| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 1996 Recensie Mba Kajere 1 Epimedium.pdf | 10.08.2004 | 79kB | - |
DE SPEURTOCHT NAAR GATEN IN HET SPEKTAKEL
Recensie van Mba Kajere #1 (1996). Door Patrick van IJzendoorn in Epimedium. Faculteitsblad Filososfisch Instituut Utrecht (#83, 1996) en Babel. Faculteitsblad UvA (#9, 1996).
Niet het gesproken woord heeft autoriteit, maar het boek; niet onze talenten
worden beloond, maar juist het diploma; ons enthousiasme wordt niet gewaardeerd,
maar onze hoeveelheid kennis; we brengen geen vervoering meer op voor de
bekoorlijke pracht van de natuur, maar we onderwerpen haar aan wetenschappelijk
onderzoek; we mogen niet belangeloos metafysisch dromen, maar dienen ons
denken technologisch toe te passen - immers, volgens de heersende tijdgeest
dient het denken allereerst een nuttig gebruiksartikel te zijn.
Arthur de Sopper
Bijna dertig jaar geleden zag Guy Debords boek De Spektakelmaatschappij het
licht, misschien wel het belangrijkste politiek-filosofische werk na Het
Kapitaal van Karl Marx. De Franse situationist, cineast en filosoof rekende
daarin radicaal af met het beloofde land van de totale consumptie en pleitte
impliciet voor een revolutie, die een jaar later inderdaad plaatsvond, maar
mislukte. In november 1994 pleegde Debord zelfmoord. De neo-situationisten "bestrijden" het
spektakel niet meer, maar zoeken naar gaten in datzelfde spektakel. Verslagen
van hun zoektochten zijn te vinden in het theoretische plunderschrift Mba-Kajere,
dat in april voor het eerst verscheen.
Het spektakel is de wereld waarin we leven, met alle aspecten van het moderne kapitalisme en zijn algemene systeem van illusies. Een schijnwereld waarin we bijna al onze ervaringen op indirecte wijze beleven (via goederen en beelden) en waarin we vervreemd raken van de wereld. Het leven en de relaties tussen de mensen in deze spektakelmaatschappij worden bemiddeld door het beeld. Iedere communicatie wordt door het spektakel in bezit genomen, met het doel de mens in het keurslijf van de passiviteit te stoppen, hem af te zonderen, hem te scheiden van zijn werkelijke behoeften. Daar waar Theodor Adorno nog sprak over de cultuurindustrie versus de werkelijke realiteit, daar zijn voor de situationisten werkelijk alle facetten van het dagelijkse leven opgegaan in de "spektakelmaatschappij". De hedendaagse mens is een passieve toeschouwer geworden van zijn eigen leven. De economische groei heeft de samenleving weliswaar bevrijd van de natuurlijke druk die haar tot een directe strijd om te overleven dwong, maar nu moet zij zich van haar bevrijder bevrijden.
Dat laatste was een streven van de Situationistische Internationale. een stroming die indertijd voortvloeide uit de Lettristische Internationale. Wat de situationisten voor ogen stond was een vrije mens die op fantasierijke wijze zijn eigen leefomgeving schept. Door situaties te scheppen - "De nieuwe schoonheid zal de situatie zijn," aldus Debord in zijn film Hurlements en faveur de Sade (1952) werd het vrije spel van de hartstochten, het grote streven van de utopist Charles Fourier in de praktijk gebracht. De voornaamste voorbeelden daarvan waren: het ronddolen. de verdraaiing en de revolutie als feest. Zoals de meeste Europese ideologen werd ook Debord beïnvloed door de filosofie van Georg Hegel, wiens denken zowel een positieve als een negatieve rol speelde. Het streven van de situationisten om een libertaire cultuur te stichten, hun niet aflatende inzet om kritiek te leveren, leed uiteindelijk schipbreuk, toen zij zowel de cultuur als de kritiek in hegeliaanse dialectiek gingen vatten. Hegels idee van de voltooiing der geschiedenis werd bij de situationisten zodoende een allesverslindend spektakel.
Bijna alles, want naarmate het spektakel zich meer om ons heen sluit, nemen ook haar gaten toe, waar Mba-Kajere - "Ik word overgeslagen", een term uit Thomas Pynchons Gravity 's Raillbow - naar op zoek is. In dit blad komen mensen aan het woord die hebben besloten of ondervonden dat er voor hen geen plaats is in het spektakel. Zij verlieten hun plek en gingen op reis, fysiek en/of psychisch, niet als vluchtpoging maar uit een verlangen naar een "avontuur met risico-elementen". De spelregels van het spektakel hebben ze achter zich gelaten om een beter spel te verzinnen, waarbij de vrije doorgang van verbeelding, creativiteit en passie een kans krijgen. "Waar de reis eindigt is niet te zeggen; de reis zelf is onze bestemming," aldus het redactionele commentaar.
