Index of /Kunst en Theorie/1997 Henk Oosterling

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1997 Henk Oosterling.pdf   24.01.2004 107kB -

1997

HET EINDE VAN DE POLITIEK IS DE ONTDEKKING VAN HET POLITIEKE
Een gesprek met Henk Oosterling

(Door Freek Kallenberg & Siebe Thissen)

In zijn dissertatie Door schijn bewogen. Naar een hyperkritiek van de xenofobe rede. behandelt de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling het werk van de Franse 'differentiedenkers' Georges Bataille, Michel Foucault, Jecques Derrida, Gilles Deleuze Félix Guattari en Jean-Francois Lyotard. Vanaf de jaren '70 is het oeuvre van deze denkers ook in het Nederlands vertaald. Hoewel ze in sommige kringen populair werden, kwam er ook veel kritiek: ze zouden zich tegen de moderniteit richten en obscuur schrijven. Door marxistische denkers werden ze vaak voor burgerlijk of zelfs fascistisch uitgemaakt. Andere probeerden hen te scharen onder het anarchisme. Volgens Oosterling is het onmogelijk hen in te delen in een van de moderne politieke stromingen omdat ze de vooronderstellingen van álle moderne politiek theorieën bekritiseren.

Oosterling: ,,De differentiedenkers denken politiek op een ander niveau. Zij spreken niet over la politique, maar le politique. Niet over de politiek, maar over het politieke. Deze verandering vangt al aan in de zestiger jaren, vooral onder invloed van het feminisme. Daar kreeg men toen het besef dat politiek al begint in de opvoeding, het onderwijs, het gezin, enzovoorts. Dit besef dat de politiek zich ook buiten de traditionele politieke arena bevindt, vind je in de jaren '60 en '70 terug in de leus: 'het persoonlijke is politiek'. Toch is uiteindelijk ook hier het politieke nog steeds een vorm van handelen die terugvalt op de weloverwogen keuzes van een rationeel individu. Dat individu kan bepalen zo en zo zit de wereld in elkaar, dus dan gaan we dat en dat doen om dat en dat te realiseren. Ondanks dat je hier het politieke veld expandeert naar de buiten, tegen of aparlementaire actie - die uiteindelijk geïncorporeerd wordt in de politiek - praten we hier nog steeds over de politiek.

,,De differentiedenkers gaan een stap verder. Zij nemen niet meer het rationele subject als uitgangspunt, maar laten zien dat ook het subject een politiek moment in zich heeft. Dat met andere woorden al in de wijze waarop wij onszelf tot en volwaardig burger, denker, anarchist, feminist of actievoerder bombarderen een keuzemoment zit dat te maken heeft met de manier waarop wij ons verlangen reguleren. Met name Deleuze laat zien dat belangen en verlangen altijd in elkaar zitten. Je kunt dus bij je onderzoek naar de machtsverhoudingen niet stoppen op het punt waar die belangen verwoord worden door de man, vrouw, arbeider, kapitalist; bij een subject dat rationeel nadenkt. De differentiedenkers gaan daarom al daarvoor zitten en onderzoeken hoe het verlangen een bepaalde structuur krijgt door een vertoog, waardoor het verlangen wordt vastgezet en als belang geformuleerd. Foucault's analyse van de machtswerking in onze maatschappij bijvoorbeeld valt uiteindelijk ook terug op de vraag: hoe zit de politiek al voor het subject in het hele systeem? Ofwel: hoe worden wij gevormd tot rationele burgers die een belang hebben en deze kunnen uitdrukken in de politiek. ''

,,De differentiedenkers hebben het dus niet over praktische politiek, over de vraag wat er gedaan moet worden, maar over de reflexiviteit van de politiek zelf - en dat noemen zij het politieke. Ze kunnen dus ook niet kiezen voor fascisme, anarchisme, socialisme, of wat dan ook. Zij stellen immers de grondcategorieën van de moderne politieke filosofie ter discussie. Wellicht kan je zeggen dat zij de echte anarchisten zijn, omdat zij de laatste machtsaanspraak, namelijk, die van het rationeel subject die ook in het anarchisme zit, ter discussie stellen. Het is dus een ondermijnende manier van spreken en denken ten aanzien van de machtsaanspraak.''

Toch is het een rare beweging omdat het wel allemaal rationele vertogen zijn die je voorgeschoteld krijgt wanneer je hun teksten leest. Is hier geen sprake van een paradox: op een rationele manier wordt het rationele subject ter discussie gesteld?

