| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2004 Bad Boyz Inc.pdf | 10.03.2004 | 124kB | - |
Bad Boyz Inc.
emailinterview met Siebe Thissen, door Robert Lobosco (freelance journalist) ten behoeve van een artikel over graffiti in Rotterdam voor het Rotterdams Dagblad (februari 2004)
Allereerst zou ik willen dat je iets over jezelf vertelt en waar je de Bad
Boyz van kent.
Sinds 2000 ben ik hoofd kunst & openbare ruimte aan het Centrum Beeldende
Kunst te Rotterdam. Tevens studeerde ik geschiedenis en filosofie, promoveerde
in 2000 in dit vakgebied, en heb altijd een grote belangstelling gehad voor
marginale bewegingen, populaire cultuur, underground, en voor de openbare ruimte
als laboratorium voor artistieke en culturele ontwikkelingen. Vanuit die context
raakte ik ook gefascineerd door graffiti. Bad Boyz Inc kende ik aanvankelijk,
net als zoveel Rotterdammers, gewoon van hun tags en pieces. Ik woonde in Noord
en daar was de crew zeer actief. Ook kende ik de tags van Ates, Jean en Time,
maar wist toen nog niet dat juist zij het kloppende hart van de Bad Boyz vormden.
De nachtelijke avonturen van Bad Boyz Inc speelden ook een rol in de strips
van ‘Sjors & Sjimmie’, getekend door Robert van der Kroft,
die zelf later ook toetrad tot de Bad Boyz Posse. In het Rotterdamse uitgaansleven
leerde ik Ates, Ayatollah en Sher One kennen, en later ook Jean. Met Ates heb
ik ook gedeejayed tijdens ‘Cool Asia’ in Calypso. Ik vond het jammer
dat Rotterdam zo weinig aandacht heeft voor haar eigen kunstgeschiedenis. In
2001, het was immers het jaar van Rotterdam Culturele Hoofdstad, vroeg ik Bad
Boyz Inc. een overzichtstentoonstelling (1985-2001) te organiseren in het Centrum
Beeldende Kunst aan de Nieuwe Binnenweg. Aldus geschiedde. De expo was een
waanzinnig succes: duizenden, vooral jonge tot zeer jonge bezoekers vonden
hun weg naar de tentoonstelling. Ook werd er een vijftal televisieprogramma’s
aan hen gewijd en kocht de Artotheek zeven nieuwe werken aan.
Zou je de creativiteit van deze jongens kunnen inschatten?
Ik weet niet precies wat je bedoelt, maar ik denk dat je vraagt naar de kwaliteit
van hun kunstenaarschap. Bad Boyz Inc. is altijd trouw gebleven aan ‘Roffadam’ -
aan Rotterdam als hiphopstad. Ze hebben ‘street credibility’,
werken snel en gehaast, en zijn nooit afgeweken van de harde, 3D-straatstijl,
met z’n vette letters, sterke contrasten (zoals zilveren achtergronden)
en de typografie van oude undergroundcomics. Ze praten net zo makkelijk over
Will Eisner als over Futura 2000. Letters waren en zijn hun ding. Ze zijn
principieel ‘old skool’. Ze houden de hiphopmentaliteit hoog:
respect & reputatie. Vergeet niet dat Bad Boyz Inc. de eerste en enige
Rotterdamse crew is met een reputatie: hun geschiedenis gaat terug tot de
vroege jaren tachtig. Tijdens de expo vroegen drommen jonge kinderen om hun
handtekening. Bad Boyz Inc. houdt weliswaar van kunst, maar nog meer van
de stad – ze zijn ‘urban’ en willen niet van de stad vervreemden.
Wellicht heeft dit principe hen verhinderd zich meer artistiek te ontwikkelen,
maar daar lag niet hun motivatie. ‘Urban Conciousness’ is misschien
een betere term. Toen de oorlog met Afghanistan uitbrak hebben ze heftige
dingen gemaakt, zoals Bombs Over Baghdad, en zich zeer boos gemaakt over
de vernietiging van de Boeddhabeelden door de Taliban. Het laatste en jongste
Bad Boyz-lid, Ayatollah Musa, is zelfs naar Afghanistan en Pakistan afgereisd
en er zijn plannen gemaakt om een Bad Boyz-piece te zetten op de plek waar
de beelden ooit stonden. Buiten hun lidmaatschap van Bad Boyz Inc. zijn de
boys echter kunstenaars in hart en nieren: Ates is een gedreven deejay en
organisator en onderhoudt contacten met kunstenaars van New York tot Thailand;
Jean is een artistieke duizendpoot en een bekende rapper; Sher One is een
talentvol tekenaar en ontwerper; Ayatollah wordt als dichter geroemd, organiseerde
het onvolprezen ‘Word Lounge’, en er zijn enkele bundels van
hem gepubliceerd; Robert van der Kroft heeft een uitstekende reputatie als
striptekenaar en illustrator. Time heb ik nooit ontmoet. Ook stond Bad Boyz
Inc. aan de basis van ‘Cool Asia’ – een serie parties die
teruggrijpt op Banghra, Desi en Bollywood. Bad Boyz en Cool Asia hebben Surinaamse
Hindoes, Pakistanen en Indiërs in Rotterdam ‘cool’ gemaakt
en meer zelfbewustzijn gegeven.
Heb je hun stijl zien ontwikkelen? Zo ja, hoe?
Het is maar wat je ontwikkelen noemt. Eerder een afwikkelen. Ze zijn zeer gedreven
in het uitpluizen van het urban letterconcept en herhalen dat steeds opnieuw.