In de eerste twee artikelen, waarin een heilig huisje van "links" - milieu-activisme - wordt afgebroken door de Amerikaanse publicist Feral Faun en de fysicus Gertjan Broekman, wordt al duidelijk dat Mba geen zweverig links blad is. Cynisch schrijft Broekman: "De milieufederalist wil zestien kwadraat kilometer authentieke natuur terug: het oerbos. (...) Hekken zullen deze romantische ruimte tenminste één decennium moeten vrijwaren van menselijk ingrijpen, waarna de poorten van deze tijdelijke autonome zone opengaan voor het hersteltoerisme van naar authenticiteit snakkende recreanten." Broekman is echter geen typische neo-situationist, die hoopt gaten in het spektakel te kunnen vinden. Uit zijn transtoeristische ruimte is geen ontsnappen mogelijk. Hij lijkt te willen zeggen: we moeten als vrolijke nihilisten meedoen aan het spektakel en hopen dat het een keer ontploft om vervolgens te kijken wat er over is gebleven. Deze apocalyptische visie deelt hij met de Franse postmodernist Jean Baudrillard, die een hyperconformisme voorstelt: door te weigeren betekenissen te produceren, en te verlangen naar nog meer tekens, beelden en symbolen, door te verlangen naar nog veel meer spektakel zullen de symbolen tenslotte verdwijnen in een destructieve overvloed van henzelf.
Bij Debord is de vervreemding overal present, bij Baudrillard is hij verdwenen. Theodor Adorno en Debord zochten naar de grote weigering, Baudrillard kiest voor de grote omarming. Elke neo-situationist stelt de scheiding tussen cultuur en natuur - begonnen met de landbouw - gelijk aan de overheersing van de mens over de "wilde" (boze!) natuur. De milieubeweging wil deze scheiding in stand houden, maar met name Faun pleit juist voor herstel van de eenheid, met alle gevaren en onzekerheden vandien. De stadsbewoner moet accepteren dat de levende woestijn zijn ecologische omgeving is - een oude situationistische kreet luidt dan ook: "Onder de stoeptegels ligt het strand" - die je naar eigen inzicht moet ontwerpen. Daarom hechten de situationisten veel waarde aan het ronddolen, dat een van de belangrijkste activiteiten van de stadsbewoners zal worden. Uiteindelijk brengt men de indrukken die de stad op iedere persoon heeft achtergelaten in kaart (psychogeografie) om de stedelijke omgeving opnieuw te kunnen vormgeven. Deze moet (weer) een eenheid vormen. Over het waarom van het ronddolen schreef de lettrist Gilles Ivain in 1953: "Wij vervelen ons in de stad, er is geen zonnetempel meer. Tussen de benen van de voorbij wandelende vrouwen hadden de dadaïsten een Engelse sleutel wiJ]en vinden en de surrealisten een kristalIen bokaal, allemaal vergeefse moeite. We kunnen alle beloften van de gezichten afJezen, dit is de laatste stand van de morfologie. De affiche-poëzie heeft twintig jaar standgehouden. Wij vervelen ons in de stad, je moet het vuur uit de sloffen lopen om nog mysterieën te kunnen ontdekken op de aanplakborden langs de openbare weg." Vijf jaar later was Debord iets concreter: "De gemiddelde duur van en dooltocht is een dag, opgevat als de tijdsspanne tussen twee slaapperiodes. De tijdstippen van vertrek en aankomst hoeven niet samen te vallen met de opkomst en ondergang van de zon, wel moet worden opgemerkt dat de laatste uren van de nacht voor het ronddolen in het algemeen ongeschikt zijn."
Dat ronddolen kan ook psychisch zijn. Het is geen toeval dat de ongrijpbare Friedrich Nietzsche de meest geciteerde filosoof is in het blad. Deze eerste nomadische denker waarschuwde al voor de "historische ziekte" waaraan onze samenleving lijdt. We worden overspoeld door een veelheid van keuzemogelijkheden op allerlei gebied.- de moraal, de cultuur, de politiek, de mode - waardoor ons eigen ik dreigt te verdrinken. Over dat geestelijke nomadisme gaat de bijdrage van de filosoof Arnaud Zwakhals. Via de nomadologie van de Franse post- '68 filosoof Gilles Deleuze haalt hij uit naar de gewoonte van veel mensen om alles, inclusief het bijzondere, te ordenen, identificeren, classificeren etc. en dit volgens principes die algemeen geldig moeten zijn of ontdekt moeten worden. Deleuzes filosofie is erop gericht om deze wijze van denken, die in dienst staat van het spektakel, te ontwrichten door te laten zien dat de vooronderstellingen van deze denkwijze allerminst waardevrij of objectief zijn.
