Overal
waar je loopt, komen beelden op je af. Logo's van grote merken, reclameborden,
maar ook graffiti, flyers, posters en stickers. In deze wirwar van beelden
is geen overzicht te vinden. Ruis is het, een woord dat ik volgens Siebe
Thissen beter kan gebruiken dan chaos. Structuur is in elk geval ver te zoeken.
Neem
bijvoorbeeld de Hoogstraat in Rotterdam. Felle kleuren schreeuwen je tegemoet.
Lichtbalken flikkeren. Er wordt geflyerd voor een R&B-feest. Op straat
krijg je zelfs het AD aangesmeerd. Geen wonder dat kunstenaars, artiesten
of gewoon kritische jongeren dit signaal, of eerder gezegd deze ruis waarnemen,
oppikken en ermee aan de slag gaan. In gesprek met Siebe Thissen, hoofd Kunst
en Openbare Ruimte aan het Centrum Beeldende Kunst te Rotterdam, werd me
al
snel meer duidelijk.
- Ten eerste ben ik benieuwd naar de stickeraar zelf. Wat is dit voor 'n persoon
en wat zet aan tot stickeren.
“
Graphers' (graffiti sprayers/spuiters ververs…) zijn hardcore straattypes.
Ze hebben lef. En dat heb je ook nodig als je twee uur uittrekt om (illegaal)
een mooie piece te zetten. Als je de stickeraars met hen vergelijkt dan zijn
het lafaards. Niks spannends aan, een sticker is zo geplakt, geen probleem.
Ik wil ze dus niet met 'graphers' vergelijken. Stickeraars zijn netter en creatiever,
het zijn vaak mensen die op een kunstacademie zitten of daarvandaan komen.
Wat overeenkomt is dat beide groepen een boodschap hebben en die willen ze
communiceren”.
- Communicatie dus?
“
NEE! Nee, geen communicatie. Dat is misschien wel de bedoeling van velen, maar
naar mijn idee is dat niet wat er bereikt wordt. Communicatie gaat immers altijd
over het zuiveren van de ruis uit boodschappen. Met stickeren bereik je het
tegenovergestelde. Je versterkt de ruis juist die in de stad overheerst. De
stad is een grote kraakdoos, een grote ruisbak. Het is de bedoeling dat jij
met jouw oog, interesses en referentiekader eruit haalt wat voor jou interessant
is. Je moet hacken, ontcijferen en codes kraken, wel een mooie uitdaging”.
- De intentie van de stickeraar, om te communiceren wordt omgedraaid. Zij beïnvloeden
niet het publiek, maar het publiek kan hun boodschap eruit filteren?
“
Juist, en de stickeraar heeft het vaak niet door. Zo denken veel van hen kritisch
te zijn op de consumptiemaatschappij, de commercie vandaag de dag. Ze hebben
een persoonlijk statement in reactie op de bestaande (beeld)cultuur. Wat zie
je gebeuren? Heineken maakt amateuristische affiches met verftape om zo die
doelgroep weer te raken. Nike huurt mensen uit deze sticker/graffiti scène
in om hun posters te ontwerpen en laat het logo achterwege. De stickeraar is
in zijn tegendraadse, anarchistische houding een bron van inspiratie voor de
commerciële reclamewereld. Erg tegenstrijdig”.
- Wanneer en waar is deze stroming ontstaan?
“
Het is heel simpel. Graffiti is gekomen met de komst van de spuit en de stift.
Ten eerste fascineert het kinderen, maar al snel speelt ook de volwassene hierop
in. Toen rond 60/70 kleefmiddel werd ontdekt volgden al snel daarop de stickers.
Eerst had je alleen officiële stickers, van bijvoorbeeld een land. Die
sticker kon je dan bij de grens kopen. Al snel werden stickers meer en meer
toegepast in het dagelijks leven. Voornamelijk voor commerciële doeleinden.
Je had heuse stickerverzamelaars. Rond '83 had de 'grapher' vaak een stickervel
in zijn dummy zitten en daar is het begonnen, het is nooit meer gestopt. Stickers
werden gekopieerd, geproduceerd en nu is het opnieuw in bloei”.
Helaas liet Siebe Thissen niet al te veel los over de personen achter de stickers.
Ik zit nog steeds met hun stickernamen in mijn maag. Lastplak, Pepsy, Wilfried
hou je bek. Ik weet dat influenza de oorzaak is van de vliegenplaag die Rotterdam
teistert, maar het gezicht achter de vlieg? Misschien is het tijd om zelf te
gaan stickeren, heel stiekem, undercover.