| Name | Last Modified | Size | Description |
| Parent Directory | - | - | - |
| Get Adobe Acrobat Reader | - | - | You need Adobe Acrobat Reader to read and/or print .pdf files. It is a free download. |
| 2003 De straatjongen.pdf | 26.01.2004 | 42kB | - |
De straatjongen
Het straatjochie heeft in Rotterdam altijd op bijzondere belangstelling mogen rekenen, zoals een aantal beelden in de openbare ruimte laten zien. Even onder Rubroek vinden we het beeld van Boefje; op Katendrecht staat Ketelbinkie; en binnenkort worden we vereerd met een monument voor twee andere jonge Rotterdammers: Pietje Bell en Kruimeltje. Met weemoed kijken we terug naar ‘die goeie ouwe tijd’, toen het nog een eer was om als schoffie door het leven te gaan en de straat onveilig te maken met kleine criminaliteit. Straatjochies zijn van alle tijden, maar vandaag luisteren ze ook naar namen als Rachid, Faisal of Pedro. En voor hen bestaat er nog steeds geen monument.
Deze lastpakken zijn geen onderwerp van literaire verbeelding, maar eerder van onvervalste repressie. Een voorzitter van een Rotterdamse deelraad pleitte eerder dit jaar al voor strafkampen voor Antilliaanse jongeren en een flinke delegatie van het stadhuis bezocht onlangs enkele Amerikaanse steden, om daar te leren hoe jeugdzonden als graffiti effectief kunnen worden bestreden.
Het Amerikaanse model blijkt voor sommige bestuurders nog altijd maat en richtinggevend. In de jaren 90 werd de Amerikaanse samenleving geconfronteerd met een golf van geprivatiseerde kinderstrafkampen, die bovendien winstgevend bleken. Grote groepen kinderen worden in goedkope barakken gehuisvest en werklozen kunnen voor 6 dollar per uur als bewaarders aan de slag. Een van die heropvoedingskampen, de Tallulah-gevangenis in Louisiana, opgericht in 1994, heeft inmiddels een uiterst bedenkelijke reputatie opgebouwd. Het kamp genereert geweld, zo bleek uit een onlangs verschenen rapport van het ministerie van justitie. De geweldsdelicten - tussen kinderen onderling en tussen bewaarders en kinderen – blijken zorgwekkend: gemiddeld worden elke maand 30 kinderen met zware verwondingen opgenomen in het ziekenhuis. Kinderen die de Tallulah na hun straf verlaten, blijken zo getraumatiseerd dat het opnieuw functioneren in de burgermaatschappij voorgoed uit het gezichtsveld is verdwenen.
Ook de bestrijding van graffiti is een regelrechte aanval op de grootste kinderbeweging die de wereld ooit heeft gekend. Het merendeel van de graffers is tussen de tien en achttien jaar en in Rotterdam wordt hun aantal op tienduizend geschat. De onstuitbare opmars van graffiti en de massale deelname van kinderen aan dit fenomeen, zouden ons aan het denken moeten zetten. Deze luidste multiculturele kinderschreeuw ooit, waarin aandacht, respect en reflectie worden gevraagd, plaatst alle discussies over jeugdcriminaliteit in een ander daglicht.
Zou Pietje Bell anno nu in Rotterdam opgroeien, dan zou hij wiet verbouwen, mobieltjes jatten en op muren schrijven – kattenkwaad is immers van alle tijden. Daarom juich ik het standbeeld voor Pietje Bell van harte toe: niet als nostalgisch eerbetoon aan het Rotterdam van weleer, maar als monument voor al die duizenden anonieme kinderen, wier stemmen luidkeels weerklinken, maar nooit worden gehoord.
| siebe (dot) thissen (at) planet (dot) nl | - | - | - |