Oosterling: ,,Ja, op het moment dat ik de waarheid ter discussie stel is er een aporie: er ontstaat een paradox omdat je altijd kunt vragen van waaruit spreek jij dan eigenlijk? Is dat dan wel waar? Dus er is blijkbaar een noodzaak om uit de waarheid te spreken - ik moet weten dat achter die deur de werkelijkheid verder gaat, of weten dat over vijf minuten ook de tijd verder gaat - terwijl ik die waarheid bekritiseer. Hierdoor krijg je een stroom. Het is geen dialectische beweging - zoals bij Hegel waarin een nieuwe waarheid de oude opheft zodat we tenslotte aan het einde van de geschiedenis bij de ultieme waarheid uitkomen: de Staat, of bij Marx, de communistische maatschappij - maar een differentiërende beweging, het zet steeds uiteen. Dan krijg je dus een waanzinnig pluralisme en dat wordt tegenwoordig postmoderniteit genoemd.''

De vraag is dan of je nog wel kunt stellen wat wel en niet kan. Waar baseer je op dat iets niet toelaatbaar is? Of kan alles?

Oosterling: ,,Blijkbaar niet. Er blijkt bijvoorbeeld een morele claim te zijn die absoluut is in zijn waarheidsaanspraak. "Je moet niet aan mijn kind komen." Doe je dat wel dan gaan we met z'n allen de straat op, zoals onlangs in België. Dat is toch merkwaardig. Daar zit een waarheidsclaim die je wellicht antropologisch kunt verklaren - het zit in de mens, het is zelfbehoud of een voortplantingsdrift, of de overdracht van intimiteit - maar gegeven is voor filosofen.

Wat ik interessant vind is: in een volkomen gedesoriënteerde en gefragmenteerde samenleving als België, kan er opeens iets gebeuren waardoor het volk de straat op gaat en er een revolte in gang wordt gezet. Wat nu gebeurt er in de revolte? Gaat het daar om belangen? Of om verlangen? Is het gewoon een wil die zich plotseling balt en zichzelf in een euforie opeens doorzet. Of is de opstand een weloverwogen complot met, zoals de bolsjewieken dachten, een elitaire voorhoede die de boel al door heeft en haar kennis doorgeeft aan het volk die vervolgens in z'n 'verlichting' die beweging allen maar versterkt. Dit laagste is volgens de differentiedenkers onzin. Zij beseffen wel dat er voortdurend een aanspraak is vanuit het verlangen die totaal is. Daar zit een moment van gemeenschapszin en deze zin tot gemeenschap is iets absoluut - daar zit een waarheidsclaim in. Deze is geven voor die filosofen, de kun je wel filosofisch verhelderen, maar niet verklaren. ''

Is deze gemeenschapszin dan iets oorspronkelijks, iets authentieks, van waaruit je ontwikkelingen kun bekritiseren?

Oosterling: ,,Ik geloof niet meer in authenticiteit. Ik zal uitleggen waarom. Cultuur is het doorgeven van technieken en de daarbij behorende vertogen. Als je een ploeg doorgeeft, wordt ook vastgelegd hoe je zo'n ding moet maken en gebruiken, dit laatste is het bij de techniek behorende vertoog. Vertogen en materiële uitdrukkingen van vertogen zijn samen media. Media zijn de grondslag van een cultuur en omdat culturen elkaar afwisselen, heeft elke cultuur steeds een andere grondslag die vergeten wordt als medium.

,,Authenticiteit ontstaat op het moment dat een bepaald medium door een nieuw medium geobjectiveerd wordt en vervolgens als authentiek wordt ervaren. Nou zou iemand die geboren wordt in het jaar 1200 voor Christus en nu nog leeft misschien aan authenticiteit vast kunnen houden. Maar iemand die geboren wordt in een cultuur die een aantal kwaliteiten heeft ontwikkeld en die doorgeeft als kwaliteit kan zich niet op authenticiteit beroepen. Die kwaliteiten maken in eerste instantie een historische ontwikkeling door, maar op een gegeven moment is het een voldongen feit welke ook nog een eigen structuur heeft gekregen.

,,Cyberspace bijvoorbeeld is een kwaliteit die zich nu ontwikkelt en op een gegeven moment een voldongen feit is als kwaliteit; mensen leven ervan, je kunt er in leven. Dan is het geen mediëring meer. Het is ook onzin om er iets tegen te hebben. Tegelijkertijd is er ook niks voor. Er is nog een vooruitgangsdenken waarin wordt gesuggereerd dat nieuwe media beter zijn. Hoezo beter? Een medium is niet alleen een middel om iets anders te doen, in feite zit je in het middel, je leeft er in en omdat je er in geboren bent, kun je ook niet meer weten hoe het oorspronkelijk was. Daarom is dat idee van authenticiteit niet meer vast te zetten. Wat niet betekent dat het er in de ervaring van een individu niet is. Die ervaring van authenticiteit is er absoluut.''

Maar kun je het middel dan niet meer kritiseren?

Oosterling: ,,De kritiek kan altijd plaatsvinden. Je moet alleen beseffen dat het een wankele basis heeft. Dat maakt het hyperkritisch, je bent kritisch ten aanzien van je eigen kritiek. Het is een kritiek van de xenofobe rede - het is de kritiek van iets dat wordt bekritiseerd - een kritiek van de rede op de rede.

Naar een hyperkritiek van de xenofobe rede, zo luidt ook de ondertitel van Oosterlings boek. Het is een zinspeling op de Kritiek de reinen Vernunft van de achttiende eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant. Volgens Oosterling heeft Kant de filosofie kritisch gemaakt, maar bij hem ging het nog wel om een onomstotelijke waarheid, waarbij de criticus-filosoof, door zich te beroepen op ultieme waarheden, zelf buiten schot dacht te blijven. Hyperkritiek slaat volgens Oosterling op het 'verontrustende' feit dat in onze huidige globale gemeenschap ook de criticus in het kritiseren niet onberoerd blijft; zijn kritiek schudt reeds op haar grondvesten zodra deze geuit is. Anders gezegd: in zijn kritiek draagt de criticus bij aan het verschuiven of wankelen van zijn eigen opvattingen.

Oosterling: ,,De term kritiek komt voort uit een denken waarbij je in staat bent iets aan te wijzen, het te identificeren en vervolgens het op de een of andere manier te overwinnen in de identificatie en mee te nemen. Dat is een dialectische beweging. Volgens de differentiedenkers kunnen we niet langer meer zo denken. Wij kunnen niet meer kritisch zijn omdat er geen absolute waarheid is waar we die kritiek op kunnen baseren. Dat betekent niet dat we dat niet meer kritiseren, dat doen we voortdurend. Op het politiek niveau is onze waarheid zelf, onze ideologie aan die kritiek ten onder gegaan. En toch leveren we kritiek. Dat is precies dat moment van de onmogelijkheid en de noodzakelijkheid. Het is onmogelijk om nog kritiek te leveren maar tegelijkertijd doe je het voortdurend. Dat noem ik hyperkritiek.''

Maar hoe kun je vanuit zo'n hyperkritiek nog onrecht, in jouw ogen dan, aan de kaak stellen. Er is immers geen rechtvaardigheidsgrond meer. Kun je nog wel iets doen? Kun je je bijvoorbeeld keren tegen het uitzetten van vluchtelingen?

Oosterling: ,,Altijd. Mensen die zich inzetten voor vluchtelingen hebben een morele aanspreking: 'Het is niet terecht dat ze eruit gezet kunnen worden'. Klaar, punt uit. Dat voel ik zo en kan niet gebaseerd worden. Natuurlijk kan ik mijn handeling wel gaan legitimeren en een mooi kritisch verhaal vertellen waarom ze niet uitgezet mogen worden. Maar op het moment dat je zo'n verhaal met een legitimatiepretentie gaat vertellen zit je vast. Dan kan iemand anders daar heel eenvoudig tegen inbrengen van dat en dat en dat en dat en dat veronderstel je, is dat wel zo? Waar baseer je dat op? Dan ga je zelf drijven. Daarom moet je daar niet aan beginnen. Je moet voortdurend die claim van onrecht centraal stellen; dat is het middelpunt van de manier waarop je er over moet praten, dat mag niet ter discussie gesteld worden. Dat is heel vreemd en lijkt autoritair, de enige integriteit is dat je het niet voor jezelf doet. ''

Maar wat kun je dan stellen tegenover de claim van de CD-er wiens rechtvaardigheidsgevoel zegt dat vluchteling op moet rotten?

Oosterling: ,,De knuppel. Dat is het enige antwoord. Er ligt een geschil, een different. Een discussie kun je niet aangaan. Tegelijkertijd wordt je gedwongen hem aan te gaan, daar ligt het politieke. ''

Je zou er dan dus ook voor kunnen kiezen de discussie niet meer aan te gaan. Waarom zou je als Animal Justice Front nog uitleggen waarom je slagerijen in de fik steekt? Waarom zou je met machthebbers over het illegalenprobleem praten, terwijl je niet erkent dat mensen 'illegaal' kunnen zijn? Waarom zou je de discussie aangaan als je de discussie niet in hun termen wil voeren, omdat je hun vooronderstellingen niet erkent, omdat er een geschil ligt?

Oosterling: ,,Ik vind niet dat je kunt volstaan met het niet meer in hun termen willen praten. Je zult zelf ook andere termen naar voren moeten brengen. Duidelijke termen die gaan over dingen waar het om gaat, termen die mensen aanspreken omdat daar een hoop ervaring in samenklontert. Dat is de poging die de differentiedenkers hebben gewaagd. Namelijk om totaal andere vertogen te ontwikkelen. De kleine verhalen binnen het grote vertellingen. Ongeveer zoals in de jaren zestig het homovertoog explicieter werd, of het vrouwenvertoog, en later het krakervertoog kan je ook het dierenvertoog of vluchtelingenvertoog ontwikkelen. Dat verhaal moet je gaan vertellen, daarmee kun je mensen aanspreken zonder het dominante vertoog over te nemen.

Het leven zonder vaste overtuiging, zonder waarheid of ideologie, lijkt niet eenvoudig, gezien de politieke crisis waar veel linkse mensen in verkeren. Leidt het zelfondermijnende denken tot niet tot gekte? Wordt je niet gestoord als je voortdurend in de paradox moet leven? Wanneer je je nooit meer op een waarheid kunt baseren. Wanneer je zoals jij het omschrijft de aporie moet leven?

Oosterling: ,,De aporie is een kentheoretische vraag, dus op het niveau van is het waar of is het niet-waar. De aporie leven is dus leven in een zekere reflexiviteit. Leven in het besef dat er geen zin is, dat alles volstrekt zinloos is én tegelijkertijd de ervaren noodzaak zin te geven. Dat laadt dus alle verantwoordelijkheid op jou schouder. Dat is het leven in de aporie. Dat kan lastig zijn voor mensen die met acties bezig zijn. Zij kunnen hun actie of strijd niet meer in een breder kader plaatsen en vervolgens denken of vinden dat de actie niet meer kan worden gevoerd. Maar je moet het gewoon doen. Jij ervaart een onrecht, een aanspraak en moet de verantwoordelijkheid op je schouders nemen en daarbij niet verwijzen naar een of ander ideologisch vertoog. Misschien is het niet leefbaar, dat zal moeten blijken.

,,Laatst zag ik in een discussieprogramma op de tv de NietNixers. Waar hun verhaal op neerkwam was dat de structuur van de PvdA niet democratisch was omdat als je voor de PvdA in gemeenteraad wil zitten, je eerst al die vergaderingen moet aflopen, jezelf moet profileren etc. Voor je het wist was je tien jaar verder. Zij wilden nu juist op elk moment overal mee kunnen praten. Het idee heeft dus postgevat dat democratie betekent dat iedereen mee kan praten. Zij hebben dus het besef verwerkt dat die partijdemocratie een hiërarchie is die niks met democratie te maken heeft. Dus de vraag is hoe anarchistisch is de NietNix-generatie van de PvdA?''

Veel verhalen van mensen die kritiek hebben op het bestel van de partijdemocratie lijken ‘anarchistisch’¼

Oosterling: ,,Gelul, dat is een stomme modernistische opmerking. Zij zijn gewoon me wat anders bezig.''

Maar er is toch geen enkele reden om zich naar de PvdA te wenden om daar die kritiek te leveren. Als de hyperkritiek begrepen hebben is er geen enkele reden om dat te doen. Er is gewoon sprake van een mediaclasch - twee verschillende vertogen die niets met elkaar te maken hebben.

,,Nou, blijkbaar wel. Terugbrengend naar het politieke van Lyotard en de different zijn zij dus in het vertoog gestapt. Als zij ooit een anarchistische aandrift hebben gehad, in esthetische zin weliswaar, dan hebben zij vervolgens gedacht dat ze wel door de instituties heen moeten. Ze passen zich aan het vertoog aan en proberen daarbinnen iets kenbaar te maken. Jullie hoop is dat ze iets kenbaar maken wat inderdaad daarbuiten is, maar volgens mij is het iets dat al daarbinnen gegroeid is en al een deel van het vertoog is. Zoals Nieuw Links ook een deel van het vertoog was en het nu allemaal de Pepertjes en Van der Louw's zijn die het nu voor het zeggen hebben. Die NietNix-ers zijn ook al zo Paars als wat. Ze accepteren zonder meer het marktprincipe; dat is het ook het verwijt van de oudjes. Die vinden dat er toch wel een zeker kritisch bewustzijn van het kapitalisme moet zijn, maar dat hebben ze niet. De vraag is of ze daar wel mee bezig zijn. Die oudjes zijn dat wel en die pretenderen dus een stellige waarheid te hebben. Dan moet je dat onrecht ook op je schouders willen nemen. Dat valt niet mee en daarom lopen zij ook altijd zo te mopperen.''

