| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2008 Henk Oosterling en de kunst.pdf | 10.11.2008 | 43kB | - |
Oosterling en de kunst
Wat een prachtige titel heb ik als huiswerk meegekregen: “Over Oosterling en de kunst”. Over dit onderwerp zou ik als historicus en filosoof een schitterend proefschrift kunnen schrijven. Want ooit was ik een collega van Henk aan de Erasmus Universiteit en daar hield ik me bezig met het beschrijven van talloze kleinere en grotere Nederlandse filosofen en het analyseren van hun werk. Het zou een dankbare studie opleveren, want zijn lange lijst met lezingen, opstellen en publicaties over beeldende kunst is indrukwekkend.
Aanvankelijk waren zijn inzichten vooral subcultureel van aard, ja soms zelfs revolutionair: Henk besprak de extase en het exces in het werk van Bataille, mijmerde over de homoseksualiteit van Foucault en de opstand van het lichaam, oreerde over het snijden in eigen vlees, behandelde het thema van de pornologische a-cinema in het oeuvre van Ian Kerkhof, en combineerde zonder blikken of blozen het geweld in mangastrips met het alcoholgebruik van Hegel. Veel essays verschenen in obscure kunstenaarsblaadjes, in politiek-culturele magazines en catalogi van tentoonstellingen. En die werden nou net driftig gelezen door kunstenaars.
Met dit kunstmatige denken, want zo mogen we zijn aandriften toch wel bestempelen, beïnvloedde hij een hele generatie kunstenaars. Eindelijk lazen kunstenaars de theorie waarvan ze alleen maar droomden – een theorie die nog niet werd gedoceerd aan Nederlandse academies of universiteiten, maar die in Duitse, Franse en Angelsaksische periodieken steeds meer regulier werden. De polderkunstenaar werd van de wereld. Iedere kunstenaar vond wel iets van zijn of haar gading in zijn werk, en steeds vaker doken Oosterlingiaanse citaten op in het werk van Nederlandse kunstenaars – doorgaans zonder bronvermelding. “Kunstenaars zijn trouweloze honden”, luidt één van zijn gevleugelde uitspraken.
Maar we doen Henk onrecht aan, indien we zijn werk als louter subcultureel bestempelen. Steeds vaker werd hij immers als adviseur aangetrokken en schreef hij intrigerende, maar soms ook moeilijk toegankelijke teksten, die vooral tot doel hadden nieuwe zichtlijnen te openen. De theaterwereld, de danswereld, de wereld van architectuur, design en beeldende kunst – om zijn favoriete disciplines te noemen, maakten dankbaar gebruik van zijn inzichten. Slimme lezers vonden tal van argumenten om uit artistieke impasses te geraken; luie denkers echter raakten nog verder verdwaald in de doodlopende stegen van hun vakdisciplines en vroegen zich geïrriteerd af wie-the-fuck-die-Oosterling- nou-wel-dacht-dat-ie-was.
Het antwoord is altijd duidelijk: Henk Oosterling is Henk Oosterling. Er wordt in Nederland zelfs gesproken over “de school van Henk Oosterling” – tot mijn verbazing word ik er zelf soms toegerekend, al heb ik nooit één college van Henk gevolgd.
Wel verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik mezelf een vriend van Henk mag noemen: een warme gozer, een uitmuntende gastheer en kok, en een geweldige gesprekspartner. Ook professioneel blijf ik aan hem gekluisterd. Eerst aan de universiteit, daarna met het Centrum Beeldende Kunst en nu in het Pact op Zuid. Zo werkte ik met Henk in 2001 en 2002 aan het boek “Grootstedelijke Reflecties”, toch een mijlpaal in het denken over kunst en openbare ruimte in Nederland. Dankzij de door Henk geïntroduceerde zichtlijnen (“kunst in de openbare ruimte”, “kunst van de openbare ruimte”, “kunst als openbare ruimte” en “openbare ruimte als kunst”), werd het vakgebied opgestuwd in nieuwe richtingen. Kunstenaars en opdrachtgevers leerden op een nieuwe manier te kijken naar de openbare ruimte en maakten zich een actuele taal eigen, waarmee ze beter konden anticiperen op hedendaagse ontwikkelingen als globalisering, privatisering en publiekprivaat ondernemerschap.
Wie wil spreken “Over Oosterling en de kunst” moet altijd spreken over deze bijzondere verdiensten: over zijn vermogen ons anders naar de dingen te doen kijken; en over zijn vermogen steeds opnieuw een prikkelend vocabulaire uit te vinden, waarmee we in staat worden gesteld de wereld om ons heen te begrijpen en te ordenen. Het zijn precies deze elementen die het wezen vormen van de beeldende kunst - én tegelijkertijd bestaansrecht geven aan de wijsbegeerte.
Ik feliciteer Henk van harte met de Laurenspenning 2008.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |