvoudiger te verrichten - zoals blijkt uit de opmars van veejays, deejays en andere gebruikers van digitale informatie en communicatiemiddelen.
Burroughs afkeer van alle -ismen en zijn opvattingen over tijd en ruimte, zijn space-filosofie, heeft hem ook tot een wegbereider van het postmoderne denken in de Verenigde Staten gemaakt. Initiatiefnemer van de grote Burroughs Event in 1978 te New York, de Nova Convention, is Sylvere Lotringer - hoogleraar Franse Literatuur aan de Columbia Universiteit te New York, waar Burroughs Frans studeerde. Lotringer spreekt over Burroughs' literatuur als een Europese taal. Toen hij kennis maakte met Burroughs was hij verbaasd over het Amerikaanse in diens fysieke verschijning. Het was, zo merkt hij in een interview op, Burroughs' gevoel voor humor die de band tussen zijn literatuur en zijn verschijning garandeerde. Lotringer is tot op de dag van vandaag eindredacteur van de ook in Europa bekende reeks Semiotext(e), waarin radicale denkers uit de Franse politieke filosofie zijn opgenomen - Foucault, Baudrillard, Virilio, Deleuze, Guattari - maar ook rebellen uit de Amerikaanse underground - Burroughs, Robert Anton Wilson, Abu-Jamal, Peter Lamborn Wilson. Nog radicaler is de aan Semiotext(e) gelieerde post-anarchistische uitgeverij Autonomedia, geredigeerd door Burroughs-adept Peter Lamborn Wilson - beter bekend als Hakim Bey - die tal van thema's uit het werk van Burroughs tot uitgangspunten van een nieuwe politieke en artistieke filosofie heeft gemaakt. Bey's studies over tijdelijke autonome zones (TAZ), over de hasj-rokende Assasinen, over piratenrepublieken en Chinese geheime genootschappen (de Tong) borduren alle voort op thema's die reeds door Burroughs werden geïntroduceerd.
De vraag dringt zich dan ook op of Burroughs een wegbereider van het postmoderne denken moet worden genoemd. Zelf bestempel ik zijn politieke opvattingen liever als premodern: Burroughs romantiseert de zeventiende en achttiende eeuw, de tijd voor de opkomst van de controlemaatschappij en de grote multinationale ondernemingen, en vindt zijn grote held in Captain Mission - de piratenkapitein die op een onbewoond eiland een homoseksuele gemeenschap stichtte (Libertatia). Dit verhaal werd ons meesterlijk meegedeeld in The Western Lands (1989).
Het recht je leven in te richten zoals je zelf goeddunkt, stierf met het einde van Captain Missions piratenrepubliek, beweert Burroughs. Daarom prefereert hij onder de huidige, laat-twintigste eeuwse omstandigheden het Mobisme als politieke filosofie: het ‘Mind Your Own Businessisme’. De wereld zou er veel beter aan toe zijn als meer mensen zich met hun eigen zaken zouden bemoeien. Elders rekent hij de Mobisten tot een utopische voorhoede die hij de Johnson Family doopt. In zijn utopische verbeelding viseert Burroughs een planeet aarde die louter door uitverkoren Johnsons wordt bewoond: mensen die hun eigen ding doen, anderen hun eigen ding laten doen, en de liefde voor hun eigen ding vertalen in tolerantie voor anderen die hun eigen ding doen.
Er bestaan echter grote verschillen in de receptie van Burroughs in Europa en Amerika. In de Amerikaanse underground wortelen Burroughs' opvattingen over 'outer space' zich in een meer vruchtbare bodem dan in Europa. Hier worden zijn gedachten over buitenaardse verschijnselen doorgaans als een gek en occult neveneffect van zijn denken beschouwd. De Amerikaanse underground echter dankt haar bestaan in eerste instantie aan science fiction. De scifi-scenes gaven in de jaren twintig en dertig vorm aan informele netwerken die vooruitlopen op de latere scene-cultuur van Beats, hippies, punks, cyberpunks, extropianen, hackers, enzovoorts. De Science Corresponding Club, opgericht in 1929, is wellicht het eerste moderne, rizomatische, non-lineaire netwerk waarmee we vandaag zo vertrouwd zijn op het internet. Vroege zines als Amazing Stories en The Comet zijn gedrukte, fringy voorlopers van fanzines, comics en websites.