Maar naast gezamenlijke pieces zijn ze ook altijd gewoon door gegaan met
simpele tags die niet zijn te onderscheiden van het straatschoffie. Eerder
veel, dan diep. Maar natuurlijk zijn hun pieces in de loop der tijd steeds
beter en vetter geworden. Ik denk wel dat de expo in het Centrum Beeldende
Kunst een keerpunt betekende. Het eigen werk van Sher One was fenomenaal.
En de duo-pieces van Ates en Jean forceren ook een absolute breuk met het
oudere werk. Die zouden zo in een galerie kunnen worden gehangen – geen
wonder dat de Artotheek ze wel wilde aankopen. Het beste werk was wellicht
het oude jaren tachtig materiaal van Time. Wat een stijl! Agressief en primitief.
Recht voor z’n raap. Maar het is de vraag of deze werken de huidige
Bad Boyz Inc. representeren. Ze gaan nu een grote piece maken in de buurt
Wandeloord, in Crooswijk, en het zou me niet verbazen als dat gewoon weer
een klassieke 3D urban letter piece wordt, met zoiets als WANDELOORD. Voor
de surfplanken van Bozi-longboards hebben ze nu ook ontwerpen gemaakt, met
meer artistieke vrijheid, maar die heb ik nog niet gezien…
Is er voor jou een verschil tussen graffiti voor McDonald’s
en graffiti onder een viaduct?
Graffiti is graffiti. Je kan wel politieke bezwaren hebben tegen commerciële
graffiti, maar dat doet niks af aan de essentie van het medium: het gebruiken
van de muur om je aanwezigheid in het publieke domein te tonen. Van oudsher
ontsnapte de muur echter aan de kunstgeschiedenis en was de muur de plek bij
uitstek voor mensen voor wie er geen plek in de geschiedenis was gereserveerd.
Maar de muur is al lang geen vrijplaats meer voor naamlozen en vergeten bevolkingsgroepen.
Iedereen gebruikt de muur en de muur is naast al het andere straatmeubilair
vandaag niks meer dan een ordinaire drager van iedere denkbare uiting. De stad
is een analoog massamedium en de muur een analoge provider. Bovendien gebruiken
veel graffers en stickeraars hun werk op de muur als een open sollicitatie.
Ik heb hier uitvoerig over geschreven in Metropolis M (#5 2003): ‘Hoe
hacken we de openbare ruimte?’
Waarom en waar is graffiti als kunst in trek?
Graffiti profiteert van de nieuwe belangstelling voor ‘Street Art’. ‘Street
Art’ had nooit veel met kunst te maken, maar nu instellingen worden gedwongen
meer jongeren en nieuwe culturele publieken te bereiken (denk aan termen als ‘cultuurbereik’ en ‘publieksparticipatie’),
blijkt ‘Street Art’ plotseling een mooi medium om een brug te slaan
tussen de gevestigde kunst en het grote publiek. Op de tweede plaats staat
het reservaat van kunstsubsidies en kunstcommissies onder druk en wordt het
steeds moeilijker het bolwerk van de Kunst (met een hoofdletter) gesloten te
houden voor nieuwkomers. In landen waar subsidies een kleinere rol in de kunstsector
spelen is ‘Street Art’ altijd een meer geaccepteerd verschijnsel
geweest. Tenslotte is graffiti de onlosmakelijke visuele component van hiphopcultuur
of ‘urban culture’. Nu ‘urban culture’ zich naar volwassenheid
stuwt en ook haar ‘roots’ serieus begint te nemen, wordt ook graffiti
gewaardeerd als een historische component van die cultuur. Graffiti is kunstgeschiedenis
geworden.
Is er een hokje waarin we Bad Boyz kunnen plaatsen?
Bad Boyz Inc. is ‘urban culture’ en promoot ‘urban culture’,
en dan in de oorspronkelijke zin van het woord. Omdat ‘urban culture’ niet
serieus werd genomen door beleidsmakers en cultuurmakelaars, werd het begrip
toegeëigend door de commercie. Platenwinkels noemen R&B, hiphop en
soul ‘urban’; The Box voegt daar tijdens haar feesten (‘Urban
Town’) ook dancehall en 2step aan toe. Kortom, ‘urban’ is ‘zwarte
muziek’. Maar ‘urban’ is geen ‘zwarte muziek’. ‘Urban
culture’ is local/global-grootstedelijkheid. Dat betekent dat ‘urban’ altijd
een globale cultuur vertegenwoordigt (bijvoorbeeld hiphop, banghra, electro,
punk, graffiti, stickeren, skaten, enzovoorts), maar zich presenteert in een
lokale vorm. Daarom is Rotterdamse hiphop anders dan hiphop uit Jakarta en
daarom is er in Praag ook sprake van ‘urban culture’ terwijl er
daar helemaal geen zwarte cultuur bestaat. Bad Boyz Inc. maakt gebruik van
een globaal medium (graffiti) maar blijft volstrekt trouw aan een Rotterdamse
uitdrukking en wil ook pertinent als Rotterdams te boek staan. Als Ates New
York bezoekt, is hij niet geïnteresseerd in de wijze waarop hij de New
Yorkse graffiti naar Rotterdam kan halen, maar kijkt hij hoe het ‘lokale’ zich
uit op de muren van New York. Als hij zegt dat het niveau van de Rotterdamse
graffiti niet bijzonder hoog is, dan bedoelt hij niet dat je hier geen graffiti
ziet die je bijvoorbeeld in Chicago of Amsterdam ziet, maar dat de lokale vormen
zich in Rotterdam nog onvoldoende hebben uitgekristalliseerd. Bad Boyz Inc.
is local/global – noem het gewoon ‘urban’.
| info@siebethissen.net | - | - | - |