| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2002 Recensie Grootstedelijke Reflecties Beelden.pdf | 23.02.2004 | 52kB | - |
Rotterdam te boek
Door Astrid Tanis in het tijdschrift Beelden (2002)
Boekbespreking van Jan van Adrichem (red.), Beelden in Rotterdam (Rotterdam 2002), Martine Herman (red.), Openbare kunst & het Stadsvernieuwingsfonds (Rotterdam 2002) en Henk Oosterling & Siebe Thissen, Grootstedelijke Reflecties. Over kunst & openbare ruimte (Rotterdam 2002).
Beeldende kunst in de openbare ruimte is de laatste jaren onderwerp van veel publicaties. Alleen al in Rotterdam zagen in 2002 drie publicaties het licht die de kunst in de openbare ruimte als onderwerp hebben. Twee boeken met beelden waren er nodig en een flinke uitgave waarin niet de kunst maar het kunstdebat centraal staat. Een levendige kunststad kan niet zonder levendig discours. Het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam initieerde de drie verschillende uitgaven. Ze staan los van elkaar qua vormgeving en inhoud, maar vullen elkaar goed aan.
In Beelden in Rotterdam, staat de kunst van internationale allure centraal. Het is een stevig gebonden boek met mooie foto's. Een beschrijving van de geschiedenis van de Rotterdamse kunst in de openbare ruimte, de invloed van de publieke sector en de bemoeienis van de overheid hierbij vormen de inhoud van het boek. In de loop der jaren verwierf Rotterdam een groot aantal werken van internationaal werkende kunstenaars. Veel van deze werken hangen samen met de wederopbouw. Dat geldt zeker voor het beeld van Zadkine: De verwoeste stad. Naast de internationale uitstraling betekent dit werk op lokaal niveau ook veel. Het beeld werd na diverse omzwervingen hier geplaatst als oorlogsmonument voor een stad waar het hart door de nazi's uitgebombardeerd werd. Er worden bloemen gelegd op bevrijdingsdag, maar ook na de terroristische aanslag op de Twin Towers te New York plaatsten meelevende Rotterdammers hier spontaan bloemen voor de slachtoffers.
Veel beelden hebben die dubbele, zowel lokale als internationale, uitstraling. Zoals ook het oude standbeeld van Erasmus. Deze renaissance filosoof van internationale faam werd in 1466 te Rotterdam geboren. Het lijkt erop dat zijn gedachtegoed nog steeds aansluit bij de mentaliteit van deze werkstad; 'doe maar gewoon dan doe je gek genoeg'. Hij schreef Lof der Zotheid, een pamflet hoofdzakelijk gericht tegen het gedrag van de leidende klasse en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, waarin hij eveneens de spot drijft met de menselijke ijdelheid.
Als je het boek Beelden in Rotterdam doorbladert, valt vooral het monumentale karakter van de beelden op. Dat is natuurlijk niet vreemd in een stad waar de kunst moet concurreren met prestigieuze architectuur. De wederopbouw heeft met verve plaatsgevonden, gebouwen reiken naar de hemel. Een van de eerste monumentale beelden die Rotterdam na WO 2 kreeg, dat naast de Bijenkorf op de Coolsingel staat, is van Naum Gabo. De publieke sector had bij het ontstaan van dit beeld een stevige vinger in de pap. Veel minder hoog maar minstens zo monumentaal hangt 'de waslijn' van Auke de Vries langs de Maas bij de Willemsbrug. Veel grote historische namen zoals Rodin, Henry Moore, George Rickey, Charlotte van Pallandt, Pablo Picasso, Claes Oldenburg, en natuurlijk Karel Appel, lieten beeldende sporen achter in deze stad. Behalve veel afbeeldingen bevat het boek ook teksten van diverse schrijvers. Veel nieuws ben ik daar niet in tegengekomen, het blijft toch voornamelijk een mooi kijkboek. Voorin de publicatie verwijst een plattegrond met nummers naar de locatie van de diverse beelden. Helaas, het boek is te robuust om het in je binnenzak te vervoeren en overstijgt zo haar potentiële functie van reisgids. Het blijft een mooi boek voor op de bank of koffietafel.