Burroughs staat in een lange, Amerikaanse traditie van fringe-wetenschap en science fiction. Zijn korte fascinatie voor de Scientology-secte komt zeker ook voort uit zijn fascinatie voor de scifi-literatuur - oprichter Ron L. Hubbard is een bekend scifi-auteur. Van de hierboven genoemde scifi-context - ook Burroughs' context - is in Nederland wellicht het minst bekend. Toch staan zijn space-opvattingen in een directe relatie met zijn premoderne politieke denkbeelden. Burroughs' pessimisme over zijn eigen tijd - gedomineerd door Reagan, Thatcher, narcoticabrigades, grote mediacorporaties, monopolistische bedrijven, politieke corruptie, een oprukkend religieus fundamentalisme en blanke suprematie - heeft hem planeet Aarde doen opgeven als een thuis.
De laatste jaren voor zijn dood vestigde hij alle hoop op de ruimte: alleen in space kunnen de Johnsons tot hun recht komen; alleen in space kunnen ware Mobisten hun eigen piratenrepublieken inrichten waar ze kunnen doen en laten wat ze willen, zonder te worden lastig gevallen door the Ugly Spirit. Als Libertatia nog een kans heeft, dan ligt die in space. Ook deze Burroughsiaanse opvattingen hebben het scifi-genre een geweldige impuls gegeven - denk aan de werken van cyberpunks William Gibson en Bruce Sterling, maar ook aan occultist Robert Anton Wilson. Een prachtige bloemlezing uit dit utopisch-futuristische genre biedt de bundel Semiotext(e) SF (1989).
In 1989 bezoekt Burroughs ooggetuigen van de UFO-crash in Roswell. Hij concludeert dat contacten tussen het buitenaardse en het aardse op feitelijke waarheid berusten, maar het maakt hem huiverig: "Their objectives may not be friendly at all". Deze ideeën verwerkt hij met Robert Wilson in de opera Paradise Lost - een verwijzing naar de romantiek van Milton, maar ook naar de teloorgang van Captain Missions project.
William Burroughs overleed laat in de middag van vrijdag 1 augustus 1997. Hij woonde al geruime tijd teruggetrokken in het stadje Lawrence in Kansas. Met zijn terugtrekking nam ook zijn paranoia toe en groeide zijn fascinatie voor het buitenaardse. Als in 1982 in Londen The Final Academy plaats vindt, merkt Cor Gout op dat Burroughs drie generaties wist te beinvloeden. De opkomst van uiterst populaire televisieseries als The X-Files, Dark Skies, Millennium en Profiler dwingt ons echter een vierde generatie Burroughs-adepten te onderscheiden: de paranoïden - het groeiende leger van aanhangers van samenzweringstheorieën.
Overal waar de normaliteit ter discussie staat, waar belangstelling voor fringe-wetenschap bestaat, en waar de merites van de blanke, westerse civilisatie aan een radicaal kruisverhoor worden onderworpen, klinkt de naam van Burroughs op als een aartsengel, een beschermheilige. Burroughs is niet de Nietzscheaanse arts die onze cultuur diagnosticeert, maar een chirurg die met een scalpel de werkelijkheid - en daarmee the Ugly Spirit - fileert en opnieuw arrangeert. De films van Antony Balch geven ons een impressie van dit chirurgenwerk. De cut-up is slechts een van Burroughs' wapens uit een gigantische arsenaal, maar wel een dat uitstekend gedijt in een multimediale samenleving, zoals hedendaagse muzikanten, kunstenaars, technofuturisten en activisten aantonen. Well doctor, what do you think?
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |