| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2007 Straat Financieele Dagblad.pdf | 08.01.2008 | 29kB | - |
Bespreking van Siebe Thissen, Mooi van ver. Muurschilderingen in Rotterdam, door Anne Berk in Het Financieele Dagblad (24-11-2007)
‘Kunst moet onder het volk' vinden politici en kunstenaars. En de muurschildering is daarbij een beproefd middel, van politiek pamflet tot stadsverfraaiing
Op een foto in Tent. Rotterdam zie je een man met een megafoon. Het is Co Westerik, die de schilders op de steiger dirigeert bij het maken van een muurschildering, want alleen van een afstand kon hij het meer dan gevelgrote Touwtje springend meisje (1976) overzien. Muurschilderingen zijn groot. Dat moet wel, wil het werk op straat gezien worden. En dat verklaart ook de titel van tentoonstelling, ‘Mooi van ver', die actuele muurschilderingen van negen kunstenaars presenteert en een historische overzicht van CBK-hoofd Siebe Thissen.
Foto's uit het Rotterdam van de jaren dertig geven een indruk van een wereld die voorgoed verdwenen is. ‘Vraagt uwen winkelier Van Nelle's.' Filmdiva's als Rita Hayworth of Gloria Swanson op de gevel. Reclames werden op de muur geschilderd of ze werden op verrijdbare handkarren geëtaleerd. Met de komst van de fotografische reproductiemogelijkheden verdwenen de handgeschilderde reclames. Realistische bioscoopreclames worden nu alleen nog maar in Bollywood gemaakt. Het Rotterdamse Atelier Leo Mineur, ooit groot geworden in dit genre, legt zich tegenwoordig toe op het maken van muurschilderingen in opdracht.
Na het bombardement op Rotterdam verschenen er decoraties op de muren van noodwinkels, met matrozen, muzikanten en meisjes, die de bevolking in de oorlog moest opvrolijken. In 1955 trok de Muur van energie van Karel Appel de aandacht. Maar pas in de jaren zeventig werd de muurschildering door de Rotterdamse Kunststichting tot speerpunt van beleid gemaakt. Dat sloot toen aan bij de democratisering, want in de ‘townpaintings', zoals het uit de VS overgewaaide medium heette, kroop de kunstenaar uit zijn ivoren toren en trad direct in contact met het publiek. Zo kregen de ornamentlijsten die ooit voor reclameschilderingen waren bedoeld, nu een artistieke invulling door bekende Rotterdamse kunstenaars als Dolf Henkes, Axel van der Kraan, Woody van Amen en Co Westerik. Bekend is de ornamentlijst met het portret van Multatuli (1975) aan de Van Oldebarneveltstraat, waarmee Louis Ficheroux zijn liefde voor literatuur wilde communiceren.
Maar in die ‘kreatieve aksiejaren' had men ook oog voor de muurschildering als politiek pamflet, een traditie die terugging op het Latijns-Amerikaanse Muralismo en de Russische agit-prop aan het begin van de 20ste eeuw. ‘Als de kunstenaar de magie van zijn penseel niet aanwendt ten behoeve van de strijd tegen uitbuiting en onderdrukking, dan kan hij nooit een groot kunstenaar zijn', vond de befaamde Mexicaanse muralist Diego Rivera. De Mexicaanse revolutie werd niet alleen met het geweer, maar ook met de kwast uitgevochten, waarbij de schilderbrigades van De Rivera en David Alfaro Siqueiros midden in de nacht heldhaftige voorstellingen op de muren schilderden. En toen Alfaro Siqueiros na het mislukken van de Mexicaanse Revolutie naar Spanje en vervolgens naar Chili uitweek, reisde dit politieke propagandamiddel met hem mee. Ten tijde van de coup tegen Salvador Allende schoot het Muralismo wortel in Chili en dook vervolgens — met de komst van Chileense ballingen — weer op in Rotterdam. Ook in de Maasstad uitten zij publiekelijk hun wanhoop over de onderdrukking, zoals op de bekende Chileense Zuil.
Net als de schilderbrigades werken ook de ‘taggers' van vandaag illegaal. Maar zij laten hun sporen na als een plassende hond die zijn territorium markeert. Ze schrijven hun initialen of pseudoniem op muren en rolluiken in een poging zich de onpersoonlijke openbare ruimte toe te eigenen. Een flauwe echo van de jaren tachtig, toen de dynamische belettering van graffiti een artistiek hoogtepunt bereikte. In de slipstream daarvan nodigde de Rotterdamse Kunststichting Lee Quinones uit New York uit om een werk te maken. Jongeren adopteerden het Piece van Lee (1992) als hangplek en voerden actie toen het na een paar jaar geleden werd verwijderd. Vergeefs. Maar de muurschildering is een vluchtig medium. As long as it lasts (1993) luidt de tekst van Lawrence Weiner op de Euromast dan ook, die inmiddels ook alweer is verdwenen.
De muurschildering is een fenomeen met zo veel verschijningsvormen dat het onmogelijk is om een totaaloordeel te vellen over de artistieke merites ervan. Maar ze is wel geliefd, gezien de vele buurtcomités die ijveren voor behoud. Dat het medium nog niets aan zeggingskracht heeft ingeboet blijkt ook uit het werk van de Braziliaanse tweeling Os Gemeos. Deze verre nazaten van de Muralisten versieren de straten en de favela's van Rio de Janeiro (en nu ook de wanden van galeries) met figuren die weggelopen lijken uit een prentenboek. Os Gemeos heeft momenteel Museum Het Domein veranderd in een denkbeeldige stad met vele deuren, met achter iedere deur een bewoner. Een lonkend meisje met pulserend hart. Een man die de uitgang niet meer kan vinden. Een bibberende dakloze die schuilt onder een deken. Of een jongen die vergroeid is met zijn gitaar. De kleurrijke figuren zijn liefdevol geschilderd en tonen de kwetsbaarheid van de mens in de stadsjungle. Het is een waardige afscheidstentoonstelling van directeur Stijn Huijts, die naar het Glaspaleis in Heerlen vertrekt.
| info@siebethissen.net | - | - | - |