Het zorgen voor verwarring (de verdraaiing) - beelden of uitspraken uit het dagelijkse leven, de reclame, de poëzie en de filosofie vervreemden en in een nieuwe context plaatsen - heeft in het situationisme als doel om het spectaculaire karakter van de maatschappij te ontmaskeren en een beweeglijke, ongrijpbare kritiek te formuleren. Een mooi voorbeeld daarvan vindt men in het artikel "Kraak de wereld" van de Amerikaan Bill Brown. Tijdens een spectaculaire (sic!) 4 juli-viering herkraakte een aantal New Yorkse krakers hun pand op East l3th Street, ze schakelden het alarmsysteem uit dat door de politie was geïnstalleerd en legden boobytraps neer. De politie was totaal verrast. De krakers boden een spektakel dat de concurrentie met het vuurwerk met glans doorstond en de journalisten waren in opperste verwarring: moesten ze hun eigen spektakel onderbreken voor het verslaan van een door een groepje krakers gecreëerd spektakel? En wat zouden de adverteerders daarvan denken zouden die het op prijs stellen als de uitzending van Independence Day werd onderbroken door een krakersrel? Maar als een ander televisiestation het wel doet? Oh, wat te doen... ?
Het beleven van een directe ervaring kan op vele manieren, zoals het spontaan organiseren van kleinschalige feesten (daar gaat de bijdrage "Tenminste 120 dagen feest" van Siebe Thissen over), zelf muziek maken (zie "Utopia Blues" van de Amerikaan Hakim Bey), het maken van zines (zie "Greetings from the endless highway" van Freek Kallenberg) of het vertellen van verhalen aan elkaar (Mba is niet voor niets een blad voor barden). Feest - metafoor voor vrijheid - is een vaak terugkerende term in situationistische teksten. Zo schrijft Thissen in zijn verhalenbundel De weg naar Croatan: "Tenslotte zullen we de gedachte aan een universele vrije economie - de tegenhanger van het spektakel - los moeten laten in de wetenschap dat een feestmaal nu eenmaal niet elke dag plaatsvindt. De gedachte aan het feestmaal is een kwalitatieve gedachten waar boekhouders en beleidmakers kippevel van krijgen: feesten, dansen, eten, vrijen, converseren, lachen, drinken, musiceren, zingen, huilen, spelen, dromen, fantaseren en trippen zijn typerende aspecten die ons iets meedelen over de kwaliteit van het leven. Hoe vaker deze elementen ontbreken - economen nemen deze verspilling van energie immers niet op in hun concepten - hoe vaker we beseffen dat ons leven aan kwaliteitsverlies onderhevig is. Onder invloed van de Verlichting, en in haar kielzog de moderne economie, is het leven ondergeschikt aan de kwantitatieve meetlat gemaakt."
Weg met het calvinistische arbeidsethos dus. En de moderne wetenschap? Naar dat laatste haalt de Amerikaanse schrijver Bob Black genadeloos uit, waarna de Duitse publicist Robert Kurz het nog eens overdoet ("Aan de moderne wetenschap ligt de lege inhoudsloze wet van het geld ten grondslag; dat geldt zeer zeker ook voor de natuurwetenschap. Haar valse objectiviteit strookt met de valse objectiviteit van het geld dat tot een schijnbaar natuurlijk gegeven is geworden."). Opvallend is dat beide auteurs vanuit verschillende scholen redeneren (het anglosaksisme van Black tegen de door de Frankfurter Schule beïnvloede Kurz), maar toch uitkomen op hetzelfde: we moeten op zoek naar de verborgen kleine territoria van het laatste niemandsland waar de identiteitsgevangenis nog niet hermetisch gesloten is.
Dat brengt mij op de al even aangestipte Tijdelijke Autonome Zone (TAZ), een term die afkomstig is van Hakim Bey, wiens immediatistische denken lijnrecht tegenover het hyperconformisme van Baudrillard staat. Met de TAZ worden geopolitieke en/of psychische vrijplaatsen bedoeld die uit de greep van het spektakel zijn gebleven. In principe is iedere niet-openbare ruimte, ieder huis, ieder privé stuk land een potentiële vrijplaats. Men kan denken aan een kraakpand, het stukje vergeten groen naast de kruising van de Van Lennepkade en de Constatijn Huygensstraat of aan het vredeskamp Woensdrecht. De TAZ is zeer kwetsbaar: zodra de media of de staat haar ontdekt hebben, verdwijnt ze. Immers, de voormalige vrijplaats is dan gelokaliseerd door het spektakel en wordt gedefinieerd binnen de tenninologie waarmee het spektakel om kan gaan. In psychische zin is ook Mba - waar de naam van Debord niet in voorkomt, doch zijn geest des te meer - te beschouwen als een TAZ, waarna de vraag opdoemt of déze vrijplaats van ideeën door dit artikel geen gevaar loopt...
| info@siebethissen.net | - | - | - |