Heb je aan dit gesprek nog iets toe te voegen?

“Altijd. Differentiedenkers hebben heel lang niet gepolemiseerd omdat zij de oppositie als een aspect van het dialectische denken zien, dat suggereert dat er 'objectieve' opposities zouden zijn. Volgens de differentiedenkers bestaan er geen opposities, maar alleen verschillen. Die verschillen kunnen zich wel samenklonteren tot opposities die werkzaam kunnen worden in de politiek. Maar zij willen laten zien dat er voor die stolling in opposities allerlei momenten zitten waardoor het ook heel anders had kunnen gaan - dat er een contingentie is.''

,,De differentiedenker vragen volgens mij veel eerder om een attitude dan een bewustzijn. Het zijn geen bewustzijnsfilosofen: van je moet eerst de sociaal-economische verhoudingen veranderen en dan verandert de maatschappij; of je moet eerst het bewustzijn van de mensen veranderen en dan wordt het allemaal beter zoals in de jaren '60 en '70 werd gedacht. Zij hebben met Nietszche laten zien dat het bewustzijn een functie is van het lichaam, daarin sluiten ze zich aan bij Marx. Maar met Freud hebben zij tegelijkertijd onderkent dat allerlei persoonlijke dingen die in een verlangenstructuur zitten ook bepalend zijn voor de wijze waarop je denkt. Bewustzijn wordt dus niet uitsluitend door de sociaal-economische factoren geproduceerd.

Differentiedenkers proberen gegeven het door elkaar lopen van al die zaken niet meer simpel te spreken over massa en individu, of privé-sfeer en publieke sfeer, innerlijkheid en uiterlijkheid, bewustzijn en fysiek materie. Zij laten juist zien dat alle bewegingen elke keer al die elementen op een supplementaire zin in zich hebben. Ze zijn dus ook niet op te lossen.

,,Baudrillard borduurt hier overigens op voort. Hij zegt dat als iets volledig wordt het verdwijnt. Als alles politiek wordt en dus ook het verlangen (dat is zijn kritiek op de differentiedenkers) heb je geen enkel kritiekpunt meer en verdwijnt het. Het verdwijnt is het exces, niet in de dialectiek. Iets wordt niet meer opgeheven zoals bij Hegel (Aufhebung), maar een kritische massa een meltdown. Dat noemt hij trans - als alles seksueel wordt, heb je transseksualiteit en verdwijnt het. Als alles esthetisch wordt, verdwijnt de esthetiek.

,,Deze hyperkritiek is een vorm van esthetiek, deze ontstaat op het moment dat de vorm van iets zelf inhoudt wordt. Als je in een veilige situatie zit en je hoeft voor niemand meer bang te zijn, de bom is achter de rug, de Russen opgerold, dan kunnen we gaan genieten. Je hoeft niet meer te vechten, alleen nog een beetje te zeiken. Je blokkeert een startbaan, kraakt een huis, maar daarna ga je naar de pinautomaat en trek je je geld uit de muur dat door de uitkerende instantie op je rekening is gestort. In zo'n situatie is esthetiek iets anders geworden. Deze situatie gaat op voor een groot deel van de westerse wereld. Alleen onder die ijsberg zit natuurlijk 90% van de wereldbevolking die niet kunnen praten.''

,,Dat is de vraag van Lyotard; hoe kunnen zij tot uitdrukking brengen waar zij mee bezig zijn. Als het vertoog waarin ze kunnen of moeten praten juist dat uitsluit om dat vertoog te kunnen zijn. Hoe kun jij als RAF-lid je punt duidelijk maken op het moment dat je voor de rechtbank staat en de grondslagen van de sociaal-democratie ter discussie stelt. Hoe kun je dat bespreekbaar maken in een juridisch bestel dat bestaat bij gratie van die grondslagen. Daar is volgens Lyotard geen oppositie meer die overbrugt kan worden, maar een geschil, een different, een niet te overbruggen geschil. Juist daar wil Lyotard over praten; daar is hij politieker dan welke politicus dan ook.''


siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl   - - -