Index of /Interviews en Reviews/Interviews/2009 Interview Beelden

  Name   Last Modified Size Description

Parent Directory   - - -
Get Adobe Acrobat Reader   - - You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download.
2009 Interview Beelden.pdf   29.13.2010 73kB -

2009

Rotterdamse methode maakt een eind aan de vrijblijvendheid

Door Antonie den Ridder in “Beelden” (#4 2009)

Een artikelenserie over de taakstelling en de werkwijze van adviserende instanties op het gebied van de beeldende kunst in de openbare ruimte, zou zelfs de schijn van volledigheid niet hoog kunnen houden zonder in te gaan op de complexe context van een grote stad. Als hekkensluiter van de serie verleggen we de blik naar de stad, waarvan het bonken van het hart soms discussies onverstaanbaar maakt. Een stad van arme sloebers en gelukzoekers, van doeners en no-nonsense denkers: Rotterdam.

Een stad als Rotterdam is als een veelkoppig organisme. Vandaar dat het relevant is te beschrijven vanaf welke kant je haar benadert. De gezichtshoek bepaalt immers al grotendeels de te beschrijven werkelijkheid. Met in het achterhoofd het, in september gevoerde debat Vechten of Vinex, dat onvermijdelijk het karakter opgedrongen kreeg van een gevecht tussen elite en Leefbaren, besluit ik te starten op de Wilhelminapier van de Kop van Zuid. Met op de achtergrond de imponerende skyline van Rotterdam, die als achtergrond fungeert voor het werk Lost Luggage Depot van de Canadese kunstenaar Jeff Wall. Hier geplaatst in 2001 als deel van de Internationale Beelden Collectie. Een installatie, die een mengeling van gevoelens oproept. Zowel het verlangen naar de verre horizon, waarachter het land van de onbegrensde mogelijkheden lokt als ook de weemoed van het besef dat je waarschijnlijk meer achter zult laten in het thuisland, dan dat je voor mogelijk had gehouden. En dit uitgerekend op de plek waar vroeger de landverhuizers zich inscheepten. Hotel New York staat nu al ingeklemd als lilliputter tussen de woontorens, maar zal in de toekomst omringd gaan worden door de megalomane bouwsels van Manhattan aan de Maas. Er wordt een stukje States naar de Maasstad gebracht. Kun je in alle ernst het beeld van Jeff Wall afdoen als een speeltje van de elite? Ga je niet volkomen voorbij aan de grootsheid van een architectonische visie, wanneer je op voorhand de woontorens aan de Kop van Zuid al als zielloze gedrochten gaat betitelen? Juist door oog te hebben voor het kleine menselijke drama en dit te combineren met gevoel voor de grootsheid van een architectuur die grenzen opzoekt, ondersteun je het streven naar een leefbare stad. Onderweg naar het Centrum voor Beeldende Kunst passeer ik diverse malen op bouwplaatsen spandoeken met de slogan ‘Hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam’. Maar wie werkt er aan de ziel van de stad, wie brengt haar complexe identiteit tot uitdrukking?

In een interview met Siebe Thissen, hoofd Beeldende Kunst & Openbare Ruimte van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, vraag ik hem welke rolverdeling er is tussen de instanties die zich in Rotterdam met de openbare ruimte bezig houden."Op die vraag zijn slechts complexe antwoorden te geven" stelt Thissen. "Dus laten we ons bepalen tot de werkwijzen van het IBC, de Internationale Beelden Collectie en het BKOR. De Internationale Beeldencollectie is de museale verzameling moderne beelden in de buitenruimte en het IBC is een onafhankelijke adviescommissie. Het BKOR, onderdeel van het CBK, is sinds 2005 een zelfstandige stichting met een gemeentelijke opdracht. Het IBC wordt door het aanbod gestuurd, het BKOR in 95% van de gevallen door de vraag. BKOR/CBK richt zich niet op het opzetten van een collectie beelden in de stad, maar richt zich op publiek/private constructies. We starten bijna nooit een project op met een bedrag in de portefeuille, maar gaan doelgericht aan de slag om de financiers voor onze plannen te vinden. Nadat een opdracht samen met de opdrachtgever helder gedefinieerd is, adviseert het CBK over de aard van de kunstwerken die daarbij passen en wordt meestal aan een drietal geselecteerde kunstenaars gevraagd met een voorstel te komen. Per opdracht wordt in dergelijke gevallen een commissie geformeerd, waarin een doorslaggevende rol is weggelegd voor de aangezochte adviseur, die specifieke expertise inbrengt. Wij kiezen kunstenaars, die bij een opdracht passen en niet andersom."

