Index of /Interviews en Reviews/Reviews/1999 Recensie Chaos ex Machina Streven

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
1999 Recensie Chaos ex Machina Streven.pdf   10.08.2004 61kB -

1999

FÉLIX GUATTARI

Recensie van Henk Oosterling & Siebe Thissen (red.), Chaos ex Machina. Het ecosofische werk van Felix Guattari op de kaart gezet (CFKj. I, Faculteit Wijsbegeerte/Centrum voor Filosofie & Kunst, Erasmus Universiteit Rotterdam 1998, 159 pp.). Door Ger Groot in Streven (oktober 1999).


De filosoof en psycholoog Félix Guattari is in het Nederlands taalgebied tamelijk onbekend. Zijn naam is voornamelijk doorgedrongen in het kielzog van Gilles Deleuze, met wie hij in 1972 het roemruchte manifest L'anti-Oedipe schreef. Daarna volgde in 1980 Milles plateaux en in 1991, een jaar voor Guattari's vroegtijdige dood (hij werd geboren in 1930), het programmatische boek Que'est-ce que la philosophie? Hoewel Guattari's denkweg zich vanaf het eind van de jaren zestig sterk in verbondenheid met Deleuze heeft ontwikkeld, heeft deze niettemin een eigen karakter, waarvan boeken als La révolution moléculaire (1977), Cartographies schizoanalytiques (1989) en Chaosmose (1992) getuigden.

De bundel Chaos ex machina, het resultaat van een studiegroep aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, tracht de specifieke visie van Guattari voor het eerst in het Nederlands taalgebied onder de aandacht te brengen. Hij opent met een verhelderende inleiding van Arnaud Zwakhals en sluit met een poging van Henk Oosterling voort te denken langs de lijnen van Guattari's werk. Daar tussenin vindt men een speelse bijdrage van Siebe Thissen over de vraag in hoeverre we ons aan de banden van het kapitalistisch systeem kunnen onttrekken, een politieke discussie van Guattari's werk door Piet Molendijk, een boeiende bijdrage over Guattari's relatie tot de film door Joost Raessens, en confrontaties van diens oeuvre met het juridische denken, de nieuwe media en de literatuur. De enige expliciet kritische bijdrage in de bundel is die van de antropoloog Wim van Binsbergen, die de pointe echter mist door Guattari in een te orthodox marxistisch kader te situeren.

Guattari's werk doet in ondoordringbaarheid en onnavolgbaarheid nauwelijks onder voor dat van Deleuze en daarvan zijn in alle bijdragen in deze bundel de sporen duidelijk zichtbaar gebleven. Dat een kritische evaluatie van diens werk goeddeels afwezig is, hoeft in een eerste presentatie daarvan niet zo zwaar te wegen. Spijtiger is het dat de auteurs zich niet wat verder buiten het vocabulaire en theoretisch kader van Guattari's denken hebben durven wagen. Wat meer vertrouwen in de eigen denken formuleringskracht was de helderheid ongetwijfeld ten goede gekomen. Deze bundel laat de lezer achter met een ongemakkelijke nieuwsgierigheid. Wat moeten we met dit oeuvre aan? Heeft het ons werkelijk iets te bieden, of is het uiteindelijk niets? Die vraag verdient een voortzetting van dit ambigue maar moedige begin van het Guattari-onderzoek in het Nederlands taalgebied.


info@siebethissen.net   - - -