Openbare kunst & het stadsvernieuwingsfonds 1997/2001 toont minder prestigieus in omvang en vormgeving. Het past in de wat ruimere binnenzak, maar je mist de plattegrond die dit soort handzame boekjes zo gebruikersvriendelijk maken. De vormgeving heeft zwakke plekken. De inleiding van Siebe Thissen bezorgt je al snel hoofdpijn; door de kleine zwarte lettertjes die dicht op elkaar gepakt staan op een kobaltkleurige ondergrond. Je moet wel erg gemotiveerd zijn om over deze leesbaarheidshindernis heen te stappen.
Wat mij bevalt aan Openbare kunst & het stadsvernieuwingsfonds
is de inhoudelijke informatiewaarde. Als een soort diashow zie je op iedere bladzijde
een afbeelding van een kunstwerk of artistieke activiteit.
Eronder staat een summiere tekst met een verantwoording: hoe een werk tot stand
kwam, in welke context, op wiens initiatief, wie verantwoordelijk waren voor
de selectie, de kosten en eventuele financiële partners. Deze
concrete informatie staat gelukkig in zwarte en blauwe letters gedrukt op een
witte ondergrond. De uitgave maakt inzichtelijk dat een kunstwerk in de openbare
ruimte ontstaat vanuit een netwerk dat meestal op lokaal niveau actief is.
Maar weinig van de kunstuitingen in deze publicatie zijn beladen met internationale
allure. Wel ademt de kunst integriteit en betrokkenheid uit, zoals het vlaggenproject
van Joe Cillen. Cillen liet op de plek waar hij woont, het Noordereiland, door
een groep allochtone vrouwen vlaggen maken naar ontwerp van de bewoners van
de wijk. De bewoners kunnen deze vlaggen aan de gevels van hun huis hangen en
zo het Noordereiland optuigen als een vlaggenschip.
Een ander locatiegebonden project is dat van Ar(t)oo in de wijk Spangen. Bijna alle namen van de straten in Spangen zijn vernoemd naar dichters. De namen vertegenwoordigen ruim 400 jaar dichters. Ar(t)oo haalde de dichters uit de vergetelheid door naast de straatnaambordjes een geëmailleerde bord te hangen met dichtregels van de vernoemde dichter. Kosten voor dit project waren ongeveer 5000 Euro. Een klein bedrag voor kunst in de openbare ruimte, maar het draagt wel bij aan de identiteit van de oude wijk met straten, die al 75 jaar de dichtersnamen dragen. Er staan veel lowbudget kunstprojecten in Rotterdam. Kunst hoeft niet altijd duur te zijn, dat blijkt. Ik vraag me alleen af in hoeverre de kunstenaars er financieel bij ingeschoten zijn.
Beelden in Rotterdam en Openbare kunst & het stadsvernieuwingsfonds
1997/2001 zijn overzichtelijke publicaties. Van de uitgave InterAkta, Grootstedelijke
reflecties, over kunst & openbare ruimte, kan je dat niet zeggen. Het
ontstaan van een kunstwerk of een kunstactie is minder eenduidig als de eerste
twee publicaties suggereren. Je kan spreken van een kunsttraject dat vaak
complexer is dan het uiteindelijke resultaat. Niet zelden is zo'n traject
ondoorzichtig, vele 'zichtlijnen' en belangen ontmoeten elkaar bij het ontstaan
van het kunstwerk. Daarnaast is een
kunstwerk ingebed in een discours dat zijn invloed heeft op de ontwikkeling
van een kunstenaar. Grootstedelijke reflecties is niet zomaar een boek. Het
is de weerslag van drie jaar onderzoek, de verslaggeving van een driejarig
traject vol 'ontmoetingen'. Bij kunst en de openbare ruimte staat
de autonomie van de kunstenaar continu onder spanning.