"De tijd is veranderd en de mensen zijn beter geïnformeerd. Vroeger was het misschien zo, dat plaatsing van een beeld in de openbare ruimte de kunstenaar een effectieve mogelijkheid gaf het publiek met nieuwe zienswijzen te confronteren. Nu zijn daarvoor zoveel andere mogelijkheden. Het BKOR is terughoudend waar het gaat om het plaatsen van nieuwe beelden. Sturend, soms op het dwingende af, om alle betrokkenen bij een opdracht hun verantwoordelijkheden te laten nemen. Vrijblijvendheid is geen optie. BKOR streeft ernaar de kunstenaar medeplichtig te maken. Deze moet ook zelf op pad om machten en krachten in de samenleving op de beoogde opdrachtlocatie te leren kennen. Die betrokken houding levert uiteindelijk ook weer effecten op in het te realiseren werk zoals een diepere verankering in de gemeenschap ter plekke. BKOR verwacht van alle deelnemers in het traject betrokkenheid, dwingt hen in de positie van de opdrachtgever, zodat allen belang krijgen bij het succes van de plaatsing. Dit is typisch voor ‘De Rotterdamse methode’. Iedere betrokken partij moet zich daarbij heroriënteren; zowel kunstenaar, opdrachtgever, maar ook het publiek. Zo schromen we niet om in het kader van een kunstopdracht mensen in een werkverband te brengen met de adviseur als artdirector. Het publiek moet op nieuwe manieren betrokken raken bij projecten. De kunstenaar moet als het ware in het kader van een opdracht ook het publiek ontwerpen en daarnaast leren werken met sociale en juridische groepsonderscheidingen".

Het is even slikken want het lijkt of de veelberoemde vrijheid van de beeldende kunstenaar om vanuit eigen doelstellingen en volgens zelfgekozen methoden met zijn vak bezig te zijn, binnenkort bijgezet kan worden in het mausoleum van de kunsten. "De zich snel ontwikkelende informatiemaatschappij stelt nu eenmaal nieuwe eisen aan iedereen" stelt Thissen vast. "De oude, romantisch getinte verhalen van vereenzaamde kunstenaars in hun ateliers, die introvert hun dromen weven en ideeën in materie vertalen, hebben hun tijd gehad. Er is hier en nu behoefte aan een kunstenaar, die in samenwerkingsverbanden kan opereren zodat expertise gebundeld wordt, een voorwaarde om met succes de plannen uit te voeren. Die zich effectief oriënteert op de machtsordeningen en krachten in de samenleving en die niet afwacht tot er subsidie is, maar zelf de vraag naar werk creëert en daarbij een lossere, creatieve houding opbrengt in de omgang met planteams". De door mij aangestipte tendens van intensivering van de begeleiding van kunstenaars vanwege de steeds gecompliceerdere eisen die gesteld worden aan beelden in de openbare ruimte, snijdt volgens Thissen aan twee kanten. "Wat is de kortste weg naar succes? Je kunt ook stellen, dat het hele proces resulteert in hogere toetsingseisen die je aan de beroepspraktijk van een kunstenaar moet stellen. Vooral jongere kunstenaars omarmen vernieuwingen in hun werkwijze met een grotere vanzelfsprekendheid dan hun oudere collegae."

"Belangrijk doel van het CBK Rotterdam is het substantieel vergroten van de kunsteconomie. Teruglopende subsidie heeft er tot dusver voor gezorgd, dat nu op andere manieren toch meer omzet gegenereerd wordt. Maar ook dat er inventiever gezocht wordt naar alternatieven voor het beeld als ding. Naar spannende interventies, veroorzaakt door tijdelijk geplaatste kunst. Tevens valt er nog heel wat te winnen door effectief te gaan shoppen in het bestaande beeldenbestand en het geheel toegankelijker te maken. Je moet je bij opdrachten niet blindstaren op de grote bedragen; want ook met heel weinig geld kunnen soms sterk tot de verbeelding van het publiek sprekende projecten worden gerealiseerd". Een wandeling door het huidige centrum van Rotterdam confronteert de bezoeker met een indrukwekkende beeldencollectie. "Heel fraai", zegt Thissen, "Een visie op de stad als openluchtmuseum levert wellicht veel kijkplezier op voor bezoekende toeristen, maar een belangrijker doel is toch de openbare ruimte als zodanig beleefbaar te maken met inzet van de beeldende kunst. De toekomst behoort aan het vermogen van de stad zichzelf zichtbaar te maken en zichzelf te presenteren aan zichzelf ". Thissen toont zich wars van de ideologische vaagheid, waarmee het verschijnsel community-art soms wordt omgeven. "Het CBK werkt in de wijken al veertig jaar met succes. Ik zie community-art als empowerment die gericht moet worden op een specifieke groep met een gezamenlijk belang. Niet als kader voor een simpel ‘Iedereen moet meedoen!’-verhaal. Om succesvol te kunnen opereren, zal de kunstenaar explicietere uitspraken moeten doen en daarbij duidelijker de contexten aan moeten geven". Na afloop van het gesprek kruis ik het pad met de welbekende Kabouter Buttplug, een van de jongere telgen van de IBC-beeldenfamilie. Pal voor Santa Claus, door Paul McCarthy geduid als een aanklacht tegen de ongebreidelde consumptiemaatschappij, poseert een ouder Chinees echtpaar voor de foto, alvorens ze hun zware boodschappentassen weer opnemen en verder de stad intrekken. Het hart van Rotterdam mag kranig bonken, maar in haar geest nestelen zich complexe tegenstellingen. Ik herinner me gelukkig net op tijd een eerder gedane uitspraak van mijn gespreksgenoot. "Complexiteit bevordert democratie. Hoe complexer het systeem, hoe beter mensen op eigen voorwaarden kunnen inloggen".  

