Index of /Interviews en Reviews/Reviews/2000 Recensie Spinozisten NIW

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2000 Recensie Spinozisten NIW.pdf   03.02.2004 63kB -

2000

DE ‘BLIJDE BOODSCHAPPER’ SPINOZA.

DOOR DAVID WERTHEIM IN HET NIEUW ISRAELITISCH WEEKBLAD (NIW) 11 AUGUSTUS 2000

Boekbespreking van: Siebe Thissen, De spinozisten. Wijgerige beweging in Nederland 1850-1907, Uitgeverij SDU Uitgevers Den Haag 2000
(Geïllustreerd met het portret van Spinoza en een begeleidend artikel, ‘Waarom Spinoza in de ban werd gedaan’, door Odette Vlessing).


Nederland heeft Spinoza pas laat ontdekt. Terwijl Duitse denkers als Schelling en Hegel zich openlijk op de Nederlandse wijsgeer beriepen, bleef Spinoza in zijn geboorteland wat hij sinds zijn dood al was: een gevaarlijke atheïst met een mislukte filosofie. Pas omstreeks 1850 begon Spinoza hier zijn huidige status te verwerven: die van een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van de wijsbegeerte.

De spinozisten gaat over dit proces. De auteur, Siebe Thissen, beschrijft in dit boek hoe een kleine groep vooruitstrevende denkers zich in het midden van de negentiende eeuw voor Spinoza begint te interesseren. Mooi beschrijft hij hoe deze opleving in een niet-academisch circuit gestalte kreeg. Zo schetst hij overtuigend de spinozistische kleur van de dissidente vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux, waarbinnen een spinozisme postvatte dat aanleiding zou geven tot een ware ‘Spinoza-koorts’. In de tweede helft van de negentiende eeuw verschijnen er talloze publicaties over Spinoza, inclusief nieuwe Nederlandse vertalingen van zijn Ethica en een nieuwe editie van zijn Opera Omnia. In 1877 wordt een rouwbijeenkomst gehouden bij Spinoza’s tweehonderdste sterfdag, en later wordt in Den Haag een standbeeld opgericht en koopt een speciale Spinoza-vereniging het oude huis van de denker in Rijnsburg: het Spinozahuis. Deze vereniging bestaat nog steeds, organiseert lezingen en geeft brochures uit.

Veel non-conformistische auteurs voelden zich aan het gedachtegoed van de zeventiende-eeuwse wijsgeer verwant. Een van de vroegste was Multatuli. Hij bezong zijn liefde voor Spinoza in de woorden: “Zeker ben ik van Spinoza’s familie/en heb ik vaders neus niet recht/’k heb toch een hart als hij”. Ook binnen de Beweging van Tachtig vond Spinoza veel aanhang. De dichter Herman Gorter is misschien het bekendste voorbeeld. Hij vertaalde de Ethica en schreef spinozistische gedichten totdat hij zich tot het socialisme bekeerde en met zowel Tachtig als Spinoza brak.

Door de publieke aandacht die voor Spinoza ontstond, gingen ook de hoogleraren op de universiteiten zich langzamerhand interesseren voor de ooit als ‘dode hond’ afgedane filosoof. Siebe Thissen probeert zelfs – en niet zonder succes – aannemelijk te maken dat de opleving van het spinozisme in deze periode de ingedutte Nederlandse filosofische wereld wakker schudde en nieuw leven inblies. Zijn these is dat de verenigingen en tijdschriften die naar aanleiding van deze Spinozakoorts werden opgericht, in Nederland de infrastructuur schiepen voor een opleving van de wijsbegeerte in zijn geheel.

Hoe alomtegenwoordig het spinozisme ook geweest mag zijn, er blijken ook grote verschillen tussen de spinozisten te zijn. Sommigen benadrukten Spinoza’s rationele kant, terwijl anderen juist een vrome wijsbegeerte herkenden. Zowel de anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis als conservatieve critici van de democratie zoals Willem Meijer en Bernard van der Wijck waren spinozisten. Spinozistische inspiratie kon in de meest diverse gebieden tot uiting komen. Zo zag de plantkundige, reiziger, schilder en avonturier Junghuhn in Spinoza’s gelijkstelling van God met de Natuur zijn liefde voor het oerwoud van Java, Borneo en Sumatra bevestigd. Dit terwijl de biochemicus Moleschott vond dat bejaarden goede oude wijn konden drinken en de armen roggebrood en vlees moesten eten. Thissen herkent in die je-bent-wat-je-eet-filosofie Spinoza’s idee van eenheid van geest en materie.

Maar liever dan naar de verschillen te kijken, benadrukt Thissen de overeenkomsten tussen al deze interpretaties van Spinoza. Volgens hem zijn ze allemaal bevangen door een bepaalde spinozistische sensibiliteit die hij definieert als en mengeling van wetenschap, filosofie en literatuur.

Het valt op dat bijna de gehele ‘familie van Spinoza’, zoals Multatuli de spinozisten noemde, van protestantse huize is. Veel familieleden studeerden theologie, maar vielen van hun geloof af. Iets waaraan Thissen geen aandacht besteedt, is dat er slechts weinig Nederlandse joden deelnamen aan de spinozistische opleving. Zij schijnen zich – in tegenstelling tot de joden in Duitsland – nauwelijks voor hun verstoten zoon te hebben geïnteresseerd. Jaap Meijer, wiens onderzoek naar de Nederlands-joodse Spinozareceptie helaas niet voorkomt op de literatuurlijst, ontdekte al dat het hoogtepunt van de Spinozakoorts, de onthulling van het monument in Den Haag, plaatsvond op Jom Kippoer.

Ook in De spinozisten zijn dergelijke voorbeelden te vinden van de ‘onjoodsheid’ waarmee men Spinoza bezag. Zo werd er soms in verbazend christelijke bewoordingen over Spinoza gesproken. De humanist Van Vloten spreekt van een ‘blijde boodschaper’, de filosoof Cornelis Willem Opzoomer gaat nog verder als hij zegt: “Tot dat ware christendom, dat zoo oud als de wereld is, maar dat in Jezus den hoogsten vorm der godsdienst heeft aangenomen, behoorde Spinoza”.

Hoewel Thissen hier niet op ingaat, blijkt dat er in de Nederlandse beeldvorming van een joodse Spinoza weinig over is. Misschien is dat nog altijd een restant van de ban die de Portugese rabbijnen in 1656 over hem hebben uitgesproken. Of de ban daarmee al dan niet het gewenste succes heeft gehad, is een vraag die ik hier in het midden zal laten.


info@siebethissen.net   - - -