Grootstedelijke reflecties schept een beeld van het spanningsveld waarin openbare kunst ontstaat. De uitgave is het resultaat van drie jaar interactie tussen diverse belangengroepen in Rotterdam. In 1998 verzocht Hans Walgenbach (de toenmalige directeur van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam) de filosoof Henk Oosterling een notitie te schrijven voor de afdeling BKOR over de conceptuele inbedding van de hedendaagse kunst in de openbare ruimte. De notitie zou een voorbereiding zijn op de nota Beeldende kunst in de openbare ruimte 2002-2006. Je kan hier spreken van een uit de hand gelopen notitie. Oosterling is aan de Faculteit van Wijsbegeerte verbonden als docent. Bovendien is hij verbonden aan het Centrum voor Filosofie en Kunst dat vaker samenwerkt met het CBK. Zijn interessegebied ligt bij de franse Differentiedenkers die als geen ander door hadden dat de wereld vaak een stuk complexer is dan men op het eerste gezicht vermoedt. Dat je van Oosterlings hand geen eenduidige conclusies mag verwachten, is juist de waarde van dit stuk. Niet alleen Oosterling zelf komt aan het woord, ook diverse andere deelnemers die betrokken zijn bij kunsttrajecten. Verschillende debatten en een internetdiscussie werden georganiseerd.
De debattenreeks die onderdeel was van InterAkta kan je zien als discoursonderzoek.
Een ieder die zijn mond wilde roeren kon dat.
Dit alles is nu samengebundeld. Het zijn verschillende zichtlijnen die niet
altijd synchroon lopen. In deze bundel worden voorstellen gedaan om het vocabulaire
ten opzichte van kunst en openbare ruimte te verruimen.
Als uitgangspunt voor de discussie wordt een vijfvoudige differentiëring
voorgesteld, waardoor het beperkende begrip 'kunst in de openbare ruimte' verbreed
wordt.
Naast 'kunst in de openbare ruimte' ontstaan de begrippen: 'kunst van
de openbare ruimte, kunst als openbare ruimte en openbare ruimte als kunst'.
In een later stadium ontstaat het begrip 'multisensorische domein' in de discussie,
waardoor er ook plaats komt voor de beeldende betekenis van een entiteit als
'geluid'.
Vragen als 'wat is openbaarheid' en 'wat betekent openbare
ruimte als de gebruikers een multiculturele achtergrond hebben' komen aan
de orde. Als onderzoeksterrein staat de Rotterdamse openbare ruimte model.
Sporadisch wordt, daar waar van belang, een uitstapje gemaakt door een gesprekspartner
op te voeren die buiten deze context staat. De verhouding tussen het lokale
en globale levert het nieuwe begrip 'glocale' op. De debatten en
de notitie hebben beslist niet de bedoeling om theorieën te construeren,
maar om de specifieke conceptualiteit en reflexiviteit boven tafel te krijgen
die de laatste decennia vanuit kunstpraktijken zelf voortkomen. Het gaat hier
niet om de pretentie van een laatste woord, maar eerder om een reeks woorden
binnen een bepaalde tijdspanne die veranderlijk is. De notitie is dusdanig
gedifferentieerd, dat het alleen maar bijdraagt aan een complexe ruimte waarbinnen
kunst zich optimaal kan bewegen. De complexiteit perkt niet in maar schept
ruimte. Grootstedelijke reflecties biedt geen overzicht maar een inzicht.
Beelden in Rotterdam
Redactie Jan van Adrichem,
Jelle Bouwhuis en Mariette Dolle
Uitgeverij 010, Rotterdam, 2002
ISBN 90-6450-476-8
Openbare kunst & het Stads-
vernieuwingsfonds, 1997/2001
Redactie Martine Herman
Centrum Beeldende Kunst,
Rotterdam, 2002
Grootstedelijke reflecties,
Over kunst en openbare ruimte
Redactie Henk Oosterling
en Siebe Thissen.
Erasmus Universiteit, Faculteit der Wijsbegeerte, Rotterdam, 2002
ISBN 90-567725-46
| info@siebethissen.net | - | - | - |