Kaders:

(1)
Het C.B.K. is betrokken bij tal van projecten op het gebied van de beeldende kunst in Rotterdam en die zijn niet over één kam te scheren. Zo zijn er de kunstprojecten, die plaatsvinden in het kader van grondexploitatie en de percentageregeling. Projecten, waarvoor externe financiering moet worden gezocht. En projecten, die in opdracht worden gerealiseerd van derden, zoals deelgemeentes en corporaties. Community art en kunstuitingen, die inhaken op de straatcultuur, deftig aangeduid als Urban Culture, moeten weer op hun eigen merites worden beoordeeld. En de kunstprojecten in het kader van het Pact op Zuid, een breed opgesteld plan van aanpak voor dit deel van de stad, ontlenen daaraan ook weer een eigen context. Hoewel de IBC Rotterdam naarstig voorziet van een expanderende beeldencollectie van internationale allure, is het C.B.K. in haar taakopvatting geen voorstander van de stad als openluchtmuseum. Dus pleit ze voor een terughoudend beleid bij het plaatsen van het beeld als ding, zij het dan een hoogst artistiek ding, in de openbare ruimte. En ligt de nadruk op interventies, die de toegankelijkheid van de openbare ruimte bevorderen. Op kunstuitingen, die de directe omgeving van bewoners opwaarderen en het zelfbewustzijn van de bevolking vergroten. Openbare kunst is geen kunst, die bij toeval in de openbare ruimte verzeilt raakt, maar kunst die met haar inbreng de ruimte tot een gedeelde ruimte maakt.

(2)
In het kader van grondexploitatie in Zestienhoven heeft het C.B.K. een onderzoekende en initiërende rol gespeeld. Zo is er cultuurhistorisch onderzoek gedaan en is onder leiding van curator Anne-Mieke Backer het eerste projectthema 'nest' uitgewerkt. De bouw van het Uiverbeen, een constructie van sierbeton, natuursteen en brons, is in gang en, maakt deel uit van het restauratieplan voor het IJskelderterrein, dat het gebied moet doen uitgroeien tot een volwaardig weidevogelgebied. In lijn met dit idee werd ook de zeven dagen durende performance van Benjamin Verdonck in mei 2008 opgevoerd. In een nest, opgehangen halverwege de Weenatoren, trachtte de kunstenaar communicatie over en weer tot stand te brengen met de voorbijganger. Geheel anders van gebiedskarakter, maar evenzeer onderwerp van bespiegelingen over identiteit, is Rotterdam-Zuid. In de publicatie "Op Zuid", die in november volgens de planning zal verschijnen, neemt een twintigtal kunstenaars de herstructurering van dit stadsdeel onder de loep. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar infrastructuur, naar openbare kunstwerken en nieuwe kunstinitiatieven. Studies en reportages zouden op die manier het bestaande beeld van de stad Rotterdam op de Linker Maasoever moeten corrigeren. Door middel van kunstobjecten en cultuurkenmerken moet de aantrekkelijkheid van wijken vergroot en het imago verbeterd worden. Kunst om bewoners hun trots op de eigen leefomgeving terug te geven.

(3)
Het initiatief voor het ondernemen van een kunstproject komt lang niet altijd voort uit het C.B.K. zelf. Zo moet I miss you van de Roemeense kunstenaar Daniël Knorr bijna geheel op het conto van de kunstenaar zelf geschreven worden. Hij was initiatiefnemer van een tijdelijke kunstingreep in 2000, waarbij de wieken van een moderne windturbine bovenop de oudste molen van Rotterdam geplaatst werden. Daarbij regelde hij alles zelf, zodat het CBK enkel de randvoorwaarden hoefde te organiseren. Zo ook in het geval van Konijntje Snoepfles, gerealiseerd in 2005. Kunstenaar Florentijn Hofman wilde het project, een vijftien meter hoog opblaaskonijn en tegenhanger van de veelbesproken dildokabouter, graag realiseren en zocht daarvoor financiering. Het CBK kon de snoepfles goed gebruiken en zocht geschikte evenementen om het beeld ten toon te stellen. Voor Raamvertellingen Pendrecht, een net opgeleverd project, bestaande uit 56 glasappliqué-ramen in de Melissantstraat en de Middelharnisstraat, is externe financiering gezocht. Het kunstwerk van Daan Roosegaarde Duin 4.2 is een voorbeeld van community art. Het interactieve kunstwerk bestaat uit kunsthalmen met led-lampjes, die op de dijk oplichten, zodra er een voorbijganger passeert. Naar aanleiding van wensen, die onder de bevolking leefden, heeft het C.B.K de opdracht geformuleerd en kunstenaars geselecteerd. De financiering is rondgekomen met inbreng van deelgemeente Kralingen-Crooswijk en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam.


info@siebethissen.net - - -